Alle berichten van WimVanBlitterswijk

10 weken Zwitserland – Italië 2026

Verslag 1

Nadat we precies drie weken geleden teruggekomen zijn uit Australië gaan we nu weer op pad, dit keer samen met Dennis naar Zwitserland en Italië. Sinds onze thuiskomst zijn het hectische weken geweest waar veel geregeld en gedaan moest worden en ook is, na een jaar van afbreken, verbouwen en opbouwen, de Plus supermarkt heropend waarbij Dennis zelfs, samen met Wilco de bedrijfsleider, de winkel heeft mogen openen.

Wim had nog weken door kunnen gaan met allerlei klussen, maar deze reis stond al gepland dus zijn we gistermorgen (woensdag 13 mei) met onze campers vertrokken richting Veldhoven, waar we eerst op bezoek gaan bij onze vrienden Cas en Anja.

We hadden elkaar sinds de reis naar Bretagne vorig jaar niet meer gezien dus we hadden heel wat bij te kletsen en het was weer heel erg gezellig.

Nadat we er overnacht hebben zijn we vanmorgen tegen elven vertrokken richting Luik. Helaas is het de laatste dagen slecht weer met veel regen en wanneer we tegen drieën aankomen bij Houffalize  krijgen we te maken met een hagelbui met natte sneeuw, waardoor het totaal geen zin heeft om het mooie plaatsje nu te bekijken. We zoeken de dichtstbijzijnde gratis overnachtingsplek op en gaan morgen wel verder.

Wel hebben we nu tijd voor een spelletje Carcassonne, waarvan er hoogstwaarschijnlijk nog vele gaan volgen deze reis !

Verslag 2

Nadat we vanmorgen even door het plaatsje Houffalize hebben gewandeld rijden we door naar de stad Bastenaken (Bastogne in het Frans) waar we naar het Bastogne War Museum gaan.

Hier brengen we meerdere uren door in het werkelijk schitterend opgezette museum waar het Ardennenoffensief uitgebreid beleefd wordt door middel van audiogids en diverse films.

Ook wandelen we door Bois Jacques waar je nog de overblijfselen ziet van het slagveld waar de Amerikanen zich hadden ingegraven tijdens de koude winter in 1944 en bezoeken we vervolgens het voormalig hoofdkwartier van het Amerikaanse verzet (NUTS).

Pas tegen vijven hebben we alles bekeken en zetten we de camper vlakbij het voormalige slagveld neer uitkijkend over groene heuvels met grazende koeien. Ook al is het weer dan wat minder (12 graden !), we vermaken ons toch wel !

Verslag 3

We bevinden ons inmiddels in Luxemburg waar we natuurlijk eerst even getankt hebben, de brandstof is hier zo’n vijfenveertig cent per liter goedkoper dan in Holland ! We rijden naar het bekoorlijke plaatsje Vianden, hier heb ik als kind enkele vakanties doorgebracht met mijn ouders en zussen. Eerst bekijken we het prachtige kasteel dat we altijd vanaf onze camping konden zien, gelegen op een hoge rots.

Toendertijd was het een ruïne maar in 1977 zijn ze begonnen met restaureren en tegenwoordig is Chateau de Vianden een monument van Europese rang waar zo’n twee honderd duizend bezoekers per jaar op afkomen.

Nadien lopen we naar de plek waar we vroeger kampeerden aan de rivier de Our en in het centrum van de plaats zijn toevallig allemaal draaiorgels actief.

Vervolgens rijden we naar het stadje Diekirch, Dennis had gisteren in een folder gezien dat hier ook een oorlogsmuseum is gewijd aan het Ardennenoffensief (Musée National d’Histoire Militaire), dus dat sluit mooi aan bij het museum in Bastogne.

Er zijn prachtige levensgrote, realistische diorama’s te bekijken en ook zijn er weer vele oorlogsvoertuigen te zien.

Daarna rijden we nog zo’n tien kilometer om uit te komen bij Iermsdref, weer een gratis plek met rondom groene heuvels waar we prima kunnen overnachten, het is geen weer om buiten te zitten en in de camper is alles aanwezig wat we nodig hebben ! 

Verslag 4

Net als gisteren hebben we vandaag droog, zonnig weer al blijft de temperatuur wel wat achter. Het eerste wat we ’s morgens echter steeds doen is de kachel aanzetten want het koelt ’s nachts flink af (tussen de drie en zes graden).

Vandaag wilden we een flink eind rijden richting zuiden, onderweg wat bekijken en tolwegen vermijden. Het liep echter niet geheel zoals gepland. We waren nog maar net onderweg (nog in Luxemburg) toen we bij een smalle weg een tegenligger iets raakten waarbij bij beiden de spiegel afbrak, duidelijk domme pech. Met de “tegenpartij”, een Duitser die gelukkig net als Wim heel kalm bleef, hebben we gegevens uitgewisseld en de verzekering moet het verder maar uitzoeken, al waren ze vandaag (zondag 17 mei) natuurlijk niet bereikbaar voor lichte ongevallen. Wim heeft de spiegel kunnen vastmaken en hiermee redden we het wel tot het einde van de reis, al zitten er wel allemaal barsten in, ook doet de richtingaanwijzer het gelukkig nog.

      

De route was afwisselend door bossen, kleine plaatsjes, langs wijngaarden en gedeeltelijk over snelwegen, we bevinden ons zelfs nog een tijdje in Duitsland ! 

Tegen vieren komen we aan bij Molsheim (de Elzas in Frankrijk) waar we het stadje wilden bekijken maar alles is afgezet vanwege een feest waarna we doorrijden naar Obernai. Ook hier kunnen we de camper echter niet kwijt dus besluiten we naar de (van te voren uitgezochte) overnachtingsplek te gaan en van daaruit met de auto van Dennis terug te rijden naar het centrum van Obernai.

Eenmaal aangekomen bij deze parkeerplaats, op ruim drie honderd meter hoogte,  stopt de auto van Dennis er ineens mee en we krijgen hem niet meer aan de gang (de accu zit vol en de startmotor werkt gewoon !), dus een etentje in Obernai gaat niet door.

Het heeft weinig zin om nu (zondagavond)  nog actie te ondernemen, we kunnen hier overnachten en morgen nemen we wel contact op met de ANWB  ……maar het is wél balen, een echte pechdag !!!

Verslag 5

Vanmorgen was het veel telefoneren en geduld hebben: om half negen heeft Wim voor het eerst gebeld met de ANWB en pas na half twee kwam er een sleepwagen.

Na een korte inspectie concludeerde de chauffeur dat de brandstofpomp (carburateur) kapot is en heeft hij de Renault Kangoo van Dennis meegenomen naar een depot in Rosheim. Wij zijn er natuurlijk met de camper achteraan gereden.

Hiervandaan moet de auto dan door een garagebedrijf opgehaald worden en daar wordt dan bekeken wat het mankement werkelijk is. Vervolgens moet het onderdeel besteld worden en daarna nog geplaatst, bij elkaar kan dit wel vijf dagen duren ! Wij zijn met onze camper, met Dennis als tweede passagier, vijf kilometer verderop gereden naar camping Municipal in Molsheim waar we voor meerdere dagen een plaats geboekt hebben. (We hebben hier vijf jaar terug ook gestaan met de Mamma Mia groep).

Gelukkig hadden we vanuit Holland een tentje meegenomen, wat nu heel goed uitkomt, want in de camper kunnen maar twee personen slapen. Voor het eerst krijgen we echt het “campinggevoel” en houden we “happy hour” buiten onder de luifel.

Tegen zessen wandelen we naar het leuke centrum van Molsheim en bezoeken daar een restaurant waar we  Flammenkuchen (Tartes Flambees) eten, een verlate traktatie van Dennis voor Moederdag.

Met volle maag wandelen we terug naar de camping en sluiten zo de dag weer positief af !

Verslag 6

Vanmorgen hebben er urenlang een aantal politieagenten over de camping rondgelopen, er blijkt vannacht bij diverse campers rondom ons ingebroken te zijn, iets wat hier nog niet eerder gebeurd is. Vooral bij kleine, oudere exemplaren waar waardevolle spullen zichtbaar waren zijn ruitjes ingetikt of sloten opengebroken, ook is er geld buitgemaakt. Vlakbij onze camper liggen wat achtergelaten spulletjes maar verder hebben ze bij ons gelukkig niets geprobeerd.

Gisteren hebben we, nadat we een plekje hadden gekregen op de camping, de fiets van Dennis opgehaald zodat we hier fietsend de omgeving kunnen verkennen. Vanmorgen zijn we het stadje even in geweest voor wat boodschappen en vanmiddag wilden we het Bugatti-museum in Molsheim bekijken, maar het blijkt dat hier de fabriek gevestigd is, het officiële museum bevindt zich in Mulhouse, honderd kilometer verderop.

Wel blijken er enkele oldtimers in een klooster hier in de plaats te staan, maar deze zijn pas morgenmiddag weer te bekijken. Hier in de omgeving leven veel ooievaars, regelmatig komt er één voorbij vliegen en vanuit de camper kijken we op een nest met jongen.

Ook vandaag hebben we weer regelmatig telefonisch contact met de ANWB , al moet het wel steeds van onze kant komen. Pas aan het eind van de middag krijgen we te horen dat de auto nu bij een garage, vijftig kilometer noordelijk, staat en dat de oorzaak van de storing bekend is: het heeft inderdaad met de brandstofpomp te maken. Nu moet het onderdeel besteld worden en als alles goed gaat is de Renault vrijdagmiddag gerepareerd en kunnen we hem op gaan halen. Er zit wel een aardig prijskaartje aan (ruim negen honderd euro !) terwijl de auto vorige week nog de grote beurt en APK gehad heeft plus twee nieuwe banden én de distributieriem is vervangen ! Hopelijk is het daarna voor lange tijd gebeurd met onkosten voor Dennis. We hebben gelukkig bij kunnen boeken op de camping tot zaterdagmorgen en de komende dagen gaat het prachtig weer worden dus we vermaken ons hier wel tot die tijd !

Verslag 7

Net na de middag zijn we vandaag met de fiets op pad gegaan naar Fort de Mutzig, een ritje van normaal een half uur.

Helaas stuurt Google Maps ons over slechte, onverharde paadjes die ook nog eens vrij steil zijn via een omweg naar het fort, waardoor we er pas tegen half drie aankomen.

Maar het was de moeite zeker waard: Fort de Mutzig, vroeger heette het Feste Kaiser Wilhelm 2, opgericht tussen 1893 en 1916, is de grootste vesting formatie van de Eerste Wereldoorlog. Op een oppervlakte van 254 ha bevonden zich daar tussen 1914 en 1918 zeven duizend  Duitse soldaten. De kazemat was zo groot dat de Fransen na twintig minuten vechten tegen de Duitsers al door hadden dat de vesting niet te verslaan was en gedurende de rest van de oorlog zijn er geen aanvallen meer geweest. Wij mogen een klein gedeelte van het grote terrein bekijken en lopen door diverse gangen in het fort, zien enkele vroegere verblijven van de soldaten en hoe ze daar geleefd hebben, zo’n honderd jaar geleden.

Ook buiten is het interessant: de gehele vesting is omgeven door een zes kilometer lange gordel van zestien loopgraven. We zien kanonnen, diverse gepantserde observatiepunten en een infanteristenvertrek.

Pas tegen vieren verlaten we het gebied en fietsen terug naar de camping.

Nu gaan we veel bergafwaarts (het fort ligt op 348 meter hoogte), soms met een snelheid van veertig kilometer p/u en de remblokjes van mijn fiets stinken gewoon van het vele afremmen. Ook hebben we nu een veel betere route door leuke dorpjes en binnen een half uur zijn we weer bij de camper waar we nog geruime tijd heerlijk in het zonnetje kunnen zitten !

Verslag 8

Het is vandaag prachtig weer dus eindelijk kunnen de korte broeken aan. We pakken onze fiets en rijden naar Obernai waar we eigenlijk zondag al met de auto van Dennis naartoe wilden.

Obernai is een leuk plaatsje vol vakwerkhuizen liggend aan de “Route des Vins d’Alsace”.

Nadat we er rondgewandeld en iets gegeten hebben bij de plaatselijke bakker fietsen we richting Rosheim ook een pareltje van de Elzas.

Op de terugweg gaan we gelukkig bergafwaarts tussen de velden vol druivenranken door en na, in totaal, zes en twintig kilometer rijden zijn we tegen tweeën weer terug op de camping waar we de rest van de dag buiten doorbrengen !

Verslag 9

Vanmorgen tegen elven, na diverse telefoontjes van onze kant, kwam dan eindelijk het goede bericht dat de auto van Dennis gerepareerd is en opgehaald kan worden in het plaatsje Hattmatt, iets boven Saverne. We maken onze camper startklaar en gaan eerst nog even langs bij een grote supermarkt zodat we de komende dagen (en met Pinksteren) genoeg voorraad hebben (Er ligt zelfs konijn in de koelkast !).

Tegen tweeën kan Dennis weer in z’n eigen auto rijden en zo’n drie kwartier later zijn we terug op de camping waar we het de rest van de dag kalm aan doen. Het is inmiddels dertig graden en we zijn blij met de schaduw van de vele bomen op het terrein.

Ondertussen wordt het hier flink druk met campers en caravans vanwege het lange weekend.  Tegen de avond gaat, voor het eerst deze reis, de barbecue aan en tot bedtijd kunnen we buiten verblijven.

Morgen trekken we weer verder, maar ondanks alles hebben we het  hier prima naar de zin gehad !

Verslag 10

Via binnenwegen hebben we vanmorgen eerst nog een stuk door de Elzas gereden waarna we de afslag naar  Sainte-Marie-aus-Mines genomen hebben.

Hier begint de mooie “route des Crêtes” door de Vogezen met hoogtes van veertien  honderd meter.

Het is er vandaag gigantisch druk met motorrijders, wielrenners, mountainbikers, wandelaars en camperaars zoals wij. Met het warme weer (ruim dertig graden) is het op deze hoogte goed uit te houden wanneer we slingerend door de bergen rijden.

Tegen drieën zijn we bij Cernay, iets boven Mulhouse, en rijden daarvandaan door naar het Ecomusée d’ Alsace in Ungersheim, het grootste  Openluchtmuseum van Frankrijk met zo’n zeventig boerenwoningen die dateren uit de periode van 1850-1950.

Overal in het park zijn ooievaarsnesten, vaak met enkele jongen erin, en regelmatig horen we het klepperen wanneer een ooievaar terugkeert in het nest en zien we het bijbehorende mooie ritueel: beide volwassen vogels gooien hun hoofd, al klepperend, helemaal achterover.

Wanneer we tegen zessen het park verlaten komen er ontzettend veel Fransen net binnen, het park blijkt vandaag tot negen uur open te zijn. Wij hoeven geen plek meer te zoeken om te overnachten want we kunnen gewoon op de parkeerplaats blijven staan onder één van de gigantische afdaken, volgebouwd met zonnepanelen. En we zijn echt niet de enigen, er staan hier tientallen (allemaal Franse) campers, wel weer heel iets anders dan de afgelopen dagen !

Verslag 11

Net als in een groot deel van Europa, inclusief Nederland, is het hier al enkele dagen tropisch warm waardoor je de plannen moet aanpassen. We zouden een paar stadjes gaan bekijken maar door de hitte én het Pinksterweekend heeft dit nu weinig zin. We rijden eerst enige tijd door Duitsland en om elf uur komen we, na anderhalve week, aan in Zwitserland, samen met Italië het hoofddoel van onze reis. Af en toe zien we in de verte de besneeuwde bergen waar we de komende weken doorheen willen trekken.

In het plaatsje Aargau stoppen we om een kasteel te bekijken maar komen uit bij een soort privé onderkomen wat we natuurlijk niet van binnen mogen zien.

Iets verderop in Seengen staat Schloss Hallwyl, één van de mooiste kastelen van Zwitserland en hier is het dan ook zo gigantisch druk dat we de campers nergens kwijt kunnen. Onder het rijden maak ik enkele foto’s  en daar blijft het bij.

We besluiten om een plek te zoeken waar we kunnen overnachten én schaduw hebben al zal dat moeilijk worden. Toch lukt het ons: om twee uur staan we aan de Baldeggersee  bij een Strandbad waar slechts vijf camperplaatsen zijn. Wij kunnen er zelfs de luifel uitdoen en relaxen in de schaduw met een mooi boek terwijl Dennis uren doorbrengt  in en bij het meer. 

(Even gepind: Zwitserse Francs !)

(En ook hier zijn weer ooievaars !)

Natuurlijk wordt er buiten gekookt, in de camper is het nu te heet, en zitten we weer de hele avond buiten uitkijkend op de mooie Zwitserse bergen !

Verslag 12

Vandaag hebben we een prachtig stukje Zwitserland gezien: via de noordoost kant van het mooie Vierwoudstrekenmeer  (Vierwaldstättersee) zijn we naar het Urner meer gereden, al die tijd langs het water rijdend.

Via binnenwegen zijn we vervolgens naar de plaats Wassen gegaan met de bedoeling de Sustenpass over te steken. We reden al op sneeuwhoogte (2000 meter hoogte)  en zagen regelmatig een mooie waterval tot we opeens niet meer verder konden, de pas bleek nog gesloten zonder dat dit aangegeven stond.

Voor we omgedraaid zijn hebben we er eerst maar geluncht zodat we nog even konden genieten van de prachtige omgeving.

We besloten dan maar de Furkapas te gaan rijden en dan weer een stukje noordelijk naar Meiringen en Brienz, maar ook deze pas is nog geblokkeerd door sneeuw. Voor vandaag hebben we genoeg moois gezien dus bij de plaats Andermatt zetten we onze campers op een groot parkeerterrein waar je mag overnachten en zitten daar tot de zon achter de bergen verdwijnt buiten. We bevinden ons op ruim veertien honderd meter hoogte dus ’s avonds koelt het wel af.

Ondertussen heb ik uitgezocht hoe we het beste onze route kunnen vervolgen:  morgen rijden we via tolwegen (daar hebben we een pas voor gekocht) terug naar het Vierwoudstrekenmeer om daarna weer zuidelijk te gaan naar de Brienzer See,  hopelijk zijn deze wegen allemaal sneeuwvrij !

Verslag 13

De omweg van ruim honderd kilometer die we moesten maken vanwege de gesloten pas verliep prima al zijn de wegen niet te vergelijken met die in Holland: je hebt regelmatig met grote hoogte verschillen te maken, we rijden door lange tunnels (de langste was ruim acht kilometer) en het laatste stuk zat vol haarspeldbochten.

Nadat we in Meiringen bij de COOP  onze voorraden hebben aangevuld rijden we naar Aareschlucht, waar de rivier de Aare een twee honderd meter diepe kloof heeft uitgesleten in de rotsen.

Het koude water stroomt er met twee meter per seconde door de veertien honderd meter lange gorge heen.

Je kunt er helemaal langs lopen en op z’n smalst is de afstand tussen de twee wanden slechts een meter breed, werkelijk een schitterend natuurfenomeen.

Nadat we helemaal door de kloof hebben gewandeld nemen we dezelfde weg weer terug, het is zo indrukwekkend. 

Meiringen is een kleine stad in het hart van de Hasli-vallei en er is hier van alles te bekijken, we hebben dan ook op de leuke camping “auf dem Alpen” voor drie nachten een plek geboekt waar we rondom tussen de bergen staan.

De eigenaar is een leuke gastvrije man die mij zelfs via een “VR-bril” allerlei bezienswaardigheden van de omgeving laat zien.

Ook vandaag is het weer ruim dertig graden dus eenmaal gesetteld gaan we alle drie het zwembad behorend bij de kampplaats in.

Vanavond is Dennis de kok en maakt hij een heerlijke Griekse maaltijd klaar !

Verslag 14

Natuurlijk hebben we vandaag vanaf onze mooie camping weer iets ondernomen: vlakbij in Schattenhalb zijn we met een nostalgische houten wagon de berg opgegaan om uit te komen bij de prachtige Reichenbachfälle, een honderd twintig meter hoge waterval die we vanaf verschillende kanten kunnen bekijken.

Hoog in de bergen maken we  een mooie, afwisselende  wandeling waarbij we regelmatig het water zien vallen.

(Deze stepjes kan je huren !)

Rond tweeën zijn we terug en blijven de rest van de dag op de kampplaats waar we weer afkoelen in het zwembad, we boffen nog steeds met het prachtige weer !

Verslag 15

Ook vandaag hebben we weer een schitterend stukje van Zwitserland gezien: met de auto van Dennis zijn we via een vrij steile, smalle bergweg naar Rosenlaui gereden (hier mag je met de camper niet komen !)  waar zich op 1370 meter hoogte de “Gletscherschlucht” bevindt die op de lijst van UNESCO staat. 

Eigenlijk zien we hier samengevoegd wat we gisteren (Reichenbachfall) en eergisteren (Aareschlucht) bekeken hebben.

Via een wandelpad met twaalf tunnels en een paar honderd treden lopen we door een heel smalle kloof waar een waterval doorheen valt.

Weer kijken we onze ogen uit en worden er heel wat foto’s gemaakt.11

Na zo’n vijf honderd meter lopen en honderd vijftien meter hoger dan het startpunt komen we de kloof weer uit en vervolgen onze weg langs het water en door een bos terug naar de auto.

Helemaal onder de indruk rijden we de mooie bergweg weer af en tegen tweeën zijn we terug op de camping. Weer wordt het zwembad gebruikt en natuurlijk komt het spel Carcassonne op tafel. We hebben hier enkele heerlijke dagen gehad, morgen trekken we weer verder, er is overal zoveel moois te zien !

Verslag 16

Nadat we vanmorgen via de noordkant langs de mooie Brienzer See  zijn gereden gaan we in zuidelijke richting naar het “Berner Oberland”.

Hier bevinden zich enkele van de hoogste bergen van Zwitserland zoals de Eiger (3970 m), de Mönch (4099 m) en de Jungfrau (4158 m). Voor we naar camping Rütti in Stechelberg rijden stoppen we bij de Trümmelbachfälle, de grootste ondergrondse watervallen van Europa.

Elke seconde valt er twintig duizend liter gletsjerwater door een nauwe kloof honderd veertig meter naar beneden wat een oorverdovend geluid geeft.

Via een steile tunnellift zijn we snel honderd meter hoog en daarvandaan lopen we via vele trappen eerst verder omhoog om vervolgens weer af te dalen.

In tien cascades zie je het water vallen waarbij je niet altijd droog blijft, ook is het vrij koud in de rotsgalerijen.

Zodra we echter weer beneden zijn is het weer flink warm ook al bevinden we ons tussen de bergen. Gelukkig zijn er nog enkele plekken vrij op de schitterende, kleine camping Rütti waar we uitkijken op vier watervallen, besneeuwde bergen, kabelbanen en vele paragliders die soms lange tijd boven ons rondcirkelen.

We pakken onze fietsen en rijden naar het dichtbij gelegen centrum, vanwaar diverse kabelbanen omhoog gaan naar de Schilthorn, om informatie in te winnen.

Morgen, op de verjaardag van Wim, gaan we naar Piz Gloria, gelegen op 2970 meter hoogte, met de steilste kabelbaan ter wereld ! Dat wordt weer een heel bijzondere dag !

Verslag 17

Terwijl Wim vanmorgen tijdens het ontbijt zijn verjaardagscadeau van Marcel en Marieke aan het uitpakken was kwamen enkele koeien luid klingelend voorbij lopen, een leuk begin van de dag.

Een uurtje later sjezen we met onze fietsen heuvelafwaarts naar de kabelbaan zonder ook maar één keer te hoeven trappen. Nadat we kaartjes hebben gekocht voor de top van de Schilthorn stappen we de eerste gondel in die ons naar het leuke plaatsje Murren, op 1638 meter hoogte, brengt.

Hier wandelen we eerst een tijdje rond voor we met de volgende kabelbaan verder omhoog gaan naar Birg, een soort arendsnest, gelegen op 2670 meter hoogte.

Vanaf een prachtig terras kijk je hier op de besneeuwde bergen en via de “Trill Walk” loop je net boven de rand van de steile klif en kan je de sneeuw aanraken.

Vervolgens gaan we nog drie honderd meter hoger om uit te komen bij de Schilthorn Piz Gloria waar we een 360 graden panorama uitzicht hebben op zo’n twee honderd bergen..

In 1968 is hier de James Bond film “On Her Majesty’s Secret Service” opgenomen en fragmenten van de film zijn hier boven in een filmzaal te bekijken.

We wandelen door de sneeuw naar de uiterste punt, al vindt Dennis het wel spannend met z’n hoogtevrees, maar hij komt een heel eind.

Ook bevindt zich op de top een draaiend restaurant waar je in vijf en veertig minuten alle bergen een keer ziet. Hier worden we door Dennis getrakteerd op een heerlijke brunch, een lopend buffet met Zwitserse specialiteiten, onder andere Alpenmacaroni (pasta met gebakken uitjes, aardappelen en gesmolten kaas).

Na nog een laatste blik op de schitterende bergen dalen we weer af naar Birg waar we weer een tijdje verblijven. Dennis durft nu ook de “Trill Walk” en eindigt met een sneeuwbal in z’n hand.

Weer aangekomen in Murren kopen we bij een supermarktje gebak want dat hoort er natuurlijk bij wanneer je verjaart en eenmaal terug op de camping, we zijn dan in totaal wel vijf uur verder, nuttigen we daar taart met bubbeltjes wijn.

Tegen achten horen we ineens trommelgeluid en even later komt de plaatselijke schutterij voorbij lopen, die bij de camping een borreltje komen drinken.

Wim heeft in ieder geval een heel speciale verjaardag gehad !

Verslag 18

Via het toeristische Lauterbrunnen hebben we het prachtige dal weer verlaten en bij Interlaken zijn we in westelijke richting gegaan om een rondje langs de Thuner See te maken. We wilden het mooie slot bij Oberhofen bekijken maar overal aan het meer zijn alle parkeerplekken vol, het is dan ook zondag én nog steeds prachtig weer. Ook iets verderop bij de plaats Thun zien we een prachtig kasteel maar weer lukt het

niet om ergens te parkeren.

Toch genieten we van de mooie omgeving en eenmaal bij Spiez kan ik toch nog een middeleeuws kasteel “vereeuwigen”.

Nadat we de zuidkant van de Brienzer See gepasseerd zijn moeten we weer helemaal terug naar het Vierwoudstedenmeer, dezelfde route die we zes dagen terug in tegenovergestelde richting hebben gereden, dit omdat de passen nog niet allemaal open zijn.

We zijn nog in de buurt van Meiringen wanneer we op een schuine berghelling ineens niet verder kunnen: een motorrijder is op de verkeerde weghelft tegen een busje aangereden waardoor het hele verkeer stil ligt.

Er is politie, brandweer en een ambulance aanwezig maar ik weet niet hoe het met de motorrijder is afgelopen.

Na anderhalf uur kunnen we weer verder rijden en komen door diverse tunnels en over snelwegen tot we tegen vieren aankomen bij een camperplaats in Gurtnellen, iets boven de plaats Wassen.

We willen pas morgenvroeg door de St. Gotthardtunnel rijden (de Gotthardpas is net open maar er wordt geadviseerd om sneeuwkettingen mee te nemen, die we niet hebben !) omdat daar in het weekend veel files staan, iets wat later bevestigd wordt door een Nederlands stel dat uit Italië komt. We hebben net onze stoelen buiten gezet aan de snelstromende rivier Reuss wanneer het begint te regenen en te onweren dus verhuizen we naar binnen.

Na dagen buiten geleefd te hebben vinden we het in de camper ook wel weer knus !

Verslag 19

Het heeft de hele nacht geregend (waardoor we prima sliepen met het getik op en dak) en ook vanmorgen is het nog grauw en vochtig. Wanneer we echter de zeventien kilometer lange St. Gotthardtunnel uitkomen schijnt de zon en al snel stijgt de temperatuur naar rond de dertig graden. Ineens doet alles heel Italiaans aan terwijl we ons toch nog lange tijd in Zwitserland bevinden.

We rijden naar het Lago Maggiore waar we iets voorbij Brissago de grens met Italië over gaan.

We hadden een ACSI voordeelcamping gevonden bij de plaats Lesa, vrij zuidelijk aan het meer, maar voor we daar aankomen zijn we uren verder. Eerst rijden we via smalle wegen pal langs het meer tot we door een wegversperring ineens de bergen in moeten en door dorpjes en over allerlei pasjes rijden, soms door straatjes waar we maar net door kunnen.

(We zijn toch niet in Pisa ?)

Het is al tegen vieren voor we arriveren bij camping Solcio waar blijkt dat deze zo goed als vol is. Gelukkig komt er tegen vijven nog een plekje vrij waar we samen kunnen gaan staan en we boeken gelijk voor drie nachten.

Ondertussen zijn we oververhit en zoeken we verkoeling in het verfrissende water van het meer.

Tegen de avond wordt de barbecue weer gebruikt, tot tien uur zou het droog blijven, daarna is er kans op flinke onweersbuien en morgen gaat het de hele dag regenen……… we zien wel hoe het loopt, we vermaken ons toch wel !

Verslag 20

Vannacht begon het te regenen en te onweren en dat doet het vanmorgen nog steeds, onder de voortent is het een grote waterplas en ook de opgeklapte stoelen zijn niet meer droog.

Het wordt dus binnen ontbijten, lezen en spelletjes doen. Tegen de middag is het een tijdje droog en wandelen we het dorpje in, maar deze stelt niet veel voor.

Ook ’s middags valt er af en toe een bui en de temperatuur komt niet boven de twintig graden, een heel verschil met gisteren.

Bij de camping is een prima restaurant waar wij ’s avonds een heerlijke pizza eten, maar wanneer we daarna naar buiten gaan worden we weer verrast door een flinke plensbui !

Verslag 21

De zon schijnt vandaag weer volop en na het ontbijt pakken we onze fietsen om via een tien kilometer lange, vlakke weg, grotendeels langs het meer, naar de badplaats Stresa te rijden.

Hiervandaan gaan constant boten naar de drie Borromeïsche eilanden, gelegen in het Lago Maggiore. Wij starten tegen elven bij Isola Madre, een groot gedeelte hiervan bestaat uit mooie tuinen, maar er staat ook een oud kasteel dat we van binnen mogen bekijken.

Vervolgens varen we naar Isola Pescatori, dit visserseiland heeft wel heel smalle straatjes.

Hier houden we lunchpauze bij een leuk restaurantje  om daarna met de boot naar het derde eiland, Isola Bella, te gaan.

En “bella” is het eiland zeker met z’n zeventiende-eeuwse Palazzo Borromeo dat vele luxueuze vertrekken heeft.

Ook de terrasvormige tuin vol met beelden is een lust voor het oog.

Pas tegen vieren zijn we terug aan wal waarna we nog een half uurtje fietsen voor we op de camping aankomen. Daar gaan we eerst alle drie voor verkoeling het meer in waarna we de rest van de dag buiten doorbrengen, nagenietend van een prachtige dag !

Verslag 22

Vanmorgen hebben we de camping weer verlaten en zijn naar het iets zuidelijker gelegen Arona gereden waar een gigantisch groot koperen standbeeld (35 meter hoog) staat van kardinaal Carlo Borromeo, de  beschermheilige van de Borromeïsche eilanden, geboren in Arona (1538).

Je kunt vanaf het plateau het beeld inklimmen via een heel steile trap en komt dan uit bij het hoofd.

Tot voor twee jaar terug kon je door de oogkassen en de ooropeningen naar buiten kijken maar het beeld, dat al stamt uit 1698, begint verschijnselen van verval te vertonen, waardoor  het laatste stukje omhoog nu verboden is. 

Desalniettemin had ik een mooi uitzicht door enkele ramen hoog in het standbeeld.

Vervolgens rijden we naar Lago d’Orta, één van de minst bezochte meren van Italië en ook wij komen er nu voor het eerst. Toch staat camping Orta goed vol al is er voor ons nog wel een leuk plaatsje vrij.

Na de middag gaan we op de fiets naar de vlakbij gelegen belangrijkste plaats aan het meer: Orta San Giulio, een klein stadje gelegen op een schiereiland met fraaie paleizen en een gezellig centraal plein.

Weer zijn de straatjes gigantisch smal en kom je steeds weer uit bij het water.

Het is vandaag broeierig warm dus gaan we terug naar de camping waar Dennis voor verkoeling het meer in gaat.

(Met dit warme weer moet het haar zo kort mogelijk zijn !)

Tot zes uur zitten we buiten,  dan begint het te regenen en verhuizen we naar binnen, morgen gaan we het stadje verder bekijken !

Verslag 23

Vandaag (vrijdag 5 juni) ben ik een jaartje ouder geworden, vanaf nu krijg ik ook elke maand AOW. Ik heb heel wat felicitaties gekregen en ook nu hadden Marcel en Marieke voor een cadeau gezorgd dat ze aan Dennis hadden meegegeven.

Na het ontbijt fietsen we weer naar Orta San Giulio, maar nu gaan we heuvelopwaarts naar het heiligdom Sacro Monte di Orta, gebouwd tussen 1591 en 1770 en gewijd aan Franciscus van Assisi.

Via een kronkelend pad komen we langs eenentwintig kapellen, de meeste in barokstijl, waarin fresco’s en beeldengroepen  taferelen uit het leven van de heilige Franciscus voorstellen.

Het is werkelijk schitterend om te zien en bewonderenswaardig dat na vele eeuwen de beelden er nog zo mooi uitzien, sinds 2003 staat Sacro Monte op de lijst van UNESCO. 

Vanaf de heuvel kijken we neer op Isola di San Giulio, een volgebouwd eilandje met onder andere een mooie basiliek, waar je met een boot naartoe kunt om het te bezichtigen.

Nadat we lange tijd rondgewandeld hebben langs alle kapellen rijden we weer naar de leuke Piazza Mario Motta, het centrale plein van Orta San Giulio waar net een belangrijk festijn voor de “carabinieri” is geëindigd, tientallen politiemannen in prachtige uniformen staan er nog in groepjes te praten.

Ook een bruidspaar laat zich vereeuwigen op deze prachtige locatie.

We strijken er neer op een terrasje waar Dennis ons trakteert op een heerlijke pizza

(mijn verjaardagscadeau).

Na nog een wandeling door de smalle straatjes met een lekker Italiaans ijsje pakken we onze fietsen weer en rijden terug naar de camping, waar we ons de rest van de dag prima vermaken !

Verslag 24

Het heeft vannacht lange tijd gestortregend en ook vanmorgen is het nog grauw en vochtig, gelukkig hadden we gisteren alles al opgeruimd en kunnen we na het ontbijt zo weg rijden naar het volgende meer: Lago d’Iseo. We nemen vandaag tolwegen want we hebben een afstand van honderd vijf en tachtig kilometer te overbruggen en gelukkig arriveren we net voor enen op camping Eden in Pisogne, zodat we voor de twee uur middagsluiting het terrein op kunnen. Dit keer bouwt Dennis zijn tent weer op: er mag geen auto bij de camper staan en er waren geen twee plekken naast elkaar vrij. Het komt eigenlijk wel goed uit want nu kunnen we morgen met zijn auto op pad, ook wordt er voor de komende dagen geen regen meer voorspeld dus de tent blijft droog.

Nadat we een boterhammetje hebben gegeten gaan we met de fiets eerst de plaats Pisogne verkennen waarna we verder rijden naar Lovere, zo’n acht kilometer verderop.

Hier aangekomen beklimmen we de vijftiende-eeuwse Torre Civica vanwaar we een mooi uitzicht hebben over het stadje.

Ook het historische plein ziet er gezellig uit.

Nadat we terug zijn op de camping gaat Dennis natuurlijk even het meer in voor verkoeling, waarna het tijd is voor “happy hour”.

Ook de barbecue komt weer tevoorschijn, het warme zonnige weer is gelukkig helemaal terug !

Verslag 25

Lago d’Iseo is een gletsjermeer van ongeveer 65 km 2 met rondom bergen, het lijkt wel een beetje het Gardameer in het klein. Vanmorgen zijn we met de Renault van Dennis naar de plaats Marone gereden om hiervandaan via slingerwegen de bergen in te gaan naar het gehucht Cislano. Hier ligt de ingang van het Regionaal Reservaat van de Erosie-Piramides waar torenspitsachtige rotsformaties oprijzen. Op het puntje van elke piek balanceert een rotsblok, een apart erosieproces.

We maken een wandeling naar deze “piramides” op  zo’n vijf honderd meter boven zeeniveau en kijken mooi uit op het meer.

We hadden daarna nog door kunnen rijden naar de plaats Iseo om vandaar met een boot naar het eiland Monte Isola te gaan, maar we hebben van de week al drie prachtige eilandjes bekeken, dus rijden we terug naar de camping. Het is prachtig weer en we zitten geruime tijd aan het meer waar een verfrissend windje waait en van alles te beleven valt.

We maken er een “luie” middag van en net als gisteren kunnen we daarna tot bedtijd buiten verblijven.

(Wim en Dennis zijn beiden kok vanavond en bereiden weer een heerlijke maaltijd !)

Het is hier al volop “hoogseizoen”: beide avonden is er livemuziek te horen en ook was er gisteravond vuurwerk !

Verslag 26

We hebben het Lago d ‘Iseo weer verlaten om naar een van de vele andere meren in Italië te rijden, namelijk het Lago d’Idro, ook een gletsjermeer maar met een oppervlakte van slechts elf vierkante kilometer. Onderweg rijden we door heel veel tunnels want we bevinden ons in erg bergachtig gebied.

Tegen twaalven komen we aan bij camping Belvedere en kunnen daar op het laatste vrije plaatsje aan het water gaan staan. Voor het eerst wordt de subplank opgeblazen en gaat Dennis het water op, al lukt het hem niet om lang hierop te staan, zittend gaat beter.

Zelfs ik sta, na enkele jaren, weer even peddelend op de plank.

We zijn heel verbaasd wanneer we ineens vier amfibievoertuigen op het water voorbij zien varen, die later bij de camping de wal weer op rijden, prachtig om te zien.

Onze volgende bestemming is de plaats Riva aan het Gardameer, waar Wim en ik elkaar tweeënvijftig jaar geleden voor het eerst ontmoet hebben, dus wilden we vandaag vast een plek bespreken voor een week op camping Al Lago. Helaas blijkt deze camping zo goed als vol te zijn de komende weken, er is nog slechts één plekje vrij van donderdag tot zaterdag, dus deze hebben we toch maar geboekt.

De komende twee dagen staat we in ieder geval prima pal aan het water van het Idro meer !

Verslag 27

Ons plekje aan het Idro meer bevalt ons prima: het is schaduwrijk, wat wel lekker is met achtentwintig graden, maar we kunnen ook in de zon zitten of zo het water in plonsen.

Maar natuurlijk willen we ook wat van de omgeving zien en na de middag pakken we onze fietsen en rijden naar de overkant van het meer waar een groot historisch militair fort tegen de berghelling aan ligt.

Het stamt al uit de vijftiende eeuw en is later, begin achttien honderd, door Napoleon verder uitgebreid tot het grootste fort van Italië. Om het te bezichtigen moet je vele steile paden oplopen en goede schoenen aan hebben (alleen Wim heeft z’n wandelschoenen aan) dus het blijft bij het bekijken vanaf een afstand, wat niet erg is met dit warme weer.

De fietstocht op zich, zo langs het water, is al heel mooi en we hebben toch weer ruim twee en twintig kilometer afgelegd. Rond het meer bevinden zich diverse campings maar het is hier een stuk rustiger dan bij de andere meren waar we tot nu toe geweest zijn, waarschijnlijk ook omdat er hier maar beperkt gevaren mag worden, geen jetski’s of snelle speedboten, je ziet hier veel supplanken en kano’s. 

Eenmaal terug op de kampplaats genieten we weer van het mooie plekje en rond half acht wandelen we naar het druk bezochte restaurant op de camping waar we buiten op het terras een prima maaltijd nuttigen !

Verslag 28

Gisteravond was het in de verte aan het flitsen en donderen, maar het was nog heerlijk weer dus zaten we onder de voortent een spelletje Carcassonne te spelen. Het onweer kwam snel dichterbij en ineens begon het hard te waaien en kwamen er grote  hagelstenen naar beneden.

Zo snel mogelijk hebben we het spel opgeruimd en zijn we naar binnen verhuisd waar we alle kaartjes te drogen hebben gelegd.

De rest van de avond en nacht ging het flink te keer en knalde de hagel op het dak van de camper. Dennis heeft zelfs enkele kleine putjes op de motorkap van z’n auto, maar verder hebben we geen schade. In grote delen van Europa is het nu onbestendig weer met veel hagel en onweer. Vandaag hebben we een groot deel van de dag in de camper doorgebracht, weer was de regen spelbreker. Tegen vieren kwam de zon even tevoorschijn en had meteen veel kracht, maar even later begon het weer te plenzen. 

Gelukkig komt vanaf morgen het mooie weer terug en wordt het ook weer een stuk warmer !

Verslag 29

Het weer is helemaal opgeklaard en de lucht is weer onbewolkt stralend blauw. We verlaten de idyllische camping Belvedere aan het Idromeer om via een prachtige route door de bergen,  langs het helderblauwe Ledromeer , naar Riva del Garda te rijden.

Tegen twaalven komen we aan bij camping Al Lago waar we hartelijk welkom worden geheten door Karin, Laura en Sergio. Luciano, de man van Karin, ligt ziek op bed, maar die zien we hopelijk later nog.

Telefonisch kregen we twee dagen terug te horen dat  er alleen een kleine plek vlak bij de straat vrij was en we zijn dan ook heel verbaasd dat we een prachtige plek vlakbij het strand krijgen.

Natuurlijk gaan we meteen enkele bekende plekjes opzoeken langs het water.

En na de lunch gaan we op de fiets Riva in, waar het opvallend druk is voor de tijd van het jaar.

Een bekend punt op de berg, die tegen het stadje aan ligt, is de kasteelruïne, waar je zo’n vijftig jaar terug met een simpele kabelbaan naartoe kon. Dit was het eerste “uitje” waar Wim en ik, toen we elkaar tweeënvijftig jaar geleden leerden kennen, samen heengingen.

De kabelbaan verdween en jaren lang kon je alleen omhoog lopend  naar de ruïne. Sinds 2020, een jaar nadat we voor het laatst in Riva zijn geweest, kan je met een moderne kabellift omhoog en dat hebben wij natuurlijk vandaag ook gedaan.

Het uitzicht vanaf het kasteeltje is schitterend, zeker met dit heldere weer !

Omdat we nostalgische plekjes willen bezoeken lopen we ’s avonds naar Pizzeria Villa Aranci, waar we al heel wat pizza’s hebben gegeten. Het interieur is helemaal veranderd maar de pizza’s smaken nog steeds prima.

Op de terugweg naar de camping, via het strand, horen we opeens muziek: een Duitse toerist heeft zijn piano meegenomen is zit aan de waterkant te spelen en zingt in het Italiaans, Engels en Duits mooie romantische liederen, een prachtige afsluiting van een heel mooie dag !

Verslag 30

De familiecamping Al Lago bestaat al zestig jaar en is inmiddels in handen van de derde generatie: Laura en Sergio, die diverse vernieuwingen aangebracht hebben zoals verharde paden, afgebakende plekken en enkele safaritenten. Onze families zijn vroeger heel wat keren op deze kampplaats geweest en kennen vooral Luciano en zijn Nederlandse vrouw Karin. Vanmorgen (vrijdag 12 juni) kregen we van Sergio te horen dat we in ieder geval tot zondagmorgen op onze huidige plek kunnen blijven staan en dat er daarna een andere plaats beschikbaar is zeker tot donderdag, dus we hoeven gelukkig niet op zoek naar een andere camping, het bevalt ons hier weer prima ! Tussen Riva en Torbole ligt een schuine berg: Monte Brione en rond tienen zijn we met onze fiets een stukje de berg opgereden naar Forte Garda.

Dit fort, gebouwd tussen 1904 en 1907 door het Oostenrijks-Hongaarse leger, is één van de vier fortificaties op de berg Brione. Recent is het fort gedeeltelijk gerestaureerd en kun je het van binnen bekijken.

Nadat we er geruime tijd rondgewandeld hebben gaan we lopend verder de berg op naar het hoogste fort: Forte Sant Alessandro vanwaar je prachtig uitkijkt op Riva, Torbole en natuurlijk het Gardameer.

We hebben dan wel een hoogteverschil van twee honderd en zestig meter overbrugd. Eenmaal weer beneden halen we bij de COOP supermarkt eten voor vanavond op de barbecue waarna we terugkeren naar de camping. We zetten onze stoelen op het strand waar het met een verkoelend windje prima uit te houden is.

Dennis gaat nog even het water in, maar het is vrij fris, veel kouder dan de andere meren waar we tot nu toe geweest zijn.

Verslag 31

Vandaag was een vrij relaxte dag, pas aan het eind van de morgen zijn we op de fiets naar Torbole gereden, de dichtstbijzijnde plaats aan de andere kant van Monte Brione.

Dit is het surferparadijs vanwege de perfecte wind die elke middag opsteekt. Overal langs het water zijn surfscholen en liggen stapels surfplanken, ook  ligt het strand vol met zonnende mensen.

Torbole is vrij klein en heeft weinig charme, we zijn er dan ook snel uitgekeken en fietsen nog even in Riva naar de Colombera, een restaurant tussen de wijngaarden waar we vroeger jerrycans vol heerlijke wijn meenamen. We wilden daar vanavond gaan eten, maar het restaurant is helemaal volgeboekt.

’s Middags zetten we onze stoelen weer op het strand en gaan alle drie enkele keren het meer in, al valt het niet mee om door te komen in het koude water.

’s Avonds pakken we weer onze fietsen en rijden naar het centrum van Riva waar het gigantisch, maar gezellig druk is. Nadat we door diverse smalle straatjes hebben gewandeld gaan we naar een restaurant vlakbij de haven waar we heerlijke risotto en mosselen verorberen, wat is het Italiaanse eten toch verrukkelijk  !!

Verslag 32

Vanmorgen kregen we te horen dat we gewoon op ons mooie plekje kunnen blijven staan, de mensen die hier vandaag zouden komen hebben afgebeld vanwege problemen met hun camper. Toch breekt Dennis z’n luifel af en maakt de auto “rijklaar”, want we gaan enkele dingen in de omgeving bekijken die te ver weg zijn om te fietsen. Eerst rijden we naar Parco Grotta Cascata Varone, waar je tussen steile rotswanden en door twee grotten loopt om een spectaculaire waterval te zien.

1

2

De cascata valt door een loodrechte kloof honderd meter de diepte in en het geraas van het water in de grot is oorverdovend.

3

4

We zagen pas nadat we de ingang gepasseerd waren dat je beter regenkleding mee kon nemen want je wordt er behoorlijk nat.            (Ik kreeg van iemand een poncho maar die was al kletsnat !)

5

6

In het park is ook nog een mooie botanische tuin te zien.

7

8

9

10

Nadien rijden we een stukje verder de bergen in naar Lago di Tenno, gelegen op zes honderd meter boven zeespiegel. Het is hier lekker koel waardoor het er waarschijnlijk ook zo druk is, we kunnen de auto nergens kwijt en draaien maar weer om.

11

12

Eenmaal terug bij het Gardameer rijden we door vele tunneltjes naar Limone, een populaire toeristenbestemming maar zeker de moeite waard om te bezoeken.

13

14

Wandelend door de smalle straatjes zie je overal artikelen te koop die met citroenen te maken hebben.

15

16

17

18

19

20

Er is een heel kleine, oude haven en natuurlijk zijn er weer vele restaurants, ijssalons, kleding- en souvenirwinkels.

21

22

23

24

25

26

27

We hadden de auto in een garage geparkeerd met een doorrijhoogte van twee meter vijftig (Met skibox is de Renault twee meter dertig hoog !), maar toch kwam de box tegen de rand van het garagedak aan en deukte deze zo’n tien centimeter in. Gelukkig bleek de box flexibel en is er geen schade.

28

29

30

31

(De schuine berg tussen Riva en Torbole, Monte Brione.)

Tegen tweeën zijn we terug op de camping, er waait een flinke wind vanuit het meer die voor verkoeling zorgt en op het water zijn honderden zeilbootjes, surfers en grote boten actief.

32

Om zeven uur zitten Wim en Dennis in de camper want de eerste (voor hun interessante) wedstrijd van het WK-voetbal begint: Curaçao tegen Duitsland  die door  Duitsland met 7 – 1 gewonnen wordt. Tegen tienen volgt de volgende wedstrijd: Nederland tegen Japan, dus het wordt vanavond veel “binnen zitten” !

33

34

Verslag 33

Vandaag hebben we, na zeven jaar, onze Italiaanse vrienden Luciano en Monica weer gezien. Twee dagen terug hadden we contact met ze opgenomen en ze wilden heel graag naar Riva komen, waar we elkaar zeven en veertig jaar geleden hebben leren kennen.

1

Door de jaren heen hebben we hen diverse keren ontmoet, ze zijn zelfs een keer bij ons thuis in Holland geweest, maar ook op camping Al Lago hebben we verschillende  vakanties samen doorgebracht. Het was ontzettend leuk ze weer te zien, inmiddels zijn ze ook opa en oma van twee kleinzoons. beiden met pensioen en ook zijn ze verhuisd.

2

Na de lunch zijn we naar de stad gewandeld waar we nog een keer met de kabeltram ophoog zijn gegaan naar de kasteelruïne, iets wat we, toen we elkaar net kenden, ook gedaan hebben.

3

4

5

6

7

8

9

10

De hele dag is het communiceren met de telefoon bij de hand om woorden te vertalen, Wim en ik kunnen wel in telegramstijl Italiaans praten, maar Luciano en Monica kennen geen Engels en dan biedt het vertaalprogramma op de telefoon uitkomst. Toch lukt het ons altijd weer om elkaar van alles te vertellen.

11

12

13

14

Tegen de avond gaat de barbecue aan en maakt Wim weer allerlei lekkers klaar. Pas na negenen verlaten ze Riva, het zal wel weer enkele jaren duren voor we elkaar weer zien, maar we zijn vrienden voor het leven !

15

16

Verslag 34

De laatste twee dagen in Riva zijn we niet meer op pad geweest, het was nog de bedoeling om naar de plaats Malcesine te rijden en daarvandaan met de kabelbaan naar de Monte Baldo te gaan (bovenop de berg heb je een prachtig uitzicht over het hele Gardameer), maar dan moet het wel helder weer zijn. Meestal na een flinke regenbui is het tijdelijk heel helder, maar het heeft de afgelopen week totaal niet geregend, we hebben elke dag schitterend weer gehad. Wel wordt het steeds een graadje warmer en is het inmiddels ruim dertig graden. Ook het water van het meer warmt langzaam op en we zijn dan ook verschillende keren wezen zwemmen.

1

2

Natuurlijk hebben we diverse spelletjes gedaan, gelezen, is de wasmachine van de camping gebruikt en vandaag ben ik zelfs naar de kapper geweest en ben ik verlost van mijn “wilde haren”.

3

4

Het was weer heerlijk om in Riva te zijn en alle vertrouwde en ook nieuwe plekjes te zien. Morgen trekken we, na een week, weer verder….. op naar een nieuw avontuur !

Verslag 35

We hebben Riva verlaten, helaas hebben we Luciano, de vader van de nieuwe eigenaren van camping Al Lago, niet gezien omdat hij al meerdere dagen in het ziekenhuis ligt met een longontsteking. Hopelijk is hij er weer wanneer we een volgende keer naar Riva gaan. Zodra we de poort van de camping uit zijn staan we in de file en het duurt dan ook geruime tijd voor we bij Rovereto zijn.

1

Iets noordelijker ligt, hoog op een berg Castello Beseno, het grootste fort in Trentino dat al in de twaalfde eeuw gebouwd is.

2

In de loop der eeuwen is er regelmatig gerenoveerd en uitgebreid en tegenwoordig is het kasteel te bezichtigen.

3

4

5

6

7

8

We wandelen er ruim een uur rond terwijl de temperatuur oploopt naar ruim dertig graden.

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

Nadien rijden we via bergpasjes naar het meer van Caldenazzo, waar diverse campings aan het water liggen.

19

20

We hadden natuurlijk niet gereserveerd en het blijkt hier ook alweer gigantisch druk te zijn. De eerste camping zit helemaal vol, maar op de tweede: camping Riviera is nog net een soort “reserveplekje” vrij, waar we voor dertig euro per nacht mogen staan. Inmiddels zijn we oververhit en gaan eerst het water in dat een temperatuur heeft van vijfentwintig graden.

21

22

Het is onze trouwdag (vandaag zijn we zesenveertig jaar getrouwd) dus gaan we uit eten in een leuk restaurant met uitzicht op het meer. We eten er hoofdzakelijk heerlijke visgerechten en brengen er enkele gezellige uren door.

23

24

25

26

27

28

Weer blijft het ’s avonds lang warm en zitten we tot bedtijd buiten !

Verslag 36

We wilden vandaag  met de fiets rond het Lago di  Caldonazzo rijden en voor een groot gedeelte loopt er een mooi fietspad langs het water, maar ook moet je soms over een drukke weg.

1

Er zijn tientallen campings langs het meer die allemaal zo goed als vol zijn. We waren voor drie kwart rond toen we voor een tunnel uitkwamen waar veel vrachtverkeer doorheen gaat, er liep een weggetje langs maar die stopte voorbij de tunnel, daar konden we geen kant op, alleen weer terug. Het is hier niet zo goed geregeld als in Holland met nummertjes fietsen van de ANWB ! Omdat we beslist niet door de tunnel wilden zijn we de hele weg weer teruggereden.

2

Onderweg zijn we nog gestopt bij camping Punta Indiani, waar we in het verleden een keer gestaan hebben, en daar horen we ineens gedonder en zien we een donkere lucht aankomen. Gelukkig zijn we net voor de onweersbui losbreekt terug op de camping, maar het is wel knap benauwd bij ruim dertig graden.

3

(Oeps, vinger voor de lens !)

4

Na de regen gaan we toch nog een keer zwemmen, gisteren lag het hele strand vol en moesten we zoeken naar een schaduwplekje, nu zijn we de enigen in het water en is het strand “stil en verlaten”. De rest van de dag blijft het wisselend zonnig, bewolkt en vooral benauwd, Dennis is bij het koken dan ook natbezweet…. we zullen nog wel een onweersbui krijgen !

5

6

Verslag 37

Het was vanmorgen gelijk al zonnig, warm weer waardoor je eigenlijk gewoon op de camping wilt blijven en op het strand wilt zitten met af en toe een verkoelende duik in het meer. Toch verlaten we de kampplaats, ons plekje is nogal stoffig met weinig uitzicht en er is nog zoveel moois te zien in Italië. We rijden eerst naar Feltre, waar we een wandeling maken door het oude gedeelte van het stadje.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Inmiddels is het al ruim dertig graden en zijn we knap bezweet wanneer we terug zijn bij de camper, waar het binnen ruim veertig graden  is !

13

14

15

16

17

18

19

Via Belluno gaan we naar Agordo vanwaar we de prachtige Giau pas rijden, een van de steilste bergpassen in Europa van 2236 meter hoog met negenentwintig haarspeldbochten.

20

21

22

23

24

Morgen is hier een wielerwedstrijd en is de weg tot elf uur afgezet en overal langs de kant van de weg staan al campers geparkeerd om dit spektakel te zien.

25

26

Ondertussen bevinden we ons in de Dolomieten met z’n bergreuzen, mooie meertjes en steile kliffen, dat sinds 2009 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat.

27

28

29

30

We komen uit bij Cortina d’Ampezzo en nemen meteen nog een pas naar de Tre Cime waar we tegen vijven aankomen bij een grote camperplaats (Area Sosta Camper Misurina), die al zo goed als vol staat. Hiervandaan kan je een lange wandeling maken naar de bekende “Drei Zinnen”.

31

32

33

34

We zitten hier op 1760 meter hoogte en inmiddels is de temperatuur gedaald naar achttien graden. Dat komt mooi uit want om zeven uur begint de voetbalwedstrijd Nederland – Zweden die binnen in de camper bekeken moet worden en dat kan je beter doen bij twintig dan bij vijfendertig graden !

35

36

Tijdens de wedstrijd zien we op de tribunes veel oranje, maar hier in Misurina hebben we “code oranje” met onweer en regen !

37

38

Om negen uur weten we dat Nederland met 5 – 1  heeft gewonnen, het was een mooie wedstrijd.

Verslag 38

Het heeft gisteren de hele avond geregend en ook koelde het af naar twaalf graden, wat niet verwonderlijk was want we zaten op zeventien honderd meter hoogte.  Vanmorgen is het weer helemaal opgeklaard met een strakblauwe lucht en in de loop van de dag wordt het weer ruim dertig graden. Ook in Nederland is het op dit moment knap warm en de komende week staan daar temperaturen van rond de vijfendertig graden op het menu, dat wordt afzien.

1

2

Wij zijn vandaag heel actief geweest en zijn twee meren rond gewandeld: we begonnen bij Lago di Dobbiaco, ook wel de Toblacher See genoemd, een prachtig rustig meer idyllisch gelegen tussen de bergen waar alleen enkele zwanen ronddobberen.

3

4

5

6

7

8

9

10

Vervolgens zijn we naar Lago di Braies (oftewel Pragser Wildsee) gereden, de Parel van de Dolomieten en op de lijst van UNESCO staand.

11

12

Het meer ligt op vijftien honderd meter hoogte en het bergwater is kristalhelder.

13

14

15

16

Het is er gigantisch druk, het is zondag (21 juni) en prachtig weer, maar waarschijnlijk zijn er elke dag wel  veel toeristen want het meer is werkelijk schitterend.

17

18

19

20

Je kunt er een eenvoudige roeiboot huren om rond te dobberen op het meer maar het is veel leuker om de afwisselende rondwandeling van vier kilometer te maken.

21

22

23

24

25

26

27

Tegen half drie zijn we terug bij de camper en rijden dan naar Bruneck waar we nu op camping Schiessstand-Bersaglio, onder de bomen staan.

28

We doen natuurlijk weer een spelletje Carcassonne, dit keer met een mousserend wijntje erbij, want het is Vaderdag.

29

Het was de bedoeling om uit eten te gaan, maar dan moeten we weer op pad, dus kookt Wim uitgebreid, het etentje houdt hij nog te goed !

30

Verslag 39

We hebben vandaag urenlang door de Dolomieten gereden, de ene pas na de andere nemend. Iedere keer zie je weer nieuwe hoge bergen, het landschap verandert voortdurend.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

Het was de bedoeling om door te rijden naar Lago di Caldaro, waar we rond half vijf aan zouden komen, maar tegen half vier zien we ineens een mooie, hooggelegen (gratis) camperplaats bij San Pellegrino en zijn daar gestopt. Je hebt rondom een prachtig uitzicht op de bergen en ook is er een klein meertje, Lago di San Pelligrino, waar we nog even omheen zijn gelopen.

18

19

20

21

22

23

We bevinden ons op negentien honderd meter hoogte waardoor er een prima temperatuur is. We kunnen nog een tijdje buiten zitten tot het ineens begint te regenen en te onweren.

24

De rest van de dag krijgen we regelmatig met een bui te maken, gelukkig kunnen we ook heel gezellig binnen zitten !

Verslag 40

We zijn nog een dag blijven staan op het hoogste punt van de “Passo San Pellegrino”, vanwaar je met een kabelbaan verder omhoog de bergen van de Dolomieten in kan.

1

2

Het is vanmorgen meteen schitterend weer en na een ontbijt buiten met een prachtig uitzicht doen we onze wandelschoenen aan, kopen een ticket enkele reis en gaan met de stoeltjeslift nog zo’n vier honderd meter hoger.

3

4

5

6

7

Hier maken we een mooie wandeling op drie en twintig honderd meter hoogte, waarna we weer langzaam afdalen. Het is prima wandelweer en totaal niet benauwd, hier merken we niets van het hete weer in de lager gelegen gebieden.

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

We stoppen bij een leuk bergrestaurant (Baita Paradiso) waar Dennis ons trakteert op een typisch Italiaanse maaltijd (dit was nog voor Vaderdag, toen konden we geen restaurant vinden).

19

20

21

22

Nadien moeten we nog een flink eind bergafwaarts lopen naar de camper wat een ware aanslag is op de knieën.

23

24

25

We zijn nog maar net terug wanneer het begint te regenen. Gelukkig wordt het daarna weer droog en kunnen we tot zeven uur buiten zitten, dan begint het weer te onweren en te plenzen !   

26

Verslag 41

Vandaag zijn we van negentien honderd meter hoogte afgedaald naar twee honderd meter boven zeespiegel en dat is goed te merken. We hebben ineens met heel andere temperaturen te maken, rond de vijfendertig graden, en ook is het een stuk benauwder.

1

2

3

4

We bevinden ons nu in de regio Zuid-Tirol en staan aan het Lago di Caldaro, ook wel Kalterer See genoemd, op camping St. Josef.

5

Het meer heeft het warmste water van alle Italiaanse meren en geeft nu helaas niet zoveel verkoeling. de koude douche na afloop is veel verfrissender.

6

7

8

9

In grote delen van Europa is het nu extreem heet en worden warmterecords gebroken. We gaan een warme nacht tegemoet: om elf uur is het nog zesentwintig graden !

10

Verslag 42

Vanmorgen kwamen we, na een kwartiertje rijden met de auto van Dennis, aan bij de Rastenbachklamm, gelegen op zes honderd meter hoogte. Hiervandaan wandelen we naar beneden door de prachtige kloof  waar water doorheen stroomt.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Na zo’n kilometer lopen keren we om en gaan dezelfde weg terug via steile trappen, bruggetjes en smalle paadjes.

10

11

De meeste tijd lopen we in de schaduw en het is hier redelijk koel.

12

13

Eenmaal terug bij de auto overvalt je de hitte weer, ook vandaag komt de temperatuur uit rond de vijfendertig graden. Na een bezoek aan een supermarkt keren we terug naar de camping, onderweg steeds langs velden vol druivenranken rijdend, want rondom de Kalterer See bevindt zich een groot wijngebied.

14

15

Natuurlijk gaan we nog een keer het water in om af te koelen, maar we hebben ook een buitendouche die we regelmatig gebruiken.

16

Tegen de avond gaan we naar het campingrestaurant waar we weer een heerlijke maaltijd met vis bestellen. Ook een toetje ontbreekt niet en met volle maag keren we terug naar onze camper.

17

18

19

We gaan weer een warme nacht tegemoet, maar met enkele ventilatoren aan is het ’s nachts toch goed uit te houden !

Verslag 43

We hebben vandaag nog geen honderd kilometer afgelegd, toch zijn we uren onderweg geweest de ene na de andere pas nemend in westelijke richting.

1

2

3

Tegen enen komen we aan bij de Val di Genova in Trentino South Tirol, vlakbij de plaats Pinzolo. Hier zetten we onze camper op een onverharde parkeerplaats en rijden met de auto van Dennis nog een paar kilometer verder door een smalle tunnel om uit te komen bij de Cascate di Nardis, een prachtige waterval.

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

Na een rondwandeling rijden we terug naar de parkeerplaats en besluiten hier te overnachten. We bevinden ons op negen honderd meter hoogte met veel bomen om ons heen voor schaduw en de temperatuur blijft steken bij twee en dertig graden.

15

Vanmorgen bij het Lago di Caldaro liep de temperatuur al snel op en was het zonder wind knap benauwd, hier is het goed uit te houden. In Nederland is er nu “code rood” vanwege extreme hitte van rond de veertig graden, die temperatuur halen we hier gelukkig niet.

16

Het is prima barbecue weer en Wim leeft zich weer uit met allerlei speciale gerechten !

17

Verslag 44

We hebben vandaag (zaterdag 27 juni) lange tijd in de auto gezeten en zo’n twee honderd kilometer afgelegd. Het is goed druk op de weg met wielrenners, motorrijders en Italianen die een dagje uit zijn. Weer rijden we enkele passen, onder andere de Passo del Tonale en de Passo del Aprica.

1

2

3

Zolang we ons hoog in de bergen bevinden is de temperatuur vrij aangenaam, maar eenmaal in het dal van Lombardije komt de hitte je tegemoet en is het bijna veertig graden. Tegen vieren komen we aan in het noorden van Lago di Como bij de plaats Colico. We hebben geluk: op de kleine camping El Logasc (er zijn slechts zeven passantenplaatsen) is een plekje vrij dichtbij het water waar we de hele dag in de schaduw kunnen staan en er waait (op dat moment) een lekker windje.

4

De kampplaats bevindt zich pal naast een openbaar strand waar het gigantisch druk is, wat logisch is met dit hete weer.

5

6

7

8

We koelen af in het meer en gaan daarna weer terug naar onze kampplaats waar ook een koude douche vlakbij is die we regelmatig gebruiken.

9

10

11

Het blijft broeierig warm en de lucht is heel heiig. We hebben voor drie nachten besproken en doen het de komende dagen kalm aan, tot het weer een beetje koeler wordt !

12

(Om half tien is het nog dertig graden en gaan Dennis en ik nog een keer het water in !)

Verslag 45

Nu we aan het Comomeer staan willen we natuurlijk wel wat van de omgeving zien, dus hebben we vanmorgen onze fietsen van de dragers gehaald en zijn in noordelijke richting gereden.

1

2

Daar ligt nog een meer: Lago di Mezzola en via een mooie afwisselende route langs het meer, door bossen, open velden en over bruggen komen we daar tegen twaalven aan.

3

4

5

We willen naar Sasso di Dascio, een uitkijkpunt op drie honderd vijftig meter hoogte, het laatste stuk doen we lopend.

6

7

Je hebt er inderdaad een prachtig uitzicht over het meer.

8

9

10

11

12

(Even afkoelen onderweg !)

13

Het is inmiddels weer vijfendertig graden dus we zijn nat bezweet wanneer we tegen tweeën terug zijn op de camping, waar we meteen een verkoelende duik nemen in het meer. We hebben toch weer vijfendertig kilometer gefietst ! In de loop van de middag begint het steeds benauwder te worden en betrekt de lucht.

14

Tegen vijven begint het ineens heel hard te waaien en te donderen en even later stortregent het. De vele badgasten bij het openbare strand weten niet hoe snel ze het water uit moeten om in hun auto te komen.

15

16

Het is wel in één keer een stuk opgefrist. ’s Avonds gaan we uit eten in  restaurant El Logasc tegenover de camping en eten daar heel aparte, locale gerechten. We zitten er buiten, maar het is een heel stuk frisser dan gisteravond, toen zaten we om twaalf uur nog te puffen van de warmte !

17

18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Verslag 46

Vanmorgen is het meteen weer warm met een heldere blauwe lucht, prima om een dagje te relaxen op de camping. Terwijl ik de camper vanbinnen schoonmaak en een wasje draai gaan Wim en Dennis op de fiets naar een supermarkt om brood te halen.

1

2

3

4

Natuurlijk komen ze met veel meer artikelen terug, onder andere met mortadella, een typische Italiaanse vleeswaren, waarvan we al heel wat (grote) plakken op hebben. Tegen de middag zetten we onze stoelen op het strand  waar het, na het weekend, opvallend rustig is.

5

Diverse keren gaan we het water in dat heel helder is en van prima temperatuur .

6

7

8

Net als gisteren begint het in de loop van de middag te betrekken: er zit weer onweer in de buurt. Het gaat hard waaien en later volgt regen en de temperatuur zakt naar vierentwintig graden, het weer is duidelijk van slag !

Verslag 47

Vannacht om drie uur begon de WK-voetbalwedstrijd Nederland tegen Marokko, een belangrijke wedstrijd op een onmogelijke tijd, maar Wim had al gezien dat hij deze later via zijn I-pad zo kon bekijken en dat je dan ook mooi de pauzes kunt overslaan. Dus voor half acht vanmorgen zal hij al buiten aan tafel  (ik had de uitslag al op de telefoon gezien, maar natuurlijk niets gezegd !) en het werd een lange zit met verlenging en doeltrappen. Helaas maakte Marokko op het allerlaatst één doelpunt meer waardoor Nederland ineens uit het spel ligt en naar huis kan. Wij zouden eigenlijk vandaag verder zuidwaarts trekken naar een andere camping aan het Comomeer, maar de plek hier bevalt zo goed dat we twee dagen bijgeboekt hebben en vandaag met Dennis’ auto een stukje zuidelijk rijden. Zo’n vijftien kilometer hiervandaan ligt de plaats Bellano en hier bekijken we een heel aparte waterval: Orrido di Bellano.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

Helaas zien we, wanneer we terugkeren bij de auto, dat we een bekeuring hebben (twee en dertig euro), omdat we de parkeerschijf per ongeluk een uur te ver vooruit gezet hadden.

14

Nadat we deze betaald hebben bij een tabakswinkel rijden we verder naar Varenna, één van de mooiste plaatsjes aan het Lago di Como, maar ook ontzettend druk. De meeste straatjes zijn erg smal en lopen steil naar beneden en vanaf de haven kun je met de boot naar diverse plaatsen aan het meer. Wij wilden eigenlijk naar Bellagio maar er staat een lange rij wachtenden bij de veerpont, ook begint het hevig te waaien, later gevolgd door regen.

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Wij rijden terug richting de camping maar gaan nog even verder naar Iperal Fuentes, een groot overdekt winkelcentrum iets voorbij Colico, waar we diverse winkels aandoen. Tegen vieren zijn we terug op de kampplaats, de zon schijnt weer volop, maar het is iets minder warm en niet broeierig. Rond zevenen gaan we naar een pizzeria slechts vijf minuten lopen van de camping waar we ieder een overheerlijke pizza bestellen. (Dit is nog een verlate traktatie van Dennis voor het behalen van zijn EHBO-diploma !)

27

Morgen blijven we nog een dagje op de camping en daarna gaan we weer naar een volgend meer !

Verslag 48

Gisteren was het de hele dag grotendeels bewolkt en van tijd tot tijd viel er een bui regen. Er zaten nog allerlei onweersbuien in de buurt die gepaard gingen met harde wind.

1

Vanmorgen was de lucht weer stralend blauw en voor de komende week is er prima weer voorspeld,  ruim dertig graden, zonder een spatje regen ! We hebben vandaag slechts vijftig kilometer afgelegd: via de noordkant van het Lago di Como zijn we naar de westkant  afgezakt steeds pal langs het water rijdend. Af en toe in een plaatsje waren de wegen erg smal maar Wim is een prima chauffeur en sluist ons overal doorheen (ik doe het hem niet na !)

2

3

4

5

6

Halverwege het meer buigen we af naar Lago di Lugano, weer een mooi Italiaans meer omgeven door bergen, en bij de plaats Porlezza stoppen we bij camping Darna, een vrij grote kampplaats aan het meer waar we een leuk plekje vinden met uitzicht op het water.

7

8

9

Natuurlijk gaan we eerst weer afkoelen in het meer en later pompt Dennis de SUP-plank op waarmee hij helemaal langs de kust peddelt.

10

11

12

We blijven zoveel mogelijk in de schaduw want de zon heeft veel kracht.

13

14

15

Tegen half acht verdwijnt deze achter de bergen waarna het weer aangenaam wordt en we tot bedtijd buiten kunnen zitten in korte broek en hemdje !

16

Verslag 49

Net als bij het Como-meer is er ook noordelijk van het meer van Lugano nog een klein meertje namelijk Lago di Piano. We zijn er vanmorgen heen gefietst en deze rit was wel een stukje korter dan naar Lago di Mezzola en ook hoefden we dit keer niet de hoogte in.

1

2

Lago di Piano is een beschermd regionaal natuurreservaat en broedplaats voor vele watervogels. Het meer is veertien meter diep en op het diepste punt is de temperatuur van het water het hele jaar door vier graden.

3

4

5

6

7

8

Nadat we rondgefietst zijn gaan we naar Porlezza, dit stadje kan ons minder bekoren.

9

10

11

12

We doen er voor het laatst de Italiaanse boodschappen want morgen gaan we de grens over naar Zwitserland. Eenmaal terug op de camping koelen we natuurlijk eerst weer af in het meer waarna de SUP-plank tevoorschijn komt en zowel Dennis als ik maken er dit keer gebruik van. Ik peddel staand een aardig stuk het meer op dat bijna rimpelloos is, Dennis doet het liever zittend.

13

14

Tegen achten wandelen we naar het campingrestaurant dat een uitgebreide menukaart heeft, we willen toch nog een keer risotto, lasagne en spaghetti carbonara eten en ook een pizza “frutti di mare” is wel erg lekker en een toetje tiramisu gaat er ook nog wel in ! ……We zijn deze reis alle drie al kilo’s aangekomen !!

15

16

Verslag 50

Rijdend over de smalle weg langs het meer van Lugano bevinden we ons al snel in Zwitserland, al merk je daar weinig van.

1

2

Eenmaal aangekomen bij de plaats Lugano draaien we de snelweg op in noordelijke richting en via Bellinzona rijden we naar San Bernardino. Hier kan je door een lange tunnel van zes en een halve kilometer rijden maar wij willen de pas van ruim twee duizend meter hoogte nemen.

3

4

Ons navigatiesysteem geeft aan dat we daar te breed voor zijn, toch slaan we eigenwijs de weg in naar de veel mooiere route en komen zonder problemen over de pas met z’n vele haarspeldbochten en prachtige uitzichtpunten.

5

6

7

8

9

10

11

Tegen enen stoppen we bij de Roffla Schlucht, weer een prachtige kloof waar water doorheen stroomt al is deze niet uit zichzelf ontstaan. Begin twintigste eeuw heeft Christian Pitschen Melchior door beitelen en (acht duizend) explosies gezorgd dat de waterval te zien is, ook loop je aan het eind van de route onder de waterval door en daarmee ook onder de Rijn door. 

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

Na het bekijken van de “Schlucht” gaan we via Reichenau naar de plaats Flims waar we de komende dagen diverse dingen willen bekijken. Helaas zijn de kampplaatsen daar allemaal vol en wordt het zoeken naar een alternatief. Die vinden we bij Chur: we staan op twee camperplaatsen net buiten de “camping au Chur” in de schaduw vlakbij de rivier de Rijn.

28

We kunnen buiten zitten, mogen gebruik maken van de faciliteiten van de camping en hebben zelfs elektriciteit.

29

30

31

32

Dit keer staan we niet aan een meer maar we horen wel het geruis van de snelstromende rivier, een heerlijk geluid om vannacht bij in slaap te vallen !

Verslag 51

Vanmorgen zijn we op zoek gegaan naar de Tamina Schlucht, weer een diepe kloof waar diverse watervallen in uitkomen. Op een gegeven moment stonden we boven op een berg en zagen we in de verte de kloof maar konden er niet bij komen.

1

2

3

4

Weer terug in de plaats Bad Ragaz, vanwaar je ook naar de schlucht kunt lopen, komen we er achter dat het anderhalf uur klimmen is tot de waterval. We hebben al diverse kloven en watervallen bekeken dus deze slaan we maar over ! We besluiten om naar de volgende overnachtingsplaats te gaan: camping Murg aan de Walen See waar we rond het middaguur aankomen.

5

6

7

8

Helaas is de camping helemaal vol en ook de twee andere kampplaatsen aan het meer hebben geen enkele plek meer vrij. Het blijkt dat in Zwitserland de vakantietijd is aangebroken dus vanaf nu wordt het moeilijk iets te vinden. We bellen met camping Schafbergblick in Wildhaus, ruim een uur rijden vanaf de Walen See, en die hebben nog een plekje vrij.

9

Ondertussen loop ik een heel stuk in op mijn planning en zijn we zo Zwitserland weer uit. Wanneer we tegen half drie aankomen bij de kampplaats valt deze nogal tegen: er staan allemaal oude, onbewoonde caravans die het uitzicht belemmeren, het stikt er van de vliegen en bovendien vragen ze de hoofdprijs voor de staanplaats !

10

11

(Even de mannen kortwieken !)

12

We bevinden ons op ruim duizend meter hoogte en tegen de avond verhuizen we naar binnen omdat het te fris wordt. Morgen gaan we hier de omgeving bekijken, vervolgens verlaten we Zwitserland en gaan we naar Duitsland !

Verslag 52

We bevinden ons in een gebied waar in de winter volop geskied wordt, maar ook in de zomer is het hier heel mooi. Vanmorgen zijn we naar de plaats Unterwasser gefietst met soms hoogteverschillen van tien procent, maar goed dat we een E-bike hebben anders waren we de hellingen niet opgekomen.

1

2

3

4

5

Vanaf het centrum loopt er een pad naar de Thurwasserfälle, een prachtige waterval die uit een rots komt.

6

7

8

9

10

Nadat we deze van onder en boven bekeken hebben keren we terug naar Unterwasser. We hadden gezien dat daar een kabelbaan omhoog gaat en waren nieuwsgierig waar deze uitkomt. Het blijkt weer een duur geintje te zijn om even omhoog te gaan dus zien we er van af, we zijn al diverse keren de bergen in geweest !

11

12

We rijden terug naar de camping genietend van de mooie omgeving.

13

14

15

’s Middags relaxen we met een mooi boek en een spelletje en ’s avonds verzorgt Wim weer een heerlijke maaltijd…..we vermaken ons nog steeds elke dag !

16

Verslag 53

Vanmorgen hebben we eerst een tijdlang door het mooie dal Toggenburg gereden langs de plaatsen Neu St. Johann, Lichtensteig en Wil. Langzaamaan verdwijnen de hoge bergen en maken ze plaats voor glooiende heuvels.

1

2

Tegen de middag komen we aan bij Stein am Rhein, één van de fraaiste steden van Zwitserland met z’n vele vakwerkhuizen uit de Middeleeuwen en 16de-eeuwse huizen waarvan de gevels zijn beschilderd met fresco’s.

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

Inmiddels is de temperatuur weer flink opgelopen naar ruim dertig graden en zoeken we, na de bezichtiging van het mooie stadje, een camping aan het water. Die vinden we, na even zoeken, in Duitsland bij Gaienhofen gelegen aan de (Untersee) Bodensee.

16

We kijken uit op het meer en zien aan de overkant de plaats Steckborn liggen, behorend bij Zwitserland. Helaas is het meer aan deze kant erg ondiep en ook is de bodem nogal modderig, toch gaat Dennis het water in, eerst met het luchtbed en later met de SUP-plank.

17

18

19

20

Wim en ik gebruiken de plantenspuit, een buitendouche en gaan zelfs met de voeten in de wasbak voor verkoeling, want het is inmiddels drie en dertig graden ! Wanneer de zon ondergegaan is blijft het nog lang warm (om half tien is het nog achtentwintig graden !) en kunnen we, in tegenstelling tot gisteren, de hele avond weer buiten verblijven !

Verslag 54

Het is vandaag grotendeels bewolkt weer maar wel met een prima temperatuur van acht en twintig graden, ideaal weer om een eind te gaan fietsen.

1

2

We rijden gedeeltelijk langs het water maar ook door dorpjes,  langs maïsvelden en over smalle bospaadjes.

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Onderweg stoppen we voor wat boodschappen en bij Obstbau Blanhof kopen we heerlijke kersen, bramen en kruisbessen, waarvan de meest inmiddels al opgegeten zijn.

13

14

15

’s Middags luieren we bij de camper genietend van het mooie uitzicht over het water en ook vandaag zitten we tot bedtijd buiten !

16

17

18

Verslag 55

Na twee dagen net over de grens in Duitsland te hebben gebivakkeerd zijn we vandaag (donderdag 9 juli) weer terug in Zwitserland.  We willen namelijk de Rheinfall zien, de grootste waterval van Europa die bij Neuhausen over honderd vijftig meter breedte naar beneden valt. Zes honderd duizend liter Rijnwater valt er (’s zomers) per seconde drie en twintig meter naar beneden, echt een ontzagwekkend spektakel !

1

2

Bij Schloss Laufen op de zuidoever heb je het beste uitzicht op de waterval en er leidt een trap omlaag naar diverse uitzichtpunten.

3

4

5

6

7

Ook kan je met een boot dicht bij de waterval komen, maar dat hebben we niet gedaan.

8

9

10

11

We hebben er ruim een uur doorgebracht, zo indrukwekkend vonden we het. Daarna wandelen we terug naar onze campers die we neergezet hebben op een parkeerplaats waar we ook kunnen overnachten, op slechts enkele minuten lopen. Nadat we wat gegeten hebben pakken we onze fietsen en rijden naar Schaffhausen dat op nog geen vijf kilometer afstand ligt. We gaan via een brug de Rijn over en zien  de Rheinfall dan vanaf de  andere kant.

12

13

14

15

16

17

Eenmaal in de stad klauteren we omhoog naar de Munot, een ronde donjon op een heuvel vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de stad.

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

Pas tegen vijven zijn we terug op de  (stoffige) parkeerplaats waar het nog knap warm is (Weer ruim dertig graden, al voelt het veel warmer aan ). We zoeken de schaduw op en doen een potje Carcassonne.

29

30

Pas tegen negenen wordt het een beetje aangenaam, we missen nu echt een meer om in af te koelen !!

Verslag 56

We konden vanmorgen gelukkig buiten in de schaduw ontbijten, maar we merkten al dat het weer een hete dag zou worden. Via binnenwegen rijden we richting het Zwarte Woud waar we verschillende dingen willen bekijken. Opeens zie ik op een verkeersbord “Titisee” staan, een meer waar we vijf jaar geleden met onze vriendengroep enkele dagen verbleven. Na even zoeken vind ik dezelfde camping van toen en toets de coördinaten in. Helaas blijkt bij aankomst dat de kampplaats volgeboekt is, maar op nog geen kilometer afstand ligt nog een camping (Weiherhof) waar een warrige eigenaar je vertelt dat je zelf maar een plekje moet zoeken en dat er geen afgebakende plaatsen zijn. Ook hier ziet het er erg vol uit, maar net voor we eigenlijk weer willen vertrekken komt er een plaats vrij pal aan het water en daar zetten we onze campers neer.

1

2

Meteen staat er achter ons alweer een andere kampeerder die tot maandagmorgen wil blijven staan. In overleg besluiten we dan ook maar tot die tijd te blijven, want we kunnen niet meer van de plaats af, of die andere mensen moeten hun luifel eerst afbreken. We staan nu op een prachtige plek met veel schaduw wat ideaal is met dit hete weer. Dennis pompt de SUP-plank weer op en gaat, net als vele anderen, het meer op en ook Wim en ik koelen af in het water. …….Hier houden we het dit weekend wel vol !

3

4

5

6

Verslag 57

Titisee, gelegen in het midden van het Duitse Zwarte Woud,  is een populair bergmeer op acht honderd vijftig meter hoogte. Het heeft een lengte van ongeveer twee kilometer en is op het breedste punt zo’n zeven honderd meter breed. Je kunt er omheen wandelen of, zoals wij doen, met de fiets de zes kilometer afleggen.

1

2

Aan de noordkant ligt het toeristische dorpje Titisee-Neustadt,  je ziet hier de ene na de andere souvenirwinkel waar je onder andere koekoeksklokken kan kopen.

3

4

5

6

7

8

Je kunt ook met een rondvaartboot het meer verkennen of een waterfiets huren, jetski’s en motorboten zijn hier niet toegestaan.

9

10

11

12

13

14

Tijdens het rondje fietsen rijden we nog over de camping Sandbank Titisee waar alweer diverse campers klaarstaan om het terrasvormige terrein op te rijden. Tegen enen zijn we terug bij ons mooie plekje aan het water, heerlijk in de schaduw gelegen. Dennis gaat het water weer op met de SUPplank, deze vorm van recreatie hebben we tijdens onze reis ontzettend veel gezien. De fietsen zitten weer achterop de campers, we gaan hier verder niets meer bekijken, alleen maar relaxen, we hebben al zoveel gezien en gedaan deze trip, morgen wordt dus een rustdag !

Verslag 58

We hadden zondagmorgen toch weg kunnen  gaan van de Titisee, de buren besloten een dag eerder te vertrekken, maar we hebben er juist nog een dag aanvastgeplakt, zo goed bevalt het ons hier: het is niet te heet, je kunt zo het water in, er is volop schaduw en we hebben een prachtig uitzicht. De SUP-plank wordt volop gebruikt, ook door onze Hollandse buren die er zelf geen hebben.

1

2

3

4

Vanmorgen (dinsdag 14 juli) hebben we de Titisee dan toch verlaten en zijn naar het Openluchtmuseum Vogtsbauernhof in Gutach gereden.

5

6

Hier zie je een twintigtal historische gebouwen  en kan je zien hoe mensen vroeger leefden en werkten in het Zwarte Woud.

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

Na zo’n twee uur rondwandelen hebben we het wel bekeken, we hebben mooiere parken gezien !

27

28

We rijden door naar Schiltach, een prachtig plaatsje vol vakwerkhuizen, ook gelegen in het Zwarte Woud.

29

30

We mogen hier zelfs gratis overnachten op een heel mooie locatie met uitzicht op de rivier Kinzig en de oude binnenstad.

31

32

Nadat we rondgewandeld zijn eten we bij een restaurantje een heerlijke schnitzel waarna we teruglopen naar de overnachtingsplaats.

33

Hier zetten we onze stoelen buiten op een grasveldje en zitten de hele avond heerlijk buiten, we hebben nog steeds prima weer  !

34

35

36

37

38

Verslag 59

Vandaag zijn we via secundaire wegen in noordelijke richting door het Zwarte Woud gereden en hebben zo’n honderd en vijftig kilometer afgelegd.  We rijden door dichte bossen waar veel hout vandaan komt wat we onderweg zien aan de vele houtverwerkingsbedrijven. Ook komen we langs kleine dorpjes met vakwerkhuizen.

1

2

3

4

5

In de buurt van Karlsruhe buigen we in westelijke richting af en gaan de grens over naar Frankrijk en bekijken hier de plaats Wissembourg, gelegen in de Alsace.

6

7

8

9

10

11

Vanwege het warme weer hebben we het al snel bekeken en gaan op zoek naar een overnachtingsplek waar we buiten kunnen vertoeven. We komen uit vlakbij de plaats Climbach en zetten onze campers neer aan de rand van een bos met uitzicht over de lager gelegen dorpjes.

12

13

14

Ook vandaag kunnen we weer tot bedtijd buiten zitten , dit keer midden in de natuur !

15

16

(Natuurlijk moet de halve finalewedstrijd Engeland – Argentinië gevolgd worden, deze keer wel lekker buiten op de I-pad  …. Argentinië wint met 2 – 1 !)

Verslag 60

Na een kort uitstapje met overnachting in Frankrijk zijn we weer terug in Duitsland waar we een stukje van de “Deutsche Weinstrasse” willen rijden die beschreven wordt in de Capitool Reisgids. We starten in Dörrenbach waar we geen parkeerplek kunnen vinden en haast vastlopen in de smalle straatjes van het prachtige plaatsje.

1

2

3

4

5

Het volgende interessante punt is de hoog op een berg gelegen Reichsburg Trifels bij Annweiler, al ontstaan in de elfde eeuw en één van de belangrijkste machtcentra in die tijd.

6

Het kasteel diende ook als gevangenis voor belangrijke personen zoals de Engelse koning Richard Leeuwenhart. Het is flink klimmen om bij de burcht te komen maar boven heb je een prachtig uitzicht over de omgeving.

7

8

9

10

11

12

13

14

Ook vandaag is het weer flink warm en zijn we blij dat we in de schaduw kunnen lunchen.

15

We vervolgen onze weg langs vele wijngaarden en zien heel wat druivenranken hangen, al duurt het nog wel even voor ze geplukt kunnen worden.

16

Tegen vieren komen we aan in Bockenheim an der Weinstrasse bij “Weingut & Gästehaus Benss” en hier parkeren we onze campers bij een wijngaard om te overnachten.

17

(De luifel kon wel een schoonmaakbeurt gebruiken !)

18

Ik had al gelezen op de App  Park4Night dat je hier een wijnproeverij kunt doen en inderdaad wij hebben uitgebreid de vele soorten wijn geproefd die hier kleinschalig geproduceerd worden. Ze smaken zo goed (en zijn redelijk geprijsd) dat we diverse dozen besteld hebben om mee te nemen voor thuis.

19

20

21

22

Ook nu zien we weer donkere luchten voorbij trekken met lichtflitsen, maar het onweer gaat langs ons heen en we houden het (tot nu toe) droog !

Verslag 61

Nadat we vanmorgen diverse dozen wijn ingeladen hebben vervolgen we onze weg in noordwestelijke richting, steeds gebruikmakend van secundaire wegen.

1

2

3

Tegen enen komen we aan bij een ander “wijngebied”  de Moezelstreek en vlakbij de plaats Zell plaatsen we onze campers pal aan de rivier de Mosel waar we uitkijken op de schuine hellingen vol druivenranken.

4

5

Nadat we geluncht hebben pakken we, hoogstwaarschijnlijk voor de laatste keer deze reis, onze fietsen en rijden langs het water naar de hooggelegen “Aussichtsturm auf dem Prinzenkopf”, een prachtig uitzichtpunt vanwaar je neerkijkt op enkele bochten van de Moezel.

6

7

8

9

10

11

12

13

14

Eenmaal weer op “waterniveau” gaan we de brug over bij Bullay en rijden via de andere kant van de rivier naar Zell waar weer een brug over de Moezel gaat.

15

16

17

18

Tegen vieren zijn we terug bij de campers, ruim voordat er een bui regen valt. Ook nu hebben we geluk met het weer: rondom ons bevinden zich diverse onweersbuien maar wij merken er weinig van. Er komt  van alles voorbij varen over het water, leuk om te zien en ook al is het minder warm dan de afgelopen tijd, weer zitten we de hele avond buiten !

19

20

Laatste verslag 62

1

We hebben vandaag de Moezel nog een stukje gevolgd tot aan Cochem waar een prachtig kasteel hoog boven de stad uittoornt. 

2

3

4

5

Daarvandaan  rijden we via Ulmen en Blankenheim naar de plaats Mechernich, gelegen in de Eifel, hier bevindt zich het Rheinisches Freilicht Museum Kommern.

6

7

8

9

In het Openluchtmuseum worden ruim zestig gebouwen tentoongesteld die verschillende gebieden van de Eifel belichten.

10

11

12

13

14

15

16

Het was een aardig uitgestrekt gebied en we hebben er enkele uren rondgelopen, toch vinden we de Openluchtmusea in Nederland (Arnhem en Enkhuizen) veel mooier opgezet.

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

Wel heel apart was een gebouw waarin je zogenaamd door smalle straatjes liep en overal bij huizen naar binnen kon kijken, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

We kunnen onze campers gewoon op het onverharde parkeerterrein laten staan en hier (kosteloos) overnachten.

43

44

Het wordt tevens onze laatste overnachting  in de camper, deze trip, want morgen leggen we de laatste twee honderd kilometer af  naar huis. We hebben een werkelijk prachtige, afwisselende  reis gemaakt en toch ook diverse keren de rust gepakt en langere tijd op één plek gestaan, dat is ons prima bevallen. Totaal hebben we zo’n vier en een half duizend kilometer afgelegd met de campers en drie honderd kilometer gefietst. We begonnen met ’s nachts vier graden maar al snel kregen we heel warm weer met uitschieters van veertig graden. Eén ding is zeker: Europa heeft ontzettend veel moois te bieden !

Australië / Tasmanië 2026

Verslag 1

Ook dit jaar vliegen we weer naar de andere kant van de wereld, Australië, om daar een mooie trip te maken. Alleen zijn we dit keer pas op 1 februari vertrokken in verband met de 40ste verjaardag van Dennis (23 januari), wat we afgelopen weekend gevierd hebben in Zandvoort (Center Parcs). Ook hebben we door ons late vertrek de winterse neerslag meegemaakt waarin Holland veranderde in een prachtig wit landschap, iets wat lang niet elk jaar gebeurt.

De komende maanden zullen we zeker geen sneeuw zien, maar wel met heel wisselende temperaturen te maken krijgen, we brengen namelijk een groot gedeelte van de trip door op Tasmanië, waar het best fris kan worden. Op het vaste land kunnen de temperaturen echter flink oplopen ! We gaan het allemaal weer beleven, we hebben er zin in !

Zondag heeft Dennis ons afgezet op een druk Schiphol waar we rond half vier vertrokken zijn richting Melbourne, met een korte tussenstop op het luxe vliegveld van Doha (Qatar).

Maandag om half twaalf  ’s nachts (in Australië is het tien uur later dan in Holland) kwamen we aan en zijn vrij snel naar het Ibis-hotel gegaan dat op vijf minuten loopafstand van de luchthaven ligt.

(We konden gewoon met het karretje vol koffers en tassen tot in de hotelkamer lopen !)

Vanmorgen zijn we, na een uitgebreid ontbijt, opgehaald door Schalk en naar de stalling gebracht waar de camper al schoongepoetst klaarstond, ook is hij weer nagekeken bij een garage in de buurt.

We pakken daar de koffers alvast uit en geven alles een plekje om vervolgens water te halen en een heleboel boodschappen te doen. Tegen half drie zijn we weer van alles voorzien en moeten dan nog een afstand van honderd en vijftig kilometer afleggen door de Yarra Valley en de Dandenong Ranges, beiden met veel bochtige, smalle wegen,  om tegen half zes aan te komen bij Poplars campground in de Noojee State Forest.

Onderweg valt het op dat alles heel droog en dor is; het heeft hier al lange tijd niet geregend en omdat er vaak ook nog een harde wind waait zijn er de afgelopen periode veel bosbranden geweest.  

Onze eerste overnachtingsplek is midden in de natuur vlakbij een kabbelend beekje, bij aankomst zoeken we de schaduw op omdat het nog ruim dertig graden is, maar  rond half acht is het alweer zover afgekoeld dat het vest aankan, dat wordt straks gewoon weer onder het dekbed slapen !

Verslag 2

We hadden gisteravond zo een kampvuurtje kunnen maken, maar dit had weinig zin want om negen uur lagen we, door de jetlag, al op bed. Met het mooie geluid van de kookaburra’s waren we zo vertrokken en deze vogels gingen ook snel daarna hun nest in. Vanmorgen werden we weer gewekt door hun lachende geluid, al was het eerst nog vrij fris met elf graden. Tijdens het ontbijt hadden we dan ook nog een vest aan maar in de loop van de dag klom de temperatuur op naar drieëndertig graden. We rijden naar het plaatsje Noojee op slechts tien kilometer afstand van onze overnachtingsplek waar we de  Noojee Trestle Bridge bekijken:

Deze houten brug was vanaf 1919 tot 1954 onderdeel van een tweeënveertig kilometer lange treinverbinding tussen Warragul en Noojee waar met een stoomtrein hout, levend vee en passagiers vervoerd werden.

Later zien we in het gehucht bij een oud station de stoomtrein staan, tevens is er vlakbij een oud waterrad te bekijken..

Vijftien kilometer verderop stoppen we weer om een wandeling te maken naar twee watervallen, waarvan de eerste: Toorongo, duidelijk de meest indrukwekkende is.

Wel merken we, tijdens een steile klim, dat onze conditie flink verminderd is door een verkoudheid waar we beiden mee te maken kregen voor we afreisden naar Australië.

Tussen de middag lunchen we bij de Blue Rock Dam waar het druk is met families die er een verkoelende duik nemen.

Dan wordt het weer tijd om kilometers te maken en tegen vieren komen we aan bij Ninety Mile Beach gelegen tussen de zee en de Gippsland Lakes.

We vinden een leuk (weer gratis) plekje en kunnen hiervandaan de zee duidelijk horen. Natuurlijk lopen we door de duinen naar zee al is het geen water om een duik in te nemen, daar zijn de golven te gevaarlijk voor. Ruim een week geleden liepen we in Zandvoort met een dikke jas en handschoenen aan langs het water, nu kunnen we pootje baden in korte broek en hemdje, wat een verschil !

Verslag 3

Vanmorgen zijn we naar Paynesville behorend bij de Gippsland Lakes gereden, vanwaar je met een kabelpontje in enkele minuten tijd naar Raymond Island kunt varen.

Het eilandje is slechts zeven en een halve vierkante kilometer groot en is vooral bekend vanwege de populatie koala’s die er leven. Er huizen tegenwoordig zo’n twee honderd van deze prachtige buideldieren en we hebben twee uur rondgewandeld over het eiland en er minstens twintig gespot.

De meeste zijn in diepe slaap, wat ze dan ook achttien uur per dag doen, maar we zien ook een “wakkere” vrij laag in een mik van een boom.

We spotten twee echidna’s, een soort grote egel, die met hun smalle snuit druk op zoek zijn naar mieren in de grond.

Ook wandelen we een tijdje langs het water waar talloze schelpen van mosselen liggen.

Eenmaal terug in Paynesville verorberen we daarom bij een restaurantje aan de haven ieder een portie heerlijke mosselen !

Daarna rijden we zo’n twintig kilometer om uit te komen bij “Waddy Point”, een prachtig plekje aan een binnenmeer waar we twee jaar terug ook gestaan hebben.

Hier kunnen we uren genieten van het mooie uitzicht en het zonnige weer.

Tegen de avond gaat de barbecue aan waar heerlijke lamskoteletjes op klaargemaakt worden, waarna er blokken hout op gaan voor een kampvuurtje. We genieten weer volop !!

Verslag 4

(Op de eerste twee overnachtingsplekken was een toilet aanwezig, maar hier niet, dus moeten we zelf een W.C.-tje creëren !)

Tijdens het ontbijt op ons prachtige plekje kwamen er twee dolfijnen rustig voorbij zwemmen en later, terug richting de bewoonde wereld, zagen we de eerste kangoeroe op deze trip voorbij hippen, zich snel verschuilend in het hoge gras toen hij ons hoorde !

We rijden eerst naar Bairnsdale  waar we een kijkje nemen in de St.Mary Church, deze Katholieke kerk is rijkelijk beschilderd van binnen, wat je niet veel ziet in Australië.

In dezelfde plaats stoppen we nog even bij enkele grote bomen die vol zitten met vleerhonden, een soort grote vleermuis, die met z’n hondachtige snuit ook wel vliegende hond wordt genoemd.

Het zijn indrukwekkende dieren die in grote kolonies leven, op de kop hangen en zich vaak in hun eigen vleugels wikkelen als een soort deken voor warmte of bescherming.

We laten het vlakke land weer achter ons en gaan via de Great Alpine Road de bergen in, al komen we vandaag niet zo ver. We stoppen tegen de middag bij Tambo Crossing, een leuk plekje aan de Tambo rivier waar we onze camper neerzetten met uitzicht op het water.

We hebben tijd voor een leesboek en doen ons eerste potje Carcassonne, waar er nog vele van zullen volgen.

Net als afgelopen nacht staan we hier als enigen, al hebben we wel gezelschap van tientallen kaketoes die aardig kunnen krijsen !!

Verslag 5

De dag begint weer fris en een beetje mistig, maar tegen tienen komt de zon tevoorschijn en in de loop van de middag is het “gewoon” weer ruim dertig graden ! We vervolgen de Great Alpine Road  en stoppen al vrij snel om een beschilderde watertank te bekijken, waarbij de schilder duidelijk geïnspireerd was door het boerenleven.

Voor we bij de plaats Omeo aankomen slaan we nog een keer af om King Cassilis Mine te bekijken, een voormalige goudmijn waarvan nog enkele restanten te zien zijn.

Nadat we in Omeo diesel en water getankt hebben krijgen we een heel wisselende route: eerst rijden we door dor, heuvelachtig gebied, maar al snel gaan we de hoogte in en volgen we een onverharde track waarbij we boven de veertien honderd meter uitkomen. Wim moet weer veel bochtjes draaien wat hij altijd heel leuk vindt ! Wanneer we stoppen voor de lunch in het Alpine N.P. is het drie en dertig graden en voelt het erg broeierig.

Tegen drieën zetten we de camper neer bij de kampplaats Buckety Plain, ook behorend bij het Nationale Park, op een hoogte van vijftien honderd en tachtig meter waar het gelukkig niet zo benauwd warm is.

Ik zie een bordje staan met: “Faithfuls Hut 700 meter” en samen wandelen we bergafwaarts  naar de hut, die mooi aan een stroompje ligt.

De weg terug heuvelopwaarts valt echter vrij zwaar, het blijkt dat er in die korte afstand negentig meter hoogteverschil zit ! We hebben vandaag weinig “wildlife” gezien, alleen worden we dit keer geplaagd door heel irritante vliegen die constant om onze oren zoemen ! Voor de vijfde dag op rij staan we op een gratis overnachtingsplek en hier is weer een toilet aanwezig dus we hoeven dit keer geen gaatje te graven !!

Verslag 6

We hebben vanmorgen nog geruime tijd  over de Bogong High Plains Road gereden door het Alpine N.P. waar in de winter volop geskied wordt. Nu zien we vooral wielrenners die  hun conditie testen op de schuine wegen en in de Rocky Valley Dam wordt volop gevist vanuit een bootje op het water. Het is zondag (8 februari), dus voor de meeste mensen een vrije dag.

Tegen elven stoppen we voor een korte wandeling naar de Fainter Falls waar het gehele jaar water naar beneden valt.

Later bij Mount Beauty gaan we nog een keer aan de wandel, namelijk naar de “Gorge Walk”. Via een hangbrug (suspension bridge) komen we in een smalle kloof waar een riviertje doorheen stroomt die we lange tijd volgen.

Op een gegeven moment moet je door het water om bij een grot uit te komen. Wij hadden echter onze wandelschoenen aan en zijn dus niet verder gelopen, maar ook hier was het druk met mensen die, vanwege het warme weer, het water in gingen.

Totaal hebben we zo’n acht kilometer afgelegd over oneffen, glooiend terrein bij een temperatuur van vijfendertig graden !

Nadat we nog even gestopt zijn bij Sullivans Lookout rijden we naar Butch Camp in de buurt van de plaats Bright waar we heerlijk gaan relaxen na de vermoeiende wandelingen.

Ik zoek nog even verkoeling in het ondiepe riviertje, Ovens genaamd, maar verder trekken we ons terug in de schaduw van de luifel.

Tegen de avond komt er een heel donkere lucht opzetten en begint het te regenen en te waaien, waardoor het iets afkoelt !

Na een half uurtje is het weer droog en blijft het nog lang warm, om negen uur is het nog vijfentwintig graden, misschien komt er straks nog een flinke onweersbui !!

Verslag 7

Er kwam gisteravond geen onweersbui en de temperatuur bleef ruim boven de twintig graden steken waardoor het een zwoele nacht werd. Nadat we vanmorgen in de plaats Bright weer voor zes dagen levensmiddelen hebben gehaald en onze gasfles hebben laten vullen, rijden we naar het prachtige Mount Buffalo N.P., wat we vorig jaar voor het eerst bezocht hebben. Het ligt op ruim dertien honderd meter hoogte waardoor het er niet zo benauwd is maar ook hier wordt het toch ruim dertig graden. Voor we naar de kampplaats Lake Catani gaan nemen we een afslag naar Mount Buffalo Chalet waar diverse mooie uitkijkpunten zijn.

(Klimmen is een favoriete bezigheid in het park !)

Nadat we onze camper op de besproken plek neergezet hebben is Wim eerst even druk met een klusje: vanmorgen viel er spontaan bij het openen een buitendeurtje op de grond. De camper is natuurlijk niet zo jong meer en staat het hele jaar buiten waardoor het kunststof vergaan was. Maar Wim heeft het weer gerepareerd !

We maken een wandeling van vier kilometer rond het mooie Catani meer waar verschillende mensen in aan het zwemmen zijn.

We zien enkele holen van wombats, maar deze dieren komen pas tegen de schemering tevoorschijn.

Daarna wordt het natuurlijk weer tijd voor een spelletje Carcassonne (de vierde inmiddels met een stand van 2-2 !). De ranger komt langs om te vertellen dat er morgen een “total fire ban” is vanwege het hete weer. Dit betekent: geen open vuur of barbecue en alert zijn op rook of vuur ! We hebben voor twee nachten geboekt en gaan morgen het park verder verkennen !

Verslag 8

Vanmorgen zijn we helemaal tot aan het eind van de Mount Buffalo Road gereden onderweg regelmatig stoppend. Als eerste bekijken we de Torpedo Rock en daar vlakbij begint de “Old Galleries Track”, een leuke wandeling langs, over en onder allerlei grote  rotsen door.

Ook stoppen we even bij “Leviathan”, een immens grote granieten steen.

Door het hele park heen zijn allerlei wandelingen te maken variërend van één tot wel achttien kilometer. Wij bekijken dit keer veel vanuit de auto maar genieten daarom niet minder, elke keer is het uitzicht weer schitterend.

Op ruim zeventien honderd meter hoogte ligt “the Horn” die we vorig jaar nog beklommen hebben en waar je komt via een bochtige, onverharde weg.

Hier keren we om en nemen voorbij Lake Catani een andere “gravelroad” die uitkomt bij een klein stuwmeertje.

Tegen enen zijn we terug bij de kampplaats en zetten onze camper weer op ons plekje neer. ’s Middags zitten we enkele uren aan het meer, het is prachtig weer, maar niet zo heet dat we willen zwemmen al is het water van prima temperatuur.

We zijn blij dat we nog een keer naar dit mooie park gegaan zijn, het is ons weer prima bevallen !

Verslag 9

Toen we vanmorgen de twintig kilometer lange, bochtige Mount Buffalo Road heuvelafwaarts naar Porepunkah reden kwamen we een tiental wielrenners tegen die de steile weg omhoog gingen, een hele uitdaging en dat zonder accu-ondersteuning ! Vervolgens rijden we geruime tijd weer over de Great Alpine Road richting Wangaratta tot we een afslag nemen naar Glenrowan. In deze plaats wordt de stuikrover Ned Kelly nog altijd als een Robin Hood vereerd en de plaatselijke middenstand vaart er wel bij. We zijn hier inmiddels al vier keer geweest en vooral Dennis was helemaal weg van deze volksheld. We hadden gehoopt er een voorstelling van de legendarische man te kunnen zien, maar deze is helaas alleen in het weekend te bekijken.

In plaats daarvan kopen we een zes-uur durende speelfilm over het leven van Ned Kelly en natuurlijk wordt er weer een foto gemaakt van zijn gigantische evenbeeld.

Omdat ik verwacht had veel langer in Glenrowan te verblijven lopen we voor op schema en besluiten een dag in te lopen. Het is inmiddels gigantisch warm (38 graden) en benauwd geworden  dus dan kunnen we beter in de auto zitten met de airco aan.

We lunchen in de schaduw van een grote boom  in Euroa met uitzicht op een grote magpie.

Wanneer we daarna via Merton naar Alexandra rijden komen we vele kilometers lang door een zwart geblakerd gebied, ruim een maand geleden zijn hier enorme bosbranden geweest. Gelukkig heeft de brandweer kans gezien de meeste huizen te sparen, maar het ziet er allemaal erg triest uit.

Tegen half vier komen we aan bij Cooks Mill campground in het Cathedral Range State Park waar het nog altijd gigantisch warm is en een hete föhnwind over de kampplaats waait.

We hebben de camper echter net staan wanneer  het begint te regenen en binnen twee uur koelt het zo’n vijftien graden af. We staan gelukkig prima met de luifel uit en één zijkant opgebouwd en kijken uit op een open vlakte waar enkele kangoeroes zitten.

Ook zien we weer een kookaburra, enkele zwarte kaketoes en een parkiet die zich niet op de foto laat zetten.

Vanavond koelt het nog verder af naar veertien graden en morgen komt de temperatuur niet boven de twintig graden, rond Melbourne kan de temperatuur elke dag flink fluctueren !!

Verslag 10

Het heeft de hele avond en nacht doorgeregend en vanmorgen was alles klam en koud, maar we konden droog ontbijten onder de luifel met twee vesten aan. Nadat we de natte spullen opgeruimd hebben rijden we naar Maryville waar het net even droog is wanneer we de Steavensons Falls bekijken bij een temperatuur van tien graden, een heel verschil met gisteren ! 

Daarna had ik een heel leuke weg uitgekozen: de Archeron Way, een dertig kilometer lange, onverharde, slingerende weg richting Warburton door het Yarra Range N.P., waardoor de camper er nu iets minder schoon uitziet !

Ook kregen we problemen met de TomTom, die stil bleef staan en geen informatie meer deelde. Hij doet het nu weer, maar we zullen thuis echt een nieuwe aan moeten schaffen !! We maken nog een korte wandeling door de (natte) Rainforest en gaan daarna kilometers maken.

Ruim na tweeën stoppen we bij Gembrook voor de lunch vlakbij één van de stations van “Puffing Billy”, een oude stoomlocomotief die nog altijd door de omgeving rijdt.

Eenmaal richting Mornington Peninsula merken we dat we dichter bij Melbourne komen en rijden  ineens op vijf-baans wegen tot we afzwaaien  richting Hastings. We eindigen bij Point Leo Beach Reserve, een grote kampplaats aan zee, waar volop gesurft wordt.

Hier krijgen we een prachtige plaats in de zon, uit de wind. We hebben voor twee dagen geboekt en morgen gaan we niet van de plek af !

(Wildlife op de kampplaats !)

Tegen zevenen komen er ineens enkele kinderen met hun begeleider naar ons toe met grote bakken met hamburgers, worstjes en rauwkost: ze zijn op schoolkamp en hebben veel te veel vlees klaargemaakt, of wij misschien iets lusten ? Dat kwam mooi uit, nu hoeft Wim niet meer te koken.

Tot acht uur kunnen we profiteren van de warmte van de zon, daarna gaan de vesten weer aan, vannacht zullen we heerlijk slapen met het geluid van de rollende golven op de achtergrond !!

Verslag 11

Voor het eerst deze trip is de camper de hele dag niet van z’n plaats geweest, wél zijn wij lopend de 3,5 km2 grote kampplaats rond geweest en vonden de plek terug waar we zes jaren geleden met Marcel, Marieke en de jongens hebben gestaan. Het waren de eerste twee dagen van de zes weken durende prachtige reis die we toen met z’n zessen gemaakt hebben.

Ook lopen we langs de zee waar het vrij fris is.

Op ons plekje is het echter prima te houden en we relaxen er met onze E-readers en een spelletje.

In de loop van de middag komen er diverse auto’s met caravan aanrijden en ook worden er overal tenten opgebouwd. Het weekend komt eraan dus de Australiërs trekken er op uit. Het is leuk dit van een afstandje te bekijken, hele families zitten bij elkaar en ook de kinderen vermaken zich prima.

Ik hoop wel dat we morgen, op de volgende overnachtingsplaats, een plekje kunnen krijgen, want dan is het nog steeds weekend !

Verslag 12

Vanmorgen zijn we naar Mornington Peninsula N.P. gereden en nadat we bij een “blowhole” het zeewater omhoog zagen spuiten hebben we bij Cape Schanck een prachtige wandeling gemaakt naar Pulpit Rock.

Het was zeker de moeite waard om helemaal door te lopen over de boardwalk, via vele trappen, grote keien en rotsen tot aan de “preekstoel”, wat de vertaling is van pulpit rock !

Op weg naar de vuurtoren zagen we opeens een echidna, deze miereneter was totaal niet schuw en druk bezig met zijn puntige snuit z’n maaltje bij elkaar te zoeken.

Daarna zijn we naar de noordkant van het schiereiland gegaan waar je uitkijkt op Philip Bay, de natuurlijke haven van Melbourne, met z’n ondiepe water vlak langs de kust.

In Rosebud kopen we grote garnalen die we later op een parkeerplek vlakbij zee afpellen en opeten.

Nadat we bij een uitkijkpunt de London Bridge van een afstand gezien hebben rijden we naar Sorrento waar we de grote veerpont nemen naar de andere kant van de Philip Baai en drie kwartier later komen we in Queenscliff weer aan wal.

Dan wordt het tijd om een kampplek te zoeken  en dit wordt een ramp, we stoppen vijf keer bij een camping die vol blijkt te zijn en ook proberen we telefonisch om iets te boeken. Een heel vriendelijke dame van een (volle) camping doet ook nog haar uiterste best iets voor ons te vinden en we waren al bijna uitgekomen bij een hotel om de nacht door te brengen, tot we hoorden dat er afgelegen parkeerplekken aan zee zijn waar je (eigenlijk niet) mag overnachten en daar staan we nu dus.

Er is zelfs een toiletgebouw aanwezig en we staan er helemaal alleen, maar dat maakt ons niet uit. Nu maar hopen dat er geen politie komt die ons wegstuurt, maar er staan nergens borden dat het verboden is hier te overnachten !!

Verslag 13

Tot zeven uur vanmorgen hebben we prima geslapen op het afgelegen parkeerterrein, vanaf die tijd kwamen er diverse auto’s aanrijden met surfers. Het is zondag (15 februari) dus met het prachtige weer willen de fanatiekelingen de zee op, heel logisch. Na het ontbijt rijden we terug naar de historische plaats Queenscliff met z’n oude gebouwen waar we gisteren aankwamen met de pont.

Vervolgens gaan we naar Point Lonsdale, wandelen we over de lange pier en gaan nog even met de voeten de zee in.

Dan rijden we richting Geelong want vanaf deze plaats varen we vanavond naar Tasmanië. We hebben nog enkele uren speling en verblijven in een park met uitzicht op de boot: Spirit of Tasmania.

Tegen half vijf zijn we ingecheckt, hebben de keuring doorstaan (je mag geen fruit, groente, honing en zaden bij je hebben) en wachten tot we aan boord kunnen. De tocht duurt zo’n twaalf uur en we hebben een hut om in te overnachten.

Eenmaal aan boord verkennen we alle dekken en eten dan een maaltijd in het buffetrestaurant om vervolgens een tijdje te luisteren naar live muziek met een wijntje erbij.

Tegen tienen duiken we ons bed in, we moeten morgen heel vroeg op want om zes uur komen we al aan in Devonport op Tasmanië. We zijn inmiddels op open zee en de boot begint al aardig heen en weer te gaan, dat wordt nog wat vannacht !

Verslag 14

We hebben redelijk goed geslapen tijdens de twee honderd veertig kilometer lange overtocht naar Tasmanië, al werden we af en toe wakker wanneer de boot te veel heen en weer ging. Wel was de nacht vrij kort omdat we al om zes uur gewassen en aangekleed gereed moesten zijn. Eenmaal in Devonport zijn we eerst naar een wasserette gereden om onder andere ons beddengoed en diverse handdoeken te wassen en terwijl alles in de droger zat hebben we boodschappen gedaan in een grote supermarkt want alles was op. Tegen negenen is de was droog en opgeruimd en hebbeen we weer een voorraad verse levensmiddelen. We kunnen op pad ! Een uurtje later stoppen we bij Lake Barrington waar we verlaat ontbijten, behalve een kop koffie en een mueslireep hadden we nog niets op.

Nadien bekijken we er de Devil’s Gate Dam, een vier en tachtig meter hoge dam waar elektriciteit opgewekt wordt.

Ik had voor vandaag nog enkele bezienswaardigheden op m’n lijstje staan, maar een uitkijkpunt gaat niet door omdat de weg afgesloten is en een waterval is nergens te vinden ! Nu gaan we nog voldoende watervallen bekijken dus dat is geen ramp ! We gaan gewoon naar onze overnachtingsplek toe bij Lake Lea, want we zijn best wel moe.

Daar aangekomen, via een slechte onverharde weg, blijkt het een open veld te zijn waar al meerdere campers staan en er waait een koude wind die van alle kanten komt.

Gelukkig had Wim een stukje terug al een mooi beschut plaatsje gezien dus daar gaan we heen en hebben daar een heerlijke rustige middag. De zon schijnt volop en is heel krachtig, een heel verschil met Holland waar het gisteren gesneeuwd heeft !

Tegen de avond koelt het snel af, maar we bevinden ons dan ook op negen honderd meter hoogte !

Verslag 15

We werden vanmorgen uitgeslapen wakker en omdat we dichtbij Cradle Mountain N.P. zijn gaan we vandaag een prachtige wandeling maken door dit park. Het is zeker niet voor het eerst dat we hier zijn maar de laatste keer is alweer zeven jaar geleden, toen we samen met Dennis zes weken door Tasmanië rondgetrokken zijn. Nadat we met de shuttlebus afgezet zijn bij Ronny Creek, nemen we: “Crater Lake Circuit”, de mooiste wandeling in het park die twee tot drie uur in beslag neemt.

We starten rustig lopend over een boardwalk en zien in de verte nog een wombat, deze komen veel voor in dit gebied.

Al snel echter wordt het klimmen en gaan we over smalle ongelijke paadjes en vele traptreden omhoog. Hier merken we wel dat we langzaamaan ouder worden ! Het is prima wandelweer al laat de zon zich maar sporadisch zien, wat misschien ook maar goed is want deze heeft meteen heel veel kracht. We zien enkele watervalletjes, lopen door magische bossen maar vooral over open, glooiend terrein.

Eenmaal bij het eerste meer: Crater Lake hebben we al een hoogte overbrugd van twee honderd en zestig meter en daarvandaan wordt het makkelijker lopen en hebben we het hoogste punt (1140 meter) gehad.

Bij de schitterende plek Wombat Pool houden we middagpauze en daarna gaan we via Lake Lilla naar Dove Lake, het bekendste meer in het park.

Hier zijn al heel wat foto’s gemaakt met op de achtergrond de puntige Cradle Mountains.

Vanaf het laatste punt van de busdienst (Dove Lake) gaan we in twintig minuten tijd terug naar de ingang van het park waar onze camper geparkeerd staat. Dan is het nog een half uurtje rijden naar onze overnachtingsplek: Lake Gairdner campsite, al staat er niet veel water in het meer. Ook op Tasmanië is het al lange tijd vrij droog en kunnen ze wel wat regen gebruiken.

Tegen de avond krijgen we toch te maken met diverse regenbuien maar die zorgen er niet voor dat het meer volstroomt !

Verslag 16

Ook vandaag zijn we natuurlijk weer actief geweest: nadat we geruime tijd door het afwisselende glooiende landschap van Tasmanië hebben gereden, waar je niet echt opschiet vanwege de bochtige wegen, komen we tegen half twaalf aan bij Leven Canyon en maken hier een rondwandeling van een uur.

Net als gisteren krijgen we te maken met veel hoogteverschil en moeten we ook bijna duizend treden afdalen, maar waar je naar beneden gaat moet je ook weer omhoog !

Het uitzicht diep in de kloof waar de rivier Leven doorheen stroomt is echter prachtig en de moeite van de wandeling zeker waard.

(Ook hier leven echidna’s !)

Nadat we op weg naar een druipsteengrot nog even gestopt zijn bij Preston Falls houden we middagpauze bij Gunns Plains Cave voor we tegen half drie mee kunnen met een tour door de grotten.

Anderhalf uur lang verblijven we diep onder de grond, bij elf graden en zien prachtige druipsteenformaties.

Er stroomt een riviertje door de grotten en we zien zelfs gloeiwormen die oplichten als alle lampen gedoofd zijn.

Wanneer we om vier uur weer buiten staan hoeven we nog maar tien kilometer te rijden voor we uitkomen bij Donnons Park, waar we onze camper neerzetten voor de nacht.

We kijken uit over het riviertje Leven waar we vanmorgen vanaf grote hoogte op neerkeken, maar nu bevinden we ons op nog geen veertig meter boven zeespiegel !

Verslag 17

(Bij gebrek aan een douche wassen we onze haren boven de wasbak wat prima lukt !)

Tasmanië is ongeveer anderhalf keer zo groot als Nederland maar heeft nog geen zes honderd duizend inwoners, waarvan de meeste in en rondom de hoofdstad Hobart wonen. (Wel zijn er in de zomermaanden natuurlijk heel veel toeristen !) Grote gebieden zijn dus heel dun bevolkt en je ziet dan ook grote stukken land met vee erop behorend bij een enkele boerderij. Ook zijn hele delen van het eiland Nationaal Park of wildernis gebied. Wij willen in vijf weken tijd zoveel mogelijk zien van Tasmanië en gaan elke dag op pad startend in het noord westen van het eiland.

Vanmorgen hebben we eerst een stuk langs de kust gereden richting Burnie en zijn toen landinwaarts naar de prachtige Guide Falls gegaan waar we ook lunchpauze hebben gehouden.

Daarna gaan we toch weer naar de zee om vanaf een hoog uitkijkpunt de mooie rode rotsen van Rocky Cape N.P. te aanschouwen.

Er staat vandaag een harde, koude wind waardoor het niet zinvol is aan de kust te overnachten en we komen tegen vijven uit bij een vrije kampplaats aan de Bartletts Road waarvoor we wel eerst door een ondiep riviertje moeten rijden.

We hebben de grote plek helemaal voor ons alleen en kunnen nog ruim een uur genieten van de warme zonnestralen voor deze achter de bomen verdwijnen.

De barbecue gaat aan en daarna volgt een kampvuur, wat wel lekker is want het koelt vannacht flink af !

Verslag 18

We hebben gisteravond uren bij het verwarmende vuur gezeten met boven ons een heldere hemel met duizenden sterren ! Vanmorgen was het slechts vier graden waardoor het moeilijk was het warme bed uit te komen, maar tegen negenen kreeg de zon kracht en werd het weer aangenaam buiten. We rijden eerst naar de mooie Dip Falls, waar water over basaltstenen naar beneden valt.

Wel moeten we weer ruim twee honderd treden af en later weer op om deze waterval van onderaf te bekijken.

Vlakbij zijn enkele grote eucalyptus bomen te zien waarvan sommige meer dan vier honderd jaar oud zijn.

We gaan weer naar de kust en bij de historische plaats Stanley kijken we op een heel grote rots, Circular Head, die uitsteekt boven de vissersplaats. De Nut, zoals hij meestal genoemd wordt, is honderd en vijftig meter hoog en je kunt met een stoeltjeslift naar boven.

Wij wandelen door de oude straatjes en kopen daarna bij een bekend visrestaurant een dozijn oesters en een crayfish, een gekookte rivierkreeft die we later smakelijk opeten.

Via de Bass Highway, een kronkelende tweebaansweg gaan we naar de westkust en stoppen tegen tweeën bij Marrawah Green Point Campground, een kleine (gratis) kampplaats aan zee waar het al redelijk volstaan.

We vinden er toch een leuke, zonnige plek en hebben er een heerlijke relaxte middag en avond.

We lopen een paar keer naar zee waar de hoge golven tegen de kust slaan.

Ook zien we vandaag de eerste wallabies (een soort kleine kangoeroe), tot nu toe hadden we alleen maar dode exemplaren op en langs de weg zien liggen.

In de loop van de avond wordt het helemaal bewolkt, dit zorgt er wel voor dat het gelukkig niet zo koud wordt vannacht !

Verslag 19

Het was vanmorgen aan zee al vroeg druk met surfers, het is weekend én vloed dus de fanatiekelingen willen gebruik maken van de mooie rollende golven. Nadat we ontbeten hebben in de verwarmende zonnestralen gaan we weer op pad.  We bevinden ons op de meest westelijke punt van Tasmanië en bekijken West Point, Bluff Hill Point en de “Edge of the World”, allemaal prachtige plekken aan zee.

Daarna gaan we in zuidelijke richting door de Arthur-Pieman Conservation Area. We rijden zo’n honderd en vijftig kilometer door onbewoond gebied, over onverharde wegen, vaak vol kuilen, met een zeer wisselend landschap, zeker wat hoogte betreft.

De gemiddelde snelheid ligt zo rond de veertig tot vijfenveertig kilometer per uur.

Onderweg komen we hooguit tien auto’s tegen dus je kunt wel spreken van een afgelegen gebied. Helaas heeft hier enkele jaren terug een flinke bosbrand gewoed waarvan je nu nog de gevolgen ziet.

Tegen half vier stoppen we bij een onofficiële kampplaats aan de Heazlewood River, een stukje voor de plaats Waratah, waar we weer helemaal alleen staan.

Het is nog steeds prachtig weer met een strakblauwe lucht en een prima temperatuur, ook is er weinig wind. Tot half acht kunnen we genieten van de zon, dan verdwijnt deze achter de bomen en kan het vest weer aan !

Verslag 20

We zijn nog een dag blijven staan aan de rivier, niet omdat het plekje zo bijzonder is, maar er werd voor de hele dag regen voorspeld dus dan heeft het weinig zin verder te trekken. En inderdaad, er zijn heel wat buien overgetrokken vandaag, het water liep zelfs onder de luifel door. Wim heeft wat geultjes gegraven zodat het water een andere richting koos op weg naar de lager gelegen rivier.

Gelukkig blijft het peil daarvan zo’n beetje op dezelfde hoogte, we hoeven dus niet bang te zijn voor overstromingen. We vermaken ons met een spelletje Carcassonne en hebben allebei een mooi boek.

Helaas is de temperatuur een stuk gezakt naar veertien graden en zitten we met lange broek en twee vesten aan buiten. Morgen blijft het gelukkig droog en gaan we verder met onze reis door het afwisselende Tasmanië !

Verslag 21

Gelukkig was het vanmorgen droog al voelt alles binnen en buiten vochtig aan na een hele dag regen. Ook is het maar acht graden en zitten we weer met lange broek en twee vesten aan te ontbijten. Wel hebben we een blauwe lucht en komt de zon weer tevoorschijn. Nadat we alles zo goed mogelijk hebben droog gemaakt rijden we vijftien kilometer om uit te komen bij de parkeerplaats van de Philosopher Falls. Hier maken we een wandeling van ruim een uur door  een mystiek bos vol mos op de bomen.

Nadat we weer ruim twee honderd traptreden afgedaald zijn komen we uit bij de waterval die door de regen aardig wat water laat vallen.

Eenmaal terug bij de camper gaan we naar Waratah, een oud mijnstadje, waar we onze vuilnis kwijt kunnen, water en diesel tanken en nog even naar de mooie waterval lopen midden in het dorp.

Vervolgens rijden we richting Rosebery maar bij Tullah nemen we de afslag naar Lake Mackintosh waar we weer een prachtige, gratis overnachtingsplek vinden. (Tot nu toe hebben we bijna elke keer weer, voor ons, nieuwe plekjes gevonden om te overnachten !)

De zon schijnt volop, de korte broek gaat aan en de vesten kunnen uit. Tot zeven uur genieten we van de prachtige, zonnige plek aan het water.

Maar zoals elke dag, zodra de zon weg is, koelt het snel af en moeten we ons weer warm aankleden. ’s Avonds valt de wind bijna weg waardoor we een verwarmend kampvuur kunnen maken, met boven ons een prachtige heldere sterrenhemel !

Verslag 22

Vanaf ons prachtige plekje aan Lake Mackintosh gaan we, nadat we over de smalle dam gereden zijn,  richting Queenstown en komen onderweg langs Lake Plimsoll.

Tasmanië kent talloze meren die er vaak helemaal verlaten bijliggen. Bij Queenstown, een mijncentrum gebouwd rond de Mount Lyell Copper Mine, kun je aan het landschap nog altijd de gevolgen zien van de jarenlange mijnbouw.

Nadat we er onze voorraden aangevuld hebben maken we, zo’n tien kilometer buiten de plaats, een mooie wandeling door het bos naar “the Confluence”, een plek waar het bruine mijnwater van de Queens River en het “schone” water van de King River bij elkaar komen.

Vervolgens rijden we naar Lake Burbury, een langgerekt, grillig gevormd meer waar we bij de Darwin Dam boat ramp een leuk plekje vinden met een prachtig uitzicht op het water en de omringende bergen.

We gaan barbecueën en daarna legt Wim ons laatste hout in de bak voor een verwarmend vuur. We moeten op zoek naar nieuw brandhout, maar wat buiten ligt is allemaal nat en in Queenstown was niets te koop !

’s Avonds krijgen we onverwacht bezoek van enkele wallabies en …. een spotted-tailed  quoll, normaal een heel schuw diertje dat je niet gauw ziet !!

Verslag 23

Vannacht heeft het geregend dus we waren blij dat we gisteren de camper een stukje verzet hadden want vanmorgen was het op de oude plek een blubberpoel.

Wim zag vanmorgen een stapel hout liggen op een plek waar kampeerders net vertrokken waren, dus nu hebben we toch weer brandhout.

Het moet nog wel even gekloofd worden, maar na een half uurtje werken hebben we een aardige voorraad bruikbaar hout en kunnen we voorlopig vooruit.

We rijden terug naar Queenstown, want de weg loopt verderop dood. Daarvandaan kunnen we de Lyell Highway nemen in westelijke richting naar Strahan, maar daar zijn we al drie keer geweest (we zijn nu voor de vierde keer op “Tassie”, zoals het eiland vaak genoemd wordt !) Je kunt er een mooie bootcruise maken door de Gordon River of een prachtige treinreis door de King River Gorge, maar beide hebben we al twee keer gedaan. Wij nemen dus de Lyell Highway in oostelijke richting en komen al snel uit bij de Iron Blow Lookout. de eerste open kopermijn bij Queenstown (1892-1922).

Zo’n vijftien kilometer verderop maken we een wandeling naar de Nelson Falls die horen bij het Franklin-Gordon Wild Rivers N.P., een ruim vier duizend km2 groot gebied met diverse snelstromende rivieren.

Ook de Franklin River Nat. Trail, die we daarna lopen, hoort hierbij. Tegen half vier komen we aan bij Lake King William waar we onze camper bij het meer zetten. We zitten op ruim zeven honderd meter hoogte en er waait een frisse wind, maar in de zon is het lekker warm.

De ranger komt langs en vertelt ons dat er absoluut geen kampvuur gemaakt mag worden, we zullen vanavond dus wel vroeg op bed liggen, want het koelt af naar zes graden !

Verslag 24

Zodra de zon gisteren verdwenen was werd het ijzig koud, na het eten zijn we dan ook naar binnen verhuisd, maar ook daar kwam de temperatuur niet meer boven de elf graden. We hebben nog een spelletje Triominos gedaan maar lagen al vroeg in bed en gelukkig hebben we een prima dekbed !

Vanmorgen was het miezerig, fris  weer, maar de vooruitzichten zijn wel goed.

We gaan eerst naar Lake St.Clair, het diepste zoetwatermeer van Australië, hiervandaan begint de veelgeroemde Overland Track: een wandelroute naar het tachtig kilometer noordelijker gelegen Cradle Mountain waar je zo’n zes dagen over doet. Ook nu zien we weer een aantal grote, gevulde rugzakken klaarstaan van wandelaars die de tocht aandurven.

(In het informatiecentrum stond een opgezette Tasmaanse duivel)

Iets verderop, bij Derwent Bridge, gaan we nog een keer naar “the Wall”: in een groot gebouw staan honderd houten panelen (van Huon Pine) die door een zeer kundige, artistieke man bewerkt zijn met allerlei afbeeldingen van mensen en dieren.

De eerste keer dat we er waren (2017) was het natuurlijk het meest indrukwekkend, maar ook voor een derde keer blijft het heel interessant om te zien hoe Greg Duncan hout tot leven brengt !

(Ook de handschoen en de pet zijn van hout !)

(Hier sta ik in het geografische midden van Tasmanië)

We blijven de tweebaans Lyell Highway volgen in zuidoostelijke richting en na de middag stoppen we bij Lawrenny Distillery waar we een kleine whiskyproeverij doen.

Daarna gaan we richting Mount Field N.P. maar daar aangekomen blijken de twee kampplaatsen helemaal vol te zijn. We komen uiteindelijk terecht op een open plek in een bos bij de plaats Maydena aan de Tyenna River, aangewezen door een vriendelijke mevrouw die we onderweg tegenkwamen.

We staan er weer helemaal alleen en kunnen er nog geruime tijd in de zon zitten, we doen er zelfs een potje Carcassonne, wat alweer even geleden is.

Ook kunnen we nu een kampvuurtje maken, iets wat op de kampplaats bij Mount Field verboden was !

Verslag 25

Toen we gisteravond bij het kampvuur zaten kwam er opeens een nieuwsgierige possum vanachter een grote boom tevoorschijn !

Vanmorgen was het weer slechts zeven graden toen we opstonden en omdat we zoveel bomen om ons heen hadden duurde het wel even voor de zon tevoorschijn kwam, maar daarna werd het prima weer. Omdat we al een stuk voorbij Mount Field N.P. zijn rijden we eerst verder over de honderd kilometer lange Gordon River Road, met aan het eind de indrukwekkende Gordon Dam, behorend bij het Southwest N.P.

Onderweg stoppen we regelmatig bij een mooi uitkijkpunt want links van ons bevindt zich het uitgestrekte Lake Pedder en rechts Lake Gordon.

Zo’n vijftien kilometer voor het eind van de weg is een kampplaats Teds Beach waar we even gaan kijken. Het is er vrij druk en er staat duidelijk aangegeven dat kampvuur maken verboden is.

Eenmaal aangekomen bij de Gordon Dam gaan we de twee honderd treden naar beneden en lopen tot het einde van de dam, het is echt een knap staaltje vakwerk !

Dan wordt het tijd om te kijken waar we kunnen overnachten want we gaan pas morgen terug om Mount Field te bekijken. We komen weer uit bij een prachtig plekje aan het water van Lake Pedder waar we al eerder gestaan hebben, langs een onverharde, weinig gebruikte weg naar de Serpentine Dam. Het is een zonnige plek en we doen zelfs de luifel uit voor wat schaduw.

Om half zes verdwijnt de zon helaas achter de bergen en gaan zoals gewoonlijk de lange broek en de vesten weer aan, maar  …. we mogen hier in ieder geval een vuurtje stoken !!

Verslag 26

We hebben vanmorgen de honderd en veertig meter hoge Gordon Dam achter ons gelaten en zijn door de “World Heritage Area” teruggereden naar de bewoonde wereld.

In Maydena zien we enkele Railtrack Riders, een soort fiets op vier wielen waarmee ze over oude treinrails rijden.

Pas na de middag komen we aan bij Mount Field N.P. en maken daar een wandeling van anderhalf uur.

We zien de Russel Falls van beneden- en bovenaf, de Horseshoe Falls en lopen langs gigantisch hoge bomen de “Tall Trees Track”.

Vervolgens rijden we een zestien kilometer lange weg omhoog naar Lake Dobson en bevinden ons dan op ruim duizend meter hoogte.

We moeten dezelfde weg weer terug en rijden dan nog zo’n vijfentwintig kilometer tot we tegen half zes uitkomen bij een soort openbaar park langs de weg, waar je mag overnachten.

We kijken uit op een speelplaats en enkele oude bomen, ook zijn er toiletten aanwezig, meer hebben we niet nodig. Gelukkig koelt het vanavond niet erg af, want een vuurtje zullen we hier maar niet maken op het droge gras !

Verslag 27

Via de plaats New Norfork zijn we naar Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, gereden.

Zoals bekend houden wij niet van steden bekijken maar we wilden het toch nog een keer proberen: binnen een uur hadden we het wel gezien, de stad heeft geen charme en zelfs “Battery Point”, het oude gedeelte, kon ons niet bekoren.

Gelukkig vonden we een prima sushi-bar en hebben we daar een uurtje gezeten, hadden we toch de twee-uur parkeerticket niet voor niets gekocht.

Toch hebben we de stad helemaal gezien, maar dan vanaf een hoogte van twaalf honderd zeventig meter ! We hebben de vijf en twintig kilometer lange weg naar de top van Mount Wellngton genomen en van daaraf heb je een prachtig uitzicht over Hobart en omgeving.

Het was wel knap fris op die hoogte en ook waaide het flink.

Eenmaal weer beneden zijn we naar  Berriedale gereden, een voorstad van Hobart, waar een heel apart museum staat: MONA. Morgen wordt er minder mooi weer en regen voorspeld dus dan willen we daar tijd doorbrengen, we zijn er al even naartoe geweest en hebben de entreekaartjes al gekocht.

We staan nu op een simpele overnachtingsplaats Phil’s Place, vijf kilometer van MONA verwijderd, dus we zijn er morgen zo !

Verslag 28

Het slechte weer dat voor de hele dag voorspeld was viel eigenlijk wel mee: vannacht en vanmorgen vroeg heeft het geregend maar tegen negenen was het droog. Overdag scheen zelfs af en toe de zon en werd het zo’n drieëntwintig graden. Pas tegen vijven, nu we weer op een andere kampplek staan begint het af en toe weer te regenen en ook is het een stuk afgekoeld naar vijftien graden !

Maar we zijn vandaag dus naar MONA geweest, dit staat voor Museum of Old and New Art. Het gebouw ligt grotendeels onder de grond en heeft drie verdiepingen, waar je via heel aparte gangen ineens op de vreemdste plekken staat.

Het is een museum wat moeilijk te omschrijven valt, je ziet moderne kunst, beelden uit de oudheid, de meest bizarre schilderijen, maar ook aparte machinerieën.

We lopen door op elkaar gestapelde containers en even later over een soort dicht balkon waar tot aan heuphoogte zwarte olie tegen de rand  drijft.

Je moet het gewoon een keer gezien hebben en het is er dan ook behoorlijk druk.

Wij hebben er zo’n drie uur doorgebracht maar je kunt je er ook een hele dag vermaken. Buiten is entertainment, er zijn restaurants en je kunt een wijnproeverij doen.

Wij brengen echter nog geruime tijd door in een supermarkt en rijden daarna via Hobart, waar het erg druk is met verkeer, naar “the Lea Scout Camp” bij Kingston.

Rond half zes bellen we met Marcel, want die is vandaag weer een jaartje ouder geworden, en na zo’n drie kwartier zijn we weer helemaal op de hoogte van alle wel en wee. Natuurlijk houden we ook de nieuws-berichten goed in de gaten, want na de aanval op Iran door Amerika en Israel is het in het Midden-Oosten erg onstabiel. Gelukkig duurt het nog een kleine zeven weken voor we, via Doha, terug vliegen naar huis !

Verslag 29

Voor de komende dagen staat Bruny Island in de planning en via een leuke route rijden we richting Kettering waar we met de pont overvaren naar het eiland. Maar eerst stoppen we nog even in Kingston bij een soort Blowhole, er spuit geen water uit, maar de grot is mooi om te zien en toevallig is er net een schoolklas aan het “survivallen”.

Iets over enen varen we over en een kwartiertje later zijn we al bij Roberts Point, de enige plek op het eiland waar de veerboot aanlegt.

Bij een prachtige baai stoppen we voor de lunch en rijden daarna naar “the Neck”,  een smalle strook land die het eiland in tweeën deelt.

We klimmen er naar de Truganini Lookout vanwaar het uitzicht werkelijk schitterend is.

Vannacht verblijven we op een officiële camping: Captain Cook Holiday Park aan de Adventure Bay en wel om twee redenen, er moet nodig gewassen worden en hier zijn wasmachines én drogers, bovendien is het hiervandaan maar twee kilometer rijden naar de startplaats van “Bruny Island Cruises”, met deze company  gaan we morgenvroeg de zee op. We zijn er nog even langsgereden voor wat informatie en hebben daarna een prachtige plek op de camping gekregen met uitzicht op de Captain Cook Creek.

Tegen half zeven is alle was schoon en droog en hebben we weer een fris bed, ondertussen hebben we heerlijk in de zon gezeten.

(Ook vanavond zorgt Wim weer voor een heerlijke maaltijd !)

Op de achtergrond horen we het geluid van de  golven die op het strand van de Adventure baai rollen, een heerlijk geluid om straks bij in slaap te vallen !

Verslag 30

We konden het vanmorgen rustig aan doen, want we hoefden ons pas om half elf te melden bij de organisatie “Pennicott Wilderness Journeys” waarmee we op cruise gaan.

Het is vandaag prachtig, zonnig weer, zo rond de twintig graden, maar omdat het op open zee altijd veel frisser is hebben we de lange broek, diverse lagen kleding en dichte schoenen aan. Ook krijgen we nog een lange, dikke poncho mee tegen de kou en het opspattende zeewater. We gaan namelijk drie uur lang met een snelle speedboot langs de ruige, spectaculaire zuidoost kust van South Bruny N.P. en varen zelfs een stukje op de wilde Zuidelijke Oceaan.

Onderweg stopt de boot regelmatig om aparte grotten of kliffen te laten zien.

We varen zelfs tussen twee hoge rotsen (the Monument) door en langs een klif waar water uitspuit.

(Een albatros !)

Maar we zien ook genoeg “wildlife”, een grote groep dolfijnen zwemt om de boot heen en springt regelmatig uit het water.

Eenmaal op het uiterste puntje van de trip komen we bij enkele eilandjes, the Friars, waar honderden Australische zeehonden (fur seals) leven, behalve dat ze prachtig zijn om te zien kun je ze ook goed ruiken !

Op de terugweg, de totale trip was zestig kilometer, varen we lange tijd in een hoog tempo waardoor we flink afkoelen en blij zijn met de poncho. Al met al vonden we het een prachtige cruise en Wim is, mede door het nemen van een reistablet, totaal niet zeeziek geweest.

Nadat we aan wal eerst middagpauze houden rijden we daarna naar het uiterste zuidwesten van het eiland, waarbij we nog een verkeerde afslag nemen en een track rijden vol gaten en harde rotsen.

We staan nu op Jetty Beach Campground vlakbij de prachtige Great Taylors Bay, waar de krabbetjes bij eb over het strand lopen.

Vandaag zijn onze kleinzoons Stijn en Ruben jarig en inmiddels al weer tien jaar oud, wat vliegt de tijd. Vanwege het tijdsverschil bellen we niet, maar hebben we een videoboodschap ingesproken en aan beide een leuke E-kaart gestuurd, hun verjaardag hebben we al gevierd voor we naar Australië vertrokken.

Wanneer we klaar zijn met dit verslag, wat wel even zal duren want we hebben zoveel foto’s gemaakt, gaat het kampvuur aan, dat hebben we de laatste dagen wel gemist !!

Verslag 31

We hebben gisteravond nog lange tijd heerlijk bij het kampvuur gezeten, nagenietend van de mooie dag,

en  af en toe kregen we gezelschap van een wallaby of een brutale possum.

Was het gisteravond windstil, vanmorgen waaide het meteen flink en dat is het de hele dag blijven doen, ….wat zijn wij blij dat we niet vandaag op de speedboot zitten ! Vanaf onze kampplaats Jetty Beach zijn we nog even naar Cape Bruny gereden waar een honderd en twintig jaar oude vuurtoren staat. 

Hiervandaan kun je  in de verte de Friars zien, de drie eilandjes waar de zeehondenkolonie leeft.

We rijden weer helemaal terug naar Roberts Point in het noorden van het eiland en kunnen meteen mee met de veerpont van half twee. Ook hier merk je, tijdens de korte overtocht, dat er flink wat wind staat.  Na nog een half uurtje rijden stoppen we bij Gordon Foreshore Recreation Reserve waar je, voor een donatie van vijf dollar, mag overnachten.

Ook hier is het zoeken naar een plekje uit de wind, we staan nu aan d’Entrecasteaux Channel en kijken uit op Bruny Island, waar we acht en veertig uur hebben doorgebracht !

Verslag 32

Zoals elke dag trekken we ook vandaag weer verder en via de prachtige, afwisselende Channel Highway rijden we richting Huonville waarna we afbuigen naar Geeveston.

Onderweg zien we veel appelbomen en regelmatig wordt er appelsap of cider te koop aangeboden aan de kant van de weg. Bij Geeveston nemen we de afslag naar Hartz Mountains N.P.  en op zo’n negen honderd meter hoogte bekijken we de Arve Falls.

Na de lunch lopen we naar het prachtige Lake Osborne en hebben zo toch weer ruim een uur gewandeld.

Daarna had ik een leuke rit binnendoor bedacht naar onze volgende overnachtingsplek en de TomTom staat op “kortste route” waardoor we op heel smalle, slechte wegen terecht kwamen en acht kilometer lang zelfs een “track” reden waarbij Wim de 4WD in Low Gear moest zetten. Maar we hebben het gered, Wim is een prima chauffeur en de camper doet het nog prima !

Tegen vijven komen aan bij Esperance River Camp Ground waar al diverse kampeerders staan. Het is nu vrijdag en het blijkt dat iedereen een lang weekend vrij heeft, een soort Laborday, maar hier heet dit “eight hours day” ! Toch vinden we weer een leuk plekje aan de rivier, al zal het de aankomende dagen misschien wat moeilijk worden om een overnachtingsplaats te vinden. 

Het koelt vannacht af naar twaalf graden dus het kampvuur gaat aan, we hebben voldoende hout daarom zitten we al rond achten bij de verwarmende vlammen !!

Verslag 33

Het is vandaag bewolkt en fris, de temperatuur komt niet boven de vijftien graden uit, zelfs in Holland is het op het moment warmer waar het de laatste week wel lente lijkt. Wij hebben het een uurtje lang zelfs maar negen graden gehad  toen we de druipsteengrot Newdegate, behorend bij Hasting Caves, bezocht hebben.

We hebben weer heel wat stalactieten en stalagmieten gezien en het was zeker de moeite van het bekijken waard.

Je kunt er vlakbij ook op zoek naar de platypus tijdens een rondwandeling langs een ondiepe kreek,, maar helaas hebben we het vogelbekdier niet gespot.

We rijden door naar het uiterste zuiden van Tasmanië, (“het einde van de wereld” ) zover je met de auto kunt komen, waar bij Adams Point een monument van een grote walvis staat. Het herdenkt de geschiedenis van de walvisvaart langs de kust in de negentiende eeuw.

Er zijn diverse kampplaatsen bij de Recherche Bay met mooie strandjes, maar met dit mindere weer ziet alles er maar triest uit. Toch staat alles vol vanwege het lange weekend.

Ook wij zoeken een plekje want we gaan pas morgen weer terug in noordelijke richting. We vinden een plaats bij Catamaran Campground waar je ook je boot te water kunt laten. We doen de luifel uit met de zijkanten eraan om een beetje beschut te kunnen zitten.

We hebben weer eens tijd voor een spelletje en de E-reader en gelukkig mogen we hier een kampvuur maken, die hebben we nu echt nodig !

Verslag 34

Het is vanmorgen maar tien graden wanneer we buiten aan het ontbijt zitten, maar langzaamaan komt er wat blauw door de bewolking heen en in de loop van de morgen klaart het steeds meer op. We gaan weer in noordelijke richting via een mooie route langs Southport, Geeveston en Huonville waar het af en toe lijkt op de Tasmaanse Betuwe met z’n vele appelbomen.

Tegen de middag zijn we in Hobart, precies een week terug waren we hier ook, nu gaan we de hoge brug over de Derwent River op om aan de andere kant te stoppen bij een mooi uitkijkpunt: Rosny Hill Lookout.

Nadat we hier middagpauze gehouden hebben rijden we enkele kilometers verder naar een voormalig vestingwerk uit de 19de-eeuw: Kangaroo Bluff Historic Site en ook hier heb je weer een prachtig uitzicht over Hobart.

Nadat we zo’n twintig kilometer verderop nog een keer gestopt zijn bij Goats Bluff South Arm Lookout is het nog maar een klein stukje rijden naar onze overnachtingsplaats: South Arm RSL bij een Community Club gebouw met ernaast een militaire gedenkplaats. 

In het clubgebouw kunnen we gebruik maken van de toilet en douche en op het ruime parkeerterrein mogen we overnachten. Inmiddels schijnt de zon volop en kunnen we nog bijna drie uur van z’n warmte genieten voor deze achter de bomen verdwijnt !

Verslag 35

We zijn vanmorgen eerst naar Anaconda gereden, een grote zaak die allerlei campingspullen verkoopt en gelukkig in de buurt zat. Onze gasfles was weer bijna leeg én we hebben nieuwe stoelen nodig. De huidige zijn minstens zes jaar oud en tijdens deze trip heeft Wim ze al een paar keer gerepareerd, maar gisteren viel er spontaan een dwarsbalk af dus binnen een paar dagen zou hij er doorheen krakken. We zijn goed geslaagd met hetzelfde type stoel en kunnen hiermee weer jaren vooruit ! Nadat we ook uitgebreid boodschappen hebben gedaan  rijden we richting het schiereiland Tasman en stoppen als eerste bij de “Tessellated Pavement”. Hier lijkt het net of iemand allemaal plavuizen netjes heeft neergelegd, maar het is door de eeuwen heen ontstaan door erosie van zoutkristallen tussen de rotsen.

Net voorbij Eaglehawk Neck eten we de netgekochte garnalen op en gaan daarna naar de Tasman Blowhole, een prachtige natuurlijke formatie waar bij vloed met harde wind het zeewater omhoog spuit.

Ook de iets verderop gelegen Tasman Arch en Devils Kitchen zijn  prachtig om te zien.

Vervolgens rijden we zo’n twintig kilometer om uit te komen bij weer een schitterende lookout: Waterfall Bay, ook al is er nu geen waterval te zien, de hoge kliffen zijn spectaculair.

Dan wordt het tijd om naar een kampplaats te rijden en de bedoeling was Mill Creek bij de mooie Fortescue Bay, maar deze blijkt helemaal volgeboekt te zijn, ook al zien wij nog veel lege plaatsen.

Het komt erop neer dat we nog veertig kilometer moeten rijden naar de andere kant van het schiereiland om uit te komen bij Lime Bay Campground, waar je niet hoeft te reserveren. Hier staan we nu op een prachtige plek met uitzicht op zee en rondom hippen de kangoeroetjes !

Verslag 36

We zijn nog een dag en nacht op Lime Bay Campground gebleven, het is schitterend weer en de kampplaats bevalt ons prima. Gisteravond kwamen er enkele possums en een wallaby bij ons en zowel vanmorgen als tegen de avond zijn de kangoeroetjes actief.

We hebben tijd voor enkele klusjes: de nieuwe stoelen passen niet goed achterin de bak, dit hadden we al gezien toen we ze kochten. De armleuningen zijn aan het eind iets breder dan bij de oude stoelen, maar nadat Wim er een stukje afgezaagd heeft passen ze perfect in onze “schuur”. Ook moet er weer hout gekloofd worden want we hadden gisteren twee zakken vol stammetjes gekocht en die zijn te groot voor de vuurbak. Tegen de middag zijn alle klusjes geklaard en maken we een wandeling langs het strand en de mooie kust.

De rest van de dag zijn we lui, doen een potje Carcassonne en verdiepen ons in een mooi boek. Vandaag even geen kilometers afleggen in de auto maar genieten van het mooie weer en de omgeving.

Er mag op het moment geen kampvuur gemaakt worden (total fire ban) vanwege het droge weer maar het koelt gelukkig niet zo erg af en we zitten tot bedtijd buiten !

Verslag 37

Het was gisteravond weer druk met “wildlife” rondom de camper, op een gegeven moment zaten er zelfs vier possums bij elkaar, dit hadden we nog nooit gezien.

Vanmorgen werden we wakker met regen en dat heeft het een groot deel van de dag gedaan, we hebben dan ook lange tijd in de auto gezeten en een flinke afstand afgelegd. Wel zijn we vlakbij onze overnachtingsplaats nog even gestopt bij “Coal Mines Historic Site” waar in de 19de eeuw gedetineerden onder slechte omstandigheden moesten werken in kolenmijnen.

Er zijn nog enkele restanten van cellen te zien waar de gevangenen ’s nachts verbleven.

Een andere en veel bekendere plek op het schiereiland is “Port Arthur”, waar zo’n twaalf duizend gevangenen hun straf hebben uitgezeten. Wij zijn hier echter al drie keer geweest en hebben het deze keer overgeslagen.

Tegen half twee komen we aan bij Boomer Creek Vineyard in Little Swanport, hier proeven we enkele Tasmaanse wijntjes met daarbij allerlei hapjes.

We brengen er zo’n anderhalf uur door en rijden dan nog slechts enkele kilometers naar Mayfield Bay Campsite, weer een mooie plek aan zee waar het al vrij druk is met andere kampeerders. We wandelen nog even naar de “Three Arch Bridge” (1845), gebouwd door gevangenen, net als veel andere bruggen en gebouwen op Tasmanië.

Ook vanavond tikt de regen weer op de luifel, maar als het goed is wordt het morgen weer droog !

Verslag 38

We bevinden ons inmiddels al diverse dagen aan de oostkust van Tasmanië met z’n ruige inhammen en grillige schiereilanden en vandaag (donderdag 11 maart) gaan we naar Freycinet Peninsula waarvan een groot gedeelte Nationaal Park is. Voordien klimmen we bij Apslawn in de uitkijktoren van Devil’s Corner en kijken dan uit over de Moulting Lagoon, waarna we verder rijden richting Coles Bay.

Het bekendste van het Nationale Park is Wineglass Bay, in ongeveer een uur kun je naar een hoog uitkijkpunt klauteren vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de baai. Het is een pittige trip en we hebben hem inmiddels drie maal gedaan, maar dit keer houden we het bij enkele andere, kortere wandelingen (we worden een dagje ouder !). We starten bij de Honeymoon Bay, echt een idyllisch plekje.

Vervolgens lopen we bij Sleepy Bay geruime tijd langs de mooie kust om uit te komen bij een strandje.

Ook de wandeling naar de vuurtoren bij Cape Tourville is de moeite waard.

Inmiddels is het ruim na drieën en wordt het tijd voor een kampplek en die vinden we bij River and Rocks Campground aan de Swan Rivier. Zoals gewoonlijk staat er weer een harde, koude wind en moeten we de camper zo draaien dat we toch buiten kunnen zitten.

(Onze luxe toilet op de kampplaats !)

Helaas hangen er, sinds we aan de oostkust zitten, overal bij de kampplaatsen bordjes dat er geen kampvuur gemaakt mag worden vanwege de droogte, net nu we een grote voorraad hout hebben en de warmte ervan goed kunnen gebruiken !!

Verslag 39

Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de olieprijzen wereldwijd hard gestegen, ook hier merken we dit. Australië heeft zelf ook olie in de grond maar moet het merendeel importeren Twee weken terug betaalden we zo’n één dollar tachtig voor een liter diesel, gisteren moesten we er twee dollar vijftig voor afrekenen en vanmorgen hadden sommige tankstations er alweer tien cent bovenop gezet.. Omgerekend in euro’s valt de prijs nog mee: één euro vijftig voor een liter diesel  !

Vanmorgen zijn we eerst naar “Friendly Beaches Campground” gereden, de kampplaats was echter helemaal vol en ook stond je er pal in de wind.

We hebben er nog even over het rotsige strand gewandeld en zijn toen doorgaan naar de toeristische plaats Bicheno, waar tussen het prachtige, gekleurde gesteente een “blowhole” is.

Bij vloed spuit er water omhoog wat we diverse keren zagen gebeuren.

We rijden niet ver vandaag maar stoppen tegen de middag bij Little Beach, een kleine kampplaats aan zee, waar slechts plek is voor vijf campers. Nadat we de omgeving verkend hebben zoeken we een plekje in de zon en kan het vest weer uit.

Tegen vijven wint de koude wind het van de aangename temperatuur en trekken we ons terug onder de luifel met zijschot.

En ook vanavond zitten we, net als gisteren, al vroeg in de camper omdat het buiten te fris (9 graden) wordt

Verslag 40

We hebben vandaag heel wat rotsen gezien: we bevinden ons nu in het noordoosten van Tasmanië en nadat we tussen de middag is het vissersplaatsje St. Helens geluncht hebben gaan we de “Bay of Fires” bekijken.

In dit gebied liggen aan de kust heel veel granieten rotsen en stenen met een oranje kleur.

In het leuke plaatsje Binalong Bay kun je er al heel wat bewonderen en ook bij Skeleton Bay Reserve en Grants Point kom je via korte wandelingen steeds uit bij de gekleurde rotsen.

Ook zien we een heel grote rots  balanceren op een andere.

Tegen drieën rijden we naar Dora  Point Camping Area, een eenvoudige kampplaats in de natuur, waar we een mooi plekje vinden uit de wind, in de zon.

Helaas is er nog steeds een “total fire ban” waardoor we ons ’s avonds niet kunnen warmen aan het vuur en zo ook niet van onze voorraad hout afkomen  !

Verslag 41

We hebben vandaag nog lange tijd doorgebracht bij the Bay of Fires. De naam is trouwens niet ontstaan vanwege de oranje rotsen maar door de vuurtjes die Aboriginals in vroeger tijden daar op het strand maakten. (In 1773 gegeven door kapitein Tobias Furneaux) De stranden zijn prachtig wit, het water helder blauw en dan die gekleurde rotsen erbij, geen wonder dat het een zeer geliefde plek is op Tasmanië.

Er zijn diverse kampplaatsen met uitzicht op zee, maar helaas zijn deze allemaal bezet (net als de vorige keren dat we hier waren !).

Pas na tweeën verlaten we de prachtige kust en gaan het binnenland in waar we weer via bochtige, hellende wegen door bosgebied rijden. We maken een mooie wandeling naar de Halls Falls, een prachtige dubbele waterval met diverse waterpoeltjes.

Daarna wordt het weer tijd  om een overnachtingsplek op te zoeken, we komen uit bij een open plek in het bos: Lottah Recreation Ground, waar verder niemand staat.

We kunnen nog even van de zon genieten maar deze verdwijnt al snel achter de hoge bomen. We zitten op vier honderd en dertig meter hoogte waardoor het snel afkoelt, het is windstil….we wagen het erop om vanavond een kampvuur te maken !

Verslag 42

Gisteravond hebben we uren bij het kampvuur gezeten, hier waren geen bordjes met: “open vuur verboden”, die zie je alleen bij de Nationale Parken en Conservation Aria.

Vannacht en vanmorgen hoorden we géén geluid van de rollende golven op het strand, waarmee we de afgelopen weken veel in slaap vielen, alleen maar van tjilpende vogels.

Na een kwartiertje rijden starten we vanmorgen met een wandeling door de sprookjesachtige rainforest bij Weldborough.

Vervolgens rijden we naar Derby, een gehucht dat nu vooral bekend is vanwege z’n mountainbike routes rond het plaatsje, maar eind 19de  en begin 20ste eeuw werd hier volop tin uit de grond gehaald (120 ton per maand). Wij lopen door een oude tunnel (en ook de fietsroute gaat hier doorheen) waar deze grondstof werd gewonnen, al is het uitkijken dat je je hoofd niet stoot en heb je wel een zaklamp nodig.

Nadien gaan we in noordelijke richting naar Waterhouse C.A. waar we tegen tweeën een plekje vinden bij Mathers Campground met uitzicht op zee.

Helaas begint het bij aankomst te regenen en dat doet het de rest van de dag, ook koelt het af naar vijftien graden, wat een verschil met gisteren toen we volop zon hadden bij drie en twintig graden.

Vanavond slapen we weer in met het geluid van de rollende golven op de achtergrond, maar dit keer overheerst het getik van de regen op het dak !

Verslag 43

De camper is vandaag niet van z’n plek af geweest. We werden vanmorgen wakker met zonnig weer en dat is de hele dag zo gebleven.

We hebben uren op het strand doorgebracht en op de warmste tijd van de dag een spelletje gedaan onder de luifel.

Met eb is het zeewater ineens tientallen meters verder weg vanwege het langzaam aflopende zand en kunnen we hele einden lopen langs de vele rotsen. 

Het was een heerlijke, relaxte dag !

Verslag 44

Vanmorgen hebben we de noordkust verlaten en zijn, via grotendeels onverharde wegen, eerst naar Scotsdale gereden om nieuwe levensmiddelen te halen (we waren overal doorheen !) en vervolgens zijn we verder landinwaarts gegaan naar Ben Lomond N.P. waar we pas tegen vieren aankomen.

Hier bevindt zich de hoogste berg van Noord Tasmanië met heel aparte rotsen.

Via de “Jacobs Ladder”, een smalle onverharde weg vol S-bochten, komen we uit op 1440 meter hoogte vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de omliggende bergen en het dal.

Helemaal op de top is een klein ski resort want in de winter wordt hier volop geskied.

(Zelfs hier leven kangoeroetjes !)

Nadat we een stukje teruggereden zijn stoppen we bij Ben Lomond Campground, gelegen op ruim duizend meter hoogte, waar nog één plekje vrij is op de kleine kampplaats. Gelukkig staat hier geen bord: open vuur verboden, want een kampvuurtje hebben we vanavond zeker nodig !!

Verslag 45

Gisteravond hebben we het tot tien uur uitgehouden bij het kampvuur, toen was het afgekoeld naar tien graden en werd het ons toch te fris. We werden weer vergezeld door kangoeroetjes en een possum, maar deze waren vrij schuw.

Ook vanmorgen was het lange tijd koud en hadden we moeite met opstaan, maar langzaamaan kwam de zon tevoorschijn. We rijden de berg weer af en gaan naar Launceston waar we de Cataract Gorge bekijken. We maken een mooie wandeling langs beide zijden van de kloof waarbij we over een pad lopen dat al in 1890 werd aangelegd, ook gaan we over de King Bridge.

Er is zelfs nog een tolhuisje waar mensen moesten betalen om langs de kloof te mogen lopen.

Een schoolklas is druk met abseilen en je kunt met een cruiseboot over de rivier.

Ondertussen is de temperatuur flink opgelopen en hebben we het écht niet koud meer.

Na de middag rijden we weer helemaal naar het noorden om uit te komen bij Narawntapu N.P. waar we een leuk plekje vinden bij Bakers Point met uitzicht op de baai van Port Sorell.

Ook hier hippen weer wallabies en pademelons rond, maar deze zijn totaal niet bang voor mensen !

Verslag 46

(Toen we gisteren gingen tanken moesten we 2,76 dollar afrekenen per liter diesel. Dit was nog één van de goedkoopste pompen, de meeste tankstations berekenden al 2,82 en bij Shell moest je zelfs 2,89 betalen voor één litertje van deze brandstof ! Sinds de oorlog in het Midden-Oosten is er ruim een dollar bovenop gekomen, waar gaat dit heen …!)

Het is vandaag (20 maart) de laatste volle dag en nacht dat we op Tasmanië zijn, morgen tegen de avond varen we over naar het vaste land van Australië. We zijn niet meer verhuisd, de kampplaats bevalt prima en we bevinden ons op slechts een uurtje rijden van Devonport, vanwaar de boot vertrekt. We hebben langs het strand gewandeld en hadden mooi tijd voor wat klusjes.

Er is hier een watertappunt dus ik kon een handwasje doen, ook is het internetbereik redelijk zodat we diverse mails konden versturen en het laatste nieuws hebben gelezen.

Het is zo’n twintig graden met zon en ’s middags hebben we met onze E-readers aan het strand gezeten.

Natuurlijk kon een spelletje Carcassonne ook niet ontbreken terwijl ondertussen de wallabies om ons heen hipten.

Tasmanië is ons weer heel goed bevallen, het is zo’n afwisselend land met z’n prachtige natuur en de vele Nationale Parken. Ook met het weer hebben we geboft al vinden we de avonden wel veel te koud ! (We hebben geen kachel in de camper en mochten lang niet overal een kampvuurtje maken !) We hebben veel “wildlife” gezien al hebben we helaas de Tasmaanse duivel niet gespot.

Morgen rijden we tegen de middag naar Devonport zodat we nog bij een wasserette en de supermarkt langs kunnen gaan en rond vieren kunnen we inchecken. We komen zondag ’s morgens vroeg aan en hebben dan nog vier weken om rond te trekken door de staat Victoria waarna we weer eindigen in Melbourne. Hopelijk is tegen het eind van onze reis de oorlog in het Midden-Oosten voorbij !!

Verslag 47

De overtocht is rustig verlopen, we hadden prima weer met weinig wind. We konden nog geruime tijd buiten verblijven tot de “Spirit of Tasmania” op open water kwam en de zon ondertussen achter de horizon verdween.

Binnen speelde een gitarist “golden oldies” en tot tien uur hebben we het uitgehouden, toen zijn we naar onze kajuit gegaan en hebben tot half zes geslapen.

Een uurtje later reden we in Geelong al van de boot af en was het nog pikkedonker en ook erg mistig. We hebben een uurtje in de mist gereden en langzaamaan werd het iets lichter, maar het was niet fijn rijden. Toen zijn we gestopt bij Cressy, hier heb ik nog een beschilderde watertoren op de foto gezet, maar zoals te zien is was de mist nog niet opgelost.

Zoals haast overal in Australië is er in het plaatsje een picknickplaats met toilet en watertappunt en hier hebben we een uurtje doorgebracht en lekker ontbeten. Ondertussen kwam de zon tevoorschijn en zijn we daarna via Lake Bolac naar de Grampians N.P. gereden waar we rond enen aankomen bij Jimmy Creek, voor ons een bekende kampplaats. Inmiddels hadden we wel twee honderd en vijftig kilometer afgelegd !

Ineens is het weer dertig graden, dat zijn we niet meer gewend.

Wim is nog een tijdje aan het klussen geweest: gisteren bij de controle in Devonport kwam een (te) oude gasfles tevoorschijn (een reserve fles die we nooit gebruikten) die niet meer mee mocht op de overtocht. Zodoende was er ineens veel meer ruimte in een buitenkastje waar alle (spuit)bussen en olielampen staan. Na een grondige schoonmaakbeurt en enkele veranderingen heeft Wim nu een ruime plek voor al zijn spulletjes !

Lange tijd zitten we in hemdje en korte broek buiten, pas tegen zevenen gaat de lange broek aan, maar het is lang niet zo koud als de afgelopen weken. Ook hier zijn weer kangoeroes al zijn ze wel een maatje groter dan op Tasmanië !

Verslag 48

De Grampians, ook bekend onder de Aboriginal naam Geriwerd,  is een zeer geliefd park. Eigenlijk is het een groep opeengehoopte zandstenen bergruggen die tot boven de negen honderd meter oprijzen. Er is voor ieder wat wils: watervallen, meren, rotswanden en heel veel wandelpaden. We zijn er nu al diverse keren geweest maar ook nu weer vervelen we ons geen moment. Vanmorgen zijn we eerst naar Halls Gap gereden, de enige plaats die echt in het Nationale Park ligt, waar diverse winkeltjes zijn en ook een tankstation is. Gisteren kwamen we twee keer langs een pomp waar geen diesel meer te krijgen was, maar gelukkig zit de auto nu weer vol, al moesten we nu zelfs drie dollar per liter afrekenen. Nadat we er ons afval gedumpt hebben gaan we naar het vijf kilometer verderop gelegen Wonderland, hier parkeren we de camper en maken een prachtige wandeling naar de Pinnacle via de Grand Canyon en Silent Street.

De totale afstand is zo’n vijf kilometer, maar door het hoogteverschil van twee honderd en tachtig meter is de trip best pittig.

Over de hele wandeling hebben we dan ook twee en een half uur gedaan, regelmatig stoppend om te genieten van het mooie uitzicht en om even uit te rusten.

In de loop van de jaren hebben we deze wandeling al diverse keren gemaakt, maar hij blijft prachtig en gevarieerd.

Nadien gaan we naar Smiths Mill Campground waar het, net als bij Jimmy Creek, vrij rustig is.

Over twee weken, wanneer de Paasvakantie begint, wordt het hier gigantisch druk en dan zullen de kangoeroetjes, die hier nu rustig gras eten, zich wel terugtrekken in de bossen !

Verslag 49

Ook vanmorgen hebben we weer ruim vijf kilometer gewandeld, alleen waren we nu binnen anderhalf uur terug bij de camper. De route was dan ook vrij vlak en voor ons doen weinig interessant, alleen het eindpunt, de Fish Falls, waren heel mooi.

Normaal kun je hiervandaan doorlopen naar de spectaculaire MacKenzie Falls, het meest bekende punt van het park, maar deze is voor een half jaar afgesloten vanwege werkzaamheden. Ook vanaf de normale route naar deze waterval, met heel veel trappen, kan je er nu niet komen.

(De eerste emoes die we zien deze reis !)

We waren net in Halls Gap om de mails te checken (op de laatste twee kampplaatsen hadden we totaal geen internetverbinding !) toen het begon te regenen en dit heeft het lange tijd gedaan. We zijn maar naar Plantation Campground gereden en hebben daar in de stromende regen alles opgebouwd (de luifel en twee zijkanten). Pas tegen drieën wordt het droger, wel is het helaas een heel stuk frisser en we begonnen net weer te wennen aan die dertig graden !  We zijn in ieder geval blij dat we gisteren met zon de prachtige wandeling naar de Pinnacle hebben gemaakt !

Verslag 50

We zijn vandaag heel actief geweest en hebben diverse wandelingen gemaakt. Eerst zijn we teruggereden naar Halls Gap waar brutale kaketoes de dienst uitmaken en zelfs bij mensen op tafel gaan zitten om voedsel weg te pikken.

Nadat we ons afval weer in een grote prullenbak hebben gedeponeerd en de watertank bijgevuld hebben, lopen we naar de rand van het plaatsje om de “Venus Baths” rondwandeling te maken.

Het blijkt een leuke trip te zijn langs rotsen, waar we zelfs nog een rockkangoeroe zien, en kleine waterpoeltjes waar kinderen zich prima vermaken.

Weer terug in noordelijke richting rijdend komen we langs Heatherlie Quarry, een oude steengroeve waar eind 19de eeuw ruim honderd man werkte. Hier werden grote zandstenen blokken van ruim vier ton uit de rotsen gehakt die vervolgens met een trein weggevoerd werden naar onder andere Melbourne, om huizen van te bouwen.

We zijn hier al diverse keren geweest maar het blijft een interessante plek en dit keer is het er minder warm en krijgen we zelfs een buitje regen over ons heen.

Bij de parkeerplaats van de Beehive Falls houden we lunchpauze om vervolgens naar de waterval te lopen. Al snel komen we erachter dat deze “droog staat” en keren om, want we willen nog een andere trip maken in Grampians N.P..

Bij de parkplaats van “Hollow Peak” starten we onze laatste wandeling naar enkele grotten, die we al vaker bekeken hebben, alleen nemen we de verkeerde afslag en lopen naar een veel zwaardere trip waar we over allerlei rotsen moeten klimmen.

Wanneer de route te zwaar wordt keren we om en nemen een andere zijweg, maar dit keer komen we uit bij een steile klimwand !

Uiteindelijk vinden we de goede route die eindigt bij Gulgurn Manja Shelter, waar je nog handafdrukken kunt zien van Aboriginalkinderen.

Eenmaal terug bij de camper blijkt dat we vandaag twaalf kilometer hebben afgelegd.

Daarna is het nog een uurtje rijden naar onze volgende overnachtingsplaats Horseshoe Bend in Little Desert N.P. waar we pas rond half zes aankomen.

Nadat we even rustig hebben gezeten moeten we weer aan de slag: er moet natuurlijk een verslag gemaakt worden van onze belevenissen en Wim maakt weer een heerlijke maaltijd klaar !

Verslag 51

Gisteren zijn we niet verhuisd maar gewoon nog een etmaal bij Little Desert N.P. blijven staan. Na de prachtige, maar drukke dagen in het Grampians N.P. waren we wel toe aan een rustig dagje. Ook wisten we dat het heel ander weer zou worden: het was ineens ruim tien graden kouder en regelmatig viel er een bui met daarbij flinke windstoten. We stonden daar prima uit de wind en met de twee zijstukken opgebouwd bleven we droog.

Wél koelde het snel af en zaten we voor het avondeten al bij het kampvuur en de nacht was met vijf graden knap koud.

Vanmorgen zijn we eerst teruggereden naar Dimboola voor de gebruikelijke dingen: boodschappen halen, vuilnis wegbrengen en water bijvullen, ook zijn er enkele schilderingen op muren en silo’s te bekijken.

Vervolgens gaan we naar het Wimmera Mallee Pioneer Museum, een klein openlucht museum met enkele oude huisjes en veel landbouwwerktuigen, waarvan de meeste in zeer slechte staat zijn.

Het is al ruim na tweeën als we daar weer vertrekken en gaan op zoek naar een plek om te overnachten aan de Wimmera rivier, waar we vannacht ook aan stonden. Er staat nog steeds een harde wind dus het is zoeken naar een beschutte plek die we vinden vlakbij Lake Hindmarsh.

Net als afgelopen nacht staan we weer helemaal alleen. Wim pakt, voor het eerst deze reis, z’n hengel, maar na een uurtje komt hij weer terug, hij zat daar pal in de wind en heeft geen stootje gehad.

Veel belangrijker vindt hij het om hout te sprokkelen zodat we vanavond weer warm bij een vuurtje kunnen  zitten !

Verslag 52

Voor de reis naar Australië en Tasmanië had ik thuis natuurlijk al een hele planning gemaakt, maar ik houd altijd enkele dagen reserve voor onvoorziene omstandigheden of voor een plekje waar we langer willen blijven staan. Dat hadden we dus met deze leuke kampplaats aan de Wimmera rivier: gisteren was het half bewolkt, de wind was gaan liggen, het werd zo’n twee en twintig graden en er was niemand om ons heen. Het werd een heerlijke relaxte dag, een beetje vissen, lezen, luieren …

We hebben zelfs de hele dag geen mens gezien, alleen tegen de avond kwam er een grote kangoeroe aangehopt die ons verbaasd aankeek en daarna wegsprong, duidelijk geen mensen gewend.

Het enige wat we minder leuk vinden zijn de vele vliegen die de laatste dagen steeds om ons heen zoemen en in de oren, ogen en neus kruipen, daar hadden we op Tasmanië totaal geen last van !

(Sinds lange tijd was er geen toilet in de buurt dus hebben we die zelf maar gecreëerd !)

’s Avonds hebben we weer uren bij de vuurbak gezeten met hout dat allemaal in de buurt gesprokkeld was.  Boven ons was een heldere lucht met duizenden sterren !

Vanmorgen was het meteen onbewolkt en konden we in T-shirt en korte broek ontbijten, nog een dag blijven is geen optie,  het wordt hier nu veel te heet. We rijden eerst naar het vlakbij gelegen Lake Hindmarsh, maar dit meer staat helemaal droog, er groeit zelfs gras op de bodem. 

Dan volgt een lange saaie rit door vlak landschap met aan beide zijden grote oppervlakten met landbouwgrond waar graan op verbouwd wordt. Regelmatig zien we hoge graansilo’s, soms beschilderd, verbonden door een spoorbaan die met treinen dit graan naar andere plaatsen in Australië brengt.

(Rainbow Lake, zelfs op zondag is er niemand aan het zwemmen.)

Af en toe rijden we door een dorpje en bij Yurunga vullen we onze dieseltank voor 3,39 dollar per liter !!

Onderweg komen we haast geen auto’s tegen en toeristisch is het hier al helemaal niet. We zijn dan ook verbaasd wanneer we tegen tweeën aankomen we bij het plaatsje Hopetoun en daar aan Lake Lascelles  allemaal caravans en campers zien staan, het lijkt wel of we op camping de Maasterp zijn aan de Gouden Ham, waar we bijna twintig jaar gestaan hebben met onze caravan.

Er zijn toiletten en douches en  voor slechts drie euro per persoon heb je een mooi plaatsje aan het meer. Er wordt gewaterskied en gevist, wat een verschil met de plek waar we afgelopen twee nachten stonden, helemaal alleen !

Verslag 53

Vanmorgen (maandag 30 maart) zijn we naar een, voor ons, nieuw Nationaal Park gereden genaamd Big Desert Wyperfeld. Onderweg stoppen we in het gehucht Patchewollock  waar we een paar mooie grote vogels (Mallee Fowl) en weer een beschilderde silo bekijken.

Eenmaal in het park zien we dat er een tijdje terug een grote brand geweest is en wanneer we tegen de middag aankomen bij de kampplaats Snowdrift is alles afgezet en zijn ze daar druk bezig dode en verbrande takken van bomen te zagen. Alles moet klaar zijn voor het drukke Paasweekend !

Eén van de rangers vertelt ons dat we er wel mogen overnachten maar dat ze nog enkele uren bezig zijn met zagen. De kampplaats ziet er mooi uit, tegen een duin aan gelegen, maar er is weinig schaduw, het stikt er van de vliegen en we hebben geen zin in drie uur herrie dus rijden we helemaal terug naar Patchewollock.

Voor die tijd stoppen we bij een hoge duin waar ik, met moeite, omhoog klauter.

Later blijkt dat je er vanaf de andere kant zo op kunt lopen !

Ook vandaag is het prachtig weer (28 graden) dus gaan we op zoek naar een schaduwrijke plek en die vinden we bij Lake Walpeup.

Een meer kun je het niet echt noemen, het is eigenlijk een vijver met een fontein erin, maar we kunnen er heerlijk onder de bomen staan en het uitzicht is mooi.

Helaas zitten ook hier veel vervelende vliegen dus doen we, voor het eerst deze reis, onze vliegennetjes op, al is het wel een beetje onhandig met eten en drinken. Gelukkig verdwijnen deze diertjes zodra het donker wordt !

Verslag 54

Het was vandaag extreem heet voor de tijd van het jaar, twee en dertig graden. Het was dus zaak om een schaduwrijk plekje te vinden om de dag en nacht door te komen. Toch wilden we niet aan het vijvertje blijven staan en zijn verder noordelijk gereden. In het plaatsje Walpeup was een silo mooi beschilderd met een beeltenis van de Eerste Wereldoorlog.

Via Ouyen gaan we naar Hattah-Kulkyne N.P. waar je bij Lake Hattah in de schaduw moet kunnen kamperen. Het viel niet mee om een plekje te vinden en het meer bevat niet veel water, maar we staan in de schaduw én in de wind.

Toch zijn de irritante vliegen de hele tijd aanwezig en gebruiken we onze netjes weer.

Er vliegen veel kaketoes en galahs rond die flink kunnen krijsen. We doen enkele potjes Triominos omdat er teveel wind staat voor Carcassonne, de kaartjes zouden wegwaaien.

Tegen half acht wordt het donker en verdwijnen de vliegjes maar daarvoor in de plaats komen helaas andere vervelende insecten, wél kunnen we tot bedtijd in hemdje en korte broek buiten zitten, om elf uur is het nog ruim twintig graden !

Verslag 55

We zijn vanmorgen nog zeventig kilometer in noordelijke richting gereden naar Mildura, maar iets ervoor nemen we de afslag naar de plaats Red Cliffs  waar een mooi uitkijkpunt is. Voor het eerst deze trip zien we de rivier de Murray waar aardig wat water in staat.

Ook is de omgeving ineens totaal anders: we rijden langs ontelbare wijngaarden, zien veel appelbomen en alles is heel groen. Er staan overal prachtige, luxe huizen, de wijnboeren doen het blijkbaar goed. Bij Mildura gaan we de Murray over en bevinden ons dan ineens in New South Wales, want de rivier is de grens tussen de twee staten. (Tot nu toe zijn we steeds in de staat Victoria geweest.) Vlakbij, in Buronga, staat het Mildura Holden Motor Museum, hier staan tientallen auto’s uitgestald van Australisch fabricaat, de oudste dateert van 1948.

In 1962 hebben ze inmiddels één miljoen Holdens gemaakt, bij een productie van zes honderd stuks per dag. 

Nadien gaan we terug naar de Murray waar schoonmakers de laatste hand leggen aan verschillende (huur)woonboten die klaarliggen voor het drukke Paasweekend.

We rijden weer naar de “Victoria-kant” en bekijken daar de Mildura Homestead om vervolgens een plekje te zoeken aan de rivier, die we de komende dagen steeds een eindje verder zullen afzakken !

Verslag 56

Vanmorgen zijn we teruggereden naar Mildura, een middengrote stad in het binnenland met talloze winkels en veel bedrijven. Het bevindt zich op zo’n vijf honderd en vijftig kilometer van Melbourne en drie honderd en vijftig kilometer van Adelaide maar is vooral belangrijk omdat het aan de rivier de Murray ligt. Met z’n ruim twee en een half duizend kilometer lengte is de Murray de langste rivier van Australië en voorziet hele regio’s van water. Bij Coles hebben we voor vijf dagen boodschappen ingeslagen, morgen (Goede Vrijdag) zijn alle winkels gesloten en daarna volgt de Pasen met z’n drukke, lange weekend. Ook hebben we weer enkele zakken hout gekocht zodat we de komende avonden een kampvuur kunnen maken, net als gisteravond. Vervolgens zijn we weer op zoek gegaan naar een leuk plekje aan de Murray waar we enkele dagen willen blijven staan tot de drukte weer enigszins over is. Dit is ons gelukt: we staan in een bocht (King Dick) aan de rivier waar allerlei vaartuigen voorbij komen, Wim kan er vissen en we kunnen de hele dag in de schaduw zitten, wat wel lekker is bij dertig graden.

Er is hier genoeg te zien en te doen, dus we zullen ons de komende dagen niet vervelen en heel belangrijk: hier zijn geen vliegen !

Verslag 57

Het is inmiddels Tweede Paasdag en we staan nog steeds op dezelfde plaats aan de Murray, iets wat ons normaal nooit gebeurt. Het plekje ligt zo mooi in een bocht vanwaar we alle activiteiten op het water goed kunnen bekijken.

De rivier werd vroeger gebruikt voor de handel, maar tegenwoordig is het alleen voor recreatieve doelen geschikt. Zaterdag en zondag was er een belangrijke race: Mildura 100 Boat Race 2026 waar vijftig speedboten met grote snelheid over het water en door de vele bochten scheerden. Ze moesten honderd kilometer afleggen met halverwege een keerpunt en er werden snelheden van over de honderd en vijftig kilometer gehaald, waarbij ze heel veel kabaal maakten. Tijdens de race mocht er natuurlijk verder niemand op het water dus zodra het spektakel afgelopen was kwamen de woonboten, jetski’s en waterskiërs weer tevoorschijn.

We hebben alle dagen prachtig weer gehad, soms met wat meer wind, waardoor we één zijkant opgezet hebben, maar vandaag is het weer ruim dertig graden en broeierig weer en is er een extra zonneluifel opgebouwd. 

We hebben gewandeld, gelezen, spelletjes gedaan en Wim heeft eindelijk een grote karper gevangen.

Iedere avond zaten we bij het kampvuur, al hebben we het vanavond eigenlijk niet nodig. Inmiddels begint de rust weer terug te keren aan de rivier, het lange weekend is voorbij en morgen moeten de meeste mensen weer aan het werk. Ook wij trekken morgen verder, maar we hebben hier een heerlijke tijd gehad !! 

Verslag 58

(Van zaterdag op zondag is hier de wintertijd ingegaan en omdat vorige week in Holland de zomertijd is begonnen hebben we nu nog acht uur tijdsverschil !)

We hebben nog bijna twee weken te gaan voor we naar huis vliegen dus langzaamaan gaan we richting Melbourne. We maken een uitstapje naar de staat New South Wales over de brug bij Mildura en via de Stuart Highway rijden we zo’n honderd vijftig kilometer naar Yanga N.P., vlakbij Balranald, waar we begin van de middag aankomen.

Hier gaan we eerst naar de “woolshed”, een oude schapenfarm uit de 19de eeuw waar toendertijd dagelijks honderden schapen werden geschoren.

Naast de grote schuur staan nog de oude barrakken waar de schaapscheerders in gehuisvest waren, …. er is niet veel meer van over !

Er zijn ook kampplaatsen in het Nationale Park en wij vinden een plekje bij Sven Bend gelegen aan de Murrumbidgee River, waarover vroeger op schepen de schapenwol werd vervoerd.

Het heeft hier veel weg van de Murray met z’n slingerende rivier en vele gumbomen, alleen komen er hier nu geen vaartuigen meer  langs.

Tegen zevenen is het alweer pikkedonker en na het eten gaat het kampvuur aan met hout van dooie takken die Wim weer bij elkaar gesprokkeld heeft !

Verslag 59

Vanmorgen hebben we Yanga N.P. weer verlaten en komen, na ruim een uur rijden, aan bij Swan Hill. Deze plaats aan de Murray ligt weer in de staat Victoria en heeft een brug zodat je de rivier over kunt. Het is weer tijd om een wasserette te bezoeken en ook had ik gisteren al een afspraak gemaakt bij een kapper. Tegen tweeën is alle was weer schoon en is mijn haar een beetje korter, tijd voor de lunch met uitzicht op … de Murray !

(Er zitten honderden krijsende kaketoes in de boom !)

Ook de oude “paddlesteamer” wordt nog even op de foto gezet, waarna we op zoek gaan naar een overnachtingsplek aan … de Murray !

We staan weer helemaal alleen bij Peters Rest (Pental Island) en tegen de avond komen de boer en zijn vrouw van het aangrenzende land langs voor een praatje, altijd gezellig ! Deze oude gumtree zal binnenkort wel in de rivier verdwijnen, zoals dit regelmatig gebeurt.

Er wordt dan ook altijd op gewezen dat je niet moet kamperen onder een “gumtree”, er kan zo maar een tak afbreken. Wel zijn deze takken uitermate geschikt voor een kampvuur, Wim is dan ook weer druk aan het verzamelen  !

Verslag 60

Het was eigenlijk niet de bedoeling, maar we staan nog op dezelfde plek, dus aan de Murray. Toen we vanmorgen nog op bed lagen regende en onweerde het en bij het bekijken van de weersvoorspellingen zagen we dat het begin van de middag zou gaan regenen tot ’s avonds laat. We staan hier prima en verhuizen met regen vinden we nooit leuk. De grond is hier echter van klei dus we zagen al voor ons dat we, net als een dag op Tasmanië, rondom in de plassen zouden staan. Wim heeft de camper iets gedraaid, vervolgens rondom  regengootjes gegraven en ook hebben we de zijkanten opgebouwd….. we zijn helemaal voorbereid !

 De eerste uren is het nog prima weer en kunnen we in het zonnetje zitten, helaas zijn de vliegen vandaag erg vervelend ! 

(Wim had nu mooi de tijd voor werkzaamheden op de laptop.)

Af en toe valt er een buitje en trekken we ons terug onder de luifel. ’s Middags krijgen we te maken met windstoten waardoor we onder het zand zitten, maar veel regen komt er niet. Wel hebben we tegen de avond een prachtige zonsondergang met heel apart schijnsel, het lijkt wel het “zuiderlicht”!

Verslag 61

De weersberichten van gisteren klopten totaal niet, er zou zóveel regen vallen, maar ook gisteravond bleef het droog. Wim heeft dus al die geultjes voor niets gegraven, maar als hij dat niet had gedaan en het was wél gaan regenen, dan hadden we overal rond de camper in de glibberige klei gezeten en gelopen. Vanmorgen heeft hij alle gootjes weer dichtgemaakt en hebben we de luifel en zijkanten (die nu gelukkig ook schoon gebleven zijn) weer afgebroken. Wat helaas wel klopte bij de weersvoorspelling: het is een stuk koeler geworden. Gisteren was het nog rond de acht en twintig graden, vandaag komt de temperatuur niet boven de twintig en de komende dagen wordt het nog frisser, ook staat er een harde, koude wind, het lijkt wel Tasmanië, maar het is hier natuurlijk inmiddels al herfst ! Gelukkig zijn de vliegen nu ook verdwenen.

Vanmorgen zijn we naar de plaats Lake Boga gereden, hier bevindt zich het Flying Boat Museum vlakbij het ronde meer Lake Boga.

In de Tweede Wereldoorlog zijn hier veel watervliegtuigen, die deelnamen aan de oorlog, gerepareerd onder andere de Catalina, maar ook diverse Hollandse.

In totaal zijn er vier honderd zestien “Flying Boats” weer vliegklaar gemaakt en er waren bijna duizend mannen en vrouwen gestationeerd in Lake Boga.

In het museum is de Catalina te bekijken, we zien een interessante film en ook is er nog een bunker te bezichtigen.

In Kerang stoppen we om water, (nog altijd dure) diesel, gas en onze levensmiddelen aan te vullen, waarna we verder rijden naar de plaats Koondrook, gelegen aan de Murray.

Nadat we hier rondgewandeld hebben gaan we naar Barham waar een beschilderde watertoren staat die je kon beklimmen (er staat nu een hek omheen).

Daarna rijden we nog ruim een uur richting Echuca maar iets ervoor buigen we af naar “Betha Bend 1664” waar we onze laatste nacht aan de Murray doorbrengen. Wanneer we het laatste stuk over een onverharde, slechte weg rijden richting onze overnachtingsplek zien we overal plassen water staan, het heeft hier duidelijk flink geregend….. de weersvoorspelling klopte dus wel, alleen is het water honderd vijftig kilometer verderop gevallen !!

Verslag 62

Ook al zijn we al diverse keren in Echuca geweest, zelfs vorig jaar nog,  toch gaan we er vandaag weer naartoe. We vinden het nog steeds de mooiste plaats aan de Murray.

We wandelen naar de oude , hoge, houten steiger en zien dat het water extreem laag staat, sommige boten liggen gewoon op het droge.

Het is gezellig druk bij de oude rivierhaven, er varen enkele raderboten vol dagjesmensen die volop genieten van het spektakel op het water.

De paardenkoetsier heeft het druk en de restaurantjes doen goede zaken.

Na zo’n twee uur vertrekken we toch weer, waarschijnlijk waren we hier nu voor de laatste keer ! We rijden door naar Tongala, een klein plaatsje waar overal muurschilderingen te zien zijn.

Tegen tweeën eindigen we bij Numurkah Community Lions Park gelegen aan de “Broken Creek”, waar we weer gratis mogen overnachten. Het is wisselend bewolkt, zolang de zon schijnt is het heerlijk weer, maar ook nu is de koude wind spelbreker, zeker wanneer de zon achter de wolken verdwijnt. Weer bouwen we de luifel met zijkanten op zodat we beschut kunnen zitten en ook gaan de lange broek en het vest aan.

Gelukkig is het hier ook toegestaan om een kampvuur te maken, die hebben we nu echt nodig !

Verslag 63

Gisteren zijn we gewoon nog een dagje blijven staan in Numurkah: het was zwaar bewolkt, fris en er stond nog steeds een harde koude wind. We stonden er prima en hadden alles bij de hand: een toiletgebouw, drinkwater, prullenbakken en het uitzicht was prima. Wim heeft alvast de auto gewassen en in de was gezet, ik ben binnen in de camper aan het poetsen geweest.

Ook konden we ons ’s avonds warmen aan een vuurtje van gesprokkeld hout. (De zak met het hout dat we een tijdje terug gekocht en gekloofd hebben zit nog steeds vol !)

Vanmorgen kregen we bericht van Rob, onze zwager, dat er een jaarlijks festival in Corryong is: “the Man from Snowy River Bush Festival” en het blijkt dat dit deze week plaats vindt van 16 tot 19 april. (De 20ste vliegen we naar huis !) We hebben hier al vaker van gehoord maar nooit de gelegenheid gehad er heen te gaan. We gooien onze plannen om en rijden alvast die richting op. Onderweg stoppen we bij Katamatite waar weer een silo heel mooi beschilderd is en in een parkje vlakbij staan enkele aparte sculptures.

Nadat we bij Lake Mulwala de dooie bomen in het water gefotografeerd hebben rijden we nu verder in oostelijke richting naar Wodonga in plaats van zuidelijk naar Wangaratta.

Tegen drieën komen we aan bij Lake Hume ( Ludlows Reserve ), waar we twee keer eerder gestaan hebben, toen met erg warm weer, nu hebben we de lange broek en een vest aan. Het uitzicht is echter hetzelfde al lijkt het wel of er nog minder water in het meer staat.

We kunnen nog even in de zon zitten maar moeten ons daarna terugtrekken onder de luifel met zijstukken.

Op internet hebben we al van alles opgezocht over het festival maar morgen rijden we eerst nog ruim honderd kilometer naar Corryong en gaan dan daar kijken waar we kunnen kamperen en hoe het zit met tickets en optredens, online is dit lastig te regelen !

Verslag 64

Na een heldere avond vol sterren, waardoor het vannacht knap fris was, werden we vanmorgen wakker in een kleine, mistige wereld, je kon het meer niet eens zien. En terwijl de zon langzaam tevoorschijn kwam zijn wij op pad gegaan om de laatste honderd kilometer af te leggen naar Corryong. Na weken over vlak, droog terrein te hebben gereden is het een verademing om weer eens heuvels en groene weiden te zien, al rijden we ook door gebieden waar brand heeft gewoed.

Wanneer we tegen de middag aankomen in Corryong gaan we eerst naar een infocenter om meer te weten te komen over het festival.

Een uurtje later zijn we in het bezit van armbandjes waarmee we overal het terrein op kunnen én hebben we een kampeerplek voor de komende vijf nachten. Eigenlijk was alles volgeboekt, maar door de hoge dieselprijzen zijn er annuleringen van mensen uit Queensland en konden wij de plaats overnemen.

(Ook in Corryong zijn weer diverse muurschilderingen te bekijken !)

Er staan al heel wat caravans en campers op diverse terreinen, maar wij hebben geluk dat er nog net één ruime plek vrij is aan de buitenrand van “Clancy’s overflow” waar we uitzicht hebben over de heuvels en in het verwarmende zonnetje kunnen zitten.

Ook is het toegestaan om een kampvuur te maken wat ook hard nodig is, want het koelt hier ’s avonds weer flink af. We verkennen de omgeving en weten al dat we de komende dagen veel zullen wandelen om alles te kunnen bekijken. 

Om zes uur is het al helemaal donker en zijn er rondom ons al diverse vuurtjes. Overmorgen begint het festival pas echt, maar morgen zal het hier wel helemaal volstromen, we gaan het allemaal meemaken ! 

Verslag 65

Het weer was hetzelfde als de nacht ervoor: ’s avonds een heldere lucht vol sterren waardoor het erg afkoelde en vanmorgen eerst weer dichte mist. Maar wanneer de zon er eenmaal doorkomt heeft deze nog best wel kracht en kan de korte broek weer aan.

Tegen de middag lopen we naar het centrum van Corryong  waar we nog wat boodschappen moeten halen. Gisteren was al het brood op en ook was er weinig keus in vlees. Gelukkig is alles weer aangevuld (het is voor de enige supermarkt in het dorp moeilijk inschatten hoeveel er verkocht gaat worden tijdens het drukke festival !) en kunnen we nu alle levensmiddelen vinden die we nodig hebben, als het goed is was dit de laatste keer dit jaar dat we in Australië boodschappen doen. Omdat we ook nog een klein museum willen bekijken laten we onze spulletjes achter in de supermarkt en wandelen verder naar het “Man from Snowy River Museum” verderop in de straat waar we binnen een uurtje wel uitgekeken zijn.

Met de vrij zware boodschappentas wandelen we daarna de twee kilometer terug naar onze camper waar we de rest van de dag genieten van het mooie weer.

Ondertussen blijven er maar campers en caravans binnenrijden, het terrein staat aardig vol… het festival kan beginnen !

Verslag 66

We hebben drie heel leuke, afwisselende, aparte dagen gehad op het “the Man of Snowy River Bush Festival”. Er was van alles te zien en te doen maar het was voornamelijk gericht op de “farmers” van Australië: boeren met landbouw of veeteelt die veel te paard doen. 

Er waren veel kraampjes en zelfs hele trucks met kleding, cowboyhoeden, riemen, zwepen en zadels.

Ook waren er voldoende eettentjes en foodtrucks op het terrein.

Maar het ging natuurlijk vooral om allerlei acties met paarden en runderen met een wedstrijd effect. We zagen hoe speciaal getrainde honden zorgen dat het vee bij elkaar blijft.

We hebben diverse rodeo’s gezien waar cowboys van over de hele wereld proberen zolang mogelijk op een steigerend paard te blijven zitten, hevig heen en weer schuddend in het zadel.

Ook heel interessant was het om te zien dat, nog jonge, deelnemers op hun paard een moeilijk parcours afleggen met een tweede paard aan een touw meenemend, en zo was er nog veel meer te zien.

Het is overal gigantisch druk met publiek van alle leeftijden, haast allemaal met een hoed op en in “cowboy of cowgirl kleding”. Maar er is natuurlijk ook muziek en we horen enkele goede zangers waaronder Pete Denahy.  Waar ze hier ook graag naar luisteren is “bush poetry”(poëzie over het leven in afgelegen gebieden), iets wat ons minder interesseert.

Hier  kan je zien hoe paarden nieuwe hoefijzers krijgen.

(Eergisteren kregen we ineens een onweersbui wat mooie plaatjes opleverde !)

Er is overal een gezellig sfeertje en we hebben totaal geen ongeregeldheden meegemaakt. Elke dag lopen we drie keer naar het terrein, een kilometertje hiervandaan. ’s Morgens is het eerst nog fris maar in de loop van de dag is het toch weer twintig graden met volop zon. Maar zodra deze verdwenen is wordt het echt koud, vooral de laatste twee dagen koelt het flink af en hebben we zelfs nachtvorst. Nu missen we een kacheltje in de camper. Omdat er hier geen hout te sprokkelen valt gaat het hard met onze voorraad, gelukkig komt er iedere dag een wagen langs met grote zakken stammetjes die nog gekloofd moeten worden dus daar hebben we er twee van gekocht.

Vanmorgen was er een optocht in Corryong met voornamelijk oldtimers, ook hier was weer een hele menigte op afgekomen.

We zijn inmiddels (acht uur ’s avonds) weer bij de camper, we hebben genoeg gezien en de muziek, die tot twaalf uur vannacht doorgaat, is hiervandaan ook goed te horen. Voor ons was het vandaag de laatste dag, morgen gaan we weer richting Melbourne !

Laatste Verslag 67

Gisteren (zondag 19 april) zijn we pas na de lunch vertrokken uit Corryong en hebben ruim twee honderd kilometer afgelegd.

Rond vieren komen we aan bij Benalla waar we nog een keer een wasserette bezoeken om de handdoeken en het beddengoed te wassen. Een uurtje later staan we weer buiten en rijden door naar Reef Hills State Park voor onze laatste overnachting. Net voor donker komen we aan op een open plek in het bos waar helaas een groot gedeelte van is afgebrand.

Toch mogen we er een kampvuur maken, wat de reden is dat we er gaan staan. Wim kookt (voorlopig ook voor het laatst) weer een heerlijke, uitgebreide maaltijd, waarna we uren bij het verwarmende vuur zitten. (We hadden nog voldoende hout over uit Corryong).

Vanmorgen werd het dan tijd om koffers te gaan pakken, er is een picknicktafel (die is niet verbrand) waarop we alles uit kunnen stallen en in kunnen pakken en anderhalf uur later is alles gereed.

We leggen de laatste honderd tachtig kilometer af naar de plek waar we onze camper stallen (Clarkefield) vanwaar we netjes weggebracht worden naar de luchthaven. Hier zitten we nu te wachten tot we, via Doha, naar Schilphol vliegen. We hebben deze reis 7.500 kilometer afgelegd en dit keer totaal geen problemen gehad met de camper waar al bijna 400.000 op de teller staat.  Onderweg zagen we dat de dieselprijs nu zo rond de 3,00 dollar ligt, de overheid springt hier bij door de brandstofbelasting met de helft te verlagen. We hebben weer een prachtige tijd gehad in zowel Tasmanië als in de staat Victoria, wel hadden we minder warm weer dan we gewend zijn, maar dat is logisch wanneer je in het zuiden verblijft. Het wordt tijd om naar huis te gaan met de oorlog in het Midden-Oosten en een onvoorspelbare Trump zijn we toch liever weer veilig thuis in Holland en natuurlijk willen we graag onze kinderen, kleinkinderen en vrienden weer zien !

Curaçao (diverse jaren in één verslag)

Verslag over Curaçao 2022 t/m 2025     deel 1

In november 2021 zijn we, samen met Dennis, drie weken naar Curaçao geweest, waarvan ik toendertijd een uitgebreid verslag heb gemaakt. We verbleven toen in een huisje op het park Pearl of the Caribbean en op de laatste dag hoorden we dat deze huisjes voor een heel aantrekkelijke prijs te koop stonden, vanwege het feit dat de eigenaar van het park (Kees) nieuwe villa’s bij wilde laten bouwen en geld nodig had om deze te financieren. De te koop staande huisjes zouden voor de verkoop helemaal gerenoveerd worden met onder andere een nieuwe keuken en badkamer. Na wat overleg hebben we een optie genomen op huisje nr. 2 dat zich vlak bij het zwembad bevindt en ook gunstiger ligt ten opzichte van de wind en de zon (we kunnen altijd in de schaduw zitten ín de wind !), en na een week hebben we te kennen gegeven dat we het huisje graag wilden kopen. In februari 2022 zijn Wim en ik weer afgereisd naar Curaçao om alles financieel rond te maken en verbleven we voor het eerst in ons “eigen huisje”, dat inmiddels gerenoveerd was.

Je mag er maximaal twee maanden per jaar in huizen, de rest van de tijd wordt het verhuurd door de beheerders van het park (André en Janine) en ook via TUI is het te boeken.

Alles wordt prima onderhouden, ook het park en het zwembad, daar hebben wij geen omkijken naar, we betalen daar een vaste bijdrage voor. Aan het eind van het jaar wordt de balans opgemaakt van kosten en opbrengsten en de winst aan de eigenaren uitbetaald.

De tuin is in 2022 nog vrij kaal maar er worden volop bomen en struiken gepland, die door het warme klimaat (gemiddeld zo’n 32 graden) heel snel groeien.

Natuurlijk hebben we toen ook weer een auto gehuurd (Kia Picanto), want die heb je wel nodig wanneer je wat wilt zien van het eiland en zelfs voor je boodschappen moet je zo’n acht kilometer rijden naar de dichtstbijzijnde supermarkt. (Onze favoriete supermarkt is het Centrum waar je alles kunt vinden wat je thuis ook kunt kopen zelfs de huismerken Gewoon en Jumbo zijn hier volop aanwezig !)

We hebben Willemstad weer bekeken, gewandeld langs zee, bij leuke restaurantjes gegeten en natuurlijk diverse strandjes bezocht, maar ook gewoon een dagje op het park bevalt ons prima. 

De natuur blijft je verbazen: de vele soorten vogels, leguanen en vissen en natuurlijk niet te vergeten de prachtige grote schildpadden die hier in zee leven.

Voor we het wisten waren de vier weken op het eiland voorbij !

Curaçao 2023

November 2023 vliegen we weer voor vier weken naar Curaçao, dit keer is Dennis ook weer van de partij. We genieten als vanouds van het heerlijke constante warme weer, al blijft het wennen dat het ’s nachts nauwelijks afkoelt. We hebben dan ook ventilatoren aangeschaft voor in de slaapkamers, want de hele nacht de airco aan bevalt ons niet. Ook hebben we inklapbare stoelen gekocht zodat we niet altijd een ligbed hoeven te huren op een strand, maar zelf een schaduwplekje kunnen zoeken om te zitten.

Weer gaan we regelmatig op pad om zowel bekende als nieuwe dingen te bekijken. We rijden weer naar de Caracasbaai in het zuidoosten  waar je het vervallen Fort Beekenburg kunt beklimmen,

maar nog dichter bij huis (the Pearl of the Caribbean ligt in het noordoosten bij Santa Catharina) zijn ook bezienswaardigheden te vinden, al zou je een struisvogelpark eigenlijk niet verwachten op Curaçao ! Toch kun je daar enkele uren doorbrengen met onder andere een toer over het terrein en het voeren van de dieren.

Vlakbij de “Ostrich Farm” bevindt zich de “Chichi Garden”, waar je handbeschilderde beeldjes kunt kopen in de vorm van een “gezette” vrouw, geïnspireerd op de liefdevolle oudere zus uit de Caribische cultuur. Een iconisch souvenir dat de ziel van Curaçao weerspiegelt.

Natuurlijk zien we ook Ida, de nicht van Wim, weer en komt ze een dagje naar ons huisje, waar we gezellig bijkletsen en Wim zijn kookkunsten toont !

Vlakbij het fleurige landhuis Jan Kok kun je bij de zoutpannen flamingo’s spotten, echt een toeristisch punt waar de meeste auto’s en bussen wel even stoppen.

Aan de noordwest kant van het eiland is de zee ruwer en vind je allerlei inhammen (boka’s) zoals Boka Ascension, waar ook het gelijknamige landhuis staat. Je kunt er mooi wandelen langs de kust al moet je voor die tijd wat trappen op en door een grot waar je uit moet kijken dat je je hoofd niet stoot !

We brengen een dagje door bij Piscadera beach waar je zo over het zandstrand het water inloopt en tussentijds een hapje en een drankje kunt nemen bij de Pirate Bay Beach Club.

Ook hebben we weer een leuk restaurantje ontdekt: Seaside Terrace, een simpel ogend plekje, maar met heerlijke verse vis en ’s avonds uitkijkend op de ondergaande zon.

Er is een nieuw park geopend in het rustige, groene Bandabou : Hofi Mango, opgezet door Jandino Asporaat, waar onder andere zeven honderd mangobomen staan.

Op dit voormalige plantageterrein kun je volop wandelen langs en onder allerlei inheemse bomen en er zijn drie historische dammen in het park.

Ook staat er een unieke suikermolen waar vroeger suikerriet tot rum werd verwerkt.

Helaas krijgen we halverwege de vakantie bericht dat mijn vader op sterven ligt en keren we voortijdig naar huis !

Curaçao 2024

Het bevalt ons nog steeds prima op Curacao dus ook in 2024 vliegen we half november weer naar ons huisje, dit keer met z’n tweetjes, voor vier weken. Helaas stoot Wim de eerste vakantiedag zijn voet aan de stevige buitentafel waardoor hij twee tenen flink kneust en lopen erg pijnlijk is.

Toch gaan we samen nog regelmatig op pad met de auto, al maken we dit keer geen lange wandelingen (daar is het toch vaak te heet voor !). Naar een restaurantje, zoals Villa Vis, is het maar een klein stukje lopen, dus goed te doen !

Bij aankomst op het vakantiepark Pearl of the Caribbean bleek dat de receptie verdwenen is: deze is afgebroken om plaats te maken voor een ruimere ontvangstplek, was- en opslagruimte en ook wordt er voor de beheerders André en Janine een grotere woning gebouwd. Gedurende de tijd dat wij er zijn wordt er volop gewerkt en zien we langzaamaan een nieuw gebouw ontstaan, al gaat dit helaas wel gepaard met het nodige lawaai en stof !

Tijdens Corona en lange tijd erna was landhuis Knip (Kenepa) niet toegankelijk voor publiek, maar dit jaar kunnen we dan eindelijk deze plantage, al gesticht in 1693, in Bandabou bekijken. Het is een plek die doordrenkt is van geschiedenis en betekenis, waar een van de meest ingrijpende momenten in de strijd tegen slavernij plaatsvond. De achthonderd vijftig hectare grond werd eerst alleen gebruikt voor landbouw, later kwam er ook veeteelt bij, alles verzorgd door slaven. Soms woonden er meer dan vier honderd slaven, verdeeld over honderd zeventig barakken.

Op 17 augustus 1795 begon hier onder aanvoering van Tula de grote slavenopstand tegen de wrede praktijk van slavernij.

(Een brief van koning Willem-Alexander aan het volk van Curaçao !)

Je kunt er een rondleiding krijgen met een gids, maar omdat Wim het staan niet lang vol kan houden hebben we maar een gedeelte  kunnen volgen, het is echter zeer interessant.

Ook rijden we weer, via een slechte weg, naar de baai bij Santa Martha, onderweg stoppend bij het prachtige uitkijkpunt.

Bij de zeezijde zijn ze flink aan het bouwen, hier moet een groot complex komen van TUI en dan is het waarschijnlijk niet meer toegankelijk voor iedereen, nu brengen wij er samen enkele uren door.

Aan de noordoostkant van Curaçao, vlakbij “the Pearl” is ook een baai: de Sint Joris Baai. Tussen ons park en deze baai wordt een hele nieuwe wijk aangelegd met luxe huizen waarvan de eerste er al staan. De komende jaren zullen we  het hier langzaam zien veranderen, er moeten zelfs ook winkels komen, maar dat gaat nog wel even duren.

Wat wél snel gestalte begint te krijgen is de nieuwe receptie, er wordt elke dag hard aan gewerkt en het moet voor de kerstdagen af zijn.

Inmiddels begint Willemstad al helemaal in de kerstsfeer te komen met veel lichtjes en kerstbomen, erg gezellig allemaal, maar vóór de Kerstdagen  zijn wij alweer thuis in Dodewaard !

Curaçao 2025

Dit jaar (2025) zijn we voor de vijfde keer op rij naar de Pearl of the Caribbean op Curaçao afgereisd en ook Dennis gaat nu weer mee.

In Nederland begint het nu, half november, echt fris te worden met veel regen en wij houden nu eenmaal meer van de warmte ! (Al kan het op Curaçao ook af en toe flink regenen, maar dan is het een korte hevige bui en schijnt daarna weer de zon.) 

Bij het park worden we weer warm verwelkomd door André en Janine en inmiddels staat er een prachtig nieuw receptiegebouw, ook de beplanting is overal weer flink gegroeid en we zitten bij ons huisje nu rondom tussen de tropische planten en bomen.

Eén van de eerste dagen rijden we naar Willemstad waar altijd van alles te zien is, er liggen weer enkele cruiseschepen aan de kade en de Koningin Emmabrug, de enige drijvende draaibrug ter wereld, gaat af en toe open om boten door te laten.

Dennis schaft er voor een prikkie een leuk stel hemdjes aan met natuurlijk “Curaçao” erop gedrukt.

Het was alweer vijf jaar geleden dat we Parke Nashional Shete Boka bekeken hadden dus gaan we naar het westelijke “benedengebied” Band Abou, het echte platteland van het eiland. 

Het park telt zeven grote inhammen waarvan sommige als broedplaats voor schildpadden worden gebruikt. We bekijken alle boka’s, soms een stuk lopend dan weer de auto gebruikend, waarvan Boka Tabla en Pistol de bekendste zijn.

Omdat het altijd een flink stuk rijden is naar de westkant van het eiland combineren we verschillende bezienswaardigheden en nadat we het park helemaal rond zijn rijden door naar de meest noordelijke punt van Curaçao over een onverharde, slechte weg.

Vervolgens pakken we een leuk strandje: playa Kalki, waar we nog niet eerder geweest zijn.

Zo’n beetje om de dag gaan we iets bekijken en de andere dag blijven we op het park waar we lezen, een spelletje doen en regelmatig even naar het zwembad lopen om af te koelen.

Bij de Caracasbaai ligt nu, naast een soort boorplatform, een groot schip waarop gewerkt wordt.

Enkele dagen later reizen we weer af naar de westkant van het eiland (het is zo’n vijftig kilometer rijden, maar je doet er ruim anderhalf uur over vanwege de drukte rondom Willemstad) om het N.P. Christoffelpark te bezoeken, een heel gevarieerd park. Het is vooral bekend door z’n gelijknamige berg die te beklimmen is,

maar je moet dan wel voor tienen starten, vanwege de hitte, daarna mag je er niet meer naartoe rijden.

We starten bij Landhuis Savonet en de plantage eromheen, om vervolgens met de auto een rondrit langs de kust te maken waar zich ook nog enkele grotten bevinden.

Het is al ruim na de middag wanneer we uitkomen bij Playa Forti waar een leuk restaurantje, hoog op een rots, een prachtig uitzicht biedt over het blauwe water. Het is tevens een bekend punt voor waaghalzen om in zee te springen.

We gaan nog even kijken bij Playa Grande waar je schildpadden kunt spotten, zo vanaf de houten pier, maar het is er tegenwoordig gigantisch druk met toeristen die hier met bussen vol gedropt worden  vanwege het snorkelen tussen deze prachtige dieren.

Wij eindigen bij Playa Lagun, één van onze favoriete strandjes waar we in de schaduw, vlakbij zee, kunnen zitten en ook zo het water inlopen voor een verfrissende duik.

Op weg naar Otrobanda over de Koningin Julianabrug nemen we eerst een afslag naar Fort Nassau vanwaar je mooi op de hoge (Juliana)brug en de Sint Annabaai kijkt. Ook het Schottegat met z’n binnenhaven en raffinaderijen  is hiervandaan goed te zien.

Dan rijden we naar het Curaçaosche Museum, officieel geopend in 1948, maar het gebouw stamt al uit 1853. Het ziet er slecht onderhouden uit en we zijn op dat moment de enige bezoekers. We zien o.a. enkele “stijlkamers” uit de 19de eeuw en een originele keuken met aparte donkerrood geverfde muren (volgens de overlevering is dat om boze geesten en insecten te weren !).

Ook een in Nederland vervaardigd carillon met 47 bronzen klokken en een oude cockpit van “de Snip”, het KLM-vliegtuig dat als eerste de overtocht maakte van Nederland naar Curaçao, is te bekijken.

Na een uurtje hebben we het binnen en buiten wel bekeken en gaan we naar het dichtbij gelegen restaurantje (Kas di Piskado) Purunchi, vooral bekend bij de lokale bevolking, maar steeds meer mensen weten het te vinden.

Deze eetgelegenheid ligt aan het water en via de keuken kom je bij enkele tafeltjes waarvan de laatste boven het water dobberen, heel apart.

Ze hebben geen menukaart maar noemen gewoon op wat er op dat moment voorradig is en terwijl we er zitten komt er een bootje aanvaren met verse, net gevangen vis, die daar meteen bereid wordt. Het smaakt dan ook heerlijk !

We ontdekken bij Blauwbaai nog een, voor ons, nieuw museum namelijk WW II Museum Curaçao, wat Dennis natuurlijk graag wil zien. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er Amerikaanse mariniers gelegerd op het eiland, vanwege de olievoorraden van Venezuela en de raffinaderijen op Curaçao.

Allan van der Ree , zelf geboren op Curaçao, heeft funderingen van barrakken uit die tijd ontdekt en er één helemaal origineel nagebouwd met daarin nu allerlei voorwerpen die hij in de buurt gevonden heeft van de oorlog.  De man kan erg enthousiast vertellen en we brengen dan ook ruim twee uur door in de kleine barak.

Nadien gaan we nog even kijken bij het strand dat hoort bij resort Blauwbaai maar daar moet je zo’n 20 gulden entree  betalen per persoon, daar hebben wij dus geen zin in. We rijden door naar “de Visserij”, een bekend restaurant bij Piscadera, waar we weer heerlijk tonijn en garnalen eten.

Enkele dagen later gaan we naar Cas Abou waar ook een populair strand is, hier kunnen we wel onze eigen stoeltjes neerzetten in de schaduw, maar wel een eind van het water af.

We maken nog een mooie wandeling naar de zoutpannen van Jan Thiel waar we via Parke den Dunki komen. In de verte zien we tientallen prachtige flamingo’s die daar het hele jaar verblijven.

De laatste donderdag van ons verblijf gaan we ’s avonds naar het centrum van Willemstad, alles is inmiddels in Kerstsfeer gebracht met heel veel lichtjes en het is er gezellig druk.

Via Punda wandelen we over de Emmabrug naar Otrobanda waar we enkele uren doorbrengen bij “the Captain bar” en er tegen achten mooi vuurwerk zien, afgestoken vanaf Punda.

Er ligt een groot cruiseschip aan de kade dat  na deze lichtshow weer vertrekt om naar een volgend eiland te varen.

We rijden nog een keer naar de vlakbij gelegen Sint Jorisbaai en stoppen nog even bij  Chichi Garden.

Voor we naar huis gaan rijden we nog één keer helemaal naar de westkant om ook Dennis landhuis Knip te laten zien.

Dit keer krijgen we het hele verhaal over het slavernijverleden te horen in een ruim twee uur durende rondleiding.

Als afsluiting gaan we nog één keer uit eten en wel bij Playa Lagun.

Vanaf het Bahia restaurant kijk je prachtig op de baai waarin we later natuurlijk ook nog gaan zwemmen, een mooie afsluiting van een prachtige vakantie !

groepsreis naar Normandië en Bretagne 2025

Verslag 1

Eens in de twee jaar maken we met onze reisvrienden (we noemen onszelf de “Mamma Mia-groep”) in het najaar een mooie trip. We zijn onder andere al met z’n achten in Griekenland, Italië en de Balkan geweest. Dit keer gaan we Normandië en Bretagne bekijken en aanstaande zondag komen we samen in Veules-les-Roses (in de buurt van de plaats Dieppe). Gistermorgen, vrijdag 15 augustus, zijn we rond tienen met onze camper vertrokken richting Frankrijk.

Op het moment hebben we te maken met een hittegolf dus nemen we de snelste route naar onze bestemming. Tegen vijven stoppen we bij “National Forest Creuse”, waar we heerlijk in de schaduw kunnen staan en hebben dan vierhonderd en vijftig kilometer afgelegd. Tot laat in de avond zitten we buiten en hoeven nog maar honderd en twintig kilometer af te leggen naar de plek van samenkomst.

Vanmorgen hebben we het dan ook rustig aan gedaan, het is bewolkt en veel koeler dan gisteren. We zetten ons navigatiesysteem op “snelwegen vermijden” en rijden via kleine dorpjes naar de kust waar we rond half twee aankomen.

Nadat we geïnstalleerd zijn op de camperplaats wandelen we naar zee waar je mooi uitkijkt op de kliffen en het dorpje, helaas laat de zon nog steeds verstek gaan.

Eenmaal terug bij de kampplaats zijn Roel en Janna gearriveerd en ook al hadden we elkaar een jaar niet gezien, gelijk is het weer heel gezellig en hebben we heel wat gespreksstof. Inmiddels is het mooie weer teruggekeerd en hopelijk blijft dit ook zo !

(Aan het strand hadden we heerlijke oesters gekocht welke later, met een wijntje erbij, opgepeuzeld worden.)

We zaten net aan de, door Janna gemaakte, soep toen ineens Cas aan kwam lopen.

Anja en Cas waren pas vanmorgen uit Veldhoven vertrokken en hebben de hele weg in één dag afgelegd. Er was nog net een plekje vrij voor hun camper en even later zitten we met z’n zessen buiten, we zijn bijna compleet !

Tot ruim elf uur houden we het buiten vol, dan wordt het te koud en verhuizen we met z’n allen gezellig naar binnen in onze camper, waar we nu genoeg ruimte hebben ! 

Om twaalven gaat toch ieder naar z’n eigen “huisje”, voor vandaag is het laat genoeg !

Verslag 2

We blijven nog een dagje in Veules-les-Roses, want morgen begint pas officieel onze reis. Jan en José zijn er nog niet maar die vertrekken morgenvroeg uit Nederland en sluiten aan bij de volgende plek: Honfleur.

De morgen wordt luierend doorgebracht en na de lunch wandelen we gezamenlijk naar zee waar het nu veel zonniger is dan gisteren en ook een stuk drukker. 

We genieten geruime tijd van het prachtige uitzicht en lopen dan het leuke stadje Veules-les-Roses in. Er loopt een smal riviertje door het idyllische plaatsje en ook staan er vele prachtige huizen.

In de tuin van een wijnboer zitten we geruime tijd met een hapje en een drankje gezellig bij elkaar, waarna we weer terug wandelen naar de kampplaats.

Wim stelt voor een tajine te maken en iedereen komt met restjes groenten aan, samen met kip en allerlei kruiden wordt het een smakelijke maaltijd waar Janna nog een heerlijke salade aan toevoegt.

Tegen negenen wandel ik nog even naar zee om de zonsondergang te zien. Inmiddels staat er een harde koude wind en nadat we gezamenlijk koffie hebben gedronken gaat ieder naar z’n eigen camper !

Verslag 3

We hebben een leuke, gevarieerde dag gehad: we zijn begonnen in de plaats Fecamp waar een prachtige abdij staat Palais Dom Bénédictine.

Nadat we een uurtje rondgewandeld hebben in het prachtige gebouw krijgen we uitleg over hun beroemde kruidige likeur, ooit uitgevonden door een monnik die zevenentwintig kruiden gebruikte voor dit drankje dat nu overal ter wereld verkocht wordt.

We mogen drie variaties van de befaamde likeur proeven en ook zien we de kelders waar een miljoen liter likeur per jaar gemaakt wordt.

Vervolgens rijden we naar de toeristische plaats Étretat waar je weer prachtige witte krijtrotsen kunt zien. Wim en ik lopen iets noordelijk van de plaats naar de “Aiguille de Belval” en na een wandeling langs koeien en maïsvelden komen we uit bij enkele smalle uitstekende rotsen.

Het drukke plaatsje Étretat slaan we verder over, Roel, Janna en Cas en Anja hebben er wel rondgewandeld.

Wij gaan verder naar het laatste punt op de route: Pont de Normandië, een brug over de Seine met een lengte van 2141 meter en 215 meter hoog. We zijn er nog even gestopt maar zo bijzonder is het, in onze ogen, niet. In Noorwegen zie je veel van deze bruggen, Curaçao heeft de prachtige Julianabrug en ook Nederland heeft vele speciale bruggen zoals de Erasmusbrug in Rotterdam.

Onze overnachtingsplek is in Honfleur waar plaats is voor honderd tachtig campers maar bij aankomst is deze al zo goed als vol, toch vinden we nog een plek waar we naast elkaar kunnen staan. We komen toevallig bijna gelijktijdig aan rond zes uur en zo’n vijf minuten later arriveren ook Jan en José. Het weerzien is weer heel gezellig en tot laat in de avond zitten we bij elkaar. Zoals gewoonlijk komt iedereen met allerlei hapjes aanzetten en van koken komt het dan ook niet meer. We gaan, zeker weten, weer een heel leuke tijd tegemoet !!

Verslag 4

Vanaf onze overnachtingsplek konden we vanmorgen lopend naar Honfleur, een leuk havenplaatsje met statige pandjes aan het water en met heel veel restaurantjes.

Al vrij snel hebben we het echter bekeken en besluiten we om door te gaan naar Pont-l’Éveque, in plaats van nog een overnachting te doen in Honfleur, wat in de reisplanning staat.

Aangekomen in dit kaasstadje blijkt alles gesloten en zouden we twee uur moeten wachten voor we een kaasproeverijtje kunnen doen. Weer zijn we het unaniem eens om door te rijden naar de plaats Lisieux (het volgende bezichtigingpunt op onze lijst) om daar op een (gratis) camperplaats te gaan staan.

Bij aankomst zijn er nog net vier plekken vrij en nadat we een tijdje gerelaxt hebben wandelen we naar de Basilique Sainte-Thérèse, een prachtige basiliek gebouwd in het begin van de twintigste eeuw aan de rand van de stad, waar veel bedevaartgangers naartoe gaan.

Nadat we de prachtige binnenkant bekeken hebben klimmen Wim en ik, samen met Cas, helemaal omhoog het gebouw in vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de stad, maar ook binnen in de basiliek van grote hoogte naar beneden kijken.

Pas na zessen zijn we terug bij de campers waarna we, ieder voor zich, de maaltijd bereiden.

We kunnen nog geruime tijd buiten zitten, maar weten al dat het vannacht gaat regenen en onweren en dat het morgen veel minder mooi weer wordt !

Verslag 5

Vandaag hebben we ons verdiept in het productieproces van de Franse kaas. We zijn begonnen in Livarot bij de kaasfabriek Graindorge die al bestaat sinds 1910.

Hier zie je hoe de melk van koeien uit de omgeving Pays d’Auge verwerkt wordt tot kleine kaasjes in slechts enkele weken tijd. Veel gaat tegenwoordig machinaal maar er komt zeker nog handwerk bij kijken voor alles netjes verpakt de fabriek verlaat.

We proeven er ieder zes soorten kaas met wat brood en salade erbij waardoor we verder niet meer hoeven te lunchen.

We rijden door naar het kleine plaatsje Camembert, waar zich het Musée du Camembert bevindt en ook hier krijgen we weer uitleg over het proces van kaasmaken gevolgd door een proeverij.

Natuurlijk hebben we ook enkele kaasjes gekocht al hebben we voor vandaag wel genoeg kaas gegeten !

Na zo’n veertig kilometer rijden arriveren we in Soumont-Saint-Quentin en stallen onze campers bij een Franse familie in hun weiland (La Mine) waar we de enigen zijn.

Tot ruim half negen zitten we gezamenlijk buiten dan wordt het echt te koud en verhuizen we naar binnen !

Verslag 6

In Amsterdam is gisteren het vijfjaarlijkse evenement SAIL begonnen, dit jaar voor de tiende keer. Er zijn meer dan tien duizend  boten en schepen van over de hele wereld te bewonderen en er worden meer dan twee miljoen toeschouwers verwacht. Gelukkig is dit alles ook te volgen op de televisie dus gisteravond hebben geruime tijd naar dit spektakel, dat vijf dagen duurt, zitten kijken.

Op het moment is het op veel plaatsen in Europa slecht weer met veel regen en onweersbuien, wij boffen tot nu toe en houden het nog steeds droog met een temperatuur van rond de twintig graden.

Vandaag (donderdag 21 augustus) hebben we volgens ons reisboek zo’n honderd kilometer af te leggen en als eerste stoppen we in Beuvron-en-Auge, één van de mooiste dorpjes van Frankrijk.

We rijden (bijna) altijd ieder voor zich maar toevallig komen we daar ook de anderen van de groep tegen. Het is dan ook maar een klein plaatsje waar je zo uitgekeken bent, maar het is inderdaad heel verzorgd met veel vakwerkhuizen en érg toeristisch.

Onze volgende stop is nabij het dorp Bénouville waar je in het Memorial museum de Pegasusbrug kunt bekijken. Deze erenaam gaf de Britse genie na 26 juni 1944 aan de rolhefbrug van het Scherzer-type uit 1934 die het Kanaal van Caen overspant. Het was een belangrijk in te nemen doel voorafgaand aan de landingen op D-day, 6 juni 1944.

Na de bezichtiging rijden we nog naar Courseulles sur Mer waar je uitkijkt op de Juna Beach, één van de vijf stranden waar de geallieerden, vooral Canadezen, aan land kwamen tijdens D-Day.

Dan is het nog een half uurtje rijden voor we aankomen bij camperplaats Aire des Peupliers in Saint-Vigor-le-Grand, waar we nog even van het zonnetje kunnen genieten !

Verslag 7

Vandaag zijn we in de sfeer van de Tweede Wereldoorlog gebleven, die  je nog volop tegenkomt in Normandië. Als eerste zijn we naar Longues sur Mer gereden, hier zie je nog steeds de onverwoestbare Duitse bunkers liggen, zelfs met de kanonnen er nog in (Les Batteries).

Nadat we hier rondgewandeld hebben gaan we verder naar het Cimetière Americain in Colleville-sur-Mer. Dit indrukwekkende kerkhof is zeventig hectare groot en kijkt uit op misschien wel het beroemdste strand van D-Day, Omaha Beach. Het bevat de graven van bijna tien duizend Amerikaanse soldaten die zijn gesneuveld tijdens de invasie op D-Day.

Ook Pointe du Hoc, een dertig meter hoge klif aan zee, is zo’n plek waar zwaar gevochten is door de Amerikaanse rangers en de Duitse artillerie. De diepe sporen van deze strijd zijn nog duidelijk te zien en dat na tachtig jaar.

Natuurlijk zijn er ook veel Duitsers gesneuveld tijdens de invasie, in La Cambe bevindt zich het Duitse militaire kerkhof, waar ruim twintig duizend soldaten begraven liggen. Het contrast met de Amerikaanse begraafplaats is groot.

Als laatste rijden we naar de plaats Sainte-Mère-Eglise hier overnachten we ook op een camperplek. Het dorp is wereldberoemd geworden door de Amerikaanse piloot (John Steel) die zijn sprong eindigde hangend aan zijn parachute aan de kerktoren en …..hij hangt er nog steeds !

Nadat we geruime tijd bij de camper genoten hebben van de zon wandelen we, voor de tweede keer, naar het dorpje om met z’n allen uit eten te gaan.

Pas tegen half tien zijn we, met een volle buik, terug op de camperplaats, het was weer heel gezellig !

Verslag 8

We zijn vandaag doorgereden naar de noordwestelijke punt van Normandië, de oorlogsmusea laten we verder links liggen, in 2011 hebben we met Dennis deze al uitgebreid bekeken. Ook de anderen van de groep hebben geen behoefte aan meer “oorlogsverhalen”, je leest er helaas ook nu nog elke dag in de krant genoeg over ! Onze eerste stop is bij Cap de la Hague waar we samen met Roel en Janna naar het uiterste puntje: Goury lopen. Er is een klein haventje, een strandje en een restaurant, waardoor het toch redelijk druk is in deze uithoek.

Nadien parkeren we onze camper om te lunchen aan zee en genieten daar geruime tijd van het mooie uitzicht.

Er staan nog meer punten op het programma maar deze vinden we minder interessant. Via leuke smalle wegen rijden we verder naar onze volgende overnachtingsplek en zien onderweg toch wel van alles.

Tegen vieren arriveren we bij Camping Bel Sito waar we een ruime, zonnige plek hebben met uitzicht op zee.

Vanavond wordt er gewoon weer “ieder voor zich” gekookt !

Nadat we nog even naar de ondergaande zon hebben gekeken verhuizen we naar binnen, helaas koelt het weer snel af !

Verslag 9

Vandaag hebben we zo’n honderd vijftig kilometer af te leggen langs de westkant van Normandië naar Mont-Saint-Michel, vanwaar we over gaan naar Bretagne. Wij stoppen al vrij snel bij het havenplaatsje Portbail waar het erg druk is vanwege de zondagmarkt.

Het plaatsje ligt aan de monding van de Ollonde, die bij eb ver landinwaarts droog komt te liggen.

Wanneer we na een uurtje wandelen terug komen bij de camper zie je inderdaad dat diverse bootjes al scheef liggen, het getijdenverschil is hier groot.

We rijden via smalle kustwegen door dorpjes en langs stranden en overal is het gigantisch druk, het is natuurlijk zondag én hoogseizoen, de meeste Fransen hebben nog vakantie. Bij een strandje houden we middagpauze en lopen daarna naar zee.

Ook bekijken we in vogelvlucht vanuit de camper de plaats Granville omdat alle parkeerplaatsen vol staan.

In de verte zien we inmiddels de wereldberoemde Mont-Saint-Michel opdoemen, de tachtig meter hoge granieten rots verheft zich als een puist boven het vlakke landschap van polders en drassige weiden.

Zo’n vijf kilometer ervandaan parkeren we onze campers (Aire camping-car park du Mont-Saint-Michel) en blijven hier twee nachten staan, want natuurlijk gaan we morgen deze “World Heritage Site” van Unesco bekijken !

Tegen half negen fietsen we met z’n achten alvast een keer naar het eiland toe,  de abdij moet mooi verlicht zijn in het donker.

Helaas valt dit een beetje tegen, maar het silhouet van het puntige eiland, omgeven door zee is zeker de moeite van het rijden waard !

(Het water is net op z’n hoogst rond negen uur !)

Verslag 10

We hebben vandaag prachtig zonnig weer en de temperatuur loopt zelfs op naar dertig graden. We zijn dan ook op tijd vertrokken naar Mont-St-Michel om de ergste hitte voor te zijn.

Daar aangekomen blijkt het gigantisch druk te zijn en om de abdij te kunnen bezichtigen hadden we van te voren moeten reserveren of wachten tot drie uur ! Geen van ons heeft daar zin in (Wim en ik hebben de abdij in 2011 al bekeken !) dus wandelen we alleen door de vele smalle, vaak oplopende straatjes.

Na twee uur hebben we het wel bekeken en fietsen we terug naar de kampplaats.

Bij de supermarkt op loopafstand halen we vlees, vis en groente voor de barbecue en aan het eind van de middag gaat deze aan en zitten we uren gezellig te tafelen.

We hebben echt een perfecte avond wat weer betreft en kunnen tot bedtijd buiten verblijven !

Verslag 11

We hadden vandaag een leuk, gevarieerd programma: als eerste zijn we naar de negen en halve meter hoge massieve granieten steen de Menhir of Champ Dolent gereden, welke dateert uit de jonge steentijd.

(We bevinden ons inmiddels in de regio Bretagne en blijven daar ook de komende weken.) Vervolgens hebben we een stukje van de Mont Dol beklommen, maar helaas begon het te miezeren en zijn we niet verder gewandeld.

Na een mooie rit langs de Baie du Mont-St-Michel, waar we in de verte het eilandje weer zien liggen, komen we aan bij het havenstadje Cancale dat beroemd is vanwege zijn oesterteelt.

Wij eten er eerst beiden een volle schaal met mosselen voordat we verder het stadje bekijken.

Het wordt laag tij, de bootjes komen weer droog te liggen en ook de oesterbanken komen boven water. 

Met platte bootjes, getrokken door tractoren, halen de vissers de oogst binnen, een prachtig gezicht.

Deze schaaldieren zijn natuurlijk ook volop te koop en ook wij eten samen een dozijn oesters op, waarna we de schelpen, net zoals iedereen dit  hier doet, op het strand gooien waar al vele duizenden oesterschelpen liggen ! Inmiddels is de zon weer tevoorschijn gekomen en is het prachtig warm weer.

Ongeveer vijf kilometer noordelijk van Cancale ligt Pointe du Grouin en ook hier parkeren we onze camper nog een keer om naar de kaap te wandelen waar je prachtig uitkijkt op het eilandje Île des Landes.

(Het blijft een vreemd gezicht, al die scheepjes op het droge !)

Daarna is het nog een half uurtje rijden naar onze overnachtingsplek in Saint Malo waar we weer vier camperplaatsen naast elkaar hebben en natuurlijk bij aankomst ieders ervaringen van deze dag doornemen !

Verslag 12

Vanmorgen zijn we met z’n allen op de fiets Saint-Malo gaan verkennen en al vrij snel stoppen we bij “Rochers Sculptés de Rothéneuf”, waar ruim een eeuw geleden een priester vijfentwintig jaar lang in de granieten rotsen figuren gebeeldhouwd heeft.

We klauteren letterlijk op een rotspunt tussen de aparte figuren door met rondom ons het woeste zeewater, een prachtig begin van de dag !

Vervolgens fietsen we langs de kade naar de oude, ommuurde binnenstad, waar het zeewater af en toe over de muren spat, het is dan ook nog hoogtij.

We parkeren onze tweewielers en gaan lopend over de stadswallen met steeds een wisselend uitzicht over de zee met vele schepen en diverse eilandjes. Langzaamaan wordt het eb en komen de strandjes tevoorschijn.

Natuurlijk verkennen we ook de binnenstad en strijken we neer bij een boulangerie om een hapje te eten.

In de loop van de middag is het water zover gezakt dat we over het zand naar “Fort National” kunnen lopen, het sterke getijverschil is hier dan ook acht tot veertien meter.

Daarna volgt nog een ritje van een half uur voor we tegen vieren terug zijn bij de campers, waar we nog een tijdje buiten kunnen zitten.

Rond zevenen begint het ineens te plenzen, wat al voorspeld was voor vier uur, dus we hebben echt geboft met het weer ! Het was weer een heel gezellige, prachtige dag !!

Verslag 13

Tussen Saint-Malo en Dinard stroomt de rivier Rance in zee en omdat hier het verschil tussen eb en vloed zeer groot is (13,5 meter) bedachten ingenieurs om er een getijdencentrale te bouwen met vierentwintig turbines. In 1966 was dit machtig stuk techniek gereed waardoor ruim twee honderd duizend inwoners van stroom worden voorzien.

Nadat we dit staaltje van vernuft uitgebreid bekeken hebben rijden we langs de mooie Bretonse kust richting Cap Frehel.

Enkele kilometers ervoor stoppen we bij Fort La Latte, een schitterend gerestaureerd fort dat oorspronkelijk dateert uit de 14de eeuw. Ongenaakbaar domineert het de granieten rotsen van de Côtes-d’Emeraude waar in het verleden zwaar gevochten is.

We bekijken het fort uitgebreid en rijden vervolgens naar Cap Fréhel waar je uren kunt wandelen langs de grillige kust met z’n roestbruine gesteente.

Helaas blijft het voor ons bij een korte wandeling want we krijgen te maken met een flinke regenbui waardoor we terugkeren naar de camper en doorrijden naar onze overnachtingsplaats in Planguenoual.

Daar aangekomen klaart het weer op en zitten we gezamenlijk nog lange tijd heel gezellig buiten tot we tegen half negen toch echt naar binnen gaan !

(Onderweg hadden we konijn gekocht, Wims’ lievelingseten en die had ik ondertussen bereid en moest nog opgegeten worden !)

Verslag 14

We hadden vandaag vijf punten op het programma staan om onderweg te bekijken en als eerste was dat een wandelpad langs de kust (Sentiers des Douaniers). We hebben een klein stukje gelopen maar er stonden allemaal hoge struiken aan beide zijden van het pad zodat je totaal geen uitzicht had, bovendien begon het te miezeren dus zijn we niet verder gegaan.

De tweede stop was bij St.Quay-Portrieux waar een karakteristieke, gerestaureerde molen staat, welke we natuurlijk even gefotografeerd hebben.

Bij de plaats Plouha hebben we de Chapel van Kermaria-an-Iskuit van binnen en buiten bekeken waarna we doorgereden zijn naar Paimpol.

Hier staat de prachtige Abbaye de Beauport, deze romaanse abdij is één van de mooiste van Bretagne.

De kerk is vervallen tot een indrukwekkende ruïne, maar van de kloostergebouwen zijn de kapittelzaal, de kloostergangen en een voorraadkelder nog te bezichtigen.

Ook ligt er een grote tuin omheen vol appelbomen met uitzicht op de zee.

Hier hebben we geruime tijd rondgewandeld voor we als laatste naar de voormalige vissersplaats Paimpol gereden zijn waar de haven nu vol ligt met luxe boten.

Net voor de afslag naar camping Panorama du Rohou in Ploubazlanec kijken we opeens uit op de diep blauwe zee met allemaal kleine eilandjes, een prachtig gezicht.

Ook vanaf de kampplaats kijken we op zee en op het eiland Île de Bréhat wat we morgen gaan bezichtigen !

Verslag 15

Île de Bréhat is een klein rotseiland dat eigenlijk uit twee delen bestaat verbonden door een brug en slechts drie en een halve kilometer lang en anderhalve kilometer breed is. Wij zijn vanmorgen met de fiets naar  Pointe de l’ Arcouest gereden om daarvandaan, in tien minuten tijd, over te varen naar het eiland.

Helaas hebben we vandaag minder mooi weer en laat de zon zich niet zien, wél is het gelukkig droog, uitgezonderd een enkel spatje ! Anja en Jan hadden hun fiets meegenomen, de rest van de groep bekijkt Île de Bréhat lopend.

Bij de citadel zien we een glasblazer aan het werk, er staan mooie huizen en aparte bloemen maar vooral zien we veel water met rotsen.

We hebben er aardig wat rondgewandeld , zo’n dertien kilometer, en zien het langzaamaan eb worden.

Nadat we een broodje gegeten hebben in het enige dorpje op het eiland gaan we  weer richting de veerboot, er is veel regen voorspeld dus we willen voor vieren terug zijn bij de campers.

Tegen de avond bestellen we bij een “foodtruck” op de kampplaats heerlijke mosselen met frietjes die we wel ín de camper op moeten eten, want buiten zitten is nu veel te fris en nat !

Verslag 16

Vandaag (zondag 31 augustus) rijden we langs de Côte de Granit Rose, zo genoemd vanwege de donkerroze rotsen die overal uit het zeewater steken. Onderweg komen we door het Bretonse marktplaatsje Tréguier, hier staat een schitterende kathedraal met een klooster ernaast.

In de kathedraal is net een mis aan de gang waar zelfs doedelzakspelers te horen zijn, ook bekijken we de mystieke kloostergangen.

In de smalle straatjes rond de kathedraal staan mooie vakwerkhuizen.

Bij de badplaats  Trégastel kunnen we de prachtige, aparte rotsformaties volop bewonderen, wij vinden ze wat lijken op de “Remarkable Rocks” op Kangaroo Island in Australië.

Dan gaan we terug in de tijd want onze volgende stop is bij Pleumeur-Bodou waar de Menhir de St-Uzec staat. Deze acht meter hoge rechtopstaande steen dateert uit de 17de eeuw en is versierd met Christelijke symbolen.

Wanneer we daarna aankomen bij Barnenez zien we het grootste mausoleum van Europa: Cairn de Barnenez, gebouwd ruim zes duizend jaar geleden. Dit grafmonument is zeventig meter lang en zo’n twintig meter breed en heeft elf dolmens (grafkamers).

Dan is het nog een half uurtje rijden voor we uitkomen bij een prachtige kampplaats aan zee: Camping du Fond de la Baie in Locquirec. Tot ruim zeven uur zitten we met z’n allen buiten in het zonnetje, ervaringen uitwisselend over de afgelopen dag, want ieder heeft onderweg weer andere dingen gezien en beleefd !

(uitzicht vanuit de camper !)

Verslag 17

We zijn nog een dag op de camping in Locquirec, met uitzicht op zee, blijven staan.

Even een dagje relaxen met een boek, tijd om een beetje te poetsen of voor een lekkere strandwandeling.

Helaas valt er regelmatig een bui regen, óók net toen we wilden beginnen met pannenkoeken bakken !

Toch zitten we uren gezellig buiten, onder de luifel, lekkere pannenkoeken te eten, iets wat eigenlijk wel een traditie is tijdens onze reizen !

Natuurlijk wordt er daarna weer gezamenlijk afgewassen !

Verslag 18

Na een klein uurtje rijden vanmorgen komen we aan bij de plaats Roscoff en nadat we onze campers op een parkeerplaats gezet hebben gaan we met de fiets naar de vlakbij gelegen haven. We gaan vandaag het eiland Île de Batz bekijken en nemen onze rijwielen mee op de veerboot. Dit gaat nog niet zo simpel want we moeten diverse treden af voor we op de pont zijn, maar de fietsen worden netjes door de bemanning naar beneden gebracht.

Helaas hebben we vandaag te maken met wisselend weer en wanneer we na een kwartiertje varen aankomen op het eiland krijgen we gelijk een flinke bui regen over ons heen !

We hebben in enkele uren tijd twaalf kilometer gefietst en het hele eiland bekeken. We zien onder andere de ruïne van de “chapelle sainte-Anne” en wandelen geruime tijd door de Jardin delaselle, een prachtige botanische tuin.

Natuurlijk fietsen we ook naar de vuurtoren al zijn we dit keer niet omhoog geklommen.

Nadat we verschillende keren nat geworden zijn door de regen overbruggen we de tijd, voor we met de veerboot terug kunnen, in een klein barretje waar we cider uit een theekopje drinken ! 

Met een boot boordevol terugkerende passagiers varen we om half vijf terug naar de vaste wal, waar de bemanning weer sjouwt met onze zware (elektrische) fietsen, petje af voor deze mannen !

We blijven vannacht gewoon op de parkeerplaats staan, samen met tientallen andere campers, en na het avondeten komt de groep bij ons in de camper waar we er weer een gezellige avond van maken !

Verslag 19

Vandaag hebben we weer een stukje van het mooie Bretagne bekeken met z’n ruige kusten en leuke kleine plaatsjes.

Zo kwamen we in Meneham, een klein vissersdorp dat meer op een openluchtmuseum lijkt, gelegen aan de kust van Finistère waar heel aparte rotsen te zien zijn bij de witte stranden.

We hebben er een mooie wandeling gemaakt bij windkracht vijf waardoor er witte koppen op de golven stonden. Later komen we langs “abers”, een soort riviermondingen of inhammen van de kust.

Ook stoppen we nog even bij de haven van Portsall waar een gedenkteken staat voor de “Amoco Cadiz”, een vrachtschip vol ruwe olie dat in 1978 op de rotsen liep en een grote milieuramp veroorzaakte.

Nadat we nog een stukje langs de prachtige kust bij Porspoder rijden eindigen we iets voorbij die plaats op een (Park4night) plek met uitzicht op zee.

(Cas is nog even aan het “klussen”, een “piep” verhelpen met WD40 !)

Hier kunnen we nog een tijdje buiten zitten tot het toch echt te fris wordt door de harde wind. We bevinden ons nu in het uiterste noordwesten van Frankrijk en kunnen de zon in de zee zien zakken !

Verslag 20

Na een stormachtige nacht met harde wind en regen is het vanmorgen weer opgeklaard en verblijven we  nog lange tijd op ons mooie plekje aan zee. Er staan slechts twee bezichtigingen op het programma en de afstand  naar de volgende overnachtingsplek is slechts vijfenveertig kilometer. Onderweg hebben we geruime tijd doorgebracht in een Super U, dit is met recht een “super”markt met een gigantisch groot assortiment ! Pas na de lunch gaan we op pad en bekijken het afgelegen havenstadje Le Conquet. met z’n aflopende straatjes richting zee.

Vijf kilometer verderop  bij Pointe Saint-Mathieu waakt, bij steile kliffen, een vuurtoren over een voormalige abdij. Vooral door de locatie is het prachtig geheel.

Tegen vijven komen we aan bij camping de Portez met uitzicht op zee waar we met z’n allen tot half zeven buiten in het zonnetje kunnen zitten, dan komt er helaas ineens een grote regenbui over ons heen, zoals we de laatste dagen zo vaak gehad hebben en gaat ieder weer z’n eigen camper in ! 

Verslag 21

Vandaag (vrijdag 5 september) hebben we zo’n honderd twintig kilometer afgelegd rond de baai van Brest om uit te komen bij Camaret sur Mer. Onderweg konden we de plaats Landerneau bekijken, hier bevindt zich de beroemde brug Pont de Rohan, de laatst overgebleven brug in Europa waarop nog mensen wonen. Helaas is er markt in de stad waardoor alle parkeerplaatsen bezet zijn, we hebben de brug dan ook alleen vanuit de camper bekeken. Anderen van de groep zijn een eind verderop gestopt en hebben de plaats wel verkend, waarvan hier de foto’s. 

Wij zijn nog wel even naar de abdij van Daoulas gereden, maar erg spectaculair was deze niet.

(In het straatje bij de abdij kwamen we langs een bakkertje waar we natuurlijk vers brood gekocht hebben.)

Het verderop gelegen havenplaatsje Le Faou is wél leuk om te bezoeken en daar hebben we een tijdje rondgewandeld.

We komen al vrij vroeg aan op de camping Les Pieds dans LÉau waar we voor twee dagen boeken.

Ook de anderen van de groep druppelen langzaam binnen en natuurlijk zitten we nog even samen om de planning van morgen door te nemen ! De avond breng ieder in z’n eigen camper door want helaas is het te fris om ’s avonds buiten te zitten !

Verslag 22

Vandaag hebben we onze fietsen weer gepakt en een prachtige route gereden. We doen dit echter met z’n zessen, want Jan en José zijn vanmorgen, onverwachts, om persoonlijke redenen naar huis vertrokken. De totale trip is zo’n vijfentwintig kilometer maar het is constant heuvel op en weer af.  We fietsen eerst naar het leuke havenplaatsje Camaret-sur-Mer waar het vol ligt met zeilboten, maar er liggen ook enkele oude, bijna vergane schepen.

De “Tour Vauban”, een verdedigingstoren uit 1683, staat grotendeels in de steigers, maar er is nog genoeg te zien aan de haven.

We rijden door naar het uiterste puntje van het schiereiland Crozon waar we uitkijken op een prachtig strand met in de verte een vuurtoren en een militaire burcht (Sémaphore du Toulinguet).

Ook bevindt zich daar de ruïne Manoir Saint Pol Roux.

Er is nog meer te bekijken want op een grasveld staan ongeveer zeventig kwarts stenen in rijen opgesteld die waarschijnlijk al dateren van 2500 v.Chr. genoemd “Alignements de Lagatjar”.

Een stukje zuidelijker komen we alweer bij een interessant punt: Musée Memorial de la Bataille de l’Atlantique. Hier zien we diverse bunkers en forten die nog dateren uit de Tweede Wereldoorlog.

Ook liggen er enkele grote ankers van vergane schepen uit die tijd.

Bij Pointe de Pen Hir, weer zo’n prachtige plek, staat een groot kruis, een monument voor de “Bretoenen van Vrij Frankrijk”, ingewijd in 1960 door Charles de Gaulle.

Dan rijden we terug naar Camaret-sur-Mer en halen daar bij een supermarkt vlees, vis en groenten voor de barbecue. We hebben vandaag prachtig weer dus ideaal om met z’n allen samen buiten te eten !!

Verslag 23

Vandaag hebben we helaas heel ander weer dan gisteren, regelmatig valt er een bui regen en ook is het veel koeler. We rijden eerst naar Pointe Espagnols, deze strategisch gelegen kaap op de uiterste punt van het schiereiland, tegenover de stad Brest, was al belangrijk in de 14de-eeuw, maar in 1594 landden hier de Spanjaarden (waar de huidige naam nog van is) die pas na verschillende gevechten werden verdreven.

We bekijken de restanten van het Spaanse fort en verlaten dan, langs de kust rijdend, het schiereiland Crozon. Onze volgende stop was eigenlijk Ménez-Hom, een mooi uitkijkpunt, maar daar aangekomen rijden we helaas in de mist dus gaan we door naar het dorpje Locronan. Een klein plaatsje met autovrije steegjes, een mooi pleintje met huizen uit de 16de – 18de eeuw en natuurlijk een grote kerk.

Het is er vrij druk vanwege een antiekmarkt door het hele dorp en ook hier krijgen we weer te maken met miezerig weer.

We duiken een restaurantje in en nuttigen daar een heel speciale vismaaltijd met zuurkool en krieltjes, vergezeld door een “kopje” cider.

Het was de bedoeling te overnachten op een camping in het centrum van Quimper maar deze staat helemaal vol dus komen we terecht bij een park4night plek in een bos een eindje buiten de stad.

Hier zitten we nog een tijdje buiten tot de zon achter de bomen verdwijnt !

Verslag 24

We hebben vandaag veel langs het water gereden en gewandeld en steeds is de kust weer anders. We starten bij Pointe de la Torche, een indrukwekkend natuurlijk, rotsachtig schiereiland, waar de wind vrij spel heeft wat veel surfers aantrekt.

Wanneer we er aankomen wordt het langzaam eb en voor we terug zijn bij de camper is er al groot prachtig strand ontstaan, iets wat de watersporters natuurlijk minder vinden.

We zijn net op weg naar de volgende plek aan het water wanneer we bericht krijgen van Roel en Janna dat ze nog in Quimper zijn en naar een garage rijden omdat ze problemen hebben met hun camper, hij lekt olie. Op dat moment kunnen wij niks voor ze doen dus rijden we door naar Île-Tudy, weer een soort schiereilandje dit keer met een dorpje erop.

Hier komen we Cas en Anja tegen en we besluiten er gezamenlijk te gaan eten. Het worden Bretonse mosselen, bereid in cider met spekjes, champignons en koksroom, werkelijk heerlijk.

Ondertussen hebben we contact met Roel en Janna: hun camper is met een autoambulance naar een werkplaats gebracht want ze kunnen er niet meer mee rijden. Na een technische controle blijkt het te gaan om een lekkage in de koelvloeistofleiding.

Wij besluiten met z’n vieren door te rijden naar de volgende camperplek die op slechts dertig kilometer van Quimper ligt. We staan nu op een prachtige plek aan het water, een stukje zuidelijk van Concarneau (Tregunc).

Roel en Janna kunnen vannacht gewoon in hun camper overnachten op het terrein van de garage, morgenvroeg, al om acht uur, wordt de camper gerepareerd. Als dat goed gaat komen we daarna weer bij elkaar om de reis te vervolgen !

Verslag 25

Vanmorgen om half elf kregen we bericht van Roel en Janna dat hun camper gerepareerd is en dat ze naar de parkeerplaats bij Concarneau rijden, waar we met z’n allen weer bij elkaar zouden komen en een klein uurtje later zijn we weer compleet.

Op de fiets rijden we naar het oude centrum van de vissershaven om het 14de-eeuwse Ville Close te bezichtigen. Deze ommuurde stad, gebouwd op een eiland in de haven en geheel omringd door enorme met korstmossen bedekte muren, is bereikbaar via een brug.

Een gedeelte van de muur is begaanbaar en in de smalle straatjes zie je veel restaurants en winkeltjes.

(In deze chocolaterie zie je allerlei kunstwerken gemaakt van chocolade.)

We wandelen er een tijdje rond en fietsen dan weer terug naar onze campers om vervolgens door te gaan naar het charmante gehucht Kerascoét waar oude, Bretonse granietstenen huisjes staan, omringd door hortensia’s, met leistenen- of rieten daken. 

Aan de rand van het dorpje is een parkeerplaats waar je ’s nachts mag blijven staan en omdat het inmiddels vier uur is én het begint te regenen besluiten we hier te overnachten !

Verslag 26

Ondanks het slechte weer hebben we gisteren een heel gezellige avond gehad, we hebben uren lang met z’n zessen Mexican Train gespeeld bij ons in de camper en pas tegen enen ging ieder naar zijn eigen onderkomen.

Vanmorgen regende het nog steeds en dat doet het een groot deel van de dag. We zijn dan ook heel laat vertrokken uit Kerascoét en doen ook nog onderweg boodschappen. Pas na één uur komen we aan bij Doëlan, een mooi havenplaatsje dat er bij mooi weer waarschijnlijk heel pittoresk uitziet. Nu liggen de bootjes er, bij eb, maar triest bij in de regen.

We rijden door naar het volgende punt om te bezichtigen: de vestingstad Port-Louis en wanneer we aankomen bij de citadel uit 1620 is het net droog en komt er een mager zonnetje tevoorschijn, wél staat er een harde, koude wind.

We bekijken reddingsbrigadevaartuigen en het maritiem museum dat er gehuisvest is en lopen langs de stervormige muren die aan alle kanten omgeven worden door water.

Wanneer we verder rijden zien we plots in de plaats Erdeven een groot aantal rechtopstaande stenen: megalieten. We hebben deze prehistorische bouwwerken al diverse malen gezien, ook in Engeland en Ierland,  maar het blijft interessant om te bekijken.

Pas tegen half zes komen we aan bij onze overnachtingsplaats op het schiereiland Quiberon, waar de golven van de zee hard tegen de kust slaan, en kunnen we een plekje vinden redelijk uit de wind.

De anderen zijn al gearriveerd en meteen gaan Cas en Wim aan het klussen: een sluiting van een kastje in onze camper  is afgebroken en dat moet natuurlijk gerepareerd worden, wat gelukkig ook lukt.

Morgen gaan we het schiereiland fietsend bekijken !

Verslag 27

De dag begint met bewolking en regen, pas tegen de middag wordt het droog en komt de zon tevoorschijn. Om één uur staan we allemaal klaar met de fiets om het langgerekte schiereiland Quiberon te gaan bekijken.

Het wordt een afwisselende tocht met brokkelende kliffen waar het zeewater tegenaan beukt, rustige stranden die druk bezocht worden door garnalenzoekers en enkele leuke dorpjes met een haventje.

Onderweg wandelen we naar Pointe de Beger-Goalennec waar je op de punt mooi uitkijkt op het eiland Belle-Ile.

Ook zien we een prachtige boog, uitgesleten door het water.

Tegen vijven zijn we terug op de kampplaats en kunnen dan nog lange tijd buiten zitten, redelijk uit de wind in de zon.

Om half acht wordt het echt te fris en verhuizen we  toch naar binnen en even later begint het weer te regenen !

Verslag 28

We zijn vandaag even terug gegaan in de tijd en wel naar zo’n vier duizend jaar v.Chr. toen er rond de plaats Carnac zo’n drie duizend menhirs (rechtopstaande stenen) in mysterieuze rijen en patronen werden neergezet. Je kunt er nu rondwandelen en deze lange rijen stenen aanschouwen.

Ook zien we er dolmen (rechtopstaande stenen met een derde als dek erop bedoeld als grafkamer, zoals de hunebedden in Drenthe).

Vervolgens rijden we naar Larmor-Baden waar je met een boot naar het eiland Île de Gavrinis kunt varen.

Hier vind je de meest megalithische plek ter wereld met een tumulus (grafheuvel) van acht meter hoog en een diameter van vijftig meter. Het bijzondere aan deze plek, die sinds kort op de UNESCO lijst staat, is dat de wanden van de veertien meter lange gang naar de grafkamer versierd zijn met mysterieuze afbeeldingen.

Met z’n zessen zijn we naar het eiland gevaren waar we door een Franse gids in het Engels uitleg krijgen over deze speciale plek en door de bijzondere gang met afbeeldingen lopen, een heel aparte ervaring.

Ook varen we nog even langs het kleine eiland Er Lannic waar vele menhirs te zien zijn.

Pas rond zeven uur komen we fietsend terug op de camping waar we onze campers ’s middags al neergezet hebben. Inmiddels is het buiten flink afgekoeld en verblijven we dit keer enkele uren in de camper van Roel en Janna waar we het weer heel gezellig hebben. Van eten koken komt het niet meer en pas rond elven keren we terug naar onze camper !

Verslag 29

Natuurlijk waren we vanmorgen, zoals altijd, de laatsten van de groep die van de camping vertrokken, maar het was dan ook laat geworden gisteravond voor het verslag af was ! Toch komen we, naar ruim een uur rijden, in het vestingstadje Guérande Cas en Anja weer tegen, dus hebben we samen het ommuurde plaatsje bekeken.

In diverse winkels wordt zout in allerlei variaties verkocht.

Iets zuidelijker bevindt zich een gebied van twee duizend hectare vol zoutpannen, hier wordt van juni tot eind september zout geoogst met behulp van een “cimauge”, een lange stok met een platte schuif. Helaas is er vandaag (zaterdag 13 september) niemand aan het werk en zien we alleen het uitgestrekte raster van zoutmoerassen.

In de winkel Terre de Sel, waar natuurlijk allerlei zout verkocht wordt, zien we wel veel foto’s van het hele proces.

Over een weg dwars door de zoutpannen rijden we naar “Flower camping Les Paludier” in Batz-sur-Mer en ook nu lukt het weer om drie plekken bij elkaar te krijgen.

Het is tevens de laatste nacht dat we met z’n zessen zijn, morgenvroeg vertrekken Roel en Janna richting Sellingen, iets wat ze aan het begin van de reis al aangekondigd hadden, vanwege een belangrijke afspraak. Het reisprogramma is ook bijna afgelopen en de laatste dagen maken we samen met Cas en Anja af.

Vanavond eten we, als afsluiting,  met z’n allen in het camping restaurant wat heel goed blijkt te zijn. Janna houdt er een leuke toespraak over alles wat we meegemaakt hebben deze reis en biedt Cas als bedankje voor zijn vele werk (het uitzoeken en begeleiden van de hele reis) dit etentje aan van ons vieren.

Na afloop drinken we bij ons nog een kop koffie, waarna ieder zich, met een volle maag, terugtrekt in z’n eigen camper !

Verslag 30

Het wat vandaag een beetje een trieste dag, allereerst omdat we Roel en Janna uitgezwaaid hebben en het waarschijnlijk wel een jaar duurt voor we elkaar weer zien, maar ook het weer werkt niet echt mee: de lucht is vochtig en grijs. Toch hebben we na de middag de fietsen weer gepakt om de omgeving te bekijken. De zee en stranden zien er verlaten uit en ook bij vele huizen zijn de luiken gesloten, het vakantieseizoen is hier duidelijk aan z’n einde.

Tot we in de badplaats Le Croisic komen, hier is het gezellig druk aan de haven met z’n vele winkeltjes en restaurants.

Ook wij strijken neer op een terrasje voor een drankje waarna we terug fietsen naar de camping.

’s Avonds kookt Wim voor ons vieren een visschotel, waarna we tijd hebben voor een spelletje Mexican Train !

Verslag 31

Gelukkig is het vandaag weer opgeklaard en ziet alles er vriendelijker uit, we gaan nog een keer langs de zoutpannen maar helaas is er ook nu niemand aan het werk. We rijden zo’n twee honderd kilometer richting “huis” om uit te komen bij Fougères, een vestingstad bij de Bretonse grens, waar we onze camper parkeren aan de rand van de stad naast die van Cas en Anja, die er al een uurtje staan.

(Met een lift kun je naar het boven gedeelte van de stad !)

Inmiddels is het vier uur, maar toch gaan we met z’n vieren nog op pad om alvast een gedeelte van de stad te bekijken. Deze blijkt verrassend mooi te zijn en we maken dan ook weer heel wat foto’s.

Vanuit de tuinen van “Place au Arbres” kijken we op de 16de-eeuwse Eglise St-Leonard en op het Château de Fougères, welke we morgenvroeg gaan bekijken.

Tegen zessen zijn we terug op de parkeerplaats waar we voor de laatste keer “happy hour” houden, want morgen gaan we, nadat we het kasteel bekeken hebben, ieder onze eigen route naar huis rijden. Ook nu kookt Wim voor ons alle vier (spaghetti met tuinbonen, een recept van Janna !) waarna we er nog een gezellige avond van maken ! 

Verslag 32

Vandaag (dinsdag 16 september) is het officieel de laatste dag van de “Mamma Mia”-groepsreis en samen met Cas en Anja bekijken we het indrukwekkende Castle of Fougères.

Het kasteel ligt op een rots, heeft maar liefst dertien verdedigingstorens  en muren van wel drie meter dik. 

In het verleden zijn er diverse aanvallen op de vesting geweest maar de muren staan nog overeind en het kasteel behoort tot de grootste middeleeuwse forten in Europa die in goede staat behouden zijn gebleven.

Nadat we heel wat trappen in de torens op en af gelopen zijn en alles goed bekeken hebben nemen we, vlakbij het kasteel, plaats op een terras van een “creperie”. We hebben ruim vier weken door Frankrijk rondgetrokken maar hadden nog geen Franse pannenkoek gegeten ! Het wordt een  heel speciale: met een gebakken ei erop én een hamburger met uitjes  en saus erbij….. en hij smaakt prima ! (Een traktatie van Cas en Anja).

Nadien wandelen we terug naar onze campers waar we afscheid van elkaar nemen, want vanaf nu gaat ieder in eigen tempo naar huis. We rijden ruim honderd tachtig kilometer en stoppen tegen vijven bij een camperplek in de plaats Verneuil-sur-Avre.

Het moet een mooi historisch stadje zijn, maar voor vandaag hebben we genoeg gezien, morgenvroeg wandelen we wel naar het oude centrum. Het is de bedoeling om morgen door te rijden tot België want voor overmorgen zijn er stakingen gemeld door heel Frankrijk dus dan zijn we het land liever uit. Wél krijgen we dan twee dagen prachtig weer (donderdag en vrijdag), waarschijnlijk de laatste dit jaar, dus willen we een leuk plekje zoeken ergens in België om hier nog even van te genieten. Als het goed is komen we dan zaterdag in de loop van de dag weer aan in Dodewaard !

Verslag 33

We zijn vanmorgen het stadje Verneuil-sur-Avre even ingelopen  en konden er gelijk een vers brood kopen, het Franse brood is erg lekker maar niet lang eetbaar, het is snel hard.

Daarna gaan we weer op weg via secundaire wegen waardoor we niet zo snel opschieten, vanwege de vele rotondes, maar wel door leuke dorpjes komen.

We hebben eigenlijk te laat in de gaten dat we al dicht bij Parijs zitten en ons navigatiesysteem stuurt ons dwars door de grote stad, dit kost ons veel tijd en Wim is hier niet echt blij mee !

We zien trouwens al die tijd geen enkele camper, wel veel vrachtverkeer.

Pas rond half twee komen we, zonder problemen, Parijs weer uit maar hebben dan nog diverse uren voor de boeg voor we Frankrijk uit zijn. Wim ziet op de kilometerteller dat we er inmiddels de eerste tien duizend kilometer met de nieuwe camper op hebben zitten ! Pas na vijven passeren we de grens met België en rijden dan nog een klein stukje naar de plaats Chimay waar we onze camper parkeren tegenover de Abbaye Notre-Dame de Scourmont. We wandelen nog even naar de abdij waar ze ook bier brouwen en kaas maken, maar hier kunnen we niets vinden wat daar op wijst, dat gaan we morgen wel verder onderzoeken.

Gisteravond hebben we van Roel en Janna bericht gekregen dat ze veilig in Sellingen zijn aangekomen en inmiddels zijn ook Anja en Cas ook al gearriveerd in Veldhoven, die hebben flink doorgetuft. Wij zijn, zoals altijd, weer de laatsten zowel met vertrekken als met aankomen !

Verslag 34    ( laatste verslag )

Slechts een kilometer verwijderd van onze overnachtingsplek bevindt zich Chimay Experience, een gebouw waarin een restaurant, bar, winkel en museum gehuisvest zijn. In het laatste komen te weten dat het Chimay trappistenbier al honderd en  zestig jaar gemaakt wordt in de abdij, maar de brouwerij is niet toegankelijk voor bezoekers, vandaar dat we het gisteren niet konden vinden. 

De monniken in de abdij moesten in hun eigen onderhoud voorzien waardoor ze op een gegeven moment, naast werken op het land, begonnen zijn met het brouwen van bier en kaas maken. Sinds 1983 wordt het trappistenbier zelfs geëxporteerd naar meer dan vijftig landen.

Bij het bezoek aan het museum hoort ook een gratis biertje dus om twaalf uur zitten we al aan een trappist en nemen daar een plankje met tapas bij, zo hebben we een vroege lunch.

Met nog enkele verschillende flesjes bier verlaten we later de winkel en gaan dan weer een stuk rijden. (We kopen geen kaas, tijdens de “happy hours” met de groep hebben we zoveel kaas gegeten omdat iedereen die gekocht had in Livarot en Camembert !)

Tegen vieren komen we aan bij camperplaats “de verborgen parel” in de plaats Hoepertingen, waar tevens een Bed & Breakfast bij zit, en boeken er voor twee nachten.

Morgen wordt het hier achtentwintig graden dus gaan we een dagje relaxen, hoogstwaarschijnlijk wandelen we alleen even naar het dorpje voor een vers brood. We bevinden ons nog honderd en zeventig kilometer van Dodewaard dus zaterdag leggen we het laatste stuk af naar huis en is de prachtige reis ten einde. We hebben weer een heel afwisselende, mooie, maar vooral gezellige tijd gehad met de groep waar we met veel plezier op terug kunnen kijken !!

8 weken Engeland Ierland 2025

Verslag 1

We gaan weer op reis naar een, voor ons, nieuwe bestemming namelijk Engeland en Ierland. Dit doen we met onze nieuwe camper (Rapido 606F) en ook Dennis is weer van de partij met z’n Renault Kangoo die hij om kan bouwen naar camper. Vanmorgen rond half elf zijn we van huis vertrokken om na een rit van anderhalf uur aan te komen in Hoek van Holland waar we met de boot van Stena Line in zeven uur tijd overvaren naar Harwich in Engeland.

Tegenwoordig heb je een ETA bewijs (Electronic Travel Authorisation) nodig om het Verenigd Koninkrijk binnen te komen, natuurlijk ook een geldig paspoort en op dit moment mag je geen vlees- of zuivelproducten meenemen vanaf het vaste land, vanwege mond- en klauwzeer. We hebben dus de koelkast maar uit gelaten en gaan morgenvroeg in Engeland wel alle boodschappen doen.

De boottrip verloopt voorspoedig en tegen achten Engelse tijd (het is hier een uur vroeger) rijden we de kade op bij Harwich. Natuurlijk moeten we hier links rijden, iets wat we wel gewend zijn van Australië, al zit het stuur nu wel links in plaats van rechts zoals in Down Under. We rijden slechts enkele “miles” (1.6 kilometer) voor we uitkomen bij een mooie (gratis) overnachtingsplek met uitzicht op de haven. Aan boord hebben we al een warme maaltijd gebruikt dus Wim hoeft vanavond nog niet te koken. Na een kop koffie en een wijntje gaan we redelijk vroeg naar bed, tenminste voor Engelse tijd !!

Verslag 2

We zijn vanmorgen pas laat vertrokken van onze overnachtingsplek: Wim heeft uren getelefoneerd met diverse mensen van de KPN omdat hij zijn internet helemaal kwijt was, ook is er een conflict met de laptop en de I-pad. Hij kon (behalve bellen) helemaal niets meer doen met zijn telefoon, terwijl daar heel veel “data” op zit die we nodig hebben in het buitenland. Hoogstwaarschijnlijk had het allemaal te maken met een update. Er zijn diverse dingen aangepast maar vanavond, tijdens het maken van het verslag, blijkt er nog geen verbinding te zijn, ook de foto’s gemaakt met de telefoon kunnen niet opgehaald worden, echt heel hinderlijk. Nadat we bij een Lidl (die supermarkten zitten echt overal) een heleboel verse waar hebben gekocht zijn we naar het kleine plaatsje Lavenham gereden, eerst een stukje over de snelweg, maar al gauw veranderde dit in smalle weggetjes door leuke dorpjes waar je elkaar maar net kunt passeren.

Lavenham wordt gezien als de volmaaktste Engelse kleine stad en was tussen de 14de en 16de eeuw het centrum van de wolhandel in Suffork.

Er staan zo’n drie honderd gebouwen op de monumentenlijst en het is inderdaad een juweeltje met zwart-witte en gekleurde vakwerkhuizen en ook een prachtige kerk.

 ’s Middags vervolgen we onze weg naar Saffron Walden, hier bevindt zich een groot statig herenhuis: Audley End met een enorme grote tuin eromheen. Het huis is slechts enkele dagen per week te bezichtigen en voor het bekijken van de tuin vragen ze 25 pond per persoon.

We hebben snel enkele foto’s gemaakt en zijn toen doorgereden naar “Home Farm Fishery and Campsite” in Little Walden, een heel leuke plek waar we voor tien euro mogen overnachten.

We staan hier heerlijk aan een visvijver in het zonnetje zonder andere kampeerders om ons heen. We hebben dan ook besloten hier morgen ook te blijven staan, dan hebben de mannen de tijd om te  gaan vissen en kunnen we rustig kijken of alles op de telefoon weer werkt !!

Verslag 3

Gisteravond kwamen we er achter dat de televisie geen enkele zender wil ontvangen terwijl deze het vorige week nog perfect deed en we speciaal een stickie en router hebben gekocht om bereik te hebben in het buitenland.  Dat was even balen maar we laten onze vakantie er echt niet door verpesten: in Australië en Curaçao hebben we ook drie maanden geen televisie en we vermaken ons ook wel met een spelletje.

Na een mistig begin komt de zon vanmorgen al snel tevoorschijn en kan er gevist worden. Helaas blijft de vangst bij één voorn, maar de locatie is prachtig.

Natuurlijk hebben we vandaag ook ruim de tijd voor een spelletje en tegen de avond komt de barbecue tevoorschijn.

Onze nieuwe camper bevalt prima, de kampplaats hier is primitief zonder elektriciteit en met weinig sanitair, maar dat hebben we helemaal niet nodig. Op het dak liggen twee zonnepanelen en we hebben een prachtige badkamer met douche. Ook kunnen we altijd waterpas staan met een mooi level systeem wat nu erg handig is want de grond loopt erg af !

(Enkele foto’s van de binnenkant van de camper)

(Het uitzicht vanuit de camper).

Voor degene die zich afvraagt waar we slapen: ons bed zit tegen het plafond aan en deze kunnen we ’s avonds laten zakken, waardoor we overdag veel meer ruimte hebben om te leven. Tegen de avond koelt het weer snel af en verhuizen we naar binnen, waar we de tafel uitklappen en dan een ruime spelletjestafel hebben. We zijn ontzettend blij met onze nieuwe camper !!

Verslag 4

Wim is vanmorgen een tijdje aan het freubelen geweest en heeft de televisie toch weer aan de praat gekregen, dus kunnen we alsnog het journaal en een filmpje kijken !

We hebben de leuke kampplaats verlaten en zijn naar het twintig kilometer verderop gelegen Duxford gereden waar sinds 1977 het Imperial War Museum gevestigd is. Hier zijn zo’n twee honderd vliegtuigen te bekijken in allerlei soorten en maten, onder andere de Spitfire en de Concorde.

Regelmatig gaat er een “oud” vliegtuig de lucht in en vele vrijwilligers vertellen verhalen over oorlogen wereldwijd.

Ook zijn er enkele gebouwen  ingericht met militaire voertuigen, artillerie en de airborne divisie.

We hebben er ruim vier uur rondgewandeld en komen pas rond half vier terug bij de camper. Eigenlijk wilden we richting Woodstock rijden, maar dat is nog zeker twee uur verderop, dus keren we terug naar Little Walden waar we al twee nachten gestaan hebben.

Hier kunnen we nog geruime tijd genieten van het mooie weer en morgenvroeg gaan we wel weer op pad, we hebben acht weken de tijd voor Dennis weer aan het werk moet !

Verslag 5

We hadden gisteren de goede beslissing genomen door niet verder te rijden: het kostte ons vandaag ruim drie uur voor we  uitkwamen bij Blenheim Palace, omdat we om moesten rijden vanwege wegwerkzaamheden.

Nadat we snel enkele boterhammen gegeten hebben op de parkeerplaats gaan we op pad richting het prachtige paleis dat sinds 1987 op de UNESCO World Heritage Site staat.

Het gebouw stamt uit 1704 maar is vooral bekend omdat hier in 1874 Winston Churchill werd geboren, de Britse leider in de Tweede Wereldoorlog. Er is dan ook een gedeelte van het paleis aan hem gewijd en overal hangen door hem gemaakte schilderijen..

We bekijken de prachtige, luxe vertrekken, de bibliotheek en de kapel.

Maar ook heel interessant zijn de ruimten van het bedienend personeel: de keuken, de voorraadkamers en hun gezamenlijke leefruimte.

Helaas staat een gedeelte van het paleis in de steigers zodat ik het gebouw niet in z’n volle glorie kan fotograferen.

Rond het paleis bevindt zich een gigantisch groot park met enkele vijvers.

(Zo hoort het paleis er straks weer uit te zien !)

Het blijkt dat er in 2007 zelfs opnamen zijn gemaakt voor de film van Harry Potter, dus ga ik samen met Dennis op zoek naar de “Harry Potter Tree”.

Nadat we alles bekeken hebben rijden we slechts acht kilometer om uit te komen bij Greenhill Leisure Park, waar we nog even buiten zitten, voor het te koud wordt en we naar binnen verhuizen. Op de kampplaats krijgen we te horen dat  veel Engelsen een lang weekend hebben, waardoor het vanaf morgen overal wel heel druk kan zijn, we gaan het meemaken !!  

Verslag 6

We hebben vandaag uren lang rondgereden door de Thames Valley en later door Midden-Engeland, twee streken van Groot-Brittanië. Al die tijd reden we over smalle, kronkelige wegen en ik heb nooit geweten dat Engeland zo heuvelachtig is: regelmatig hadden we hellingen van tien tot veertien procent. Ook is alles heel groen, zijn er veel bossen met prachtige bomen en zie je regelmatig lage stenen muurtjes.

Helaas was het overal erg druk, waarschijnlijk door het “lange weekend”. We zijn gestart in het gehucht Great Tew met centraal gelegen de 17de-eeuwse pub Falkland Arms.

Even later stoppen we bij The Rollright Stones waar onder andere The King’s Men Stone Circle te zien is: een steencirkel van ongeveer dertig meter doorsnee met 77 stenen, waarschijnlijk al daterend van drie duizend jaar voor Christus.

Ook de solitaire King Stone is uit de Bronstijd.

Twee prachtige dorpjes: Stow on the World en Chipping Campden hebben we alleen vanuit de auto bekeken, we konden de camper nergens kwijt, we waren duidelijk op de verkeerde dag aan het rondtoeren.

Toen we net na vieren aankwamen bij Hailes Abbey, een ruïne van een pelgrimplaats uit de dertiende eeuw, bleek deze gesloten en konden we alleen vanaf een afstand enkele foto’s nemen.

Toch hebben we vandaag genoten van het mooie Engeland en heeft Wim de camper weer beter leren kennen met de smalle wegen en al de heuvels en dalen.

Tegen vijven stoppen we bij een hooggelegen parkeerplek met uitzicht op Cheltenham, gevonden op “Park4Night”. Hier kunnen we prima de nacht doorbrengen !

Verslag 7

Na een uurtje rijden komen we vandaag aan bij Warwick Castle dat zowel een prachtig middeleeuwse vesting is als een van de fraaiste adellijke landhuizen van Groot-Brittanië.

Er is echt van alles te zien en te doen in en rondom het kasteel. Zo wordt er de voorbereiding van de “Battle of Barnet”  uit 1471 uitgebeeld met levensechte poppen

ook kunnen we de prachtige vertrekken zien van de vroegere bewoners en hun gasten.

Verder is er een schitterende wapenkamer.

Natuurlijk kun je over een gedeelte van de muren lopen en zijn er enkele torens te beklimmen.

We zien een show rondom het gebruik van een gigantische katapult en later is er een historisch gevecht waaraan diverse paarden deelnemen.

Pas rond half vijf verlaten we het terrein en stallen onze campers een kilometer verderop in Warwick op een parkeerterrein. We gaan nu toch niet meer buiten zitten, al hebben we de hele dag erg geboft met het weer: het was droog en rond de twintig graden !

Verslag 8

Het was vanmorgen goed druk op de snelweg van Warwick, via de stad Birmingham, naar Ironbridge Gorge, maar rond de middag komen we aan bij ’s werelds grootste ijzercentra uit de 18de en 19de eeuw. Ironbridge Gorge werd een van de belangrijkste middelpunten van de Industriële Revolutie toen men ontdekte hoe ijzererts op goedkope steenkool in plaats van op houtskool kon worden gesmolten. Hierdoor werd ijzer populair voor de bouw van bruggen, schepen en gebouwen. Wij rijden eerst naar het Blists Hill Museum, een groot openluchtmuseum waar je kunt zien hoe de stad er honderd jaar geleden uitzag met onder andere een oude kolenmijn, een complete gieterij, enkele stoommachines, diverse winkeltjes, een school en de kerk.

Nadat we hier enkele uren hebben rondgewandeld rijden we naar een parkeerplaats vlakbij de Ironbridge waar we weer kunnen overnachten.

Hiervandaan is het slechts enkele minuten lopen naar het leuke centrum van de stad en zien we de oudste ijzeren brug ter wereld (1779) die de rivier Severn overspant.

Tegen vijven keren we terug naar onze mooie camper, waar we binnen gezellig een spelletje doen en Wim een heerlijke maaltijd kookt. Weer hebben we een prachtige dag gehad !

Verslag 9

Vandaag (maandag 26 mei) is het “Spring Bank Holiday”, een vrije dag voor de Engelsen. Hierdoor is het extra druk overal, maar kunnen we nu wél naar Powis Castle in Welshpool dat normaal pas woensdag z’n poorten opent. We bevinden ons nu in Wales, een streek met een eigen taal die overal op de borden te zien (maar niet te lezen !) is.

In de 13de eeuw was het kasteel aanvankelijk een fort om de grens met Engeland te bewaken. Tegenwoordig wordt het gedeeltelijk bewoond door de familie Powis, die vanwege de privacy niet wil dat er in het gebouw gefotografeerd wordt. Vanbinnen ziet alles er erg luxe maar ook heel donker uit met heel veel portretschilderijen.

(Enkele  “illegale” foto’s)

Het landgoed rond Powis behoort tot de beroemdste van Engeland  met uitgehouwen terrassen versierd met beelden en natuurlijk heel veel bloemen, planten en bomen.

Voor het eerst hebben we overdag te maken met regen, dus we besluiten al vroeg op een parkeerplaats, waar je ook mag overnachten, te gaan staan in het centrum van Welshpool en de middag in de camper door te brengen.

Dennis komt aanzetten met enkele kleine flesjes Ierse whiskey waarmee we een proeverijtje houden en ook komt het spel Carcassonne weer op tafel. Ook al is het weer wat minder, wij vermaken ons toch wel !

Verslag 10

Het is vandaag een regenachtige dag, maar ook in Nederland is het nu slecht weer. Toch trekken we weer verder en is het mooi rijden door het Welse landschap waar de heuvels overgaan in bergen en we zelfs een helling krijgen van twintig procent, waar de camper gelukkig totaal geen moeite mee heeft !  We wanen ons haast in Noorwegen en zien de eerste grote waterval. We stoppen bij Dolgellau, in dit marktstadje hebben de huizen allemaal een lokale, donkere steensoort waardoor het met dit weer erg somber aandoet.

Ook nu rijden we niet lang door en stoppen begin van de middag bij Shell Island Campsite in North Wales vlakbij de plaats Harlech, behorend bij Snowdonia National Park. Het is een gigantische grote kampplaats op een schiereiland met duinen en natuurlijk aan zee. Ook hier is het weer goed druk, het blijkt dat de scholen de hele week vakantie hebben en we moeten dan ook minimaal voor twee nachten boeken. We mogen zelf een plek uitzoeken (zolang je maar vijftien meter van je buren afstaat !) en kijken uit op de Cardigan Baai.

Er staat een harde zuidwesten wind en diverse tenten gaan plat of staan flink te schudden.

Voor morgen wordt er beter weer voorspeld en gaan we de camping wel verder verkennen, nu verblijven we weer binnen in de camper, ook buiten koken is nu geen optie ! 

Verslag 11

Het hefbed in de camper, dat overdag omhoog gaat, ligt prima en we hebben vanmorgen dan ook heerlijk uitgeslapen, we blijven immers nog een dag op de kampplaats staan.

Na het ontbijt komt de zon tevoorschijn en kunnen we naar buiten.

Nadat ik de mannen gekortwiekt heb pakken we, voor het eerst deze reis, onze fietsen.

De camping is zo groot dat je uren nodig hebt om deze lopend te bekijken. Overal verspreid zien we plekjes waar je kunt kamperen, in de bossen, beschut, op open veld of met uitzicht op zee. We stoppen bij de duinen waar je heerlijk kunt wandelen en bij zee zien we een enkeling die zich in het koude water waagt.

Ook een leuk haventje hoort bij de kampplaats, je moet hier wel een kimkiel onder je zeilboot hebben, want met eb staat de rivier zo goed als droog.

Tientallen mensen zijn met een hengeltje of schepnet krabben aan het vangen, hier blijkbaar een geliefde bezigheid.

Helaas waait er nog steeds een harde, koude wind, dus doen we de luifel uit met de zijkant eraan zodat we buiten een spelletje kunnen doen.

Tegen zevenen zitten we toch weer binnen te eten, de zon is achter de wolken verdwenen, waardoor het meteen weer koud aanvoelt !

Verslag 12

We hebben te maken met heel onstuimig weer: gisteravond begon het hard te regenen en vanmorgen werden we wakker van de harde wind, kracht zes, zelfs onze zware camper schudde nog.  Er zijn weer enkele tenten omgewaaid en menigeen ziet er ontredderd uit door het slechte weer en breekt alles af. We kunnen echter nog niet vertrekken van de kampplaats want het wordt vloed en de enige toegangsweg komt dan onder water te staan.

(Onze luxe camper heeft zelfs een energiezuinige “afwasmachine”!! )

Pas tegen half één is de weg weer vrij en staan we in file om weer naar het “vaste land” te gaan. Op zo’n zeven kilometer afstand staat in Harlech een middeleeuws fort: Harlech Castle dat we willen bekijken, maar alle parkeerplekken rond het kasteel zijn vol, waarschijnlijk vanwege Hemelvaartdag. Het blijft dus bij een foto op afstand !

Het volgende doel is IJechwedd Slate Caverns in Blaenau Ffestiniog (die Welse taal is écht niet uit te spreken !), hier werd vroeger veel leisteen gewonnen, wat je via een rondleiding in de groeven nog kunt bekijken, maar ook hier zijn vandaag lange wachttijden vanwege de vrije dag. We besluiten verder te gaan en maken een prachtige rit door het Snowdonia National Park waar we weer verrast worden met mooie watervallen, snelstromende riviertjes en veel hoogteverschil.

Helaas is de regen weer spelbreker dus stoppen we tegen vieren op een parkeerplekje in het park met uitzicht op de heuvels en enkele schapen. We nemen de planning voor de komende dagen door en boeken vast de overtocht naar Ierland voor morgenavond, op Wims verjaardag. Daarna wordt natuurlijk de tafel weer uitgeklapt zodat we een spelletje kunnen doen. Buiten loeit de wind weer om de camper, maar wij zitten heel comfortabel in ons mooie huisje !!

Verslag 13

Het heeft de hele nacht geregend en hard gewaaid en vanmorgen ziet alles er dan ook nat en triest uit, maar terwijl we het laatste stuk door het ruige Snowdonia N.P. rijden begint het op te klaren en tegen de tijd dat we in Conwy aankomen schijnt de zon.

De middeleeuwse stad Conwy heeft een mooi kasteel en nog een prachtige stadsmuur met zelfs één en twintig torens en drie poortgebouwen, waar we met de camper maar net doorheen kunnen.

We lopen een stukje over de muur en verkennen dan de restanten van het kasteel met z’n acht torens die we allemaal beklimmen.

Aan de kade is het gezellig druk met “krabbenvangers”, vissers en toeristen.

Hier staat ook het kleinste huis van Engeland dat slechts drie meter hoog is.

We vinden  een leuk restaurantje waar we Wim’s verjaardag vieren met een biertje en een heerlijke maaltijd.

Bij terugkomst bij de campers heeft Dennis een bekeuring van vijftig pond op de ruit zitten: z’n Renault stond op een verkeerde plek, iets wat niet duidelijk aangegeven stond. We zijn meteen naar een postkantoor gegaan om de boete te voldoen, zodat we “slechts” de helft hoefden te betalen. We gaan op weg naar Holyhead waar we vanavond om kwart over tien overvaren, maar nemen iets ervoor een afslag naar een parkeerplaats aan het water waar we geruime tijd van het zonnetje genieten.

Tegen half acht parkeren we onze auto bij de terminal van Stena Line en hier staan we nu te wachten tot we kunnen overvaren. Het wordt een lange avond want we komen pas na half twee vannacht aan in Dublin. Daar gaan we dan op een parkeerplek staan om te overnachten en zullen we wel flink moe zijn !

Verslag 14

De overtocht naar Ierland is prima verlopen, wel hebben we alle drie een pilletje tegen zeeziekte genomen want je voelde de boot echt wel heen en weer gaan. Het was erg rustig aan boord: op één dek stonden helemaal geen voertuigen en het lage dek was maar half vol, wij waren zelfs de enige met een camper. Het was natuurlijk ook een late afvaart, maar we waren honderd vijftig pond per voertuig duurder uit geweest wanneer we ’s middags overgevaren waren, dan maar een keer laat naar bed ! Eenmaal in Ierland hoefden we nog maar vijf kilometer te rijden om op een parkeerplek te komen waar we prima geslapen hebben. Vanmorgen hebben we eerst uitgebreid boodschappen gedaan al duurde het even voor we een supermarkt hadden gevonden waar we de camper kwijt konden, daar zijn ze hier niet echt op ingesteld. Daarna zijn we snel Dublin uitgereden, geen van ons had de behoefte om deze stad te bekijken. In plaats daarvan hebben we een stuk door de, zuidelijk van Dublin gelegen, Wicklow Mountains gereden over de Military Road die regelmatig erg smal was en door het meest verlaten en ruigste gebied van county Wicklow voert.

We eindigen bij de plaats Glendalough, “het Dal van de Twee Meren”, dat tussen steile beboste hellingen ligt en één van de sfeervolste kloosterruïnes van Ierland herbergt.

We maken een wandeling naar het Upper Lake, hier bevinden zich een waterval en de restanten van een oude kerk.

Bij het Lower Lake ga je door een dubbele stenen boog om dan uit te komen bij een oud kerkhof met een dertig meter hoge “round tower”.

Ook zie je hier de restanten van een kathedraal uit de 10de eeuw en het kleine Priests’ House.

We overnachten op de parkeerplaats van Glendalough en krijgen hier voor het eerst te maken met midges, kleine zeer irritante vliegjes die flink kunnen steken. We staan dan ook aan een beekje en alles is hier moerassig en daar zijn midges dol op !

Verslag 15

Nu we in Ierland zijn kunnen we weer betalen met euro’s, ook hebben we niets meer van doen met yards en miles maar wordt alles weer keurig weergegeven in kilometers. We rijden vanmorgen nog een tijdje door het prachtige gebied van Wicklow en gaan dan langs de oostkust naar Ferrycarrig, ten noorden van Wexford, waar we het Irish National Heritage Park bezoeken.

Dit openluchtmuseum geeft met bospaden naar boerderijen, kapellen en begraafplaatsen een intrigerend beeld van de oude geschiedenis van Ierland.

In Wexford lukt het ons om LPG te tanken (Wim was verplicht handschoenen aan te trekken),  iets wat bij lang niet elke pomp verkrijgbaar is, maar wat we wel nodig hebben voor onze koelkast, boiler en om te koken.

Nadat we nog even gestopt zijn bij Johnstown Castle rijden we naar Rosslare Point waar we, redelijk uit de wind, op een camperplaats gaan staan.

De zon schijnt regelmatig en het is rond de achttien graden (een mooie temperatuur voor Ierland !) dus besluiten we te barbecueën.

Pas tegen half negen verhuizen we naar binnen, dan is het ook echt te koud om nog buiten te blijven !  

Verslag 16

Vanmorgen zijn we nog even naar het strand gelopen bij Rosslare Point, het is prachtig weer, alleen die harde koude wind maakt het minder aangenaam.

Bij Kilmore Quay, waar we een uurtje later aankomen, zijn ze zelfs aan het zwemmen in zee en liggen de mensen te zonnen op het strand.

Wij lopen echter met een vest aan naar de haven waar ze volop bezig zijn zakken vol schelpdieren uit te laden vanuit de vissersschepen, om deze vervolgens naar grote koelhuizen te brengen in het dorp.

We rijden verder naar Tintern Abbey, een cisterciënzer abdij, al gesticht rond 1200, waar nog grote gedeeltes van overeind staan.

Rondom de gebouwen ligt een groot terrein met een stuk bos waar we een tijd rondgewandeld hebben.

Het was geen probleem dat we op het grote groene parkeerterrein blijven overnachten, dus hebben we nadien onze stoelen buiten gezet en in de zon een potje Carcassonne gespeeld. Tegen zessen verhuizen we toch naar binnen, weer is de harde koude wind de spelbreker !

(Vandaag is Dennis de kok !)

Verslag 17

We hebben vanmorgen Hook Peninsula verkend, een schiereiland met oude ruïnes en stille dorpen.

In Slade staat het restant van een 15de-eeuws kasteel aan de rand van de kleine haven en helemaal in het zuiden in Hook Head staat de oudste werkende vuurtoren ter wereld (1172) aan de ruige kust. 

Via Duncannon  en het mooie plaatsje Ballyhack rijden we naar New Ross, waar een reconstructie van een vrachtschip ligt dat tijdens de Grote Hongersnood (1845-1848) emigranten naar Amerika bracht. Helaas zijn er net twee bussen met toeristen gearriveerd zodat het schip helemaal vol is, dus bekijken we de driemaster alleen van de buitenkant.

We rijden alvast een stuk richting Cashel waar we een vesting willen bekijken, maar stoppen voor die tijd bij the Apple Farm, een camping bij een boerenbedrijf waar onder andere appels geteeld worden. Bij aankomst krijgen we een fles eigen bereide appelsap en we kunnen in de bongerd gaan staan.

Helaas is het geen weer om buiten te zitten en verblijven we de rest van de dag in ons knusse “huisje” !

Verslag 18

De morgen begon zonnig en we hebben voor het eerst buiten ontbeten en zijn pas laat vertrokken van de kampplaats, met verse aardbeien en enkele pakken appelsap allemaal gekocht bij de boerderij.

De Ieren leefden vroeger vrij geïsoleerd en waren bang om aangevallen te worden door onder andere de Vikingen en de Engelsen, daarom werden er veel forten, kastelen en ronde torens gebouwd vaak met een grote muur eromheen.

Vandaag hebben we eerst de Rock of Cashel bekeken: een op een rots gebouwde vesting die al stamt uit de vierde eeuw en meer dan duizend jaar het symbool was van de wereldlijke en geestelijke macht. Later in 1647 kwam er een belegering en pas eind 18de eeuw werd het complex verlaten.

Ook in Cahir, zo’n twintig kilometer verderop, staat een kasteel aan de rivier de Suir, daterend uit de 13de eeuw en vaak gebruikt als filmdecor.

Nadat we ook hier alle vertrekken en torens van het fort bekeken hebben rijden we nog een uurtje om tegen vijven uit te komen bij een ruime parkeerplek naast een begraafplaats (lekker rustig !) aan de rand van Cork. Het is inmiddels druilerig weer, we hebben op de camping alle faciliteiten gebruikt (douchen, water tappen en lozen) dus maakt het nu niet uit waar we staan, we zijn helemaal zelfvoorzienend en buiten zitten doe je nu toch niet !      

Verslag 19

Ik heb vandaag (5 juni) een heel leuke verjaardag gehad, al leek deze eerst in het water te vallen !

We reden naar de havenplaats Cobh om daar de “Titanic Experience” te bekijken, maar deze bleek volgeboekt tot vier uur zodat we vijf uur moesten wachten ! 

Dat duurde ons te lang dus na een wandeling door het stadje zijn we  naar Midleton gereden om daar een rondleiding en proeverij te doen bij de bekendste whiskey stokerij van Ierland: Jameson. Helaas kwamen we onderweg in een lange file te staan en lukte het niet om alvast online te boeken. Eenmaal daar aangekomen was de parkeerplaats helemaal vol, maar uiteindelijk hebben we een plekje gevonden voor beide voertuigen en kunnen we hier blijven overnachten. Gelukkig ging vanaf dat moment alles perfect: nadat we in de camper geluncht hadden hebben we om twee uur een  interessante rondleiding door de distilleerderij gehad, waarbij je ook enkele whiskey’s kon proberen.

Aansluitend namen we nog een extra proeverij van speciale Ierse whiskey’s. die prima smaakten. Dit was een traktatie van Dennis !

(Dennis heeft nog een vest gekocht van Jameson whiskey).

Nadien hebben we een spelletje in de camper gedaan met een glaasje bubbels erbij tot we tegen zevenen naar een restaurant zijn gelopen waar we een heerlijke maaltijd hebben genuttigd !

Verslag 20

We zijn vanmorgen in een half uurtje teruggereden naar Cobh want we wilden de “Titanic Experience” toch wel graag zien. Gisteren hadden we al een boeking gedaan voor elf uur vanmorgen, maar bij aankomst bleek dat ik de verkeerde toer geboekt had, namelijk een rondleiding door de stad, echt iets voor ons. Helaas kon het niet geannuleerd worden en de “goede” toer begon om half één, dus hebben we een uur naar allerlei verhalen geluisterd en weten nu véél meer over, onder andere, de Titanic.

In 1912 was het in Cobh de laatste stop voor het grote schip naar Amerika zou varen, waar het nooit aangekomen is omdat het gezonken is nadat het tegen een ijsschots was gevaren. Drie jaar later is er een gelijkwaardig schip, de Britse Lusitania, tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrokken uit Cobh en even later door een Duitse onderzeeër beschoten. Vissers uit Cobh hebben een deel van de opvarenden kunnen redden en meegenomen naar hun plaats, iets wat nog altijd overal herdacht wordt.

De “Titanic Experience Toer” viel ons een beetje tegen al was het wel leerzaam.

Er ligt vandaag een groot cruiseschip in de natuurlijke haven van Cobh en het is overal dan ook weer goed druk. Tegen tweeën verlaten we de plaats en rijden naar Kinsale, één van de mooiste stadjes van Ierland met z’n leuke gekleurde huisjes.

Nadat we er een tijdje rondgelopen hebben gaan we naar het vlakbij gelegen stervormige bolwerk: Charles Fort. De Engelsen bouwden het fort in 1670 om de haven van Kinsale te beschermen tegen aanvallen vanuit zee. Tot 1922, toen de Britse strijdkrachten de stad verlieten, behield het fort zijn militaire functie.

We hebben onze voertuigen hier geparkeerd om te overnachten en natuurlijk de restanten van het fort bekeken.

Zelfs vanuit de camper kijken we nu op de muren en de ruige zee !

Verslag 21

Ierland is wat oppervlakte betreft ruim anderhalf keer zo groot als Nederland, maar heeft slechts ruim vijf miljoen inwoners. De streek waar we nu rondtrekken, het zuidwesten, is dunbevolkt maar wel, of juist daarom, heel mooi. Nadat we vanmorgen even gestopt zijn bij de ruïne van Timoleague Abbey gaan we naar Dromberg waar een mooie steencirkel te zien is.

Regelmatig komt de zon tevoorschijn, maar ook krijgen we af en toe ineens te maken met een flinke regenbui. Ook in Holland en in een groot deel van Noord-Europa is het al enkele weken onbestendig weer en dan is het in Ierland natuurlijk ook regenachtig.

De Dromberg Stone Circle, met een doorsnee van negen en een halve meter, dateert uit 150 jaar v. Chr. en bestaat uit zeventien rechtopstaande stenen.

Vlakbij zijn de restanten van twee “woningen” te zien en ook stroomt er een beekje met daarbij een soort kookplaats uit de steentijd: met behulp van hete stenen uit de haard werd water in de vuurplaats verhit en zodra het water kookte werd het vlees toegevoegd. 

Vervolgens maken we een prachtige rit naar de zuidwestelijkste punt van Ierland: Mizen Head met z’n steile, vaak door stormen gegeselde kliffen en op de punt een “signal station”, een soort vuurtoren.

Daar aangekomen wandelen we over een lange voetgangersbrug vanwaar je uitzicht hebt op de rotsen en het water onder je.

Er staat weer een harde koude wind en we waaien haast van de rotsen af, maar het was zeker de moeite waard om daar rond te lopen.

Ook hier mag je weer blijven staan op de parkeerplaats en voor de vierde nacht op rij overnachten we gratis, dit keer met een mooi uitzicht op de open zee !

Verslag 22

We werden vanmorgen wakker met bewolkt, grauw weer en helaas blijft dit de hele dag zo, waardoor alles natuurlijk minder mooi lijkt. We verlaten het schiereiland en rijden naar Bantry House, mooi gelegen aan de Bantry baai waar vandaag druk gezeild wordt.

Het huis wordt nog altijd gedeeltelijk bewoond, waardoor er  weer enkele “illegale” foto’s genomen worden. (Er staan overal persoonlijke spullen dus willen ze niet dat er gefotografeerd wordt !) Vooral de blauwe eetkamer is erg mooi.

Ook ligt er een grote tuin omheen waar we even rondlopen.

Daarna maken we een rondrit over het schiereiland Beara een ruig, bergachtig gebied met veel rotsen.

Nadien stoppen we in Kenmare, hier is weer een prehistorische stenen cirkel te zien, dit keer staan er vijftien in het rond met in het midden een platte steen waar vermoedelijk mensenoffers werden gebracht.

Van het plaatsje zelf zien we niet veel want we verblijven anderhalf uur bij een wasserette, er moest nodig gewassen worden maar je hebt met dit weer ook een droger nodig en deze is hier aanwezig.

Pas na vijven vertrekken we weer en rijden dan nog zo’n tien kilometer naar een overnachtingsplek (weer gevonden via Park4Night), een eindje buiten de stad, want in Kenmare is er nergens een mogelijkheid om te overnachten, zelfs geen camping ! We komen uit bij een parkeerplek in het bos behorend bij Bonane Heritage Park. Ook hier zijn weer overblijfselen te vinden uit de steen-, brons- en ijzertijd. We maken een wandeling van twee kilometer, gedeeltelijk bergopwaarts en komen zo langs diverse “oude stenen”.

Eenmaal weer terug bij de camper komt de eigenaar nog even bij ons binnen een whiskey drinken, hij is alleen erg moeilijk te verstaan, Iers is toch anders dan de Engelse taal ! Tegen schemertijd komen er ineens enkele herten uit het bos gelopen !

Verslag 23

Vanmorgen zijn we begonnen aan de befaamde rondrit: Ring of Kerry, een toeristische weg over het Iveragh schiereiland. Helaas laat ook vandaag het weer ons in de steek en is het zwaar bewolkt, slechts veertien graden met natuurlijk weer een harde westenwind.

Van Kenmare rijden we via Sneem richting Waterville, maar onderweg nemen we een afslag naar het Staigue Fort, een goed bewaard fort van gestapelde stenen uit de ijzertijd.  De weg ernaartoe is erg smal en regelmatig moeten wij, of de tegenligger, uitwijken.

Nadat we in de regen het fort bekeken hebben rijden we dezelfde smalle weg zonder problemen terug.

We vervolgen de route en komen regelmatig langs de zee met uitzicht op z’n vele eilanden en mooie strandjes.

(Overal langs de kant van de weg zie je struiken met wilde fuchsia’s)

Maar het mooiste zijn toch wel de “Kerry Cliffs” (in de buurt van Portmagee), spectaculaire kliffen die hoog oprijzen uit zee waar we na een pittige wandeling aankomen en ook haast weer weggeblazen worden.

Nadien rijden we  niet lang meer en stoppen tegen vieren iets voorbij Cahersiveen bij een inham langs een rustige weg midden in de natuur met uitzicht op een kudde schapen.

Rond zevenen zie ik ineens een prachtig dier vlak naast onze camper staan, het blijkt een boommarter te zijn. Helaas staat deze er niet scherp op omdat ik de foto van binnenuit gemaakt heb en hij maar heel even te zien was ! 

Verslag 24

We zijn nog steeds bezig met de rondrit “Ring of Kerry” alleen hebben we er vandaag gelukkig beter weer bij.

Iets voorbij Glenbeigh bevindt zich de Kerry Bog Village, een veendorp waar een aantal cottages uit de 19de eeuw zijn nagebouwd.

Hier zien we ook een Ierse wolfshond (de grootste hondensoort  ter wereld), die rustig op iedereen afstapt.

Omdat we per ongeluk een verkeerde afslag nemen komen we op een heel smalle, steile weg terecht die uitkomt bij een prachtige baai.

We vervolgen onze weg naar het Killarney National Park, dit schitterende landschap met drie meren is één van de populairste toeristengebieden van Ierland, iets wat we later op de dag merken.

Allereerst lopen we naar Ross Castle dat mooi aan het water staat, een eindje verderop is de achttien meter hoge Torc Waterfall zeker een stop waard, waar we na een mooie wandeling door het bos uitkomen.

Daarna gaat de weg langs de meren naar een mooi hoog uitkijkpunt: Ladies’View en hier begint de ellende. Het is heel druk in beide richtingen op de steeds smaller wordende weg, ook met veel bussen !

Het passeren wordt steeds lastiger en regelmatig moet de buitenspiegel ingeklapt worden en zit er echt maar enkele centimeters tussen een bus en onze camper.

Zo’n drie kilometer na “Ladies View” zetten we onze voertuigen op een kleine parkeerplek aan een meertje (Looscaunagh Lough) en gaan vandaag niet meer verder.

De stoelen gaan naar buiten en we genieten van het mooie uitzicht, later wordt er zelfs buiten gekookt en gegeten, dat was heel lang geleden !!

Verslag 25

We hebben een leuke gevarieerde dag gehad: eerst moesten we een stuk terugrijden door het Killarney National Park, maar nu was het vrij rustig op de weg en hadden we de tijd om de mooie omgeving goed te bekijken.

Daarna zijn we naar Gap of Dunloe gereden, ook behorend bij het park en hier hebben we een stuk gewandeld richting de kloof. Je kunt ook met een “jaunting car”, een tweewielig rijtuigje met een paard ervoor,  helemaal naar het eind van de gap gaan, maar wij kozen voor de “benenwagen”.

(Er was blijkbaar een “auto-ralley” aan de gang !)

Eenmaal terug hebben we bij Kate Kearney’s Cottage, een 19de eeuwse pub, voor het eerst deze reis een “guinness” geproefd.

In Killarney is ook een brouwerij en distilleerderij (Killarney Brewing & Distilling Co) dus na de lunch zijn we daar naar binnen gestapt. Er was op dat moment geen toer beschikbaar maar we konden de whiskey wel proeven.

Dennis heeft er twee verschillende flessen whiskey gekocht waar we later op de dag een proeverijtje  mee gedaan hebben, maar eerst rijden we nog via een mooie route naar Dingle, een vissersplaatsje op het gelijknamige schiereiland.

Het is er echter erg druk zodat we er zo weer weg zijn en naar een prachtige plek, vlakbij de vuurtoren van Dingle rijden, waar we gaan overnachten. We staan hoog op de kliffen en kijken uit op zee.

Nadat we eerst nog een mooie wandeling langs de rand van de kliffen hebben gemaakt is het dan tijd voor de proeverij, waarbij de Jameson whisky ook weer op tafel komt. Vanuit de camper hebben we een schitterend uitzicht op de zee en de grillige kustlijn, het is ons weer gelukt om een mooi plekje te vinden !

Verslag 26

Vandaag was het de hele dag druilerig weer, toen we nog even terugreden naar het vissersplaatsje Dingle regende het zelfs, waardoor we geen zin hadden om er rond te gaan wandelen. Ook een rondrit over het schiereiland heeft nu weinig zin, in plaats daarvan gaan we “kilometers maken” want de afgelopen dagen zijn we hemelsbreed niet veel verder gekomen.

Via Listowel en Tarbert gaan we richting Limerick, de op twee na grootste stad van Ierland, waar we (dus) langs rijden om iets verderop te stoppen bij Bunratty. Hier staat een mooi kasteel met een openluchtmuseum ernaast dat we morgen gaan bezichtigen. Nu zetten we er onze campers neer op de bijbehorende parkeerplaats en blijven hier overnachten. We bekijken hier enkele leuke winkels en zowel Wim als ik kopen er een nieuwe, waterdichte (!) zomerjas en Dennis een leuke Ierse trui. Wim is nog een tijdje aan het klussen: de kopjes rammelen een beetje in de camper (iets wat we in de vorige camper niet merkten omdat we voor in de cabine zaten tijdens het rijden), dus krijgen ze nu een vast plekje met rubber eronder.

Tegen de avond lopen we naar “the Creamery”, een pub waar je kunt eten en waar tevens iedere avond “live Irish music” te horen is. Hier brengen we enkele gezellige uren door en keren pas laat terug naar onze camper !

Verslag 27

We konden vanmorgen zo vanuit de camper naar het Bunratty Castle & Folk Park lopen en zijn begonnen bij het openlucht museum.

Hier zien we een getrouwe nabootsing van het Ierse plattelandsleven aan het eind van de 19de eeuw.

Er is een dorpstraat vol winkels, een school, een apotheek en natuurlijk een pub.

We kunnen zelfs een locale whiskey proeven (J.J.Corry) die uitzonderlijk goed smaakt.

Ook is er een politieagent om de orde te handhaven.

De meeste gebouwen komen oorspronkelijk ergens anders vandaan en zijn hier weer opgebouwd, maar het Bunratty huis staat nog steeds op z’n originele plek.

Binnen treffen we een dame die van alles weet te vertellen over het park, ze blijkt de vrouw te zijn van de Ierse zanger, gisteravond in de pub !

Nadat we er meerdere uren hebben rondgewandeld gaan we naar het grootse kasteel met z’n vier torens, gebouwd in de 15de eeuw.

Van buiten ziet het er robuust uit en moeilijk te veroveren, van binnen heeft het drie verdiepingen die luxe zijn ingericht met meubels uit de 16de eeuw.

Via heel smalle wenteltrappen komen we bovenin de torens waar de slaapvertrekken zijn, ook zien we een ingerichte keuken.

Pas tegen half drie zijn we terug bij de campers en rijden dan nog een uurtje richting de “Cliffs of Moher”. We zijn nu op een parkeerplaats met uitzicht op zee en slechts zes kilometer verwijderd van de kliffen die we morgen gaan bekijken !

Verslag 28

Na een korte rit kwamen we vanmorgen aan bij de parkeerplaats behorend bij de Cliffs of Moher waar het al vol stond met auto’s, campers en bussen. Ieder jaar komen er zo’n anderhalf miljoen mensen dit spectaculaire gedeelte van de westkust bekijken, wat gouden handel is voor de regio want je betaalt per persoon tien tot vijftien euro om het gebied te mogen bekijken. Langs de ruim twee honderd meter hoge kliffen loopt een acht kilometer lang wandelpad, maar de meeste toeristen (wij dus ook !) lopen slechts enkele honderden meters om de hoge rotsen te zien.

In het bezoekerscentrum is een korte, mooie 4D-film te zien en natuurlijk zijn er restaurantjes en winkeltjes aanwezig.

We rijden verder over de Wild Atlantic Way naar de Burren, wat in het Gaelic “rotsachtig land” betekent.

Dit uitgestrekte kalksteenplateau lijkt nog het meest op een maanlandschap en regelmatig stoppen we om de aparte gespleten stenen te bekijken.

In de loop van de middag begint het te regenen en zien we bij Ballyvaughan een wasserette en omdat ik vorige keer lang niet alles gewassen had verblijven we hier dit keer twee en een half uur. maar nu is dan ook alle kleding, beddengoed en de rest schoon en hoeven we ons daar de eerste weken niet druk om te maken. Ook kunnen we er water en diesel tanken en onze toilet legen.

Nadien rijden we nog maar enkele kilometers, want het is inmiddels half zes en stoppen middenin de Burren op een parkeerplek om te overnachten.

Rondom ons zien we de aparte kalkstenen gespleten rotsen in het verder verlaten landschap !

1erslag 29

We hebben vandaag (zondag 15 juni (Vaderdag)) nog geruime tijd doorgebracht bij de Burren en zijn eerst naar Ailwee Cave gereden. Hier bekijken we een mooie vogelshow en Dennis heeft zelfs nog even een valk op z’n hand.

Vervolgens gaan we de grotten in, waarvan er hier ontelbare zijn, ontstaan door regenwater dat door het poreuze gesteente sijpelt en onder het rotsplateau een heel grottenstelsel uitslijpt.

Nadat we nog even gestopt zijn bij het portaalgraf Poulnabronne Dolmen, daterend 2500-2000 v.C. rijden we verder over de Wild Atlantic Road via Galway richting Clifden.

Maar ruim ervoor stoppen we, tegen vijven, bij een leuke inham aan zee met de onuitsprekelijke naam Muckanaghederdauhaulia Pier waar we aan drie kanten uitkijken op het water.

Langzaamaan wordt het vloed  maar wij staan, zeker weten, hoog genoeg om geen natte voeten te krijgen !

Verslag 30

In Nederland is het al dagen prachtig weer met temperaturen rond de vijfentwintig graden, hier in Ierland ligt deze zo’n tien graden lager en komt er steeds een harde, koude wind uit het westen, vandaag met een kracht zes. Maar het is de hele dag droog en ook al laat de zon verstek gaan, toch hebben we weer een mooie route gereden door het gebied Connemara over de Wild Atlantic Road.

Heel apart was de “Sky Road” vanaf Clifden waar we van grote hoogte op de oceaan kijken.

Het gebied is dunbevolkt, je ziet hier meer schapen dan mensen, ook lopen er prachtige witte paarden (Connemarapony’s) rond.

Tegen drieën stoppen we bij een leuke plek aan zee met uitzicht op het vissersplaatsje Cleggan.

(Er liggen allemaal kwallen op het strand !)

We maken er een rustige middag van met een spelletje en een boek en hopen morgen de zon weer eens te zien !

Verslag 31

Gisteravond hebben we een proeverij gehouden met alle Ierse whiskeys die we onderweg hebben gekocht !

Vandaag zijn we weer actief geweest en zijn begonnen met een wandeling van een uur door het National Park van Connemara, gelegen in het hart van de gelijknamige streek. Het mooie gebied bestaat uit veengrond, meren en bergen.

Nadien hebben we Kylemore Abbey bezocht, dat er van buiten erg indrukwekkend uitziet, maar van binnen wat tegen valt.

Er behoort een grote ommuurde, victoriaanse tuin bij waar we even zijn wezen kijken, maar dit is aan ons niet besteed.

Nadat we kort gestopt zijn bij de Aasleagh Falls rijden we vervolgens een prachtige route door Mayo County langs het Killary fjord, hoge bergen en grote meren, we wanen ons regelmatig in Noorwegen.

Ook nu vinden we weer een prachtige overnachtingsplek, in de buurt van de plaats Louisburgh, met uitzicht op zee en enkele grillige rotsen, tevens is er op loopafstand een haven met een groot zandstrand  erbij.

De zon komt steeds meer tevoorschijn en we kunnen zelfs enkele uren buiten zitten in de beschutting van de camper.

Nadien houden we een prachtig uitzicht op het water vanuit ons huisje op wielen, vanwaar we ’s avonds zelfs drie dolfijnen spotten !

Verslag 32

We zijn vanmorgen gestart bij de Croagh Patrick, de heilige berg in Ierland, waar St.-Patrick in 441 n.C veertig dagen heeft gebivakkeerd om te vasten en voor de Ieren te bidden. Sindsdien maken talloze boetelingen blootsvoets de pelgrimage naar de top, een flinke klim van twee uur.

Wij bekijken hem van beneden af en zien het beeld van St-Patrick in de verte staan.

Aan de andere kant van de weg staat een ander beeld: Famine Memorial, een Nationaal monument voor de Grote Hongersnood rond 1850 waarbij meer dan een miljoen mensen stierven en een gelijk aantal emigreerde naar Amerika en Australië.

Vlakbij staat ook nog een restant van een oude abdij met een kerkhof, deze zien we in Ierland heel erg veel !

Via Westport en Newport rijden we naar Achill Island, het grootste Ierse eiland waar je via een brug komt. We rijden over de Atlantic Coast Drive en komen zo langs ruige kliffen, hoge bergen en verlaten heidegrond waar alleen schapen leven.

In de plaats Dugort stoppen we bij een restaurantje (An Dun) om te vieren dat we vandaag 45 jaar getrouwd zijn. Na een lekkere vismaaltijd rijden we nog even naar Slievemore, een dorpje dat tijdens de Grote Hongersnood verlaten is.

Op weg naar onze volgende overnachtingsplek zien we opeens een distilleerderij: Achill Distillery waar we natuurlijk stoppen.

We krijgen er een leuke rondleiding en mogen hun whiskey ook proeven, waarna we het gebouw verlaten met weer twee nieuwe flessen “levenswater”.

In Tonragee, net weer op het vaste land, staan we nu aan het water, bij een pier, waar zowaar een kraan is, zodat Dennis met gieters onze watervoorraad weer aan kan vullen.

Natuurlijk proosten we in de camper later nog met een glaasje bubbels op onze trouwdag !

Verslag 33

We werden vanmorgen wakker met zon dus hebben we heerlijk buiten ontbeten waarna we weer in de campers stappen om verder te trekken door het mooie, afwisselende Ierland.

Via Mulrany en Ballycroy gaan we naar Bangor Erris en vandaar gaat de Wild Atlantic Way ineens links in plaats van rechtsaf. We komen uit op een afgelegen schiereiland bij Doohoma op een prachtige plek met uitzicht op de zee en een mooi zandstrand waar ik nog een fijne strandwandeling maak.

We besluiten van het mooie weer te genieten en niet verder te trekken en maken alles alvast klaar voor een overnachting. Helaas komt er ’s middags steeds meer bewolking en hardere wind opzetten waardoor we met een vest aan buiten zitten, het lijkt zelfs of er regen op komst is terwijl het vandaag zo mooi zou worden. We pakken alles weer in en rijden richting Ballina en komen tegen vieren aan bij Cloghans waar we een prachtige plek aan het meer: Lough Conn vinden.

Inmiddels is de zon weer tevoorschijn gekomen en voor het eerst deze reis gaat Dennis het water in.

Ineens hebben we het weer wat we in Australië zo gewend zijn.

(Ik doe nog even een handwasje met water uit het meer.)

De barbecue gaat aan en we mogen hier zelfs een kampvuurtje maken. We kunnen tot laat in de avond buiten zitten en het koelt niet verder af dan naar zestien graden, de temperatuur die we normaal maximaal overdag hebben !

Verslag 34

Op veel plekken in Europa is het vandaag tropisch warm en Ierland doet ook een dagje mee met prachtig warm weer, al begon de dag met een regenbuitje.

We rijden zo’n honderd kilometer in noordelijke richting en stoppen rond half twee bij een pier aan zee gelegen tussen Ballyshannon en Coolmore.

Het blijkt een geliefde plek te zijn voor de lokale bevolking om te gaan zwemmen en de hele dag door is het een komen en gaan van zwemmers. Dennis wil natuurlijk ook het water in maar is binnen enkele seconden weer aan wal, hij vindt het zeewater veel te koud !

Voor de Ieren is dit waarschijnlijk één van de warmste dagen en zij zijn gewend aan deze temperaturen al hebben velen wel een soort surfpak aan en zwemmen er zelfs enkelen met handschoenen aan. We bekijken alles, in de schaduw van de camper, met veel interesse !

Tegen zessen komt er zelfs een bus met een saunacabine aanrijden waar even later een groepje dames instapt.

Er staat een flinke oostenwind die er voor zorgt dat het hier goed uit te houden is, wel zijn er veel irritante vliegen. Natuurlijk wordt er buiten gekookt en gegeten, in de camper is het nu veel te warm !

Pas laat op de avond wordt het rustig en hebben wij het haventje voor ons zelf !

Verslag 35

We hebben een heel gevarieerde dag gehad en zijn begonnen bij het indrukwekkende 15de-eeuwse Donegal Castle dat midden in de stad staat. Er zijn nog maar enkele vertrekken over in het robuuste huis en we staan dan ook vrij snel weer buiten.

We komen langs de plaats Killybegs waar we eindelijk onze lege LPG tank kunnen vullen (gelukkig hebben we twee tanks !), volgens de pompeigenaar zijn er maar veertien tankstations in Ierland waar ze LPG hebben. Het volgende dat we willen bekijken is Slieve League (Sliabh Liag), één van de hoogste kliffen van Europa. We parkeren onze campers bij het visitorcentre en gaan met een shuttlebus naar de uiterste punt waarvandaan je alleen verder kunt lópen.

De omgeving is werkelijk schitterend, zeker met het mooie weer dat we nu hebben. We klimmen nog een stukje omhoog en keren dan terug naar de shuttlebus.

Het is nog vrij vroeg in de middag dus rijden we door naar het kustplaatsje Glencolmcille, hier is een “Folk Village Museum” gevestigd.

Het is een klein openluchtmuseum met leuke huisjes waar het plattelandsleven van Donegal wordt uitgebeeld.

Vervolgens rijden we nog een klein stukje en komen dan uit bij Malin Beg, hemelsbreed zo’n vier kilometer verwijderd van Sliabh Liag, we staan op een prachtige hoge klif van een idyllische inham met uitzicht op zee.

Heel apart is dat onder de plek waar wij staan een open verbinding is met zee door een soort tunnel.

We kunnen nog geruime tijd heerlijk buiten zitten tot de wind ineens draait en vanuit zee komt. Gelijk wordt het fris en verhuizen we naar binnen, maar later wordt het toch weer aangenaam en maken we nog een lange wandeling over de kliffen.

Tot tien uur zitten we buiten, waarschijnlijk voorlopig voor het laatst want morgen is het gebeurd met het mooie weer, de aankomende dagen wordt het nog maar zestien graden met regen, helaas !

Verslag 36

Het heeft de hele nacht flink geregend en hard gewaaid en ook vandaag blijft het niet droog,  met zestien graden hebben we dan ook heel ander weer dan de afgelopen dagen. We volgen weer lange tijd de Wild Atlantic Road, onderweg andere camperaars groetend met handopsteken (wat door iedereen gedaan wordt) en rijden door afwisselend landschap: langs de grillige kust, dan weer door bosgebied en even later zie je grote verlaten zandstranden.

Maar ook komen we veel door veengebied dat ongeveer vijftien procent van het Ierse landschap bedekt. De hoeveelheid veen is enorm afgenomen doordat er nog steeds turf gestoken wordt dat gebruikt wordt voor brand- en meststof.

(We zien regelmatig veenpluis in het veenlandschap !)

Ierland is vrij dunbevolkt en daardoor is er voldoende ruimte voor vrijstaande huizen, hier zie je dan ook geen flatgebouwen of twee onder één kap woningen, maar ruime meestal witgeverfde huizen met grote ramen om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. In Dungloe stoppen we geruime tijd om boodschappen te doen zodat we weer bijna een week vooruit kunnen en gaan dan verder naar Horn Head, waar we tegen vijven halverwege de berg Droaghnamaddy een leuk plekje vinden met uitzicht op de plaats Dunfanaghy.

We verhuizen gelijk naar binnen want buiten verblijven is nu veel te koud. En later, terwijl Dennis en

ik bezig zijn met koken en het verslag, tikt de regen weer op het dak en horen we de wind loeien om de camper !

Verslag 37

Afgelopen nacht stonden we op honderd vijfenzestig meter hoogte met een wind van kracht vijf recht op de camper waardoor we, ondanks de stabiele poten, duidelijke trillingen voelden. Vanmorgen was het nog maar elf graden en hoger dan zestien wordt het vandaag ook niet.

Via een heel smalle slingerweg rijden we de berg weer af en stoppen even later bij Doe Castle, een 16de-eeuws kasteel dat mooi op een kaap boven Sheephaven Bay staat. 

Daarna rijden we een mooie route over de Fanad Peninsula om vervolgens naar Grianan Ailigh te gaan: een rond stenen bouwwerk daterend uit de vijfde eeuw v.Chr. met een doorsnee van drieëntwintig meter, gebouwd op een heuvel. Tijdens de rondrit van the Ring of Kerry hebben we een soortgelijk fort gezien.

We rijden nog een stukje door naar een volgend schiereiland: Inishowen en stoppen daar tegen vieren iets voorbij de plaats Greencastle. Met het bewolkte, gure weer is het toch duidelijk overal minder mooi. Het plekje waar we terecht komen is echter niet verkeerd, met uitzicht op  zee aan een strandje. We staan nu al voor de twintigste dag op rij, zonder kosten, op een mooie locatie ergens in de natuur net zoals we dat vorig jaar in Noorwegen deden !

Verslag 38

Vanaf het vissersdorp Greencastle, waar ook werkelijk een groen kasteel staat, zijn we naar Londonderry (vaak gewoon Derry genoemd), gereden.

Ineens bevinden we ons in Noord-Ierland dat bij het Verenigd Koninkrijk hoort en staat alles weer aangegeven in miles en ponden. Derry is de enige nog geheel ommuurde stad van Ierland, de wallen zijn acht meter hoog en op sommige plaatsen negen meter dik.

Wij zijn helemaal rondgewandeld over de muur en zagen onderweg diverse kerken.

In de St. Columb’s Cathedral waren allerlei exposities te zien, onder andere over de Tweede Wereldoorlog.

We vonden de stad erg tegen vallen en hadden het vrij snel bekeken (wij zijn nu eenmaal geen stadsmensen !)  en zijn vervolgens richting de Causeway Coast gegaan. Hier stoppen we bij de oudste distilleerderij ter wereld: Old Bushmills Distillery. De vergunning dateert van 1608, maar waarschijnlijk werd er toen al minstens twee honderd jaar whiskey gestookt.

Natuurlijk proeven we hier weer enkele soorten “levenswater” om er vervolgens twee verschillende flessen van te kopen.

In de Main Street van het stadje Bushmills is een parkeerplaats naast een stromend riviertje waar camperaars mogen overnachten, dus na de proeverij zetten we hier onze campers neer !

Verslag 39

Gisteren en vandaag (24 en 25 juni) zijn voor Nederland historische dagen want voor het eerst in de geschiedenis  is hier de NAVO-top bijeen in Den Haag voor een heel belangrijke bespreking waar een voorbereiding van anderhalf jaar aan vooraf ging. Zevenentwintig duizend politieagenten zijn aanwezig om te zorgen dat alles zonder problemen verloopt.  Gisteravond waren twee en dertig regeringsleiders met hun partner uitgenodigd  bij de koning en koningin in Paleis Huis ten Bosch waar Willem Alexander en NAVO-leider Mark Rutte een prima speech hielden. Vandaag zijn alle lidstaten overeengekomen om voortaan vijf procent van hun bruto binnenlands product uit te geven aan defensie, iets wat een eis was van president Trump, om zo opgewassen te zijn tegen onder andere Rusland. Natuurlijk volgen wij dit alles op de voet !

Vandaag zijn we verder gegaan met het bekijken van de bezienswaardigheden langs de Causeway Coast. Als eerste rijden we naar de spookachtige ruïne van Dunluce Castle hoog gelegen op een steile klip, daterend uit de 13de eeuw.

Vervolgens gaan we naar de Giant’s Causeway, dat op de Werelderfgoedlijst staat en daarom druk bezocht wordt. Wij kunnen er onze camper niet kwijt en rijden terug naar Bushmills, waar we overnacht hebben, en gaan van daar uit met een shuttlebus weer naar de plek waar veertig duizend bizarre, regelmatig geordende basaltblokken aan de kust liggen.

We wandelen langs en over de apart gevormde rotsblokken en keren dan, met busvervoer, terug naar Bushmills. Er is namelijk nog meer te zien langs de kust, ten oosten van Ballintoy is een vreemde attractie: de Carrick-a-rede Rope Bridge. Deze brug van planken en touwen hangt vijf en twintig meter boven zee en schommelt zodra je erop stapt.

Natuurlijk willen wij hier overheen lopen en na een wandeling van een kwartier komen we bij de touwbrug die een kloof van twintig meter overspant om bij een eilandje uit te komen waar veel vogels nestelen.

Nadien rijden we nog een klein stukje en stoppen bij een prachtige plek waar we gratis mogen overnachten, met uitzicht op de oceaan en een klif waar restanten van het 16de-eeuwse Kinbane Castle liggen !

(Dit bruidspaar moest een eind lopen om hun trouwfoto’s te kunnen maken !)

Verslag 40

“The Dark Hedges” is een groep van honderd vijftig beukenbomen, geplant in 1775 aan twee kanten van een laan naar een Georgisch huis vlakbij de plaats Stanocum. Deze bomen zijn natuurlijk gigantisch gegroeid en vormen een soort boog over de weg. Er is een scene opgenomen voor de film Game of Thrones (On the King’s Road) waardoor er tegenwoordig extra veel mensen op af komen. Ook wij zijn wezen kijken en hebben over de weg, die afgesloten is voor verkeer, gelopen.

Vervolgens rijden we naar het Glenariff Forest Park, waar je prachtig kunt wandelen door dichte bossen, over steile hellingen en langs drie watervallen. Het is één van de negen “glens” van Antrim, een soort kloof, uitgesleten door rivieren.

We doen  twee uur over de mooie wandeling die tijdens het eerste gedeelte alleen maar bergafwaarts gaat. Na een eetpauze, buiten bij een leuk restaurantje halverwege de route, volgt het vermoeiende deel omhoog, maar het was de moeite zeker waard.

We rijden landinwaarts naar Lough Neagh, het grootste meer van Groot-Brittanië (400 km2) en staan nu in de buurt van een haventje en een pub (Battery Bar) aan het water.

We betalen tien pond aan de eigenaar van de bar voor de overnachting, maar krijgen er tegelijkertijd een tegoedbon voor die te besteden is in de pub, waar we dus een biertje gedronken hebben !

Verslag 41

Vandaag hebben we zo’n druilerige dag met zwaarbewolkt weer en regelmatig een bui, geen weer om iets te ondernemen. Het was de bedoeling om naar een openluchtmuseum te gaan maar daar hebben we nu niets te zoeken, dat stellen we uit tot morgen. De enige stop die we vanmorgen gemaakt hebben was bij het Ardboe Old Cross aan het meer waar we vannacht stonden, maar deze stelde niet veel voor.

We rijden vast naar de plaats Omagh en parkeren onze campers bij Het Mellon Country Inn vanwaar we morgen binnen vijf minuten op de plaats van  bestemming kunnen zijn. We maken er een echte “spelletjes-dag” van en ook is er tijd voor enkele klusjes.

We zijn nog altijd ontzettend blij met onze nieuwe camper en de grote leefruimte die we hebben, als we nu nog met onze oude camper op reis waren hadden we, zeker weten, veel ergernis gehad vanwege de beperkte ruimte, vooral omdat we deze trip zoveel binnen moeten huizen. Voor morgen is er gelukkig zonnig weer voorspeld ! 

Verslag 42

Het Ulster-American Folk Park bij Omagh is een echte aanrader. Dit openlucht museum vertelt het verhaal van de twee miljoen mensen uit Ulster, een gebied in Noord-Ierland, die in de 18de en 19de eeuw naar Amerika vertrokken vanwege de slechte omstandigheden in hun thuisland.

We zien armoedige huisjes van Ieren waar gekostumeerde gidsen uitleg geven,

komen door een winkelstraat en vervolgens gaan we via de scheepswerf aan boord van het schip dat ons naar “Amerika” brengt.

Voor- en tegenspoed komen aan bod in dit uitgebreide park.

Daar aangekomen staan er originele, historische Amerikaanse huizen uit de 18de en 19de eeuw en ook hier worden weer mooie verhalen verteld door verklede vrijwilligers.

We brengen er ruim drie uur door voordat we verder trekken richting de oostkust. Via Armagh, waar we onze levensmiddelen weer aanvullen, rijden we naar Newry en iets voorbij Warrenpoint zetten we onze campers neer op een kleine parkeerplaats in de heuvels met uitzicht op het water van Carlingford Lough.

De zon komt af en toe tevoorschijn maar het is helaas te fris om buiten te zitten, iets wat in grote delen van Europa wel anders is, daar blijft iedereen binnen omdat het buiten te heet is !

(Het is weer tijd voor de kapper !)

Verslag 43

Toen we gisteren op weg waren naar onze overnachtingsplek moesten we zo’n vijf kilometer rijden over een heel smalle weg waar je elkaar echt niet kon passeren. Gelukkig kwamen er ook geen tegenliggers maar wél hebben we diverse krassen op de camper opgelopen door afgeknapte, scherpe bramenstruiken die tegen de zijkanten aankwamen. Wim is vandaag nog een tijdje aan het poetsen geweest en heeft de meeste strepen weg kunnen werken. De camper is trouwens van buiten hartstikke vuil en ziet er niet uit, maar over twee weken zijn we weer thuis en dan krijgt hij wel een grote schoonmaakbeurt. Vandaag hebben we lange tijd de “Mourne Coast” gevolgd maar deze viel ons erg tegen, wat waarschijnlijk ook met het weer te maken had.

Er was voor vandaag prachtig weer voorspeld maar de zon is maar sporadisch te zien geweest. Aan de haven van Ardglass hebben we lunchpauze gehouden en daarna zijn we nog doorgereden naar Kilclief, waar we een leuk plekje aan zee vonden, bij Strangford Lough, om de nacht door te brengen.

Terwijl we daar buiten zaten kwamen er verschillende locals langs die de zee in gingen voor hun dagelijkse zwemsessie. De meesten kwamen ook een praatje maken: het zeewater is nu twaalf graden wat voor hen al heel wat is, ’s winters zwemmen ze in water van zes tot acht graden ! Het was de bedoeling om te barbecueën maar ineens wordt het mistig en koud dus verhuizen we naar binnen en wordt daar ook gekookt.

Pas tegen achten komt de zon nog even tevoorschijn, het weer in Ierland is onvoorspelbaar !

Verslag 44

Vanmorgen hebben we bij Strangford de pont genomen naar het schiereiland Ards Peninsula waar het Mount Stewart House staat.

Dit statige 19de-eeuwse huis wordt nog steeds gedeeltelijk bewoond, maar er zijn toch vele mooie vertrekken te bekijken.

Er liggen ook prachtige tuinen om het gebouw heen, maar “mijn mannen” zijn daar niet in geïnteresseerd.

We rijden verder naar Belfast, niet om de stad te verkennen, maar om de geschiedenis van de Titanic in het Titanic Quarter te beleven.

Dit gedoemde schip, dat bij haar eerste reis in 1912 op een ijsberg liep, werd in de haven van Belfast gebouwd. Hiervoor moest eerst een heel nieuw droogdok gemaakt worden.  In het Titanic Quarter wordt de hele geschiedenis belicht van het dok, de bouw van het schip, de route van de Titanic, de hulp van diverse schepen tijdens de ramp en later het terugvinden van het wrak.

Alles bij elkaar is het een heel interessante beleving en we zijn dan ook zeker twee uur in het gebouw aanwezig. Nadien rijden we via Carrickfergus, waar een kasteel op een klif aan de haven staat, door naar Whitehead en gaan daar op een gratis parkeerplaats aan zee staan.

We hebben inmiddels zo’n beetje heel Ierland gezien en gaan via Schotland en Engeland terug naar huis, dus moeten we eerst een overtocht boeken naar de plaats Cairnryan, twee uur varen van Larne in Ierland. Het blijkt een heel populaire route te zijn want we kunnen pas morgen om vier uur ’s middags overvaren !

Verslag 45

Vanmorgen hebben we het heel rustig aan gedaan: binnen een spelletje gespeeld en terwijl Wim wat klusjes deed  heb ik heerlijk een eind gewandeld over de boulevard van het leuke plaatsje Whitehead. Wél met een vest aan want het is slechts zestien graden en natuurlijk staat er weer een harde koude wind.

In Holland hebben ze momenteel te maken met een hittegolf en daar is het  nu twintig graden warmer dan bij ons, maar we klagen niet, het is droog en de zon schijnt. Ook in andere delen van Europa is het extreem warm voor deze tijd van het jaar met temperaturen ruim boven de veertig graden ! Na de lunch zijn we naar Larne gereden waar de boot van Openferry al klaar ligt en zonder problemen varen we  rond vieren over naar Schotland waar we tegen half zeven aankomen.

We rijden nog dertig kilometer over het schiereiland “the Rhins of Galloway” en komen dan uit bij een gratis camperplaats aan zee (vlakbij Port Logan) waar we zelfs water kunnen tanken en de toiletcassette mogen legen. We staan dit keer tussen andere camperaars en kijken uit op de New England Bay, maar wel vanuit de camper want buiten is het veel te fris !

Verslag 46

We waren vanmorgen nog maar net op weg toen we twee borden zagen met het woord “distillery” erop, beide waren tien kilometer van elkaar verwijderd en we zijn ze dus allebei gaan bezoeken. De eerste bleek alleen diverse soorten gin te verkopen, de whisky was nog aan het rijpen ! De Hills & Harbour Gin smaakte echter uitzonderlijk goed dus daar hebben we een fles van gekocht.

Bij de tweede distilleerderij (Bladnoch) werd wél whisky gestookt in wel tien verschillende smaken. Nadat we daar aan “genipt” hebben nemen we ook hier één fles mee, inmiddels hebben we één en twintig verschillende flessen “levenswater” in de camper staan, nu dus ook een Schotse.

We rijden geruime tijd door het bergachtige Galloway Forest Park vol slingerde wegen,voor we in de buurt van de stad Dumfries naar het 13de-eeuwse Caerlaverock Castle gaan., waar we eerst door een heel smalle, slechts drie meter hoge poort moeten.

De buitenmuren staan nog stevig overeind maar bewoning is niet meer mogelijk, toch is het altijd weer leuk om een kasteel te bekijken.

Op de App “park4night” zie ik dat er op vijf kilometer afstand een mooie overnachtingsplaats is aan de Nith rivier die uitmondt in de Ierse zee dus daar zetten we onze campers neer.

De zon schijnt, het is zo’n achttien graden en we kunnen uit de wind buiten zitten, heerlijk ! De mannen houden zelfs nog een proeverijtje van vier whiskeys van het merk Bushmills.

We houden het vol tot acht uur ’s avonds, dan trekken we ons terug in de camper, maar het uitzicht blijft prachtig !

Verslag 47

We hebben de morgen rijdend in de campers doorgebracht want we moeten eerst honderd kilometer afleggen voor we uitkomen bij het Lake District, een prachtige omgeving met bergen boven de duizend meter hoogte, ook bevinden er zich drie grote meren in het gebied.

We rijden via Cockermouth over heel smalle wegen met grote hoogteverschillen naar Buttermere, het is vrij druk op de route en regelmatig kunnen we elkaar amper passeren.

Onze navigatie geeft aan dat een brug te smal is om over te gaan en even twijfelen we of we helemaal terug moeten rijden, maar het stenen bruggetje is breed genoeg zodat we de Honister Pass toch kunnen doen.

Vanaf de drukke plaats Keswick nemen we weer een smalle weg en gaan via Ambleside richting Windemere, maar voor die tijd buigen we af naar de Kirkstone Pass waar we tegen vieren onze campers op een parkeerplaats zetten op de top van de pas.

We staan nu op vierhonderd vijftig meter hoogte met uitzicht op de bergen en het Thirlmere, een waterreservoir bij Windermere.

Vanwege de hoogte koelde het snel af en ook regent het regelmatig, om zeven uur is het buiten nog maar elf graden, misschien moeten we straks de verwarming nog wel aanzetten !!

Verslag 48

Nadat we het prachtige Engelse Nationale Park Lake District hebben verlaten rijden we zo het volgende in: Yorkshire Dales N.P. Dit park bestaat uit hoge bergen met drie diepe dalen, ontstaan in de IJstijd,  waarvan wij door het Wensleydale rijden.

Weer zijn de wegen bochtig, heuvelachtig en heel smal met vaak aan beide zijden stenen muurtjes.

Regelmatig rijden we door leuke kleine dorpjes waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Ook bevinden we ons ineens weer op vijf honderd meter boven zeespiegel en dalen we daarna weer met vijfentwintig procent.

In het middeleeuwse marktstadje  Richmond parkeren we onze campers en verkennen het leuke plaatsje waarna we nog zo’n drie kwartier rijden voor we een mooi plekje vinden om te overnachten.

Dit keer staan we in “the middle of nowhere”in de buurt van de plaats Osmotherley met uitzicht op heuvelachtig landschap waar schapen rondlopen.

Meteen bij aankomst begint het te regenen en dat blijft het doen, ook hebben we weer te maken met een flinke wind die om de camper huilt, maar het is niet zo koud als gisteren, het is zowaar zestien graden !! 

(Om negen uur ’s avonds laat de zon zich  toch nog even zien  !)

Verslag 49

In het noorden van Engeland liggen drie Nationale Parken bijna aaneengesloten naast elkaar, vandaag hebben we de meeste tijd doorgebracht in het North York Moors N.P. waar we begonnen zijn bij de prachtige Rievaulx Abbey.

Deze abdij, gesticht in 1132 door twaalf Franse cisterciënzer monniken uit Clairvaux, heeft ruim vier honderd jaar dienst gedaan als klooster.

Rond 1160 werd de abdij bewoond door zes honderd en veertig  mannen die hun leven in dienst stelden voor God. In 1538 is het gebouw helaas gedeeltelijk verwoest maar het geheel ziet er nog altijd heel indrukwekkend uit.

Nadat we hier lange tijd rondgestruind hebben rijden we naar het plaatsje Hutton-le-Hole, een leuk klein dorpje met in het centrum een openlucht museum waar het verhaal van het leven van een boerengemeenschap wordt verteld.

Het Nationale Park lijkt af en toe wel op de Posbank met z’n bloeiende heide, ook heeft het heel smalle wegen met grote hoogteverschillen, dit keer zelfs met 33 procent, maar onze camper kan het prima aan, het is een echte “berggeit”.

Tegen vieren zijn we aan de oostkant van Engeland aangekomen en zien we in de verte de Noordzee liggen.

Het vinden van een leuk plaatsje valt vandaag niet mee, veel plekjes zijn niet mooi of je waait er haast weg door de harde westenwind. Toch is het weer gelukt, we staan aan het eind van een doodlopende weg en kijken uit op zee een stukje noordelijk van de plaats Scarborough.

Blijkbaar is het wel een geliefde plek, want in de loop van de dag komen er steeds meer auto’s en campers bij staan met jeugd, maar het is dan ook weekend. We hebben nog even buiten gezeten maar ook hier is de wind weer spelbreker en verhuizen we maar weer naar binnen !

Verslag 50

Het begon gisteravond te regenen en dat doet het vanmorgen nog steeds. Net als in Holland belooft het vandaag een regenachtige dag te worden en we besluiten dan ook om niet te verhuizen, we staan hier prima en hebben voldoende eten en drinken bij ons. Het wordt een “spelletjesdag”, iets wat Dennis helemaal niet erg vindt !

In de loop van de dag wordt het droog en komt zelfs de zon tevoorschijn waardoor we naar buiten gaan en daar natuurlijk gewoon verder gaan met een spel.

We bevinden ons nog steeds in het Nationale Park North York Moors en regelmatig komen er mensen langs die hier willen wandelen en vaak ook even met ons een praatje maken.

Na zo’n dagje luieren zijn we helemaal uitgerust om morgen weer een stukje van het mooie Engeland te ontdekken !

Verslag 51

Eergisteren zag Dennis ergens een foldertje liggen van “Eden Camp”, “step back in time & experience WWII”, dus daar wilde hij graag naartoe. Vanmorgen kwamen we, na drie kwartier rijden, aan in Malton waar dit ongewone, bekroonde thema-museum staat. Tussen 1939 en 1948 zaten er in Eden Camp Italiaanse en Duitse krijgsgevangenen. Verschillende van de in 1942 door de Italiaanse gevangenen gebouwde hutten doen nu dienst als museum en in elke barak zie je een ander thema van het burgerleven in oorlogstijd.

Er is ontzettend veel te zien en te lezen en we brengen er dan ook ruim vier uur door. Ons hoofd zit vol informatie en indrukken wanneer we vertrekken en nog een half uurtje rijden naar een plaats om te overnachten.

We staan nu op een open plek in het bos zo’n acht kilometer westelijk van Scarborough. We hadden de hele dag mooi weer maar bij aankomst op de overnachtingsplek begint het te regenen en moeten we, zoals gewoonlijk, toch weer binnen verblijven !

Verslag 52

We zijn weer naar de kust gereden en wel naar de Bempton Cliffs, een acht kilometer lange strook steile kalkrots, die de grootste broedplaats van zeevogels is in Engeland.

Het is beschermd natuurgebied en de verweerde richels en spleten bieden meer dan honderd duizend vogelparen ideale plekjes voor nestbouw.

We zien er heel veel jan-van gents, noordse stormvogels en … papegaaiduikers ! Een jaar geleden hebben we deze prachtige, koddige vogels in Noorwegen gespot en vandaag zien we ze weer, helaas hier slechts in geringe aantallen.

We lopen naar diverse uitkijkpunten waar je haast weggeblazen wordt en ook kan je de (uitwerpselen van de) vogels goed ruiken maar dat nemen we op de koop toe.

Enkele kilometers verderop  parkeren we bij North Landing Beach behorend bij Flamborough Head  waar prachtige rotspartijen te zien zijn en ook hier kan je over de kliffen wandelen, het is echt een prachtig gebied.

(Terwijl wij er zijn landt er vlak naast de camper een traumahelikopter en ook komt er een ambulance aanrijden, maar wat er precies aan de hand is weten we niet.)

Omdat het vandaag prachtig zonnig weer is gaan we vroeg op zoek naar een plekje en natuurlijk vinden we, zoals bijna de gehele trip, een mooie gratis plaats. Dit keer staan we letterlijk aan het eind van een weg met uitzicht op zee !

Verslag 53

Het duurde vanmorgen uren voor we aankwamen in de plaats Grimsby, omdat we eerst door de grote stad (Kingston upon) Hull moesten en over de Humber rivier, hemelsbreed was de afstand stukken korter.

(Een oude abdij onderweg .)

Grimsby ontwikkelde zich in de 19de eeuw tot een van de grootste vissershavens en nog steeds wordt er veel vis over de hele wereld verscheept. Wij bekijken het “National Fishing Heritage Centre” waar je meegenomen wordt in de sfeer van de vissers zo’n vijfenzeventig jaar geleden, varend naar IJsland, Groenland en Noorwegen.

Ook bekijken we een gerestaureerde trawler uit 1950, de Ross Tiger, samen met een oud bemanningslid die treffend kan vertellen over het zware leven in die tijd.

Nadat we in Grimsby, voor de laatste keer in Engeland, boodschappen doen rijden we nog een half uurtje om uit te komen bij een kanaaltje in de plaats Tetney. We staan hier bij een stuw, net als “Aan de Linge” in Tiel en het is zowaar zo’n vijfentwintig graden.

Buiten zittend, onder de luifel, boeken we alvast de overtocht naar Holland voor aanstaande  zondagmorgen. Wim hoeft niet binnen te koken en tot negen uur ’s avonds verblijven we buiten, zo hadden we het wel wat vaker gewild !

Verslag 54

Nadat we vanmorgen heerlijk buiten konden ontbijten, de luifel ging zelfs uit voor wat schaduw, verblijven we toch enkele uren in de auto’s voor we rond de middag aankomen bij ons doel: Sandringham House.

Dit omvangrijke landgoed in Norfork is sinds 1862 in Koninklijke handen toen het werd gekocht door de kroonprins, de latere Edward VII,  tegenwoordig brengt de Koninklijke familie hier de Kerst door. We mogen rondkijken in het prachtige huis waar nog echt in geleefd wordt, waardoor het niet toegestaan is foto’s of film te maken !

Ook wandelen we rond in de tuin en zien we in het koetshuis automobielen uit de 19de eeuw.

Vanwege het prachtige weer willen we een leuk plekje met schaduw hebben maar dat valt vandaag niet mee. Er zijn hier veel campings, die zijn echter erg ongezellig en hebben we ook niet nodig. Na veel zoeken komen we uit bij de ingang van het Snettisham Reserve, waar precies plek is voor onze campers.

De plaats is niet zo mooi als die van afgelopen nacht maar we kunnen hier prima in de schaduw zitten, wat met zesentwintig graden wel fijn is.

Na de avondmaaltijd lopen we het natuurgebied in richting de zee en zien daar een muntjak, een soort hertje dat alleen in Engeland en Azië voorkomt.

We hebben aardig wat gewandeld vandaag en komen aan de tien duizend stappen !

Verslag 55

(“Wildlife” bij de camper gisteravond !)

We hebben vandaag (vrijdag 11 juli) de afwisselende rondrit door Noord-Norfork gereden beginnend bij Caley Mill waar veel lavendel wordt geproduceerd.

In Hunstanton maken we een mooie wandeling langs de kalkstenen kliffen die zo’n achttien meter boven het strand uit torenen.

We zien er zelfs het wrak van een stoomtrawler liggen uit 1907.

Onze volgende stop is bij het landhuis Holkham Hall wat we alleen van de buitenkant bekijken.

Bij de plaats Wells-next-the-Sea is het gigantisch druk en kunnen we niet parkeren, wel in het leuke plaatsje Blakeney iets verderop.

Hier liggen de bootjes weer op hun kant vanwege eb en zijn mensen aan het zwemmen in het modderige water.

Weer wordt het lastig om een plek te vinden om te overnachten, het is echt een heel toeristisch gebied zeker met het prachtige weer wat we nu hebben. We komen uit bij een parkeerplaats aan een jachthaven in Hickling waar we in ieder geval in de schaduw kunnen zitten, maar ook hier is het druk mede omdat het weekend weer begonnen is !

Laatste verslag 56

Vandaag is het de laatste dag van onze prachtige reis door Groot Brittannië, acht weken lang hebben we rondgetrokken door voornamelijk Engeland en Ierland. Op weg naar Harwich, waar we morgenvroeg de veerboot naar Hoek van Holland nemen, stoppen we bij de Broads, een aantal ondiepe meren die door riviertjes met elkaar verbonden zijn, het lijkt wel wat op de Biesbosch. We maken een korte wandeling naar   het Broadland Conservation Centre en rijden dan zuidoostwaarts richting Southwold.

Dit moet een klein rustig plaatsje aan zee zijn maar daar aangekomen is het er erg druk en kunnen we weer de auto’s niet kwijt. De Engelsen zijn duidelijk gek op water én de vakanties zijn begonnen.

We zijn blij, ondanks het mindere weer, dat wij al eind mei op reis zijn gegaan en zo weinig te maken hadden met de grote drukte.  Weer rijden we over smalle, leuke binnenwegen, naar ons eindpunt. Iets naar vijven komen we aan op de plek waar we acht weken terug ook gestart zijn, zo’n vijf kilometer verwijderd van de haven van Harwich en met uitzicht op zee. Er staat al een hele rij campers die waarschijnlijk ook morgenvroeg overvaren met de boot van Stena Line, die we tegen zevenen zien aankomen varen.

We hebben zo’n zes duizend kilometer gereden door het mooie Ierland en Engeland en stonden meestal op prachtige (gratis) overnachtingsplekken. We komen zeker nog een keer terug, het enige wat we dan niet meenemen zijn onze fietsen, die hebben we maar één keer gebruikt. De camper is echter prima bevallen en daar hopen we nog heel wat reizen mee te maken !!

Nadat we zondag overgevaren zijn met prima weer gaan we toch nog niet direct naar huis, het is inmiddels al na zessen. Tussen Rotterdam en Schipluiden vinden we een leuke overnachtingsplek weer we nog lange tijd buiten kunnen verblijven.

Pas maandag tegen de middag komen we aan in Dodewaard en dan is de reis echt voorbij, de camper heeft een grote schoonmaakbeurt nodig, zowel van binnen als van buiten en ook heb ik stapels vuile was ! Maar, zoals gewoonlijk, staat in een paar dagen tijd alles weer startklaar voor een volgende reis !

Australië 2025

Verslag 1

Zoals we al vele jaren doen brengen we de Hollandse wintermaanden door aan de andere kant van de aardbol, in Australië, waar het nu zomer is. Sinds 2018 hebben we daar steeds met meerderen rondgetoerd: Dennis is vier keer mee geweest en ook Marcel, Marieke samen met de jongens én Cas en Anja hebben in Down Under een mooie reis met ons gemaakt. Aan het eind van onze vorige trip is de auto met daktent, waar ze in huisden, verkocht en nu gaan Wim en ik dus weer met z’n tweeën rondtrekken door ons geliefde Australië.

Zaterdagmorgen (4 januari 2025) heeft Dennis ons naar Schiphol gebracht waar we met een vlucht van Singapore Airlines rond half tien zijn vertrokken en, met een korte tussenstop in Singapore, zo’n tweeëntwintig uur later (en met een tijdsverschil van negen uur) op zondag tegen de avond in Cairns aankomen. We hadden trouwens geluk dat we niet een dag later zijn vertrokken, want zondagmorgen was heel Nederland bedekt met een laagje sneeuw en waren er diverse vluchten vanaf Schiphol geannuleerd !

Het was oorspronkelijk de bedoeling dat we enkele dagen bij mijn zus en zwager zouden verblijven, maar Clary en Rob zijn met vrienden een cruise aan het maken, zodoende hebben we nu een hotelletje geboekt in Cairns (Coral Tree Inn)  en brengen hier onze eerste nacht door. Nadat we onze koffers hebben afgeleverd en iets luchtigers hebben aangetrokken wandelen we naar het uitgaanscentrum van de stad aan de rand van een baai.

Bij een overdekte Foodmarket vol Aziatische eettentjes die 24/7 geopend zijn nuttigen we enkele sushi’s, want het was al weer uren geleden dat we voor het laatst, in het vliegtuig, wat gegeten hadden. 

Bij de Foodmarket  bevindt zich een leuke markt vol alternatieve kleding, souvenirs en vele Thaise massagesalons, waar we enige tijd rondwandelen.

Dan wordt het toch tijd om ons bed op te zoeken want tijdens de vliegreis hebben we niet veel geslapen.

Helaas hebben we beiden lang wakker gelegen door de jetlag en het grote tijdsverschil met Holland. We waren thuis net weer in het ritme na een maand op Curacao, waarvan we op 16 december terugkwamen en waar het vijf uur vroeger is, maar hopelijk zijn we over enkele dagen hier weer gewend !

Vanmorgen zijn we naar Smithfield gereden waar onze camper negen maanden op een bewaakt terrein gestaan heeft en nu (van buiten) schoongepoetst al klaarstaat. We moeten nog even naar de garage aan de andere kant van de straat, waar we de camper een onderhoudsbeurt hebben laten geven, en laten nog een nieuwe accu inbouwen. Ze hadden helaas niet al onze opdrachten uitgevoerd (terwijl ze daar tijd zat voor hadden, want dit hadden we in april al afgesproken !), dus hopelijk komen we niet voor problemen te staan deze trip ! Via Mareeba rijden we naar “Granite Gorge Nature Park”, waar we tegen half vier aankomen. Dit was in 2018 de eerste overnachtingsplek samen met Dennis, dus daar wilden we nog een keer naartoe. We gaan deze reis herinneringen ophalen en veel plekjes opzoeken waar we eerder geweest zijn en nu ook voor het laatst komen, want we zijn nu al voor de 18de keer in Australië en het houdt een keer op ! Er zijn hier aparte rotsen waar wallabies (een soort kleine kangoeroe) huizen, dit keer zelfs met een jong in de buidel.

Ook heeft de kampeigenaar nog enkele andere dieren onder beheer voor zijn gasten, Wim heeft zelfs nog even een slang om zijn nek !  

Helaas hebben we niet veel tijd om te genieten van de leuke kampplaats, bij aankomst komen we er achter dat onze camper een flinke lekkage heeft gehad waar vooral ons bed van te lijden heeft gehad, alles is vochtig en verspocht. Ik kan verschillende stukken beddengoed weggooien  en de rest wordt buiten aan een waslijn gedroogd.

Ook zijn de meeste buitenkasten nat en vies, in één kastje zijn alle spuitbussen verroest en leeggelopen door een combinatie van veel regen, roest en zon ! Gelukkig hebben we de oorzaak van de lekkage (hoogstwaarschijnlijk) gevonden: een buitenlamp waar veel wind, regen en zon op heeft gestaan was niet helemaal waterdicht, waardoor het water naar binnen is gelopen en negen maanden de tijd heeft gehad om zich te verspreiden !

Het is inmiddels bedtijd…hopelijk slapen we nu beter dan afgelopen nacht, al zijn de matras en het beddengoed nog niet helemaal droog !!

Verslag 2

We zijn nog een dag gebleven op de kampplaats Granite Gorge. Na een nacht vol regen, waardoor we heerlijk hebben geslapen met het getik op het dak, is het vanmorgen weer droog en dit blijft de hele dag zo. We halen de matras, topper, dekbed en kussens weer uit de camper, want deze waren toch nog wat vochtig, en hangen alles weer buiten te drogen. Ook gebruik ik de enige wasmachine hier om het beddengoed te wassen en maak de camper van binnen helemaal schoon, gelukkig ruikt alles nu weer fris.

’s Middags maken we een wandeling over de kampplaats en zien weer enkele wallabies die totaal niet schuw zijn.

(Dennis zou hier allang het water in geplonsd zijn !)

Ook hebben we tijd voor een potje Carcassonne dat we in de schaduw  spelen, want de temperatuur ligt rond de dertig graden. Morgen trekken we verder, we zijn weer aardig in ons vertrouwde ritme !

Verslag 3

We hebben de morgen doorgebracht in de Atherton Tablelands, een bergachtig plateau zo’n zeven honderd meter boven zeeniveau waar het koeler is dan aan de kust. Door de vele regen is het er heel groen en ook is de  rijke, vulkanische grond erg vruchtbaar en zien we veel bananenplantages, mangobomen en andere landbouwproducten. We starten bij het Hypipamee Nationaal Park waar we een groen kratermeer bekijken en vervolgens, wandelend door de rainforest, naar de Dinner Falls gaan.

Het is niet de enige waterval die we vandaag zien: we stoppen onderweg bij de Milla Milla Falls, die we vorig jaar samen met Dennis, Clary en Rob nog bekeken hebben en waar weer veel jeugd in het water verblijft,

om vervolgens naar de Ellinjaa Falls te rijden waarvoor we diverse traptreden afmoeten voor we de prachtige waterval kunnen zien.

Net voor we afdalen naar de kust stoppen we nog een keer bij de Mungalli Falls, hier maken we geen wandeling meer helemaal naar de bodem van de “falls” maar blijft het bij een uitkijkpunt waar we het water naar beneden zien vallen.

Via de Palmerton Highway richting de oostkust komen we toevallig langs het Paronella Park, een heel bijzondere plek ontworpen door een Spanjaard, waar we in het verleden enkele keren geweest zijn, nu bekijken we het kort vanaf de hangbrug.

Tegen half drie komen we aan bij Kurrimine Beach Campground en staan nu pal aan zee waar een verkoelende wind vandaan komt.

We maken nog een korte wandeling langs het strand maar doen het verder kalm aan, voor vandaag hebben we weer genoeg gezien !

Verslag 4

De temperatuur zakt vannacht niet onder de zesentwintig graden en vanmorgen loopt hij al snel op naar boven de dertig. Dit zijn we nog wel gewend van Curaçao, maar hier in het hoge noorden van Queensland is het vochtiger waardoor het nog warmer en benauwder aanvoelt. Toch blijven we tot na tienen op de kampplaats, want we staan hier heerlijk in de schaduw van enkele grote bomen en met het windje uit zee is het goed uit te houden en we weten dat we weer een hete dag tegemoet gaan !

We gaan in zuidelijke richting en stoppen rond de middag bij Paluma Range N.P. waar we enkele keren door water moeten rijden om er te komen.

Ook hier is weer een waterval te bekijken (Jourama Falls), maar met het hete weer is de wandeling ons te ver en lunchen we bij de rivier afkomstig van de waterval. Ik ga zelfs het heerlijk verkoelende water in terwijl Wim het bij “pootje baden” houdt. 

Nadien rijden we naar Balgal Beach, een kampplaats waar we al diverse malen gestaan hebben en ook nu parkeren we onze camper in de schaduw en profiteren we van de wind uit zee.

Natuurlijk verblijven we de hele avond buiten en gaan we weer een warme nacht tegemoet !!

Verslag 5

We zijn vandaag zo’n drie honderd en vijftig kilometer zuidelijk gereden en zijn slechts gestopt voor wat boodschappen en een lunchpauze met heerlijke garnalen.

Onderweg zagen we veel suikerrietplantages waar ze nu beginnen met het oogsten. Het is weer ruim boven de dertig graden, toch rijden we gewoon met de ramen open zonder airco aan. We zijn wel gaar wanneer we tegen drieën aankomen bij een Discovery Park camping (vrij kamperen is hier niet mogelijk !) in Airlie Beach, behorend bij de Whitsundays.

Het is alweer negen jaar geleden dat we hier voor het laatst waren en hebben hier mooie herinneringen: In 2002 zijn we samen met mijn ouders dwars door Australië naar het westen gereden, onderweg kwamen we een groep van vier echtparen tegen waarmee we veel opgetrokken zijn en zij kwamen allemaal uit Airlie beach. Later hebben we enkelen weer opgezocht en één echtpaar is zelfs nog bij ons geweest in Holland. Ook hebben we hier enkele mooie boottochten gemaakt en gesnorkeld.

We willen hier nu weer een boottrip maken langs de vele eilanden die hier zijn, maar helaas is voor morgen alles volgeboekt en kunnen we pas zondagmorgen het water op. We blijven dan ook drie dagen hier op de camping staan en gaan morgen eerst de omgeving verkennen !!

Verslag 6

Vanmorgen zijn we eerst naar “Backpackers By The Bay” gereden, waar we Peter en Caroline tien jaar geleden nog bezocht hebben. Ze wonen en werken daar inmiddels niet meer maar hebben nog wel contact met de nieuwe beheerster. Zo horen we dat Peter samen met Colin (één van de andere mannen waarmee we samen reisden) enkele dagen aan het vissen is op een boot zodat we hen helaas niet zullen zien.

Vervolgens wandelen we langs de haven waar het vol ligt met luxe jachten, ook is er een markt bij de baai, iets wat je overal in Australië zaterdags ziet.

Net als in Cairns hebben ze een prachtig zwembad pal aan zee zodat je het hele jaar door veilig kunt zwemmen.

Verder bestaat het drukke centrum van Airlie Beach vooral uit winkeltjes, restaurants en boekingshops, want iedereen wil natuurlijk wel een boottocht of snorkeltoer maken. Tegen de middag zijn we terug op de camping, waar we afkoelen in het zwembad.

De rest van de dag doen we het kalm aan, het is veel te heet om actief te zijn !

Verslag 7

We hebben een heel mooie dag gehad: tegen half negen vanmorgen werden we door een shuttlebus opgehaald en naar Shute Harbour gebracht waar een grote catamaran van SEALINK klaar lag.

Hiermee zijn we tot vijf uur onderweg geweest om het gebied van de Whitsundays, bestaande uit vier en zeventig eilanden waarvan er zo’n acht bewoond zijn, te bekijken. Eerst zijn we naar het prachtige eiland Whitsunday Island gevaren waar we via een mooie wandelroute uitkomen bij een uitkijkpunt vanwaar je op Whitehaven Beach kijkt, een negen kilometer lange strook spierwit strand omspoeld door helderblauwe zee. Het is, na de Sydney Harbour bridge  met het operahouse, en Uluru, het meest gefotografeerde plekje van Australië.

Omdat er vandaag een windkracht vijf uit het noorden is kunnen we niet naar het beroemde strand voor een zwempauze, maar wijken we uit naar een kleiner beschut strandje, waar geen andere boten hun anker uitgegooid hebben. Hier moeten we allemaal een dun pak met lange mouwen en pijpen aandoen voor we het water ingaan, omdat er deze tijd van het jaar gevaarlijke kwallen in zee zwemmen.

We hebben, zeker voor ons doen, heel lang in het water gelegen, ook al omdat het op het strand vrij warm is, vooral met zo’n pak aan, maar de omgeving is prachtig.

Ook de service aan boord is uit de kunst: we krijgen ’s morgens koffie of thee met allerlei lekkers, tussen de middag een prima buffet en nadat we terug zijn van het strand staan er allerlei hartige hapjes klaar.

Dan moeten we nog ruim een uur varen voor we terug zijn in de haven, de wind is aangewakkerd tot kracht zes en af en toe worden mensen kletsnat van de opspattende golven (wij zitten in het midden en blijven helemaal droog !). Wim had vanmorgen al een reispilletje ingenomen en heeft gelukkig totaal geen last gehad van zeeziekte. Eenmaal terug op de camping springen we onder de douche en verblijven natuurlijk buiten, tot we, net als gisteravond tegen negenen een flinke regen- en onweersbui krijgen, waardoor het gelukkig wél iets afkoelt !

Verslag 8

Vanmorgen (maandag 13 januari) hebben we Airlie Beach verlaten en zijn naar Bloomsbury gereden waar zich Bredl”s Wild Farm bevindt. Zaterdag hadden we al telefonisch gereserveerd (we hadden geluk dat er net een annulering was, want alles is vol tijdens de schoolvakanties) en tegen tienen zijn we bij een heel afgelegen plek waar allerlei Australische dieren rondlopen, beheerd door een familie van diverse generaties met veel ervaring. We zien een kasuaris, mogen kangoeroes en emoes voeren en ook ontbreekt een wombat niet.

Even later komt er iemand aan lopen met twee koala’s die we vast mogen houden. We hebben al diverse keren een koala geaaid, ook in het wild, maar nog nooit er een echt op de arm gehad. Ik kan je zeggen, ze hebben scherpe nagels, wat niet verwonderlijk is want daarmee klimmen ze in bomen en houden ze zich slapend vast aan een tak.

Ook houd ik voor het eerst een slang vast en diverse soorten reptielen.

Maar we kwamen natuurlijk vooral voor de krokodillen die hier gehouden worden in hun natuurlijke habitat. De verzorgers staan gewoon naast de gigantische dieren van ruim vier en een halve meter en leggen ons uit dat ze op het land echt niet zo snel zijn.

Ze krijgen hier goed te eten waardoor ze niet agressief zijn, zoals je vaak ziet tijdens shows.

Al met al is het een leerzame en mooie tijd bij de Bredl’s Wild Farm, voor ons weer een nieuw park. Waar we al wel eerder zijn geweest is Platypus Bushcamp bij Finch Hatton Gorge, waar we tegen drieën aankomen.

Voor het laatst waren we hier zeven jaar geleden met Dennis, maar er is weinig veranderd, alleen is de kampplaats verwisseld van eigenaar.

We staan pal aan een snelstromend riviertje waar we, iets verderop, in hetzelfde water  heerlijk afkoelen, want we waren weer behoorlijk verhit.

We bevinden ons weer in het tropisch regenwoud vol met al de geluiden die erbij horen, maar ook met de hoge luchtvochtigheid !! 

Verslag 9

We hadden in Holland een oplaadbare, 12 volts ventilator gekocht en deze meegenomen naar Australië. Gisteravond en vannacht kwam deze prima van pas want het bleef heet en er stond totaal geen wind. Ook vanmorgen voelt het gelijk weer broeierig aan.

Toch willen we een wandeling maken naar Finch Hatton Gorge, maar al vrij snel wordt Wim duizelig, dit komt waarschijnlijk door een combinatie van verkoudheid en hitte, en we besluiten terug te keren naar de camper.

We rijden richting de plaats Eungella dat op ruim zes honderd meter boven zeespiegel ligt en hopen dat het daar iets koeler is. Ook willen we bij de Broken River op zoek naar de platypus, een vogelbekdier, die hier in het water voorkomt.  Onderweg moeten we een paar keer stoppen omdat Wim zich nog steeds beroerd voelt, maar we komen boven aan bij Broken River Bush Camp waar we de camper neerzetten.

De hele middag slaapt Wim veel maar blijft toch nog duizelig en misselijk. Van een Australisch echtpaar op de kampplaats krijgt hij een medicijn en we spreken af dat wanneer het slechter gaat met Wim zij met hun satelliettelefoon een dokter bellen, er is hier namelijk geen bereik.

Regelmatig loop ik naar de rivier om naar de platypus te zoeken en inderdaad zwemmen ze hier rond.

Aan het eind van de middag sta ik op de vlakbij gelegen brug wanneer Wim ineens aan komt lopen, het gaat gelukkig weer wat beter met hem en hij wilde het vogelbekdier ook zien.

In de loop van de avond koelt het wat af en ook is het ineens helemaal mistig. Wim is nu nog niet helemaal de “oude”, maar na een goede nachtrust  met een veel betere temperatuur is hij morgen waarschijnlijk weer helemaal opgeknapt !

Verslag 10

Gisteravond voelde ik iets kriebelen op mijn voet, het bleek een slang te zijn die over mij heen gleed. De rest van de avond hebben we regelmatig met de zaklamp rond geschenen, maar het bleef gelukkig bij die ene.

Lang niet elke slang is gevaarlijk, we hebben ze immers gewoon vastgehouden in het wildlife park, maar je moet altijd voorzichtig zijn !

Wim is gelukkig weer helemaal opgeknapt en bij de steile afdaling vol scherpe bochten, terug naar de kust, is hij nu alert en geniet hij van de mooie route, dat was gisteren wel anders !

We rijden naar Mackay waar we geruime tijd doorbrengen in een groot shoppingcentre, al onze levensmiddelen zijn op, en pas na de middag vervolgen we onze weg. De temperatuur loopt weer op naar drieëndertig graden dus doen we af en toe de airco aan. Toch maken we ook vandaag niet veel kilometers: we willen nog een keer aan de kust overnachten en dit kan bij Carmila Beach waar we al diverse keren gestaan hebben. Het is er nu erg rustig en we parkeren de camper in de schaduw met uitzicht op zee, waar een verkoelende wind vandaan komt.

Tegen de avond gaat voor het eerst deze trip de barbecue aan met heerlijke lamskoteletjes erop, hopelijk blijft het de hele avond droog, we hebben al diverse avonden regen en flink onweer gehad !

Morgen gaan we toch echt kilometers maken, want we willen naar het Tamworth Country Music Festival wat al begint op 17 januari en duurt tot en met de 26ste !

Verslag 11

Vannacht werden we weer getrakteerd op een flinke regen- en onweersbui en de morgen begon dan ook bewolkt. Maar al snel kwam de grote, gele ploert weer tevoorschijn en deed vandaag extra z’n best: de temperatuur steeg naar veertig graden. We hebben dan ook de hele tijd met de airco aan gereden, anders is het gewoon onverantwoord. Rond de middag gaan we naar Mount Archer Lookout via een steile weg van constant 10 procent klim en in korte tijd bevinden we ons op ruim zes honderd meter boven zeespiegel. Weer is Wim ineens heel duizelig, het heeft dus duidelijk te maken met hoogteverschil en z’n verkoudheid (waardoor z’n oren dichtzitten), dus daar moeten we echt rekening mee gaan houden. Gelukkig verdwijnt het dit keer vrij snel en na de lunch wandelen we over een boardwalk naar diverse punten waar we uitkijken op de grote stad Rockhampton.

Tegen half vier hebben we inmiddels vier honderd kilometer afgelegd en stoppen dan in Tannum Sands bij een Discovery Park.

Hier kunnen we afkoelen in het zwembad of onder de koude douche en ook maak ik gebruik van de wasmachines. De kleding, handdoeken en het beddengoed zijn in no time droog, al was ik wel nat bezweet tijdens het ophangen en weer afhalen en ben ik twee keer onder de koude douche gaan staan.

Het is inmiddels tien uur en het is nog steeds dertig graden, we gaan weer een warme nacht tegemoet !!

`        Verslag 12

Ondanks het hete weer hebben we vannacht goed geslapen wat zeker kwam dankzij onze nieuwe ventilator en nog een koude douche voor we naar bed gingen. Gelukkig wordt het vandaag “maar” vierendertig graden,  ook zijn we inmiddels in een gebied waar de luchtvochtigheid een stuk minder is, waardoor je beter tegen de hitte kan. We gaan weer verder zuidelijk en nemen af en toe een afslag, zoals naar Lake Monduran, waar je goed moeten kunnen vissen. Maar dit kan alleen met een bootje en dat lijkt toch wel erg warm nu !

Bij de plaats Gin Gin rijden we naar de Boolboonda Tunnel, een oude tunnel uitgehakt in 1883 als onderdeel van een treinspoor, waar je nu met je auto doorheen kunt rijden.

We houden er gelijk middagpauze onder een heel grote boom om vervolgens verder te gaan, al komen we niet erg ver meer.

We zien een bord met “Paradise Dam”, en na wat speurwerk op Wikicamps besluiten we daarheen te rijden. Normaal wordt hier volop gewaterskied maar op het moment staat er niet zoveel water in het grillig gevormde stuwmeer, zodat hier nu niemand heen gaat.

We staan nu helemaal alleen op een prachtige (gratis) plek in de schaduw met uitzicht op het water  en kunnen zelfs genieten van een zonsondergang en dat aan de oostkant van Australië !

(We slapen vannacht dus in het paradijs, nu maar hopen dat er geen verraderlijke slang zit !!)

Verslag 13

We kregen gisteravond geen slang te zien, maar wel enkele kwakende kikkers, die hier duidelijk thuishoren. 

Het was een heldere nacht vol sterren aan de hemel die duidelijk te zien waren vanwege het gebrek aan kunstlicht. Vanmorgen was er nog steeds een onbewolkte lucht met volop zon, gelukkig  met een iets mindere temperatuur, zo rond de vijfentwintig graden. 

We trekken weer verder en het is heerlijk rijden door heuvelachtig gebied, met de ramen open. In de loop van de dag wordt het bewolkt en later worden we regelmatig verrast door een bui, ook zakt de temperatuur.

We besluiten om lang door te rijden en dit worden ruim vijf honderd kilometer. Pas tegen zessen (we zijn inmiddels in de staat New South Wales waar ze zomertijd hanteren, waardoor het een uur later is) eindigen we, na een rit door de bergen met plensbuien, bij Tooloom, waar een prachtige waterval is.

Minstens tien jaar geleden hebben Wim en ik hier overnacht pal aan de rand bij het vallende water, nu kun je alleen kamperen op afgebakende plekken zonder de waterval te zien.

Bij aankomst is het even droog, maar al vrij snel begint het weer te regenen en bouwen we de zijkant van de luifel op, ook voor de harde wind die er staat. We doen een T-shirt én een vest aan, wat een verschil met vanmorgen toen we nog in de schaduw moesten ontbijten !! 

Verslag 14

Een paar dagen geleden hadden we via mail en telefonisch contact met Jerry en Denise, Australische vrienden die we negen jaar terug hebben leren kennen. Ze gingen net als wij naar Tamworth voor het Country Festival en we hadden afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Vanmorgen kregen we bericht dat ze problemen hebben met hun auto, nu in Evans Head op een camping staan en morgen terugkeren naar hun huis in Brisbane, wat betekent dat we hen dus niet zouden ontmoeten. We besluiten om honderd zeventig kilometer te rijden (verder van Tamworth vandaan) en ze dan maar op te gaan zoeken in Evans Head, waar we net na de middag aankomen.

(Een beschilderde watertoren in de plaats Casino !)

Het weerzien is aller hartelijks en we verblijven de hele middag en avond bij elkaar, er is zoveel om over bij te kletsen.

Morgenvroeg nemen we afscheid en gaan we ieder weer een verschillende kant op, maar we zijn heel blij dat we elkaar weer gezien hebben, het was reuze gezellig !!

Verslag 15

Nadat we afscheid genomen hebben van Jerry en Denise gaan we nog even naar zee, we zitten er zo dichtbij.

Dan begint weer een lange rit van ruim drie honderd en vijftig kilometer naar onze volgende bestemming een stuk landinwaarts. De eerste honderd kilometer zijn dezelfde als gisteren, maar dan in tegenovergestelde richting. Bij Casino doen we boodschappen voor de komende week en via Tenterfield rijden we naar Kwiambal N.P., voor ons een onbekend park, dat ons vorig jaar door een Australisch echtpaar is aanbevolen. 

We komen rond vier uur aan en bekijken eerst de Macintyre Falls vanaf een lookout, maar helaas valt er helemaal geen water nu en zie je alleen een groene poel zonder stroming.

Daarna rijden we naar de kampplaats: Lemon Tree Flat Camp, waar we voor twee nachten geboekt hebben en die helemaal vol zou staan.

Er is echter maar één andere plek bezet en onze plaats loopt nogal schuin zodat we dubbele oprijblokken moeten gebruiken om redelijk recht te kunnen staan.

De temperatuur is weer boven de dertig graden en je kunt zwemmen in een poel, maar ik vind het te gevaarlijk voor ons om daar in te gaan.

Wim heeft de douchekop aangesloten op de aanwezige kraan en zo zorgen wij wel voor verkoeling !

We mogen hier kampvuur maken en dus gaat vanavond voor het eerst de fik erin, want ’s avonds koelt het gelukkig af !

Wanneer we heerlijk bij het vuur zitten horen we geritsel en jawel hoor, hier zitten drie possums die van de ene boom naar de andere klimmen.

De plek bevalt ons wel, alleen zijn er hier heel veel vervelende grote krekels, die ontzettend veel herrie maken, het doet soms zeer aan je oren !!

Verslag 16

Vanmorgen zijn we eerst een wandeling gaan maken naar de Severn River Falls met aansluitend de Dungeon Lookout, een mooie trip van zo’n twee uur met prachtige uitzichten.

Eenmaal terug op de kampplaats lopen we nog even naar de poel waar gezwommen kan worden, maar we geven toch de voorkeur aan onze douche.

De buren zijn vertrokken dus kunnen we rustig in ons blootje afkoelen, niemand die ons ziet ! We zitten enkele uren onder de Lemon Tree in de schaduw en we hebben weer eens tijd voor een potje Carcassonne. Er ligt hier voldoende goed brandhout dat je mag pakken dus tegen de avond maakt Wim weer een mooi vuurtje waar hij later ook het eten boven bereidt.

Ook nu laten de possums zich weer zien, we moeten wél zorgen dat onze vuilnis opgeruimd is, want daar zijn ze gek op.

We hebben hier twee dagen heel rustig gestaan, zonder internet en dus ook geen nieuws, we weten niet eens hoe het met de inauguratie van Trump gelopen is. Maar morgen gaan we naar Tamworth en dan zijn we weer in de “bewoonde wereld” !

Verslag 17

(Dit gewas zien we regelmatig in Australië”, het is sorghum, een graansoort !)

We moesten gisteren nog drie honderd kilometer afleggen, waarvan het eerste stuk onverhard, en voor we  een mooi plekje gevonden hadden op de Riverside Camping Ground in Tamworth en alles opgebouwd hadden, was het inmiddels vijf uur én nog ruim vijfendertig graden !

We zijn de kampplaats niet meer afgeweest, wat ook niet nodig was, want enkele plaatsen verderop heeft een zangduo uren lang prachtige nummers gezongen wat we prima konden horen vanuit onze luie stoel.

Vanmorgen (23 januari) hebben we tegen tienen eerst Dennis opgebeld en ruim een half uur met hem gesproken, want hij wordt vandaag negenendertig jaar ! Tegen elven zijn we dan toch de stad ingelopen, wat vanaf de kampplek best een aardig stuk wandelen is. Net voor het centrum is nu een ruime plek waar je in de schaduw gratis koffie of thee kunt drinken met iets lekkers erbij, wat aangeboden wordt door de gezamenlijke kerken van Tamworth. Het was een mooie onderbreking voor we verder gingen en ook hier was livemuziek aanwezig.

In het centrum waren weer allerlei solisten, duo’s of groepjes zangers te beluisteren in leeftijd variërend van ongeveer tien tot tachtig jaar oud.

Regelmatig duiken we even een winkelcentrum of een pub in voor verkoeling (de temperatuur loopt op tot negenendertig graden !) en ook daar kan je dan naar countrymuziek luisteren. 

Tegen half zeven zijn we terug op het kampterrein waar het nu heel rustig is, wij hebben vandaag ruim tien kilometer gelopen en vonden het voor nu mooi genoeg !

Verslag 18

Het is inmiddels 26 januari en we bevinden ons nog steeds in Tamworth, al zijn we vanmorgen wel verhuisd naar een ander plekje op de enorm grote kampplaats. We hadden nieuwe buren gekregen die een generator gebruiken en hun muziek was nogal luid. Ook gaf hun tent veel minder schaduw dan de grote camper die er eerder stond. Het is vandaag de laatste dag van het festival en er zijn vanmorgen al veel mensen vertrokken, dus we hebben nu een mooi plekje onder een grote boom én een stuk dichter bij het centrum van de stad.

We zijn alle dagen naar de festiviteiten gelopen, de ene keer ’s morgens dan weer in de loop van de dag, zodat we de hele avond wegbleven. Maar na zo’n vijf á zes uur heb je wel genoeg country muziek gehoord !

Er stond een grote tent opgesteld waar elke twintig minuten andere artiesten optraden en daar hebben we veel zitten luisteren, afgewisseld met een bezoek aan een pub om af te koelen en, tijdens het beluisteren van muziek,  een koud biertje te drinken.

Natuurlijk liepen we ook regelmatig heen en weer door de hoofdstraat waar om de paar meter weer een ander bandje of soloartiest van zich liet horen in de hoop ontdekt en beroemd te worden.

In de stad heerst een heel gezellig, relaxed sfeertje en we hebben nergens (en ook nooit eerder) ongeregeldheden meegemaakt.

Elke avond was er een gratis optreden van diverse artiesten in een groot park en vanavond was de grote finale met allemaal nieuw talent, wat een mooie afsluiting was voor ons.

Normaal gesproken eindigt deze avond met een groot vuurwerk, maar er staat nu een harde wind waardoor het is afgelast. Het zou fijn geweest zijn als we deze wind vaker gehad hadden, de meeste tijd was het bijna windstil en liep de temperatuur op naar bijna veertig graden ! Morgen trekken we verder en hopelijk komen we dan in een iets koeler gebied !

Verslag 19

Nadat we ons bij “the Big Golden Guitar” hebben vereeuwigd verlaten we Tamworth en rijden in noordoostelijke richting.

Bij Armidale nemen we de afslag naar de “Waterfalls Way” (B 78) om zo naar de kust te rijden. Op deze mooie, slingerende weg kun je verschillende afslagen nemen naar diverse watervallen en wij bekijken de Bakers Creek Falls en de Wollomombi Falls beide bij een prachtige kloof.

Helaas valt er, terwijl wij er zijn, hier ook water uit de lúcht, iets wat we de afgelopen week niet meegemaakt hebben. Op weg naar de Ebor Falls besluiten we niet verder te gaan en stoppen tegen drieën bij “Little Styx River Campground”, een kleine kampplek aan een riviertje op een hoogte van ruim dertien honderd meter waar je gratis mag staan.

Vanmorgen liep de temperatuur weer snel op en ontbeten we in de schaduw,  hier zoeken we de zon juist weer op voor de warmte, ook is alles hier heel vochtig.

Tegen de avond zitten we met een T-shirt en vest aan en zijn we blij dat we een kampvuur mogen maken. Een grotere tegenstelling met de afgelopen week kon er niet zijn !! 

Verslag 20

We verbleven vannacht vlakbij het Cunnawarra N.P. dus daar zijn we vanmorgen eerst heengereden. Weer kijk je vanaf grote hoogte over een gedeelte van de Great Dividing Range, een bergketen die zich uitstrekt over een groot deel van de oostkant van Australië.

We vervolgen de Waterfall Way en stoppen bij de prachtige Ebor Falls en een half uurtje later bij de Dangar Falls bij Dorrigo.

Dan gaat de weg ineens vrij steil, al slingerend, naar beneden en komen we in de buurt van de kust. Nadat we weer eens flink ingeslagen hebben bij een Woolworth supermarkt rijden we naar het plaatsje Repton waar zich een camping bevindt pal aan de Bellinger River die enkele kilometers verderop uitmondt in zee.

Ik kan weer eens gebruik maken van wasmachines en ook een verfrissende douche is heerlijk.

Wim gooit voor het eerst deze trip z’n hengel uit en vangt twee breams, die weer terug het water ingaan.

We kunnen tot laat in de avond in hemdje en korte broek buiten verblijven, maar we zitten dan ook niet meer zo hoog als gisteren !

Verslag 21

We zijn vanmorgen weer ruim honderd kilometer noordelijk gereden omdat we  nog een keer naar Yuraygir N.P. wilden waar we al diverse keren geweest zijn. (We bevinden ons nu nog maar zo’n honderd kilometer af van Evans Head, waar we ruim een week geleden Jerry en Denise opgezocht hebben, ondertussen hebben we wel ruim duizend kilometer afgelegd !) Dit uitgestrekte park ligt aan de kust en heeft meerdere verschillende kampplekken waarvan Illaroo de mooiste is (vinden wij !). We hadden hier gisteren al heen gewild maar toen waren alle kampplaatsen bezet, nu hebben we een prachtige, ruime plek (nr.8) met uitzicht op zee en hier blijven we drie nachten staan.

We kunnen de hele tijd in de schaduw zitten en hebben onze buitenbak gevuld met water zodat we af en toe een verkoelende douche kunnen nemen, want het is weer ruim dertig graden.

Er zitten hier wel veel spinnen en ook lopen er leguanen rond.

We zijn al samen de zee in geweest: heel romantisch hand in hand wandelend de rollende golven in.

(We hebben hier net drie zakken hout gekocht die nog gekloofd moeten worden !)

Tegen de avond gaat het kampvuur aan, het is echt een idyllisch plekje !!

Verslag 22

We hebben genoten van onze tijd op de kampplaats Illaroo: ons plekje was één van de mooiste met uitzicht op zee en we konden altijd wel ergens uit de zon zitten.

Vlakbij is een trap naar het strand en we zijn verschillende keren de zee in geweest voor verkoeling.

Natuurlijk hebben we ook, bij eb, over het brede strand gewandeld.

Regelmatig kwamen onze E-readers tevoorschijn en het spel Carcassonne mocht natuurlijk niet ontbreken.

Drie avonden op rij ging het kampvuur aan én elke nacht begon het te regenen wanneer we op bed lagen.

Morgen trekken we weer verder, anders worden we te lui !!

Verslag 23

We zijn vanmorgen zo’n twee honderd kilometer in zuidelijke richting gereden naar Arakoon N.P. waar een ruïne staat van een gevangenis, gebouwd rond 1880, genaamd Trial Bay Gaol.

In de Eerste Wereldoorlog deed het dienst als plek waar inwoners uit Australië met een Duitse achtergrond werden opgesloten, terwijl ze eigenlijk niets misdaan hadden, in 1918 is de gevangenis voorgoed gesloten.

Vlakbij bevindt zich het hooggelegen Smoky Cape Lighthouse en tevens een kampplaats met de dezelfde naam behorend bij Hat Head N.P. 

We hebben er rondgekeken maar vonden het geen mooie plek om te overnachten en zijn doorgereden naar Kinchela (Windermere Campsite) waar we nu aan een meanderend riviertje staan samen met drie andere kampeerders.

Het lijkt hier heel veel op ons plaatsje aan de Linge in Tiel, waar we jarenlang met onze caravan een vaste plek hadden (september vorig jaar hebben we onze caravan (én Opel Campo camper) verkocht omdat we een nieuwe camper gekocht hebben !).

En zo hebben we weer een heel andere overnachtingsplek dan de afgelopen dagen, al zullen we het slaapverwekkende geluid van de rollende golven wel missen !

Verslag 24

We staan weer in een Nationaal Park genaamd Limeburners Creek (ten noorden van Port Macquarie) op kampplaats Point Plomer, een oude bekende voor ons. Toch ziet alles er weer anders uit: de plek is pas helemaal aangepast met onder andere gras op alle plaatsen, ook is het alweer zeven jaar geleden dat we hier waren, samen met Dennis en stonden we op een ander gedeelte én met slecht weer.

We kijken vanaf ons plekje op de baai waar we vandaag enkele keren in gezwommen hebben, ook zijn we rond de middag naar een mooi uitkijkpunt gewandeld.

We genieten weer volop, wat heeft Australië toch veel mooie plekjes !

Verslag 25

We hadden van te voren al voor twee nachten geboekt dus zijn we gisteren (3 februari) ook bij Point Plomer gebleven. De dag startte met regen, maar al snel kwam de zon tevoorschijn en hebben we weer diverse uren doorgebracht op het strand kijkend naar de surfers die wachten op de “perfecte golf” !

Natuurlijk zijn we de zee weer in geweest , het water heeft een prima temperatuur, dat zal wel anders worden wanneer we verder zuidelijk gaan.

Vanmorgen zijn we eerst teruggereden naar Kempsey: de 12-volt stekker van de laptop werkte niet meer dus moesten we op zoek naar een computer zaak, ook hadden we diesel, gas, water en boodschappen nodig, maar tegen twaalven was alles weer geregeld.

We rijden verder zuidwaarts naar Crowdy Bay N.P.  waar we een plek met uitzicht op zee geboekt hebben bij Diamond Head Campground. Tegenwoordig moet je alle kampplaatsen in Nationale Parken van tevoren boeken, een heel verschil met vroeger toen je gewoon geld in een envelop deed wanneer je aankwam en een plekje gevonden had ! Ook hier zijn we eerder geweest, maar stonden toen helemaal achteraf en konden de zee niet zien.

Wat hier erg leuk is: er hippen tientallen kangoeroes rond, sommigen met een jonkie in de buidel. Ze zijn niet bang voor mensen, maar komen ook niet naar je toe om te bedelen om eten, ze houden het gewoon bij gras !

Het bevalt ons hier zo goed dat we bijgeboekt hebben en ook hier nog een dag blijven staan !

Morgen wordt het prachtig weer, ruim dertig graden en het is voorlopig de laatste plek aan zee want daarna gaan we het binnenland in !

Verslag 26

Zoals gezegd zijn we nog een dag gebleven bij Diamond Head  al moesten we vanmorgen een plaatsje opschuiven omdat ons plekje alweer door een ander geboekt was. Maar binnen een kwartier was alles weer opgebouwd en hebben we nog steeds zicht op zee. We maken een wandeling, gaan de zee in, maar vermaken ons vooral door het kijken naar de capriolen van de kangoeroes.

Eén is er toch wel erg brutaal en neemt een hap uit onze broodzak, waarna we hem maar moeilijk weg krijgen vanonder onze luifel. Het blijven wilde dieren en ze hebben scherpe klauwen waarmee ze je goed kunnen verwonden. Gelukkig druipt hij af en blijft het bij dit ene incident.

Tegen de avond trekt de lucht helemaal dicht, er is regen met onweer voorspeld, maar het blijft droog. Wél horen we het bulderende geluid van de golven, waardoor we vannacht weer heerlijk kunnen slapen !

Verslag 27

Na zo’n twee honderd kilometer rijden zijn we weer aangekomen bij een Nationaal Park, dit keer niet aan zee maar aan een zoetwater meer Myall Lakes. We waren al verschillende kampplaatsen afgeweest behorend bij het park, maar deze bleken allemaal gesloten, vanwege hoog water na veel regen in de afgelopen tijd.

Nadat we met een pontje overgevaren zijn komen we uit bij Korsmans Landing Campground waar we wel terecht kunnen, al staat ook daar het water hoger dan normaal.

Het is hier vrij rustig al hippen er wel weer kangoeroes rond en lopen er enkele grote guanna’s (leguanen) over het terrein. Er kan gezwommen worden in het meer, maar daar wagen we ons vandaag niet aan.

We doen een spelletje, lezen een boek en tegen de avond gaat het kampvuur weer aan, nadat Wim natuurlijk weer een heerlijke maaltijd bereid heeft !

Verslag 28

Een groot deel van de dag hebben we in de auto doorgebracht, we zijn namelijk naar Dunns Swamp in het Wollemi N.P. gereden, een afstand van drie honderd en tachtig kilometer landinwaarts. We komen langs Hunter Valley, maar hebben geen wijntje gedronken en geen wijngaard gezien. Wél bezoeken we een gloednieuwe, ultramoderne Coles supermarkt in Huntlee, blijkbaar een nieuw te bouwen stad aan de rand van Hunter Valley. We scannen er onze boodschappen via een lopende band en alle soorten groenten en fruit worden op de weegschaal herkend door een cameraatje, er is heel wat veranderd in de “supermarkt-wereld”, …wij begonnen nog zonder computer !

We komen door een gebied met open kolenmijnen en later zien we enkel runderen en af en toe een boerderij.

Pas tegen vijven komen we aan op de kampplaats, waar het nog steeds ruim vijfendertig graden is. Toch heeft Wim nog genoeg energie om een partij hout te kloven, dat in het park klaarligt om te gebruiken.

We hebben voor twee nachten geboekt en gaan morgenvroeg, wanneer het minder warm is, het park wel verkennen. Het koelt vanavond gelukkig af naar zo’n twintig graden dus dan is een kampvuurtje

wel gezellig !!

Verslag 29

Gisteravond kwamen de possums tevoorschijn, één was er zo brutaal dat hij onder en op de camper klom en het liefst ook naar binnen wilde !

Vannacht koelde het af naar zestien graden dus hebben we heerlijk onder het dekbed gelegen.

Vanmorgen liep de temperatuur al snel weer op naar boven de vijfentwintig graden, maar dat weerhield ons er niet van een mooie wandeling te maken.

Eerst komen we langs platypus point waar je uitkijkt over de rivier.

Vervolgens klimmen we omhoog naar de pagoda lookout vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de aparte rotsen.

Daarna zijn we nog doorgewandeld naar de  bijzondere “long cave” en zien op weg ernaartoe de stuwdam waar nu weinig water doorgelaten wordt.

Al met al was het een prachtige tocht al was het op laatst knap heet met ruim vijfendertig graden ! Na zo’n drie uur zijn we terug op de kampplaats die tegenwoordig Ganguddy-Dunns Swamp genoemd wordt.

We koelen af in de rivier waarna we ons afspoelen onder onze buitendouche en de rest van de dag doen we het rustig aan.

Tegen de avond begint het te regenen en koelt het weer af, hopelijk kunnen we straks toch nog een kampvuur maken !

Verslag 30

Het heeft gisteravond de hele tijd zachtjes geregend zodat wij onder de luifel zaten met voor ons het verwarmende kampvuur. De possums lieten zich echter niet zien, die vonden het te nat !

Vanmorgen zijn we naar Hill End gereden, een voormalig goudzoekerstadje dat rond half negentiende eeuw ontstond nadat hier goud gevonden was en zo’n tien jaar erg welvarend was. We bekijken een museum met een bijbehorende mijn waar we zelf rond mogen lopen en via zeven steile trappen weer boven de grond uitkomen.

Ook zien we Golden Gully, een voormalige groeve, die door erosie prachtige vormen heeft aangenomen.

Het is erg stil in Hill End, dit stadje  is duidelijk aan het verpauperen en is straks voor toeristen niet meer in trek.

We vinden een overnachtingsplek bij Glendora Campground behorend bij NSW National Parks als Hill End historic site.

Net als gisteren wordt het in de loop van de dag bewolkt en valt er af en toe wat regen. En ook nu maken we weer een kampvuur, we hebben nog ruim voldoende gekloofd hout van Dunns Swamp over !

Verslag 31

We hadden vanmorgen net alles ingepakt toen het begon te regenen en niet zo’n klein beetje, onderweg naar onze volgende overnachtingsplek liep het water gewoon over de weg.

Via Bathurst, waar een drie meter hoge “goudzoeker”  (Big Thing) staat, rijden we naar Lake Oberon en komen daar rond de middag aan.

Hier mag je voor niks staan bij “the Reef Reserve” met uitzicht op het meer. Ook nu hadden we geluk en was net alles weer opgebouwd voor het opnieuw begon te plenzen. Het koelde snel af naar veertien graden en we zaten met de lange broek en twee vesten aan onder de luifel ! (Ik heb zelfs een tijdje voor in de auto gezeten omdat ik niet warm kon worden !)

In de loop van de middag komt de zon toch weer tevoorschijn en klimt de temperatuur naar vierentwintig graden, de vesten gaan weer uit en we doen in de zon een spelletje Carcassonne.

Toch weten we al dat we vanavond een kampvuur hard nodig hebben want dan koelt het toch weer af naar zo’n vijftien graden en we blijven natuurlijk buiten zitten !

Verslag 32

Het koelde vannacht af naar twaalf graden, maar we bevonden ons dan ook op ruim duizend meter hoogte.

We gaan naar ons volgende reisdoel: the Blue Mountains met z’n steile kliffen en canyons ! Onderweg stoppen we even bij Hartley, een oud stadje met enkele mooie, historische gebouwen.

Bij de plaats Blackheath bevindt zich een prachtig punt: Govetts Leap Lookout, waar je zicht hebt op een grote waterval en uitkijkt over de Blue Mountains, die hun naam danken aan de etherische olie van de eucalyptusbomen, die een blauwe nevel verspreiden.

Het is de bedoeling enkele wandelingen te gaan maken in dit prachtige gebied, maar langzaam aan begint de lucht helemaal dicht te trekken en komt er onweer opzetten. We besluiten om alvast naar een kampplaats te gaan en het wandelen uit te stellen tot morgen. We hebben nog maar net alles opgezet bij het mooie Blackheath Glen Reserve wanneer het onweer in alle hevigheid losbreekt en zeker een uur aanhoudt.

Later wordt het wel weer droog en laat zelfs de zon zich nog even zien. Hopelijk blijft het morgen droog en kunnen we dan wél gaan wandelen !!

Verslag 33

We hebben vandaag de Grand Canyon Track gelopen, een rondwandeling van zes en een halve kilometer met een hoogteverschil van twee honderd meter tot de bodem van de canyon, dus we hebben aardig wat traptreden op en af gelopen. Het is een populaire wandeling die al in 1907 ontstaan is en inderdaad zeker de moeite waard is. We hebben trouwens geluk: de route is geruime tijd afgesloten geweest vanwege slecht weer en vandaag voor het eerst weer open !

De trip is erg afwisselend: we zien diverse grotten, watervalletjes en smalle doorgangen.

Het duurde ruim drie uur voor we terug waren bij de camper en hadden toen wel even genoeg gelopen !! We rijden nog naar een uitkijkpunt maar hebben eigenlijk wel voldoende gezien, dus gaan we op zoek naar een overnachtingsplek, wat niet meevalt. We komen uit bij de kampplaats Stay KCC in Katoomba vlakbij “the three sisters”, een heel bekende rotsformatie.

Morgen gaan we the Blue Mountains weer verder bekijken !

Verslag 34

Vanwege een tip van een goede vriend (thanks Jerry !) hebben we vandaag (13 februari) een groot deel van de dag doorgebracht bij “Scenic World”, dat zich op slechts zes honderd meter verwijderd van onze laatste overnachtingsplek bevindt. Het ligt in het centrum van de Blue Mountains en je kunt op drie verschillende manieren de Jamison Valley met de “Three Sisters” en de Katoomba Falls bekijken.

Wij starten met de Scenic Cableway, de steilste kabelbaan op het zuidelijk halfrond die in korte tijd ruim vijf honderd meter naar beneden gaat. Helaas is het dan nog wat mistig maar dit klaart gelukkig snel op.

We komen uit in de koele rainforest waar we een wandeling maken door de “dinosaurus vallei” en ook een oude kolenmijn uit 1878 zien.

Vervolgens gaan we met de Scenic Railway, de steilste passagierstrein ter wereld, weer omhoog en inderdaad, we liggen meer dan dat we zitten wanneer we naar boven gaan !

De eerste “trein” (Jessie) werd in 1928  al door mijnwerkers gebruikt om in het weekend passagiers te vervoeren en zo een extra centje bij te verdienen. We zijn nu weer terug bij het hoofdgebouw vanwaar je diverse kanten op kunt en vandaar nemen we de Scenic Skyway, die twee honderd zeventig meter boven de Jamison Valley glijdt en (volgens de folder !) de hoogste cable car in Australië is !

Er zit een glazen bodem in de gondel waardoor je op de Katoomba Falls kunt kijken, heel apart.

Eenmaal aan de andere kant van de vallei lopen we naar enkele mooie uitkijkpunten, waarna we weer terug gaan met dezelfde kabelbaan.

We willen de railway en de cableway nog een keer nemen (dit kan omdat we een dagpas hebben), maar dan in de andere volgorde, helaas duurt dit wat langer dan de eerste keer. Het is inmiddels erg druk geworden, vooral met Aziatische toeristen, waardoor er flinke wachttijden zijn ontstaan. Toch was het zeker de moeite waard om nog een keer, half op de rug, naar beneden te suizen om vervolgens vijf honderd meter omhoog te gaan tussen de kliffen van de Blue Mountains.

We rijden terug naar de (gratis) kampplaats waar we gisteren stonden (Blackheath Glen Reserve) waar we nu een nog mooiere plek hebben dan vorige keer.

Ook vandaag wordt het in de loop van de middag steeds drukker, maar dat is wel gezellig ! We besluiten om hier morgen ook te blijven, we hebben nog net genoeg eten en drinken bij ons en we hebben de afgelopen dagen best veel gedaan (én hebben een beetje spierpijn van de lange wandeling van gisteren !) dus een rustdag is wel welkom !

Verslag 35

De zon heeft zich gisteren niet laten zien al was het totaal niet koud. We hebben heerlijk geluierd, gelezen en spelletjes gedaan. Tegen de avond kregen we te maken regen en onweer maar we hebben toch, net als de avond ervoor, een kampvuur gemaakt, zittend onder de luifel.

Met het geluid van het kabbelende beekje dat langs de kampplaats loopt vielen we ’s avonds al vrij vroeg in slaap.

(Onze zonnepanelen zijn erg in trek bij de insecten !)

Vanmorgen is het helemaal opgeklaard en hebben we een strakblauwe lucht. We rijden eerst naar Katoomba om voor vijf dagen boodschappen te halen en vervolgens stoppen we bij een parkeerplaats bij de Wentworth Falls. Hier maken we een mooie wandeling met uitzicht op de waterval en de prachtige Blue Mountains.

Ook nu moeten we weer vele trappen op en af, een aanslag op de knieën.

Nadien bekijken we nog enkele uitkijkpunten maar deze kunnen niet tippen aan de Wentworth Falls, dus besluiten we door te rijden naar onze volgende overnachtingsplek, die we gisteren al geboekt hebben. We gaan van zo’n duizend meter hoogte naar vijftig meter boven zeespiegel en de temperatuur stijgt van twintig naar ruim dertig graden, dat waren we de laatste dagen niet meer gewend !

Tegen vieren komen we aan bij Bents Basin State Conservation Area, waar gezwommen kan worden in de Nepean River.

Wij zoeken een plekje in de schaduw op een vrij drukke kampplaats, het is immers weekend dus de Australiërs trekken er weer op uit !

als bij vele anderen gaat bij ons de barbecue aan, gevolgd door een kampvuur ! In de loop van de avond  hangt er een aardig rookgordijn boven de kampplaats !! 

Verslag 36

Vanmorgen zijn we richting Sydney gereden, maar omdat we veel te vroeg aan zouden komen op de camping (Discovery Park Lane Cove), zijn we eerst veertig kilometer noordelijk gegaan naar Palm Beach. In Tamworth hadden we een Hollandse jonge man ontmoet die daar sinds twee jaar woonde en volgens hem was het er mooi en vrij rustig. Het gebied, een soort landtong, is inderdaad erg mooi maar rustig is het er écht niet. Hier wonen de welgestelde Australiërs in prachtige huizen met uitzicht op zee met in de beschutte baai een zeilboot. Aan de stranden is het druk met surfers en zonaanbidders ook al is het vandaag vrij winderig en rond de tweeëntwintig graden.

Je kunt je auto nergens kwijt en overal is het betaald parkeren, dus een rustige omgeving, nee dus ! Op weg terug naar Sydney vinden we bij een uitkijkpunt toch nog een plekje om even te lunchen al waaien we haast weg op de hoge klif.

Rond drieën komen we aan bij de camping en boeken er voor drie nachten. We maken nog een korte wandeling in het aangrenzende Nationale Park Lane Cove en bekijken daarna wat we de komende dagen in Sydney gaan doen.

De weersberichten zijn in ieder geval gunstig: zo’n vierentwintig graden met een verkoelend windje !

Verslag 37

Onze camping Lane Cove ligt vrij gunstig om de stad  te bezoeken, alleen komen er wel veel vliegtuigen over want Sydney heeft natuurlijk een drukke luchthaven.

Na zo’n tien minuten lopen kom je al bij het Metrostation (North Ride) en dan ben je binnen een half uur bij halte “Martin Place”. Vandaar is het een kwartiertje lopen naar Circular Quay en “the Rocks”, de oudste buurten van de stad. Hiervandaan zie je natuurlijk de Harbour Bridge en het Operahuis en ook ligt er een groot cruiseschip aan de kade van Circular Quay.

We boeken hier een trip bij Captain Cook Cruises en varen anderhalf uur door de natuurlijke haven van Sydney tot aan de open zee, al gaat de boot op de terugweg aardig te keer door de hoge golven.

Nadat we het Operahuis van dichtbij bekeken hebben wandelen we naar de Sydney Tower, een hoge uitkijktoren waar je met een snelle lift twee honderd en vijftig meter boven zeeniveau uitkomt en een prachtig uitzicht hebt over de stad.

De totale hoogte van de toren is zelfs drie honderd en vijf meter waardoor het nog steeds het hoogste gebouw van Sydney is.

Weer beneden gaan we naar het prachtige Queen Victoria Building, een schitterend oud “winkelcentrum” uit 1898 met ouderwetse liften, mooie klokken en aangepaste winkeltjes en barretjes.

Er bevindt zich ook een kapperszaak waar ik meteen terecht kan voor een knipbeurt, wat hoogst nodig was.

Dan is het inmiddels al bijna vijf uur en lopen we terug naar het metrostation om zo’n half uur later uit te komen bij North Ride waarna we nog een korte wandeling voor de boeg hebben. Totaal hebben we vandaag zo’n vijftien kilometer gelopen en morgen gaan we nog een keer de stad in want dan…… gaan we de brug beklimmen !!

Verslag 38

Zo’n twintig jaar geleden hebben mijn ouders de Harbour Bridge in Sydney beklommen en daar waren ze altijd heel erg trots op. Als een soort eerbetoon aan hen hebben wij vandaag hetzelfde gedaan ! We waren gisteren al wezen kijken waar we precies moesten zijn en hadden geboekt voor één uur, dus vanmorgen hadden we ruim de tijd om eerst nog wat van de stad te zien. We stappen weer de metro uit bij Martin Place maar lopen nu richting Darling Harbour waar grote rondvaartboten aangemeerd liggen, klaar om honderden toeristen te vervoeren. Het is prima weer, vier en twintig graden, twee graden warmer dan gisteren.

We wandelen noordwaarts naar Barangaroo, een mooi stukje Sydney waar hemelshoge nieuwe gebouwen staan, maar ook een “mov’in Bed Cinema” is vlakbij de haven.

We zijn ruim op tijd bij het pand van “Bridgeclimb Sydney” en hebben nog mooi de tijd om een broodje te eten voor we de brug op gaan. Een groep bestaat altijd maximaal uit veertien personen en elk half uur vertrekt er een nieuwe groep, big business ! We krijgen uitleg, worden gecheckt op alcohol, moeten al onze sieraden en persoonlijke spullen achterlaten (ook je fototoestel) en krijgen een pak aan. Vervolgens stap je in een soort klimharnas met aan een lijn een veiligheidshaak waarmee je de hele trip verankerd bent aan een rail. Een pet en koptelefoon horen ook bij de standaard uitrusting, net als een koordje aan je bril, zodat je deze niet kunt verliezen. Ook moeten we eerst een proefparcours afleggen, het is allemaal heel goed geregeld.

Dan gaan we eindelijk de brug op en krijgen steeds ruim de tijd om rond te kijken tijdens diverse stops. Natuurlijk worden er foto’s gemaakt door de begeleidster die ook heel goede informatie geeft over de omgeving.

Na twee en een half uur klimmen en weer afdalen zijn we terug, al met al was het een prachtige ervaring. Vlakbij het gebouw staat het Glenmore Hotel en daar hebben we op het dakterras heerlijk gegeten met een glaasje bubbels erbij.

Dan wordt het tijd om terug te gaan naar de camping, het waren twee vermoeiende dagen !

Bij aankomst blijkt dat we weer dertien kilometer hebben gelopen en dan telt de wandeling op de brug nog niet eens mee !!

Verslag 39

(Wim voert de kookaburra met de lepel een stukje ei wat hij heerlijk oppeuzelt !)

Het duurde vanmorgen zeker anderhalf uur voor we uit de verkeersdrukte rond Sydney waren, maar daarna werd het groener en kregen we weer gewoon tweebaanswegen. We rijden naar de Fitzroy Falls behorend bij Morton N.P. waar we dit keer alleen naar het uitkijkpunt lopen, we hebben genoeg gewandeld de afgelopen dagen.

Vanaf ruim zes honderd meter hoogte zien we het water vallen en de omgeving heeft wel wat weg van de Blue Mountains, alleen hangt er hier geen blauwe gloed over en is het nu bewolkt. We gaan nog even naar de Manning Road Lookout maar ook hier valt het uitzicht tegen, we zijn gewoon verwend !

Tegen tweeën komen we aan bij Kangaroo Valley waar je kunt kamperen in de Bendeela Recreation Area aan een riviertje. Het speciale aan deze plek is dat hier wombats huizen die tegen de schemering tevoorschijn komen. 

’s Middags hebben we weer eens tijd voor een potje Carcassonne (ik sta zowaar vóór !) en ook de E-readers worden weer gebruikt.

Het is inmiddels bijna negen uur en pikkedonker, maar helaas hebben we nog geen wombat gezien. Toch blijven deze dieren normaal gesproken generaties lang op dezelfde plek wonen en hebben we hun holen en keutels gezien …. misschien komen ze toch nog !!!

Verslag 40

Tegen half tien gisteravond stond er opeens een wombat op een paar meter afstand van ons, die natuurlijk meteen wegliep toen wij hem wilden fotograferen. Later zagen we er nog één en ’s nachts voelden we dat er een wombat onder de camper door liep, ze hebben altijd een vaste route.

Vanmorgen lagen er overal volop keutels dus er wonen wel degelijk nog vele wombats bij de kampplaats.

Bendeela Recreation Area en ook Kangaroo Valley liggen overduidelijk in een dal vanwaar je honderden meters omhoog moet om weer in de bewoonde wereld te komen. Onderweg rijden we over de prachtige Hampden Suspension Bridge uit 1898, de oudste en enige houten brug die nog in gebruik is.

We stoppen aan de rand van de plaats Nowra waar we een wandeling maken (the Grotto Walk) van ruim een uur langs de rotsen en de Shoalhaven River.

Daarna rijden we richting Jervis Bay, hier willen we overnachten bij Green Patch campground, maar deze blijkt, ondanks de hoge prijzen, helemaal volgeboekt te zijn. We komen uit bij een simpele camping (Bushy Tail Caravan Park) op slechts zes kilometer afstand en gaan morgen wel naar de mooie baai van Jervis.

Het is de hele dag bewolkt en vrij fris, maar voor de komende dagen is er weer zonnig weer voorspeld !

Verslag 41

Vanaf onze overnachtingsplaats waren we vanmorgen al vrij snel in het Booderee N.P. dat zich aan de zuidkant van Jervis Bay bevindt. De Green Patch campground, waar we gisteren niet terecht konden, ziet er vrij verlaten uit, er klopt iets niet met hun boekingssysteem !

We maken een paar korte wandelingen in het park, steeds met het mooie blauwe water op de achtergrond en rijden dan naar Plantation Point bij de plaats Vincentia waar we lunchpauze houden met uitzicht op de schitterende baai.

Een eindje landinwaarts wilden we een waterval bekijken: Granite Falls, maar na een lange rit over een onverharde weg door het Morton N.P. bleek de weg naar de waterval gesloten.

Na een blik vanaf de George Boyd Lookout keren we om en rijden weer richting de kust, waar we bij Lake Conjola wilden overnachten.

We waren hier nog niet eerder geweest en het blijkt een erg drukke plek te zijn, zeker in het weekend. Na even zoeken op Wikicamps vinden we een leuke kampplaats bij Burrill Pines Lagoon Point een open plek in het bos vlakbij zee.

Na vijf minuten wandelen zien we het water waar surfers al op zoek zijn naar de mooiste hoge golf ! 

We mogen weer eens een kampvuur maken, maar de wind komt hier van alle kanten, dus of dit vuurtje er ook komt is nog niet zeker !

Verslag 42

Terwijl we gisteravond bij ons “bescheiden” kampvuur zaten kwamen er nog steeds Australiërs op de kampplaats binnen. Het is weekend dus tijd om met familie of vrienden samen te komen op een leuke plek. We horen echter rondom ons niet alleen de Engelse taal, maar ook diverse andere, onverstaanbare. In Australië wonen en leven mensen van veel verschillende nationaliteiten die, wanneer ze onder elkaar zijn, natuurlijk hun moedertaal spreken. Voor ons is dit telkens weer een interessante gewaarwording !

Vanmorgen scheen de zon meteen al volop onder onze luifel, het belooft weer een warme dag te worden. Wij laten de vele Australiërs achter die nog een dag op de kampplaats blijven en rijden weer verder zuidwaarts. Bij Batemans Bay nemen we de kustweg (tourist drive no.7) waardoor we langs vele mooie plekjes komen met uitzicht op zee.

En bij de plaats Narooma stoppen we bij een prachtige plaats waar een tiental zeehonden op de rotsen zitten en enkele in het wilde water zwemmen, heel mooi om te zien.

Na de lunch is het nog een klein stukje rijden naar Mystery Bay waar we willen overnachten.

Hier zijn we nog even flink actief want we hebben weer hout gekocht dat nog gekloofd moet worden. Hiervoor moeten we samen werken: ik houd de bijl vast óp het hout en Wim slaat met de hamer op de bijl zodat het hout doormidden splitst. Na en half uurtje hebben we een aardige stapel kleine stukjes hout zodat we voorlopig weer verschillende keren een kampvuur kunnen maken.

We lopen nog even naar de zee, die we vanaf onze plek ook kunnen zien, en vermaken ons daarna met een spelletje en ons boek.

Deze streek staat trouwens bekend om z’n oesters waarvan we er een dozijn gekocht en inmiddels opgepeuzeld hebben, nu begint Wim ze ook lekker te vinden dus waarschijnlijk liggen er binnenkort nog wel meer in de koelkast !

Verslag 43

Het is weer zondag (23 februari) wat betekent dat de Australiërs hun “weekend” er op hebben zitten en ’s morgens rond tienen massaal de kampplaats verlaten. Sommigen laten het brandhout wat ze over hebben achter bij de vuurpit wat wij dan weer meenemen ! In Bermagui halen we bij Woolworths boodschappen voor de komende dagen en stoppen nog even bij “The Blue Pool”, een zoutwater zwembad aan de kust dat al bestaat vanaf 1938.

Het is er druk met zwemmers, maar iets verderop zijn andere “zwemmers” nog interessanter: een groepje zeehonden leeft zich uit in zee. Ook liggen er enkele lui op een rotseiland vlak bij de kust.

We rijden door naar een voor ons bekende plek: Picnic Point behorend bij Mimosa Rocks N.P., hier hebben we vorig jaar nog een leuke tijd gehad samen met Walter en Yvonne, Hollanders die hier net zo’n camper hebben als de onze. Bij aankomst hippen de wallabies ons al tegemoet, ook zien we een grote guanna en later enkele kangoeroes.

Wim klooft het meegenomen hout en maakt tegen de avond een groot kampvuur, we hebben nu immers genoeg !

Het enige wat we vergeten waren is dat er hier geen internetverbinding is en we hebben voor drie dagen geboekt, dus we gaan enkele zeer rustige dagen tegemoet ! 

Verslag 44

Picnic Point, de plek waar we nu staan, is echt een goed voorbeeld van een kampplaats in een Nationaal Park: je staat hier midden in de natuur met allerlei dieren om je heen, maar er zijn bijna geen voorzieningen. Het enige wat je hier hebt is een toilet, met een groot gat erin, en er staat aan de rand van het kamp een container voor je afval (die was in het verleden ook vaak afwezig !) Je hebt hier dus geen (drink) water, waardoor je de wc. niet kunt doorspoelen en je ook niet kunt douchen, géén elektriciteit dus ’s avonds is het hier écht donker en heb je een zak- of “koplamp” nodig. Je moet dus helemaal zelfvoorzienend zijn en genoeg eten en drinken meenemen. Toch zijn dit de plekjes waar Wim en ik het liefst naartoe gaan ! We hebben ons dan ook de afgelopen dagen prima vermaakt met een wandeling, een leesboek of een spelletje én het bekijken van al het ‘wildlife’ rondom ons. Een kampvuur hoort ook bij kamperen in de natuur, iets wat je op een camping haast nooit mag, al was de wind de tweede avond spelbreker en moesten we zelfs de plastic zijkanten opzetten.

We zagen de eerste avond wél iets heel vreemds: we keken naar de heldere sterrenhemel en toen kwamen er opeens twee lange slierten met zo’n twaalf lichtjes in een strakke lijn heel hoog boven ons vrij snel voorbij vliegen, net sterren aan een touwtje !

Vanmorgen moesten we een plekje opschuiven, van twaalf naar elf, omdat deze plaats alweer door een ander gereserveerd was. We staan nu op dezelfde plek als vorig jaar.

We boffen nog steeds met het weer, het is droog, rond de vijfentwintig graden met de meeste tijd zon. Soms komt er ineens een koele wind vanuit zee maar dat is alleen maar verfrissend.

Tegen de avond gaat de barbecue aan en na de heerlijke maaltijd wordt deze omgebouwd naar vuurbak. We hebben hier weer een heerlijke tijd gehad en zijn helemaal uitgerust om verder te trekken !

Verslag 45

We hebben de kust verlaten en zijn zo’n twee honderd en vijftig kilometer landinwaarts gereden. Via de kaasstad Bega gaan we slingerend omhoog over de Snowy Mountains Highway de “Great Dividing Range” op, de enorme langgerekte bergketen waar we al diverse malen doorheen getrokken zijn. We komen uit op bijna vijftien honderd meter hoogte en stoppen tegen half vijf bij de plaats Kiandra, waar we gaan kamperen bij Three Mile Dam gelegen in het Kosciuszko N.P..

(Wim heeft nog even geklust: een deurtje wilde niet meer sluiten.)

Het verbaasde ons dat het zo warm was, de temperatuur komt boven de dertig graden uit, wel staat er een harde wind, die later op de dag wegvalt. Ook zitten er hier heel vervelende steekvliegen, die gelukkig verdwijnen zodra het donker wordt. Rond die tijd komt er ineens een kudde wilde paarden (brumbies) al grazend voorbij.

Vanaf ons plekje  kijken we uit op een meertje, wel iets anders dan de ruige zee van de afgelopen dagen, we gaan het mooie geluid van de beukende golven tegen de rotsen dan ook wel missen !

Verslag 46

Gisteravond zaten we met twee vesten en lange broek aan bij het verwarmende kampvuur met boven ons een prachtige heldere sterrenhemel. Het koelt af naar zo’n twaalf graden (in Holland zijn ze nu blij met deze temperatuur !), maar wanneer je buiten verblijft is het wel fris. Vanmorgen hebben we langdurig in het zonnetje ontbeten, na drie dagen zonder internetverbinding konden we nu weer het nieuws lezen (en een spelletje Wordfeud met de familie doen !) en háást hadden we niet.

We hebben slechts drie kilometer afgelegd vandaag om naar de andere kant van het meertje te rijden waar we een veel mooier plekje vonden: de hele dag schaduw, een beetje wind en Wim kon hier vissen.

Het water is zo helder dat ik het gebruikt heb voor een handwasje, dat zo droog was, want weer komt het kwik uit rond de dertig graden ! ’s Middags komt de groep van dertien “wilde” paarden weer langs, maar ze trekken zich niets van mensen aan.

Ook vanavond zitten we weer in de lange broek en vesten aan bij het kampvuur, met countrymuziek op de achtergrond en een drankje erbij, het was weer een heerlijke dag !!

Verslag 47

We bevinden ons nog steeds in het Kosciuszko N.P., een park dat het hele jaar door in trek is, want in de winter wordt hier volop geskied wanneer er een dik pak sneeuw ligt.

Wij rijden naar Blue Waterholes, een prachtige plek met rondom bergen en nog steeds op ruim twaalf honderd meter hoogte. Onderweg stoppen we bij de gerestaureerde Coolamine Historic Homestead, waarvan de originele huizen stammen uit 1881.

(Vroeger gebruikten ze krantenpapier als behang, er hing zelfs nog papier uit 1939 !)

Het is druk bij de Blue Waterholes (en dat wordt in de loop van de middag steeds erger, want het is weer weekend !), wij maken er enkele korte, prachtige wandelingen.

Daarna gaan we naar de vlakbij gelegen Magpie Flat Campground, waar we lange tijd als enigen staan.

We kijken uit op de bergen en tegen de avond komen de kangoeroetjes tevoorschijn.

Ook hier mogen we weer een kampvuur maken en er ligt een hele stapel hout bij de vuurbak dus vanavond wordt er weer flink gestookt !

Verslag 48

We hadden het grote kampvuur gisteravond echt nodig, het koelde af naar vijf graden, de koudste nacht tot nu toe. Vanmorgen zaten we echter rond half negen alweer in hemdje en korte broek in de zon aan het ontbijt en de afwas heb ik zelfs in de schaduw gedaan vanwege de warmte.

We rijden de mooie, vijfentwintig kilometer lange, afwisselende onverharde weg weer terug en gaan dan richting Cabramurra, één van de hoogstgelegen plaatsjes in Australië.

Hier hebben we weer internetbereik en komen erachter dat er wel wat gebeurd is op wereldniveau: Trump heeft flink ruzie gehad met Zelenski, maar gelukkig staan de Europese leiders achter de Oekraïense president ! We leven in een gekke wereld, de Coronacrisis, nu vijf jaar geleden, heeft ons helaas niet dichter bij elkaar gebracht !

We bevinden ons nog steeds in het Kosciuszko N.P., maar het is dan ook ruim zes en een half duizend vierkante kilometer groot. Er liggen enkele grote stuwmeren tussen de bergen die voor de elektriciteit zorgen, ook zien we veel dode en verbrande bomen, een vreemd gezicht.

We lunchen bij Bradley and OBriens Hut, op zo’n vijftien honderd meter hoogte, waar je zelfs kunt overnachten in de hut, het hout voor een vuurtje ligt al klaar.

Dan rijden we lange tijd bergafwaarts en voelen het onderweg steeds warmer worden. We stoppen nog even bij Khancoban Pondage, een meertje waar in gezwommen kan worden, maar je mag hier niet kamperen,

dus rijden we iets verder en staan nu bij Towong Reserve, dichtbij Corryong, aan de Murray River, en zitten nu op twee honderd vijftig meter hoogte.

Wanneer je aan de Murray River staat zijn er altijd kaketoes aanwezig en ook nu zitten er weer honderden van die oorverdovende, schreeuwende vogels in de bomen vlakbij ons of vliegen ze krijsend massaal over, morgen trekken we dan ook weer verder !

Verslag 49

We werden vanmorgen gewekt door de krijsende kaketoes en ook lieten ze een partijtje poep en troep achter op de luifel en de camper ! We gaan de rivier de Murray over en zodra we de brug over zijn bevinden we ons in de staat Victoria waar we de rest van de reis doorbrengen.

In Corryong bekijken we enkele muurschilderingen bij een ANZAC gebouw (Australian and New Zeeland Army Corps),

vervolgens gaan we over de Murray Valley Highway verder het binnenland in. Voor het eerst zien we veel verdroogde grond en hebben koeien en schapen weinig gras te eten.

Bij een bruin bord met “old bridge” erop nemen we de afslag en komen na een korte wandeling bij een oude treinbrug uit 1915.

We zijn op weg naar Ludlows Reserve, een overnachtingsplek aan Lake  Hume, een groot stuwmeer met een totale oppervlakte van twee honderd vierkante kilometer en heel belangrijk als waterreservoir, al is het meer nu maar half vol.

Het is weer knap warm vandaag, eigenlijk in heel Australië op het moment, dus we doen het kalm aan.

Tegen de avond bellen we met Marcel, want die is vandaag weer een jaartje ouder geworden (42). We hebben ruim drie kwartier via de app. een beeld-bel verbinding gehad.

Ook nu kunnen we weer de hele avond in de korte broek buiten verblijven, een verwarmend kampvuur is nu echt niet nodig !

Verslag 50

Net als de meeste andere kampeerders verlaten we het mooie plekje aan Lake Hume, het wordt vandaag weer tweeëndertig graden dus zou je daar niet veel ondernemen, alleen van het uitzicht genieten. Eerst gaan we naar Wodonga om onze voorraden aan te vullen, waarna we richting Mount Buffalo N.P. gaan, voor ons een onbekend park. Onderweg bekijken we bij het voormalige goudstadje Yackandandah een oude “mining gorge” waar nu water doorheen stroomt.

Mount Buffalo is blijkbaar een favoriet park want toen we  gisteren wilden boeken was er slechts één plekje vrij voor vannacht. En voor de dagen erna is er alleen een tentplaats beschikbaar die we dus ook maar geboekt hebben. (Er wordt trouwens niets afgeschreven, alle plekken zijn gratis, vandaar misschien de drukte !) Op weg naar de kampplaats stoppen we om de watervallen “Lady Bath” en “Eurobin” te bekijken, maar bij beide valt nu niet veel water !

Ook bekijken we “the Gorge” en nu zie je pas hoe hoog we zitten, op ruim dertien honderd meter boven zeespiegel.

Een groep schoolkinderen is aan het abseilen en ook wordt er met mountainbikes rondgereden. 

Er staat een meer dan honderd jaar oud chalet dat nog altijd in gebruik is.

Nadat we langs Lake Catani zijn gereden komen we bij de gelijknamige kampplaats waar we naar ons plekje gaan.

Bij de ingang staat dat het kamp helemaal vol is maar er zijn nog diverse lege plaatsen en we zoeken alvast naar een plek waar we de andere twee nachten kunnen gaan staan, want de tentplaats is geen optie, daar kunnen we met de camper niet komen. Er zijn hier warme douches, wat niet zo vaak voorkomt in een Nationaal Park, maar waar we beiden dankbaar gebruik van maken.

Tegen de avond koelt het aardig af, gelukkig hebben we nog steeds voldoende hout voor een kampvuur !

Verslag 51

Het duurde vanmorgen lang voor de zon vanachter de bergen tevoorschijn kwam, ook staan er rondom ons allemaal bomen, dus de temperatuur bleef lang rond de elf graden hangen. We zijn dan ook pas laat opgestaan en hebben vanuit bed eerst een uitgebreide App. gestuurd naar Stijn en Ruben. Onze twee kleinkinderen zijn vandaag alweer negen jaar geworden, zondag hebben we al uitgebreid met ze gesproken en vandaag moeten ze gewoon naar school, dus video bellen zit er voor nu niet in, ook al vanwege de tien uur tijdsverschil. We vieren hun (en Marcel’s) verjaardag gewoon over een maand nog een keer !

We gaan met onze camper verder het Nationale Park Mount Buffalo verkennen, er loopt slechts één weg door het park en deze gaat steeds verder omhoog. Al vrij snel stoppen we bij Torpedo Rock en de vorm van de rots doet zijn naam eer aan.

Iets verderop begint een prachtige wandeling langs en tússen de rotsen door, genaamd: Old Galleries Walk.

Het park begint ons steeds beter te bevallen. We vervolgen de Mount Buffalo Road en ook bij “Leviathan” worden weer diverse foto’s gemaakt van een wel heel aparte grote rots.

De rotspartijen Cathedral en Hump bekijken we alleen van een afstand want er komt nog een hoger punt: The Horn.

Bij dit uitkijkpunt op 1723 meter hoogte kun je 360 graden rondkijken over de Australische Alpen, prachtig om te zien ! Het kostte wel wat inspanning om er te komen maar dit was zeker de moeite waard.

Nadien rijden we terug naar de kampplaats, maar houden eerst middagpauze aan het meertje, waar ook in gezwommen kan worden.

We gaan staan op een mooie plek (zonder nummer) vlakbij de sanitair gebouwen, waarschijnlijk bedoeld als parkeerplaats, maar ruimer en makkelijker toegankelijk dan onze vorige plaats.

Ook nu koelt het tegen de avond weer snel af, maar daar hebben we een kampvuur voor.  We hebben het park helemaal bekeken en trekken morgen weer verder !

Verslag 52

We zijn toch nog een dag gebleven op Lake Catani Campground in het Mount Buffalo N.P.: vanmorgen is het me in de rug geschoten terwijl ik me aan het afdrogen was na een heerlijke warme douche. Nu is mijn rug altijd wel een zwakke plek en is dit niet de eerste keer, maar dit kwam toch wel heel onverwachts. Met moeite heb ik me aangekleed en ben teruggestrompeld naar de camper, waar Wim goed voor me gezorgd heeft.

Gelukkig bestaat er paracetamol en hebben we altijd diclofenac bij ons en enkele uren later kon ik weer “redelijk” lopen. We zijn zelfs de kampplaats rond geweest om een beetje in beweging te blijven en kwamen er achter dat het meertje toch nog iets groter is met een zandstrandje en een kleine steiger.

Gisteravond en vanmorgen zijn er groepen middelbare scholieren aangekomen die hier kanoën en klimmen en andere sportieve acties ondernemen. Verder zijn er niet zoveel mensen op het terrein al geeft de website nog steeds aan dat alles vol staat. Vanmorgen kwam de ranger langs om te vragen of we wel geboekt hadden, het was gelukkig geen probleem dat we niet op de originele plek stonden. We hebben er verder een heerlijke rustige dag van gemaakt, veel gelezen en natuurlijk weer een spelletje Carcassonne gedaan.

Ik ga er nu van uit dat ik me morgen goed genoeg voel om verder te trekken, dan maar met een extra pilletje !!

Verslag 53

Vanmorgen hebben we Mount Buffalo definitief verlaten al duurde het ruim een half uur voor we via slingerwegen en vele S-bochten weer afgedaald waren tot op drie honderd meter boven zeespiegel. We hebben ons voorgenomen volgende keer terug te komen, het park is ons prima bevallen en er zijn nog enkele wandelingen die we niet gemaakt hebben, wat nu ook niet lukt vanwege mijn rug. In het goudstadje Bright doen we een stukje van de Canyon Walk maar ik ben nog niet “de oude” !

Vlak voor Harrietville is een forel en zalm farm, het was de bedoeling dat Wim daar ging vissen, maar helaas is deze gesloten.  

Na deze twee oude stadjes, ontstaan in 1852 door de goudkoorts, gaan we weer omhoog de Australische Alpen in. Ook nu moet Wim weer heel wat bochten draaien, rijdend over de Great Alpine Road,  terwijl we steeds hoger klimmen. ’s Winters vriest het hier en heb je sneeuwkettingen nodig !

Vlak voor Hotham Village gaan we een onverharde, stoffige weg op, die in de winter gesloten is, en stoppen rond half twee bij Mount Freezeout, een picknickplaats waar je mag overnachten, op bijna zestien honderd meter hoogte. 

We staan hier helemaal alleen en kijken uit op de toppen van de bergen, toch is het op deze hoogte nog prima weer en zoeken we de schaduw op.

Tegen de avond begint het flink af te koelen wat logisch is, dus ook nu gebruiken we de vuurbak om ons warm te houden !

Verslag 54

Vanmorgen hebben we zo’n vijftig kilometer over de onverharde, stoffige weg gereden door het Alpine N.P. en langzaamaan dalen we naar gewone hoogtes, rond de honderd en tachtig meter. De weg is heel afwisselend, soms met uitzicht op de bergen, dan weer door bos of een open vlakte. We zijn niet de enigen die hier rijden, zelfs motorrijders wagen zich aan de ongelijke weg met kuilen en hobbels.

Vanaf het plaatsje Dargo hebben we weer asfalt en rijden we langs de Wannangatta River waar we even later een leuk plekje zien aan het water: Meyers Flat Camp Site. We besluiten niet verder te gaan en zetten hier ons “huisje” neer.

Nog altijd hebben we schitterend weer, rond de dertig graden en verblijven de middaguren grotendeels in de schaduw. Dit relaxte leventje bevalt ons prima en kunnen we nog lang volhouden !

Verslag 55

We zagen gisteravond en vanmorgen gigantisch veel auto’s met caravans of kampeerspullen voorbij komen, het blijkt dat de Australiërs een lang weekend hebben (maandag is het Labour Day) dus dan trekken ze er massaal op uit. Wij zijn op weg naar Wilsons Promontory N.P., een heel populair park op een schiereiland in het zuiden en wilden daar eigenlijk over twee dagen,  maandag, aankomen. We hadden op de plek waar we afgelopen nacht stonden geen internet, dus konden pas in de loop van de morgen boeken voor dat park.  Vanaf woensdag was er echter pas weer plaats, volgens de website, dus moeten we onze plannen een beetje wijzigen. We stoppen in Stratford voor wat boodschappen en rijden dan naar Fishers Riverside Camp waar we een plekje vinden aan de Avon River die uitmondt in Lake Wellington, waar Wim weer eens z’n hengel uitgooit. Ook hier is het goed druk vanwege de extra vrije dag ! We hebben nu wel internetverbinding dus ik check de site van Tidal River, de grote kampplaats van Wilsons Prom., en nu kan ik wél een plekje boeken, het lukt zelfs vier dagen achter elkaar op allemaal verschillende plekken en … het kost helemaal niets, terwijl het normaal een vrij dure kampplaats is. Het blijkt dat de Staat Victoria tot juli alle kampplaatsen voor niets aanbiedt, geen idee waarom !! (Vandaar dat we bij Mount Buffalo ook niets hoefden te betalen !) Het resultaat is wel dat veel mensen boeken zonder echt naar de kampplaats toe te gaan, volgens reacties op de site staat de kampplaats steeds half leeg. Als overbrugging wilden we hier twee dagen aan de rivier gaan staan en op de volgende plek ook twee dagen,  maar nu trekken we morgenvroeg toch weer verder, hopend dat er op onze volgende overnachtingsplek: Reeves Beach een plekje voor ons is voor één nacht !!

(We lazen ook dat er, sinds vijftig jaar, weer een cycloon (Alfred) aan land is gekomen in de buurt van Brisbane, die veel schade heeft aangericht !)

Verslag 56

We staan weer aan zee ! Na zo’n anderhalve week in de bergen van het binnenland te hebben doorgebracht hebben we nu weer een plekje achter de duinen en kunnen we de zee horen ruisen. In Sale hebben we eerst onze gaspot bij laten vullen, want die was vanmorgen helemaal leeg en zonder kan Wim geen lekkere maaltijd bereiden ! Rond tweeën hebben we een leuk plekje gevonden bij Reeves Beach Coastal Reserve waar het natuurlijk aardig druk is vanwege het lange, vrije weekend.  Na een maaltijd van tosti’s (die maak ik altijd klaar !) wandelen we naar zee, waar we heerlijk met de voeten in het water over het strand lopen.

Het water is niet eens zo fris en er zijn dan ook een tiental mensen aan het zwemmen.

Het is weer rond de dertig graden, maar door het windje uit zee is het prima te houden. Ook hier mag weer kampvuur gemaakt worden en overal zie je bij de kampplaatsen grote stapels hout liggen, er zal vanavond  wel een hele walm over het terrein hangen !!

Verslag 57

(Het enige “sanitair” op de kampplaats Reeves Beach !)

We moesten vandaag nog honderd en vijfendertig kilometer afleggen tot de Tidal River Campground behorend bij Wilsons Promontory N.P., waar we de aankomende dagen gaan doorbrengen. We komen langs de plaats Yarram, hier zijn ze heel actief met allerlei beschilderingen op gebouwen.

Via Foster rijden we de lange weg naar het schiereiland en komen heel wat auto’s met caravan of daktent tegen die het Nationale Park weer verlaten. We stoppen bij enkele uitkijkpunten en kunnen daar mooi op het water kijken met z’n eilandjes en witte stranden.

Tegen tweeën zijn we op de plek waar we de eerste nacht verblijven en dit blijkt pal naast een sanitairgebouw te zijn (iéts anders dan op de vorige plek !) met warme douches én met wasmachines.  Het was alweer een tijdje geleden dat ik deze gebruikt heb dus er gaan meteen twee machines vol.

Wim spant enkele waslijnen en nadat ik alles opgehangen heb wandelen we naar het brede zandstrand.

Weer gaan we met de voeten het water in van de zee en later van de Tidal River.

Wanneer we terug zijn bij de camper is de meeste was al droog en kan ik nog een machine vullen en later ophangen, voor het donker is kan alles schoon en droog de camper in ! Op weg naar het park was het bewolkt en werd er onweer en minder mooi weer voorspeld, maar eenmaal op Wilsons Prom. is de lucht weer helemaal helder en zijn de vooruitzichten voor de komende dagen prima !

Verslag 58

Gisteravond, toen het helemaal donker was, kwam er ineens een wombat vlak langs ons heen lopen. We werden er op geattendeerd door de buren, twee gezellige jongens uit Arnhem, zelf hadden we het dier niet opgemerkt. Even later kwam er nog één rustig voorbij wandelen, we bevinden ons hier echt in het leefgebied van de wombats.

Vannacht begon het opeens hard te waaien, zo erg zelfs dat we ons bed uitgegaan zijn om de luifel op te rollen, want bij vlagen klapperde hij heel hard, zodat je niet kan slapen. Ook vanmorgen stond er nog steeds een heel harde wind en dit blijft helaas de hele dag zo, regelmatig komt er een harde windvlaag die allemaal zwart zand meeneemt, alles zit onder en je blijft aan het schoonpoetsen ! Omdat het vanmorgen bewolkt was zijn we een stukje terug gereden om de “Proms Wildlife Walk” te lopen in de hoop emoes, echidna’s, wombats of kangoeroes te zien.

We zien alleen de laatst genoemde, maar deze zijn niet echt “wild”, de volwassen kangoeroes hebben een soort halsband om met een zendertje en een chip in hun oor !

(Overal zie je dit soort gaten waar de wombats in huizen !)

We maken nog een stop bij Whisky Bay en omdat deze aan de westkant ligt en we te maken hebben met een harde oostenwind, is het prima weer bij deze baai.

Aan de uiteinden van het strand liggen heel aparte rotsen op en naast elkaar, waar natuurlijk mooie foto’s van te maken zijn.

We rijden naar ons nieuwe overnachtingsplekje in de buurt van de Tidal River en ’s middags wandelen we een stukje langs de rivier, waar we haast weggeblazen worden.

Ook het grote strand, waar het gisteren nog druk was, is zo goed als verlaten. Om een beetje uit de wind te kunnen zitten bouwen we de zijkant van de luifel op, maar nog ligt er elke keer een laagje zand op de tafel. Zelfs eten koken wordt nu lastig dus doen we het maar een keer “makkelijk” met een boterham.  Het is ook een stuk frisser geworden en we hebben de lange broek en het dikke vest weer tevoorschijn gehaald. Ook vanavond breken we de luifel en zijkant weer af en zullen we wel vroeg op bed liggen, af en toe schuddend wanneer er weer zo’n harde windvlaag aankomt !

Verslag 59

Ook vannacht hadden we nog te maken met flinke windstoten waardoor de camper heen en weer schudde en vanmorgen was het af en toe zandhappen tijdens het ontbijt. We moeten weer verhuizen naar een volgend plekje op het grote kampterrein van Tidal River (met bijna vijf honderd plaatsen), maar voor die tijd gaan we natuurlijk eerst wat bekijken. We rijden naar Squeaky Beach, weer zo’n mooie baai met aparte rotsen en met zelfs nog witter zand dan bij Whisky Bay.

Het zand kraakt een beetje onder je voeten vandaar de naam: squeaky !

Wanneer we terug lopen naar de auto begint het iets te regenen, ook is er onweer voorspeld. Vanwege het onbestendige weer (en mijn nog niet helemaal herstelde rug) besluiten we verder geen wandelingen te maken maar naar ons nieuwe plekje te gaan, deze ligt dicht bij het grote strand van de Norman Bay. Het is de mooiste plaats tot nu toe en tegen de tijd dat alles weer staat en we geluncht hebben breekt de zon door en is de wind gaan liggen.

De temperatuur loopt zowaar op naar boven de dertig graden, wat een verschil met vanmorgen ! We doen onze zwemkleding aan en wandelen naar zee waar we, waarschijnlijk voor de laatste keer deze reis, het vrij frisse water in gaan.

Later  zien we weer enkele wallabies en de parkieten zijn hier erg brutaal, één wil er zelfs meespelen met Carcassonne !

Ik hoopte dat er vanavond, wanneer het donker is, ook nog een wombat voorbij zou komen lopen, maar opeens zie ik er al één terwijl het nog licht is.! Nou heb ik de kans dit mooie dier uitgebreid te bekijken en te fotograferen !

Na een heerlijke maaltijd, nu kon Wim gelukkig wél weer koken zonder dat er zand rond waaide, zitten we nog lange tijd rustig buiten, tot het tegen negenen ineens begint te regenen, later gevolgd door onweer. Het was, zeker wat het weer betreft, een heel afwisselende dag !!

Verslag 60

Gisteravond laat kwam er opeens een wombat onder de luifel en liep bijna over Wim’s voeten, gelukkig schrikt Wim niet zo snel !

Vanmorgen hebben we Wilsons Promontory N.P. weer verlaten, er stond nog een boeking voor aankomende nacht, maar die hebben we geannuleerd, alles wat we wilden zien en doen hebben we gedaan.

We rijden zo’n tachtig kilometer langs de zuidkust en komen dan bij een afgelegen strandje behorend bij Walkerville aan de Waratah Baai, waar je uitkijkt op de bergen van Wilsons Prom.

Onderweg spotten we een echidna, deze grote egels komen steeds minder voor, maar blijven prachtig om te zien.

Iets verderop bevindt zich Cape Liptrap Coastal Park waar we een plekje boeken op Bear Gully Campground.

Weer hoef je niets te betalen en zijn veel plekken daardoor zogenaamd “bezet”, net zoals de afgelopen dagen.  De kust is hier rotsachtig zonder een mooi zandstrand, maar zwemmen zouden we nu toch niet, want het is een stuk frisser dan gisteren !

Verslag 61

We hadden een gezellige avond gisteren met een warm kampvuur, wat ook wel nodig was want het koelde vannacht af tot twaalf graden (altijd nog beter dan de min twee in Holland !) én enkele kampplaatsen verderop stond een Australisch koppel, met een gitaar en een banjo, dat allerlei “golden oldies” zong.

Vanmorgen zijn we via de kustweg naar Inverloch gereden waar je “the Caves” moet kunnen bekijken. We dalen af naar het strandje en zien wel heel aparte rotsformaties maar geen grotten, toch was het zeker de moeite waard om hier te stoppen.

Iets verderop langs de kust bevindt zich “Eagle Nest”, een vreemde rots die uit zee steekt.

We rijden door naar Wonthaggi en bespreken bij de “State Coal Mine” een toer voor twee uur ’s middags, waarna we eerst naar de Woolworths in die plaats rijden om onze voorraden weer aan te vullen. Het blijkt dat we als enigen geboekt hebben dus krijgen we een privérondleiding door één van de twaalf ondergrondse kolenmijnen, die operationeel zijn geweest van 1909 tot 1968.

Er werkten ongeveer zeventien honderd arbeiders en er is in die tijd zeventien miljoen ton kolen naar boven gehaald bedoeld voor de industrie en de spoorwegen van de staat Victoria.

De toer is erg interessant: we lopen door de mijn naar zestig meter diepte, al moet Wim wel regelmatig bukken omdat de houten balken te laag zijn, en zien nog duidelijk het spoor waar de vele karretjes met kolen over vervoerd werden, vaak zelfs getrokken door paarden.

De van oorsprong Italiaanse gids, waarvan z’n vader in deze mijn gewerkt heeft, kan veel vertellen over het leven onder en boven de grond.

Na ruim anderhalf uur staan we weer buiten en bekijken het openlucht museum dat rond de mijn gebouwd is.

Dan rijden we nog zo’n tien kilometer tot we uitkomen bij Dalyston Recreation Reserve, een onofficiële overnachtingsplek bij een sportveld, die we vinden via WikiCamps. We staan er net wanneer er een soort Boa-agent langs komt die ons verteld dat we vannacht mogen blijven staan, maar dan moeten vertrekken, dat waren we  toch al van plan, zo bijzonder is de plek niet  !

Verslag 62

Vandaag gaan we Philip Island bekijken, het eiland dat vooral bekend is vanwege de kleine pinguïns die tegen de avond aan land komen. Op weg ernaartoe stoppen we even bij een oude brug vlak aan zee waar druk gesurft wordt op het water, ook is er de “Elephant Rock” te zien, al moet je wel veel fantasie hebben !

Voor we de brug naar het Philip Island oprijden gaan we eerst naar San Remo, een populaire vissersplaats waar elke dag tegen twaalven pelikanen gevoerd worden. Vandaag staan er zestien grote vogels te wachten tot ze visafval toegeworpen krijgen, wat ze dan in één keer naar binnen schrokken om het later te verteren.

Bij sommige zie je dat de vis halverwege de nek blijft steken, je zou het er benauwd van krijgen.

Ook kopen we in San Remo bij een viswinkel een dozijn oesters en twee halve “crayfish”, een soort kreeft die Wim nog steeds een keer wilde eten. Eenmaal op het eiland zoeken we een rustig plekje om de speciale vis rustig te nuttigen, je hebt er zelfs, bij gebrek aan een “kraker”, een waterpomptang voor nodig om alle pootjes open te breken en het visvlees eruit te halen. Voor Wim is dit echt een lekkernij !

Dan wordt het tijd om naar “the Nobbies” te rijden, hier is een prachtige boardwalk langs zee waar de dwergpinguïns aan land komen en de steile weg omhoog naar hun nesten afleggen.

We hebben geluk dat er enkele dieren zijn achtergebleven  die niet naar zee zijn gegaan, we waren namelijk niet van plan om te wachten tot het donker is om de pinguïnkolonie te bekijken.

(Soms moet je wat moeite doen om een goede foto te krijgen !)

Philip Island is ook bekend om zijn mooie surfstranden waarvan we er ook enkele bekeken hebben.

Voor we het eiland weer verlaten rijden we nog naar Pyramid Rock en ook hier zien we weer een “verdwaalde” pinguïn.

Dan wordt het tijd om richting een kampplaats te gaan en na vijftig kilometer rijden komen we uit bij Lang Lang Foreshore Caravan Park. De kampplaats bestaan al sinds 1952 en heeft langs de kust een hele rij oude boothuizen staan waarvan de meeste onbewoond zijn. We krijgen een plekje naast zo’n oud huisje en kijken uit over het water op French Island.

We hebben hier voor twee nachten geboekt, want voor morgen wordt er slecht weer voorspeld, dan heeft verder trekken weinig zin ! 

Verslag 63

We wisten dat we vandaag slecht weer zouden krijgen met veel harde wind en regen, dus hadden we de  twee  zijkanten aan de luifel stevig vastgezet, maar helaas kwam de wind er net omheen gedraaid, waardoor het niet aangenaam was om buiten te verblijven, vooral toen het steeds harder ging regenen. We hebben alles weer afgebroken want het stond te klapperen en zou misschien kapot gegaan zijn.

Voor het eerst deze reis zijn we naar binnen verhuisd, dit is net te doen met z’n tweetjes.

Dus het grootste deel van de dag hebben we binnen spelletjes gedaan terwijl “ons huisje” af en toe behoorlijk schudde en de wind en de regen om de camper heen loeide.

Het water wat gisteren zo kalm en laag was slaat nu met flinke golven tegen de houten afrastering die de huisjes van het strand scheidt.

Tegen half zes is het even droog, zelfs de zon laat zich nog zien, dus gaan we meteen naar buiten om even de benen te strekken met een wandeling langs het strand waar het weer eb wordt.

Ook eten koken schiet er vandaag bij in, dat lukt nu buiten echt niet met windkracht vijf, maar een boterham met pindakaas smaakt ook prima. Nog geen honderd kilometer hiervandaan had Max Verstappen vandaag ook te maken met dit slechte weer tijdens de eerste Grand Prix van dit seizoen in Melbourne, er waren dan ook veel uitvallers, toch heeft hij het gepresteerd om tweede te worden !

Verslag 64

Gelukkig is het vanmorgen weer droog, al staat er nog wel een harde, koude wind. De natte luifel en zijkanten worden weer uitgehangen om te drogen net als onze natte jassen en handdoeken. Voor we vertrekken is alles gelukkig weer droog.

We verlaten de “Western Port” zoals het water hier heet en gaan het binnenland in. Via Drouin rijden we naar Neerim om vervolgens bij Nayook de “Glen Nyook Rainforest Walk” te lopen, een wandeling door de vochtige bossen vol varens en hoge bomen.

Na de lunch rijden we verder naar Yara Junction, een prachtige route door de bossen ook weer met veel varens langs de kant van de weg.

Via Healesville gaan we door het Yarra Ranges N.P. vol bochtige wegen richting Maryville, maar voor die tijd slaan we af naar Maryville State Forest, waar we via een onverharde weg uitkomen bij Andersons Mill Camping Area.

We staan nu op een open plek midden in het bos en kunnen nog geruime tijd in de zon zitten die weer best veel kracht heeft.

Zodra deze echter achter de hoge bomen verdwijnt kunnen we de lange broek en twee vesten aantrekken, zo snel koelt het af. Gelukkig mogen we hier weer een kampvuur maken, die hebben we echt nodig vanavond

Verslag 65

Wanneer je in een bos overnacht heb je grote kans dat je possums ziet en inderdaad, tegen de tijd dat het donker werd kwamen ze tevoorschijn.

Deze dieren met hun prachtige lange, zwarte staart zijn totaal niet schuw, één sprong er zelfs bij een andere kampeerder in de auto. We hadden alle tijd om ze te bekijken want Wim had tijdens het koken iets afgegoten en daar kwamen ze op af.

We hebben vanmorgen heerlijk uitgeslapen, want het bleef lang koud: om acht uur was het pas acht graden en het duurde lang voor de zon boven de bomen uitkwam en voor wat warmte zorgde.  We bevinden ons maar zes kilometer van Maryville en daar heeft een inwoner van die plaats een prachtige tuin ontworpen met allerlei beelden: Bruno’s Sculpture Garden, waar je tegen betaling rond mag wandelen.

We hebben er ruim een uur doorgebracht en zijn zelfs twee keer rondgelopen, elke keer zie je weer iets nieuws.

Daarna rijden we naar de Steavensons Falls en na een korte wandeling zien we een prachtige waterval.

De zon schijnt volop dus gaan we al vrij vroeg naar een kampplaats: Cooksmill Campground in het Cathedral Range State Park en weer lukt het om een leuk plekje te vinden.

Na een late lunch verkennen we de omgeving waarna we genieten van het mooie weer. We zien al snel een wallaby en enkele kangoeroes, ook de kookaburra’s laten van zich horen…….. zouden hier ook possums zitten ?

Verslag 66

Ook hier in het bos van Cathedral Range State Park leven possums. Toen we gisteravond bij het kampvuur zaten hoorden we geritsel en bleek het dat er twee possums in de boom, die vlakbij ons staat, huisden. Deze zijn echter vrij schuw en vluchtten regelmatig het bos of de hoge takken van de boom in.

We verblijven nog in hetzelfde park, dit keer heeft Wím last van z’n rug, zodat we een dagje rustig aan doen. (Met het ouder worden komen de gebreken !!)

We maken alleen een korte wandeling langs het beekje dat hier stroomt en verder luieren we met een leesboek en doen een spelletje.

De temperatuur is weer flink omhoog gegaan en ligt rond de dertig graden, zodat we de meeste tijd in de schaduw doorbrengen. Maar net als gisteren koelt het tegen de avond toch aardig af en gaan we straks ons laatste hout opbranden, dat zal nog een flink kampvuur worden !

Verslag 67

We hadden gister een perfecte avond bij het kampvuur met boven ons een heldere sterrenhemel. Het was windstil en de temperatuur kwam niet onder de achttien graden. Tegen schemertijd kwam er een kangoeroe familie rustig grazen in de buurt van onze kampplaats, het jonkie dronk nog bij z’n moeder uit de buidel. Net voor het donker werd zagen we, op nog geen tien meter afstand, een grote donkere wombat lopen, die even later in de struiken verdween. Ook de possums zijn minder verlegen en komen regelmatig even langs, zelfs onder de luifel. De kampplaats is zo goed als leeg (gisteren stond er nog een hele schoolklas op het terrein), waardoor de dieren weer meer in de buurt komen.

Vanmorgen is het bewolkt en zelfs een beetje vochtig, we verlaten het park en rijden eerst naar Alexandra waar we ons vuil lozen, diesel en water tanken. Via Merton gaan we naar Gooram om de  waterval daar  te bekijken. Ondertussen heeft het al geregend waardoor de wegen glad zijn geworden, het is echt oppassen met rijden zeker bergafwaarts. De Gooram Falls stellen nu niet zoveel voor omdat er niet veel water is, maar na veel regen zal het zeker mooi zijn (misschien morgen al !), wel is de omgeving prachtig !

Bij Euroa heb ik net een foto gemaakt van een grote magpie wanneer het écht begint te regenen en dat doet het nog steeds wanneer we tegen half twee in Shepparton boodschappen gaan doen.

Sinds lange tijd nuttigen we een warme maaltijd in het winkelcentrum zodat Wim vanavond niet hoeft te koken, want er is nog veel meer regen met onweer voorspeld. Achteraf komt dit helemaal goed uit, want bij het inpakken van de boodschappen verrekt Wim z’n rug waardoor hij voorlopig niet veel kan. We wijken uit naar een caravanpark (Vara-Ville Village) waar we een plek met “ensuite” krijgen, bovendien kunnen we hier onder een groot afdak zitten.

Vanaf een uur of zes regent het constant en flink hard ook, maar dat maakt nu niks uit, wij zitten heerlijk droog !!

Verslag 68

Het heeft nog heel wat geplensd vannacht maar vanmorgen is het weer droog en laat de zon zich ook weer zien. Wim moet nog wel heel voorzichtig doen met z’n rug maar we trekken toch weer verder. Deze kampplaats was prima voor één nacht , maar wij staan nu eenmaal liever in de natuur. We rijden terug naar Shepparton waar het museum “Move” staat, een gebouw waar behalve oldtimers ook prachtige vrachtwagens, motoren en fietsen  staan.

Er is zelfs een afdeling met kleding die in de vorige eeuw gedragen werd.

(Ook hier kennen ze molens, maar meer voor de show !)

Tegen de middag rijden we richting de rivier de Murray, hier willen we de komende dagen gaan staan,wel steeds verhuizend naar een ander plekje.

We vinden een prachtige plaats aan het water, af en toe komt er een auto voorbij en op het water een speedboot, maar verder staan we er helemaal alleen, zelfs de kaketoes laten ons met rust.

Tegen de avond hebben we een prachtige zonsondergang en natuurlijk maken we weer een kampvuurtje !

Verslag 69

We werden vanmorgen gewekt door enkele lawaaierige kaketoes, maar het waren er bij lange na niet zoveel als normaal aan de Murray, we zien nu veel meer kookaburra’s. We blijven nog geruime tijd staan op ons mooie plekje, ook omdat we het verslag nog af moeten maken: gisteravond kwamen er opeens allemaal vliegjes en motjes op het licht van de laptop af en konden we echt niet verder met de foto’s. Ook de afwas heb ik laten staan tot vanmorgen, de irritante beestjes kwamen op al het kunstlicht af. Tegen twaalven hebben de camper weer startklaar om verder te trekken, we rijden echter slechts drie kilometer en vinden dan alweer een mooie plek aan de rivier, nog steeds in de buurt van de plaats Barmah.

We kunnen hier iets meer in de schaduw zitten en ook is er meer “leven” aan de andere kant van het water, de New South Wales kant. De Murray vormt namelijk lange tijd de natuurlijke afscheiding tussen de staten Victoria en N.S.W.. Het is tevens de langste en belangrijkste rivier van Australië met een lengte van 1883 kilometer.

Het waterniveau kan erg verschillen: we hebben het heel laag gezien maar ruim twee jaar geleden hadden ze in grote gebieden te maken met overstromingen die toen veel schade aangericht heeft. Ook nu zijn er weer veel bomen waarvan de wortels bijna geen aarde meer hebben, deze zullen binnenkort wel in de rivier vallen, zoals er al zoveel takken en hele bomen in het water liggen.

Vanmiddag hebben we dan eindelijk het hout gekloofd dat we enkele dagen terug al gekocht hadden  maar waar we, vanwege rugproblemen, nog niets mee gedaan hadden. Maar ook vandaag ligt er weer hout “voor het oprapen” langs het water, dus ook nu hebben we het gekochte hout niet eens nodig !

Verslag 70

(Gelukkig hoefden we niet over de oude, houten Stewarts Bridge bij de Goulburn River, maar is er een nieuwe brug naast gebouwd !)

Vandaag (zondag 23 maart) hebben we Echuca bezocht, de interessantste plaats aan de Murray River en al ontstaan in 1864 toen de spoorlijn vanuit Melbourne de rivierhaven bereikte, vanwaar ze katoen, hout, vee en mensen konden vervoeren.

Met zijn raderboten op de diepe Murray werd het plotseling de belangrijkste binnenhaven van Australië met een kade van acht honderd meter lang, gebouwd van rode gombomen.

Bij de oude “port of Echuca” boeken we voor ’s middags een riviercruise van een uur en bekijken er vervolgens de omgeving met z’n oude gebouwen.

(Een beetje groot voor een kampvuur !)

Ook gaan we bij een “wijnhuis” (St. Anne’s vineyards) naar binnen voor een proeverij en komen daar later met twee flessen mousserende wijn weer naar buiten.

De boottrip op de Murray is interessant, we zien veel oude rader- en woonboten en, omdat het weekend is, veel mensen op het water.

De temperatuur stijgt weer naar de achtentwintig graden, dus na de cruise gaan we op zoek naar een overnachtingsplek aan de Murray die we vinden op ruim tien kilometer afstand van de stad.

We staan op een open plek in een bocht van de rivier en zien heel wat vaartuigen voorbij komen: waterskiërs, jetski’s, snelle speedboten en woonboten waarvan de schipper soms moeite heeft om koers te houden, we zitten echt “voor een briefkaart op de eerste rang” ! 

Het bevalt ons nog steeds prima aan de Murray en morgen zoeken we gewoon weer een ander plekje aan dezelfde rivier !

Verslag 71

Wanneer we in het zuidoosten van Australië zijn proberen we altijd meerdere dagen door te brengen aan de Murray. Het is relaxed om hier te staan en je bent er één met de natuur, toch betekent dit ook dat we “aan het werk” moeten: de camper heeft weer een schoonmaakbeurt nodig en de Murray geeft voldoende water ! Vanmorgen zijn we zo’n honderd meter verhuisd naar een plekje in de schaduw én waar we de mogelijkheid hebben om bij de rivier te komen.

Ik heb dan ook heel wat bakken water naar boven gesjouwd en samen hebben we de camper al aardig schoongepoetst.

Gelukkig komen er vandaag niet zoveel boten langs varen, want dan is het water meteen troebel en vol zand wat niet handig is met poetsen.

We zijn heel blij met onze mooie plaats in de schaduw want zelfs daar is het nog dertig graden, in de zon is het nu niet uit te houden.

Tegen de avond gaat de barbecue aan en omdat het dan ook weer flink afkoelt is vervolgens een kampvuurtje altijd weer verwarmend en gezellig !

Verslag 72

Gisteren, tegen de avond, legde een luxe woonboot vlak bij ons aan. Zo’n boot, met platte onderkant, bestaat meestal uit twee verdiepingen: onderin bevindt zich de simpele stuurplaats, een mooie ruime keuken, vier slaapkamers met badkamer en soms is er ook nog een bubbelbad. Boven heb je een grote ruimte met barbecue waar je kunt  eten of relaxen. Meestal worden deze woonboten voor enkele dagen én met meerdere personen gehuurd om de Murray een stuk af te zakken. Het is voor hen net zoiets als voor ons een “weekendje Center Parcs” ! Wij zijn vanmorgen eerst teruggereden naar Maoma, een grotere plaats vlakbij Echuca, maar dan aan de andere kant van de rivier in New South Wales. Hier hebben we boodschappen gedaan, ons afval geloosd en de jerrycan met water bijgevuld. Het was de bedoeling om het (oudste) Holden Motormuseum te bekijken in Echuca, maar deze is helaas een jaar geleden definitief gesloten. Vervolgens zijn we weer op zoek gegaan naar een nieuw plekje aan de Murray in Victoria. We rijden weer over slechte onverharde wegen door de bossen tot we iets vinden wat ons aanstaat.

We maken er een luie dag van, Wim heeft gisteren teveel gedaan en heeft weer flink last van zijn rug, bovendien is het écht warm vandaag: tweeëndertig graden, te warm om te poetsen. Rond acht uur ’s avonds is het nog bijna dertig graden dus een kampvuur hebben we nu niet nodig !

Verslag 73

De Murray is een rivier met ontzettend veel bochten en behalve dat de boeren het water gebruiken voor irrigatie, is de rivier vooral belangrijk voor recreatie.

Op het water heb je de vele boten, waterskiërs en kanoërs,  langs de kant wordt er gevist en veel gekampeerd. Ook vanmorgen zijn we weer vertrokken van onze overnachtingsplaats, het bleek dat we ’s middags  te veel in de zon stonden waardoor we achter de camper moesten zitten.

Zes jaar geleden hebben we met Dennis ook diverse dagen aan de Murray gestaan en hadden toen een prachtig plekje gevonden waar we meerdere dagen verbleven en waarvan ik de coördinaten nog had. Natuurlijk is er ondertussen de enorme overstroming geweest in oktober 2022 waardoor maandenlang alles onder water stond en er veel verwoest is, maar we hoopten de plek nog terug te vinden. Na  zo’n dertig kilometer rijden verder westwaarts komen we dicht in de buurt, maar de plaats ziet er nu heel anders uit: overal zijn dijkjes aangelegd om te voorkomen dat, bij hoog water, alles weer onderloopt.  Toch vinden we een prachtige plek die veel lijkt op wat we zochten en hier parkeren we onze camper, waarschijnlijk voor twee dagen.

Wim kan hier goed vissen en vangt zowaar vier karpers en vier voorns, de beste score deze reis !

We kunnen de hele dag in de schaduw zitten en het is hier heel rustig: er is geen auto langs gekomen, alleen over het water passeren enkele bootjes.

Wél vinden de kaketoes het blijkbaar ook een mooie plek, want die zijn weer volop aanwezig !

Verslag 74

We werden vanmorgen gewekt door de kaketoes, maar na een half uurtje krijsen zat hun ritueel erop en de rest van de dag zijn ze redelijk rustig geweest. Zoals gezegd blijven we nog een dag op hetzelfde plekje staan, Wim kan hier goed vissen en met ruim dertig graden is het fijn dat er genoeg schaduw is. Ook nu vangt hij weer enkele grote karpers en een paar voorns.

Maar we hebben ook tijd om de camper verder schoon te maken en deze staat nu bijna geheel in de was.

Gisteravond begon het hard te waaien waardoor we ervan af zagen om een kampvuur te maken, nu hebben we, uit voorzorg, de camper alvast een stuk gedraaid zodat we uit de wind kunnen zitten én een vuur kunnen maken.

Het is inmiddels half tien, er ligt een hele berg hout klaar, maar het is nog steeds ruim vijfentwintig graden en bijna windstil, we bekijken het kampvuur dan ook vanaf ruime afstand !!

Verslag 75

Toen we vanmorgen wakker werden was het bewolkt en dat blijft het de hele dag, wel is het al tweeëntwintig graden, ideaal weer om de bovenrand van de camper in de was te zetten, waarvoor eerst het dak naar beneden moet. Nadien vertrekken we van ons leuke plekje en komen via onverharde wegen door het bos weer uit op de Murray Valley Highway. 

Onderweg droppen we ons afval in een publieke container en in Cohuna is een watertappunt waar we onze jerrycan weer vullen. Daarna verlaten we de hoofdweg weer en rijden via de River Track langs de Murray op zoek naar een nieuwe overnachtingsplaats. We zien een groepje emoes die zich snel verschuilen achter de bomen en dan bijna één zijn met de omgeving.

We zijn nu niet in de buurt van woonplaatsen waardoor het erg rustig is, we zien helemaal niemand in de bossen rijden en ook op het water zijn geen boten te bekennen. We staan nu op een plekje bij een bocht in de rivier en genieten van de stilte.

(Er moet even een stoel gerepareerd worden, volgende keer zullen we toch echt nieuwe moeten kopen !)

(Er ligt weer genoeg brandhout in het bos voor het oprapen !)

Wim probeert nog even te vissen, maar er is teveel stroming in het water.

Iets na zevenen komt ineens de zon toch nog even tevoorschijn en zorgt voor een schitterende lucht !!

Verslag 76

Gisteravond begon het zachtjes te regenen, we zaten prima onder de luifel met het getik boven ons en een prachtig groot kampvuur voor ons. De hele nacht hield de regen aan, pas vanmorgen rond negenen werd het droog en kwam langzaam de blauwe lucht tevoorschijn. We trekken weer verder en rijden nog lange tijd door de bossen van Gunbower N.P., waar we tientallen kangoeroes verschrikt weg zien springen en even later verbaasd stil zien staan, er komen blijkbaar niet veel auto’s door hun gebied.

Ook een grote groep emoes heeft een mooie plek gevonden bij een groene oase maar loopt de bossen in wanneer wij in de buurt komen.

We bekijken de plaatsjes Koondrook en Barham die tegenover elkaar liggen aan de Murray en veel historie hebben over de scheepvaart uit begin twintigste eeuw.

Dan gaan we richting Swan Hill en stoppen zo’n vijftien kilometer voor die plaats bij “Pental Island”  waar weer diverse mooie plekjes zijn aan de Murray. We vinden het nog steeds heel leuk om aan de rivier te staan, vrij in de natuur met uitzicht op het water en tot nu toe steeds zonder andere kampeerders in de buurt !

Verslag 77

Vanmorgen zijn we naar Swan Hill gereden waar zich het oudste openluchtmuseum van Australië bevindt: Pioneer Settlement. Hier zie je hoe in vroeger tijden de mensen aan de Murray leefden, op en langs het water.  Een heel dorp is nagebouwd met school, kerk, smid, diverse winkels en natuurlijk een raderboot, die al stamt uit 1876.

Ook kun je meerijden in een honderd jaar oude oldtimer of een rondrit maken met paard en wagen.

We wandelen hier zo’n drie uur rond terwijl er een orkestje bekende liedjes speelt, we uitleg krijgen over het boterkarnen, de smid meerdere ijzers in het vuur heeft en we allerlei bedrijfjes van binnen bekijken.

Je kunt hier ook weer een boottocht maken, maar dit hebben we vorige week al gedaan in Echuca, bovendien loopt de temperatuur aardig op en hebben we inmiddels genoeg gezien. Tegen half drie verlaten we Pioneer Settlement en nadat we, voor de laatste keer, onze levensmiddelen bij een supermarkt hebben aangevuld rijden we naar de mooie plek waar we afgelopen nacht ook stonden, het wordt tevens onze laatste overnachting aan de Murray. Onze reis is bijna ten einde, morgen gaan we rustig aan richting Melbourne rijden, onderweg nog enkele stops makend en natuurlijk moet er nog van alles gewassen en schoongemaakt worden voor we naar huis vliegen. We hebben in ieder geval weer prachtige nieuwe herinneringen aan onze tijd aan de Murray !

Verslag 78

Vandaag (31 maart) hebben we twee honderd kilometer afgelegd en bevinden ons nu in de buurt van Bendigo. Al vrij snel maken we een stop bij Lake Boga waar je bij het gelijknamige meer de golven op het water ziet. De laatste dagen staat er steeds een krachtige wind uit het zuiden, maar aan de Murray stonden we mooi beschut.

Ook bekijken we bij Lake Boga prachtig beschilderde silo’s.

Vanaf de plaats Kerang rijden we over de Loddon Valley Highway, een geasfalteerde weg met veel hobbels en spoorvorming. De omgeving is saai: vlak en droog. De koeien en schapen moeten bijgevoerd worden want nergens is gras te bekennen en wanneer er ergens een boer aan het werk is op het land zie je een grote stofwolk achter z’n machine. Toch vinden we nog een leuk plekje om te picknicken langs de weg bij een lagoon, het lijkt hier weer op de Murray.

Tegen half vier stoppen we bij Notley Camping Area, behorend bij Greater Bendigo N.P., waar al diverse kampeerders staan, dat hebben we de afgelopen tien dagen niet meegemaakt ! Ook zijn hier weer (simpele) toiletten, aan de Murray groeven we een gaatje om onze behoefte in te doen, wat voor ons geen enkel probleem was.

We maken nog een korte wandeling, die hier bij de kampplaats aangegeven staat, maar deze stelt niet veel voor.

Daarna wordt het weer tijd voor een spelletje Carcassonne, ons (bijna) dagelijks ritueel. Helaas heeft Wim me weer ingehaald en staat zelfs flink voor, maar het gaat om het spel, niet om het winnen (al baal ik toch wel een beetje dat ik zover achter sta !) !! Wanneer je met meerdere op een kampplaats staat komt er meestal wel een Australiër naar je toe voor een praatje, zo ook vandaag.

We hadden net het avondeten op toen er zelfs twee mannen, met een biertje in de hand,  naar ons toe kwamen, het blijken “goudzoekers” te zijn, maar dan voor de hobby. We hebben uren lang heel gezellig gekletst, al gaat één van de twee eerder weg vanwege de kou (er staat nog steeds een harde wind en het koelt af naar twaalf graden.)  De andere man heeft veel interessante verhalen te vertellen én lust ook wel een wijntje en een whiskey. Voor het eerst deze reis gaan we pas na twaalven naar bed, wel met de nodige alcohol op om warm te blijven !

Verslag 79

We zijn vanmorgen vrij laat opgestaan, hier is de herfst begonnen en het blijft lang fris, pas wanneer de zon boven de bomen uitkomt is het aangenaam. Nadat we het verslag van gisteren hebben afgemaakt (daar had ik vannacht geen zin meer in !) rijden we zo’n twintig kilometer om uit te komen in Marong bij een Big4 Holidays Park. Het wordt tijd om al het beddengoed en de vuile handdoeken te wassen en ook de kleding voor in het vliegtuig moet wél schoon zijn en dat alles doe ik het liefst op een camping waar meerdere wasmachines zijn. We kunnen dan ook meteen de accu’s en andere elektronische apparaten weer opladen en een heerlijke warme douche is ook niet verkeerd.

We boffen nog steeds met het weer dat ’s middags uitkomt op zes en twintig graden en de was is dan ook vrij snel droog. Het is maar goed dat er verder niemand wilde wassen want ik heb alle lijnen nodig ! Ook zijn we nog wel even bezig met de laatste schoonmaakwerkzaamheden, maar rond vijven zijn we helemaal klaar en kunnen we, na een warme douche, nog lange tijd genieten van de zon.

Ons resten nu nog twee hele dagen voor we naar huis vliegen dus morgen gaan we Bendigo verkennen !

Verslag 80

We hebben een leuke, gevarieerde dag gehad. Nog geen tien kilometer verwijderd van onze overnachtingsplek staat een heel groot apart gebouw: the Great Stupa of Universal Compassion, een soort pagoda en de grootste in de Westerse wereld.

Dit is het meest heilige gebouw van het Boeddhisme, we mogen er rondwandelen en het gebouw van binnen bekijken.

De Stupa heeft dezelfde vorm en afmetingen als de Gyantse Stupa (Kumbum) in Tibet: achtenveertig meter hoog en vijftig meter breed.

We zien allerlei Boeddha’s waarvan de  geheel uit jade gekerfde, wel de meest bijzondere is.

Vervolgens rijden we naar Bendigo waar we de Central Deborah Gold Mine bekijken.

In 1851 is er voor het eerst goud gevonden rond Bendigo en tot aan 1954 is er in totaal 24,7 miljoen ounces gevonden, waarmee het duidelijk de rijkste stad van Victoria werd en de één na belangrijkste van heel Australië.   De mijn die wij ingaan (62 meter naar beneden) is in gebruik geweest van 1939 tot 1954 en heeft 929 kilo goud opgeleverd.

Tegenwoordig wordt er nog altijd goud gewonnen in de buurt en er is een tunnelsysteem van meer dan 153 kilometer onder de grond, vaak op wel anderhalve kilometer diepte.

Wanneer we ruim een uur later weer boven de grond zijn gaan we een stukje zuidwaarts en stoppen bij St. Anne’s Winery in Ravenswood waar we een wijnproeverij’tje doen en aansluitend een flesje mousserende Shiraz nuttigen met een uitgebreide kaasplank erbij. Toen we laatst in Echuca waren hebben we, heel toevallig, dezelfde wijn geproefd.

Vlakbij bevindt zich Oak Forest Recreation, een mooie plek in het bos waar we gratis kunnen kamperen en zelfs weer een kampvuurtje mogen maken, waarschijnlijk de laatste deze trip !

Laatste verslag

Ook vanmorgen waren we weer vrij laat uit bed, tegen negenen is het nog geen tien graden. Gelukkig komt de zon weer tevoorschijn waarna het prima weer wordt om koffers te pakken. Er staat namelijk een grote picknicktafel vlakbij zodat we besloten om hier in het bos alvast alle spullen wij elkaar te zoeken. Tegen twaalven zijn de koffers grotendeels gevuld al zijn er natuurlijk enkele artikelen die we vandaag en morgenvroeg nog nodig hebben.

We rijden ruim tachtig kilometer richting Melbourne en stoppen bij Treetops Camp & Activity Centre in Riddells Creek waar we al diverse keren gestaan hebben. Deze kampplaats ligt namelijk dichtbij de plek waar we onze camper stallen (Clarkefield), dus daar kunnen we morgen binnen een half uur naartoe rijden en daarvandaan gaan we met een taxi naar het vliegveld.

We zijn blij dat we vanmorgen al gepakt hebben want het weer wordt er niet beter op: het is de meeste tijd bewolkt en dan meteen erg fris, ook begint het aan het eind van de middag te miezeren. We hebben de luifel niet meer uitgerold, want deze is mooi droog en dat willen we zo houden.

Voor zessen zitten we zelfs al in de camper en gebruiken daar ook de avondmaaltijd. Het wordt nu écht tijd dat we naar huis gaan, het was vandaag in Holland net zo warm als hier (19 graden) !

We hebben weer een prachtige reis gemaakt (en bijna negen duizend kilometer afgelegd) en al die tijd schitterend weer gehad, slechts drie keer hadden we overdag regen en dat in drie maanden tijd ! Thuis wacht ons weer een drukke, maar gezellige tijd en natuurlijk hebben we alweer diverse plannen voor volgende trips, want zolang we gezond zijn blijven we reizen !

Kreta 2024 met onze kinderen en kleinkinderen

Verslag 1

Onze eerste vliegreis was in 1993: een week naar het Griekse eiland Kreta en ook al heeft Wim daar toen twee dagen op bed gelegen vanwege een voedselvergiftiging (de dokter moest er zelfs aan te pas komen), toch was het een hele belevenis voor ons en hebben we veel van het eiland bekeken. Nu, eenendertig jaar en vele vliegreizen verder, gaan we er weer naartoe. Dit keer twee weken samen met onze kinderen en kleinkinderen. We hebben een villa gehuurd met zwembad en beschikken de hele periode over twee auto’s, we gaan Kreta herontdekken ……… we hebben er zin in !

Nadat we vanmorgen (zaterdag 19 oktober) al heel vroeg uit de veren moesten, we vliegen al om acht uur vanaf Eindhoven, komen we na een heel ontspannen vlucht (met één uur tijdsverschil) rond de middag aan in Iraklion waar de twee auto’s voor ons klaar staan.

We moeten eerst ruim een uur rijden voor we arriveren  in Rethimnon en hier wordt  het even zoeken naar ons onderkomen: villa Harmony. We missen een smalle afslag steil omhoog waardoor we gaan dwalen en pas tegen vieren aankomen bij de drie verdiepingen tellende villa waar we vriendelijk worden ontvangen door de (jarige) eigenaresse.

Binnen staan een fles wijn, olijfolie, raki, olijven, paprika’s en tomaten voor ons klaar, allemaal uit eigen tuin, en later krijgen we ook nog taart aangeboden van de jarige !

De jongens gaan meteen het zwembad in en ook Dennis plonst het, door de zon verwarmde, water in.

Natuurlijk moeten er ook nog een heleboel boodschappen worden gedaan, maar rond zeven uur zitten we met z’n allen aan de warme maaltijd. Tot laat in de avond verblijven we buiten (wel met een vest aan), een prima begin van twee weken “Kreta” !

Verslag 2

We hebben allemaal heerlijk uitgeslapen en na een laat ontbijt buiten op het grote balkon rijden we naar Rethimnon waar boven de binnenhaven het Fortétsa de stad beheerst. We komen er via zeer smalle straatjes waar het eigenlijk alleen voor voetgangers toegankelijk is !

Het Venetiaanse fort is gebouwd rond 1580  om de Turkse aanvallen op de stad het hoofd te bieden.

De verdedigingsmuren zijn nog grotendeels in tact, maar binnen is een groot deel tot ruïne vervallen, al staat er nog wel een kerkje en een mooie, gerestaureerde moskee.

Hier wandelen we enkele uren rond en keren dan terug naar “ons huisje” waar we allemaal het water ingaan al valt de temperatuur ervan wat tegen !

Tegen de avond gaat de barbecue aan en weer blijkt dat alles hier prima geregeld is: zelfs voor briketten en hout is gezorgd.

Nadien zitten we nog een tijdje bij een verwarmend vuurtje waarna we naar binnen verhuizen en nog lange tijd diverse spelletjes spelen, de favoriete bezigheid van de hele familie !

Verslag 3

We hebben een heel leuke, gevarieerde dag gehad: via het bergdorp Spili, waar we een klooster en de Venetiaanse fonteinen met leeuwenkoppen bekijken, rijden we naar het vissersdorp Agia Galini.

Hoog boven de haven staan de beelden van Icarus en Daedalus, bekend van de Griekse mythologie.

We strijken neer bij een leuk restaurantje met uitzicht op de haven en genieten van het heerlijke Griekse eten met vooral veel verse vis.

We vervolgen onze weg naar Mátala waar in de zandstenen rotsen boven het strand al in de Romeinse tijd grotten zijn uitgehakt die toen dienst deden als begraafplaats. Later werden deze als rotswoningen gebruikt door de eerste Christenen en korter geleden door hippies.

Tegenwoordig kun je ze, tegen een kleine vergoeding, bezichtigen en we klimmen dan ook allemaal de rotsen op om enkele grotten van binnen te bekijken.

Marcel, Stijn en Ruben klauteren helemaal omhoog tot ze alle woningen gezien hebben.

Nadien zoeken we verkoeling in het water van de Middellandse Zee dat nog een prima temperatuur heeft.

Daarna moeten we nog anderhalf uur rijden voor we, inmiddels in het donker, terug zijn bij ons onderkomen, waar we nog geruime tijd buiten zitten, nagenietend van de prachtige dag !

Verslag 4

Na de drukke dag van gisteren doen we het vandaag kalm aan en brengen de meeste tijd in en rond het zwembad door.

Pas tegen vijven rijden we naar het oude centrum van Rethimnon en kunnen nog net twee plekjes vinden om onze voertuigen te parkeren in een lange rij auto’s bij de haven.

Nadat we een tijdje rondgelopen hebben, we kijken zelfs nog even naar een internationale wedstrijd voetbal voor zes personen,

strijken we neer bij een leuk Grieks restaurantje waar het eten weer prima smaakt, voor een redelijke prijs.

Nadien wandelen we nog even naar de haven en ook hier barst het van de restaurantjes. Zelfs “the Seven Brothers”, waar Wim z’n voedselvergiftiging heeft opgelopen bestaat nog !

Bij terugkomst bij de auto’s zit er helaas bij beiden een bekeuring (40 euro) achter de ruitenwissers voor verkeerd parkeren,….. wordt het toch nog een duur etentje !

Verslag 5

Op het bergachtige Kreta kan je door verschillende kloven wandelen, de bekendste is de Samaria-kloof, maar deze is achttien kilometer lang, (we hebben hier eenendertig jaar geleden doorheen gelopen). Een goed alternatief is de Imbros-kloof, deze is acht kilometer lang en gaat bergafwaarts, wat minder vermoeiend loopt, maar toch een aanslag op je knieën is.

De tocht is werkelijk schitterend en de kloof is op z’n smalst slechts één meter zestig breed.

We hebben er zo’n vier uur over gedaan en aan het eind kan je met een taxibusje terug naar het beginpunt, al was deze rit niet echt comfortabel: op een houten bankje achterin de auto en dan constant door bochten rijdend !  Eenmaal terug bij de auto’s moesten we nog ruim een uur crossen voor we terug waren bij onze “villa”, waar de barbecue weer aanging.

Weer hebben we een prachtige dag gehad, al zullen we morgen wel spierpijn hebben !

Verslag 6

Vlakbij Iraklion, de hoofdstad van Kreta, bevindt zich in Knossos een oude ruïne van een Minoïsch paleis gebouwd omstreeks 1700 v. C. en één van de bekendste bezienswaardigheden van het eiland. Natuurlijk willen wij dit ook bekijken en na anderhalf uur rijden komen we aan bij de opgravingen van Knossos waar het eind oktober nog flink druk is.

Tussen 1900 en 1929 (n.C.) is het paleis gedeeltelijk gerestaureerd maar niet op een mooie manier: er is veel beton gebruikt en ook zie je veel hekwerk en metalen buizen om muren te stutten.

Wij vinden het dan ook erg tegen vallen en zijn na een uur wel uitgekeken.

We rijden nog even langs de haven van Iraklion en gaan dan terug richting Rethimnon. Tegen drieën stoppen we bij het kustplaatsje Bali waar we bij een leuk restaurantje weer een heerlijke maaltijd nuttigen,

om vervolgens naar het lager gelegen zandstrandje te lopen waar Marcel, Dennis en de jongens nog even de zee induiken. Marieke en ik houden het bij pootje baden.

Het water is met vierentwintig graden warmer dan de buitentemperatuur die vandaag blijft steken bij eenentwintig. Het blijkt de laatste week te zijn in Bali dat alles geopend is, het toeristenseizoen is hier bijna afgelopen.

Nadat we in Rethimnon nog wat boodschappen hebben gedaan is het alweer donker voor we thuis zijn, toch springen Stijn en Ruben ook hier nog even het zwembad in, het zijn echte “waterratten” !

Verslag 7

De wegen op Kreta zijn vaak vol bochten maar wel in goede staat, alleen de binnenwegen zijn soms onverhard. In de grotere steden is het, behalve met het drukke verkeer, erg opletten met de vele scooters die je aan alle kanten voorbij schieten. Ook hebben de voetgangers altijd voorrang waardoor je regelmatig op de rem moet trappen. Vanmorgen hebben we, in het noordwesten van het eiland, de pittoreske stad Chania bezocht, ook wel “de diamant van Kreta” genoemd. Na een rit van ruim een uur komen we uit bij de Venetiaanse haven waar zich ook weer een fort (Firkás) bevindt, dat in vroeger tijden de stad bewaakte.

Het hele havengebied doet Italiaans aan en ziet er erg gezellig uit.

Aan het eind van de havenmuur staat een opvallende vuurtoren en ook de moskee van de janitsaren uit 1645 (het oudste Osmaanse gebouw op het eiland) kun je niet missen.

Dit keer eten we niet in de bezochte plaats maar keren terug naar onze verblijfplaats waar het ons aan niets ontbreekt. Tot zes uur vermaken we ons beneden bij het zwembad tot het te koel wordt en we twee verdiepingen hoger gaan waar we zowel binnen als buiten kunnen zitten en ’s avonds een heerlijke, door Marcel en Marieke bereide, spaghetti nuttigen !

Verslag 8

Ook vandaag zijn we weer op pad geweest en wel naar de zuidkant van het eiland, dwars door de prachtige bergen waar, op een afgelegen locatie, hoog boven de Libische Zee het prachtige klooster Moni Préveli staat dat een belangrijke rol speelde bij de evacuatie van geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De gebouwen liggen gegroepeerd rond een groot binnenplein uit 1731, er staat een 19de-eeuwse kerk en er is een klein museum met religieuze voorwerpen te bezichtigen.

Verder landinwaarts zijn de restanten van het originele 16de-eeuwse oude klooster (Káto Préveli) nog te zien langs de rivier de Megapotomos, waar zich ook een mooie oude brug over het water bevindt.

We rijden door naar Plakiás met z’n lange strand omringd door hoge bergen.

Het is er echter nogal winderig dus wijken we uit naar het strand van Damnóni, waar we eerst een leuk restaurantje opzoeken gelegen aan het water. Weer kiezen we een heerlijke vismaaltijd uit en zijn we, met een halve liter bier erbij, nog geen twintig euro p.p. kwijt.

Wat ook leuk is: overal krijg je, na de maaltijd, nog een extraatje. We hebben al watermeloen gehad, een puddinkje met een likeurtje, een ijsje en een heerlijk stuk gebak.

Nadien gaan Dennis, Marcel en de jongens de zee in, Wim, Marieke en ik vinden het te fris en genieten van de prachtige omgeving.

Op de terugweg rijden we weer door de schitterende Kourtaliótiko- kloof waar we nog even stoppen voor we richting Rethimnon rijden.

Weer hebben we een prachtig stukje van Kreta gezien. Bij aankomst is ons onderkomen helemaal schoongemaakt en zijn ook de bedden en handdoeken verschoond, we zijn heel blij met onze keuze voor “villa Harmony” !

Verslag 9

We zijn nu een week op het eiland en hebben al ontzettend veel gezien, vandaag blijven we dan ook een dagje bij de villa relaxen en voor het eerst slapen we heerlijk uit. Toch zijn we niet héél laat op, omdat de klok een uur terug gezet wordt, net als in Nederland gaat hier de wintertijd in.

We zitten bij het zwembad wanneer de buurvrouw, eigenaresse van onze villa, langskomt met tomaten, paprika’s, olie en kaas. Ze vertelt ons van alles over haar “landgoed” waar ze zelf wijn, raki en olijfolie maken en natuurlijk hebben ze ook vaten vol met olijven.

We krijgen een nieuwe voorraad wijn en olijven van haar omdat we nog een week blijven. Ze is al tachtig jaar en drinkt elke dag raki en wijn samen met olijven en kaas, zo blijft ze, net als de meeste Grieken, jong !

Het is vandaag heerlijk onbewolkt weer en zo’n twee en twintig graden, we blijven dan ook tot bedtijd buiten. Na een maaltijd van de barbecue gaan er extra takken (van de olijfbomen) op het vuur als afsluiting van een prachtige dag !

Verslag 10

Kreta is het grootste eiland van Griekenland met een lengte, van oost naar west, van twee honderd en vijftig kilometer, de breedte varieert van twaalf tot zestig kilometer en de kustlijn bedraagt ruim duizend kilometer. Bij Rethimnon zitten we aardig centraal om alles te bekijken, maar toch moeten we vandaag zo’n honderd veertig kilometer afleggen om bij Spinalonga te komen, gelegen in het oosten in de buurt van Agios Nikólaos. Spinalonga is een eilandje in de golf van Elounda waar een 16de-eeuws Venetiaans fort op staat.

Nadat het jarenlang aanvallen van de Turken had doorstaan, deed het tot rond 1955 dienst als leprozenkolonie. Vanuit het haventje van Pláka varen we naar het eilandje waar we twee uur rondwandelen en omhoog klauteren naar de top. Het is heel interessant om te zien hoe hier zo’n elf honderd zieke mensen gewoond hebben.

Tegen tweeën varen we terug en rijden naar het vlakbij gelegen Elounda waar het heel druk is vanwege Óchi-dag (Nee-dag)), een nationale gedenkdag die jaarlijks op 28 oktober wordt gehouden.

Er wordt herdacht  dat de Grieken in de Tweede Wereldoorlog het ultimatum van Mussolini afwezen om het Italiaanse leger toegang tot Grieks grondgebied te verlenen. In Elounda rijden we over een smalle dam naar het bijbehorende schiereiland, ook Spinalonga genaamd, waar we een stuk over slechte, onverharde paden rijden (wat eigenlijk niet mag met de huurauto’s !) om vervolgens een wandeling te maken op zoek naar restanten van mozaïeken in een oude kerk die we helaas niet kunnen vinden.

Dan wordt het tijd om terug te keren, we willen via bergweggetjes en het Lasithi-plateau naar Rethimnon gaan wat ontzettend veel tijd kost. Wel is het erg leuk rijden door kleine bergdorpjes waar de restaurantjes vandaag vol zitten en het soms lastig passeren is met auto’s.

We zien diverse oude windmolens die in vroeger tijden het land irrigeerden en bevinden ons lange tijd op 825 meter boven de zeespiegel.

Het begint al te schemeren voor we weer op de grote kustweg zitten en moeten dan nog bijna twee uur rijden.

Bij Iraklion maken we een stop bij een restaurant want onze magen beginnen te knorren, waarna we onze weg vervolgen en tegen negenen bij de villa aankomen.

We zijn precies twaalf uur onderweg geweest. Het was een prachtige, gevarieerde maar ook vermoeiende dag !

Verslag 11

Vanmorgen zijn we naar het prachtige klooster Moni Arkadíou gereden, gelegen op een plateau in het Ida-gebergte en slechts een half uurtje rijden vanaf ons onderkomen.

Het heeft zijn bekendheid vooral te denken aan de collectieve zelfmoord in 1866: na een belegering van twee dagen drongen op 9 november duizenden Turkse soldaten de westelijke poort binnen. In het klooster scholen honderden vrijheidsstrijders met hun vrouwen en kinderen. Ze wilden niet in de handen van de Turken vallen en besloten de kruitvoorraad op te blazen. De meeste Kretenzers in het klooster vonden de dood, evenals honderden Turken.

We bekijken er de prachtige Venetiaanse gevel uit 1587, het gerestaureerde interieur van de kerk en de kruitkamer zonder dak die nog duidelijk de sporen van de explosie draagt.

Ook zijn de schedels van de slachtoffers uit 1866 nog te zien. Het is allemaal erg indrukwekkend en mijn fototoestel maakt weer overuren.

De rest van de dag brengen we bij de villa door, het is nog steeds prachtig weer, we genieten volop !

Verslag 12

Vandaag zijn we de hele dag bij ons onderkomen gebleven. De jeugd sprong regelmatig het water in en vooral Ruben en Stijn houden het er lang vol, al wordt het water alleen door de zon verwarmd en vonden Wim en ik het te koud.

We doen verschillende gezelschapsspelletjes, ook met de jongens en maken een wandelingetje over het terrein rond de villa waar allerlei soorten fruitbomen en natuurlijk heel veel olijfbomen staan.

Tegen de avond gaat de barbecue weer aan gevolgd door een mooi kampvuurtje waar we gezellig geruime tijd bij zitten. We eindigen weer binnen met …..natuurlijk alweer een spelletje !

Verslag 13

Het is vandaag bewolkt en de temperatuur komt niet boven de twintig graden. Toevallig hadden we gepland om naar het CretAquarium te gaan wat inpandig is. Wel moeten we weer anderhalf uur rijden om er te komen want het bevindt zich ten oosten van Iraklion bij Gournes.

We zien er allerlei vissen die leven in de Middellandse Zee en ook schildpadden, koraal en kwallen.

Vervolgens rijden we naar Chersónisos, een populaire plaats voor jongeren en zelfs bekend van het TV programma Oh Oh Cherso.

Wij vinden de plek weinig sfeervol maar toch vinden we weer een leuk restaurantje aan zee waar we weer heerlijk Grieks eten. Wel zie je ook hier dat het einde van het seizoen nabij is.

We rijden nog even naar het “oude” Hersonisos, iets meer landinwaarts, waarna we de lange weg terug naar de “villa” nemen.

Weer is het donker voor we thuis zijn en blijven we ’s avonds binnen, de herfst is nu ook hier duidelijk begonnen.

Op de TV zien we de natuurramp die zich voltrokken heeft bij Valencia met ruim honderd vijftig dodelijke slachtoffers door overstromingen, veroorzaakt door opwarming van de aarde, iets wat we de laatste tijd helaas regelmatig meemaken !

Verslag 14

De laatste dag op Kreta maken we nog een prachtige wandeling door de Mili Gorge welke vlakbij Rethimnon ligt.

We zien onderweg enkele oude kerkjes, watermolens en veel vervallen huizen die in het verleden bewoond zijn geweest.

Er stroomt een kabbelend beekje door de kloof langs de vele ruïnes waarvan we er natuurlijk verschillende van binnen bekijken.

Ook zijn hier vroeger veel olijven geperst waarvan de oude machinerieën nog te vinden zijn.

(Halverwege is er een barretje met een toilet)

We wandelen eerst bergafwaarts maar moeten dezelfde weg (totaal vijf kilometer) weer terug, waardoor we aardig verhit terugkomen bij de auto’s.

Dan rijden we naar het oude centrum van Rethimnon waar we aan de haven voor de laatste keer uit eten gaan.

(Gevaarlijk transport, dit zou in Nederland niet kunnen !)

Marcel en Marieke trakteren ons op een heerlijke vismaaltijd, alvast ter ere van hun twaalf en een half jarig huwelijk op 9 november a.s..

Eenmaal weer bij de villa wordt het tijd om de koffers te pakken, maar eerst gaan de meesten nog een keer de pool in, al is het water nu wel vrij koud.

Wim ontdoet ondertussen, met hulp van Dennis, de auto’s van al het stof zodat we ze morgen redelijk schoon kunnen inleveren.

De laatste avond wordt weer doorgebracht met spelletjes, ook de jongens doen, tot ze naar bed gaan, goed mee !

Verslag 15

We zijn allemaal om zeven uur opgestaan en hebben nog rustig buiten ontbeten. De jongens knuffelen nog een laatste keer met de kitten, die de hele tijd aanwezig was en heel wat stukjes worst en kaas gekregen heeft.

Ook Maria, de tachtig jarige buurvrouw komt ons hartelijk gedag zeggen, waarna we naar de luchthaven in Iraklion rijden. Bij het autoverhuurbedrijf voldoen we onze parkeerboetes, want we hadden geen idee waar we dit anders konden doen.

(Waar heb ik die bon van de bekeuring gelaten !?!)

Onze prachtige, afwisselende vakantie zit erop, we hebben ontzettend veel gezien en gedaan en zo’n zestien honderd kilometer afgelegd met de auto’s. Ook hebben we geboft met het weer al begint het nu echt herfst te worden op Kreta.  Maar bovenal was het heel gezellig met z’n allen, kinderen bedankt voor deze reis vol met nieuwe herinneringen !!

Scandinavië 2024

Verslag 1

Sinds lange tijd gaan Wim en ik weer eens sámen met de camper op reis. We willen via Denemarken en Zweden naar Noorwegen met als noordelijkste punt de Lofoten, waarna we weer langzaam afzakken naar Zuid Noorwegen. Ik heb dit keer wél een route uitgestippeld maar géén overnachtingsplaatsen opgezocht, je mag namelijk haast overal in Scandinavië vrij kamperen en we zien wel hoe ver we op een dag rijden, we hoeven nu met niemand rekening te houden en kunnen dus stoppen wanneer we willen. Gistermorgen (woensdag 5 juni) zijn we uit Dodewaard vertrokken en naar Roel en Janna in Sellingen (Groningen) gereden waar we mijn verjaardag hebben gevierd. 

Ik ben 65 geworden en Wim heeft afgelopen donderdag (30 mei) de 70 jaar bereikt. Dit hebben we zondag al uitgebreid met de familie gevierd en gisteravond zijn we gezellig met Roel en Janna uit eten geweest en hebben daarna tot in de kleine uurtjes nog bij elkaar gezeten.

Ik heb gisteren heel wat app-jes, mailtjes en telefoontjes gehad met felicitaties, erg leuk ! We hebben onze fietsen meegenomen en achtergelaten in Sellingen: de tweede week van augustus hebben we daar een reünie van de “Mamma-Mia groep” (met z’n achten) en we hopen dan terug te zijn van onze trip. Dus als het goed is begint en eindigt onze reis bij Roel en Janna ! Vanmorgen hebben we heerlijk uitgeslapen en zijn pas, na een bak koffie van Janna, aan het eind van de morgen uit Sellingen vertrokken om vier honderd twintig kilometer, over snelwegen, af te leggen naar Puttgarden, waar we tegen zessen aankomen.

We staan nu op een parkeerplaats vlakbij de haven en hiervandaan gaan we morgenvroeg met de veerboot over naar Rodby, gelegen op het eiland Lolland in Denemarken, en kan onze reis door Scandinavië echt beginnen !

Verslag 2

Gisteravond hadden we via internet al een ticket geboekt voor de overtocht van Duitsland naar Denemarken (om kwart voor tien) en vanmorgen stonden we ruim op tijd te wachten bij de veerboot die ons in drie kwartier naar Rodby bracht.

Aan boord kun je natuurlijk taxfree geurtjes en drank kopen en ook al hebben we een flinke voorraad wijn en whiskey in de camper, toch nemen we nog een doos wijn en een fles Amarula mee !

Eenmaal in Denemarken rijden we naar Nykobing Falster waar zich het “Middelaldercentret” bevindt, een gereconstrueerd middeleeuws dorp dat een idee geeft hoe men in de veertiende eeuw leefde.

Medewerkers in aangepaste kledij geven demonstraties van oude ambachten en ook zien we hoe een grote steenslinger gebruikt werd.

Nadien rijden we verder in noordoostelijke richting en komen tegen vieren uit bij Mons Klint, waar witte kalkrotsen uittorenen boven de Oostzee, al zijn deze niet zomaar te zien.

Nadat we onze camper geparkeerd hebben wandelen we door het bos naar de rand van de klif die op z’n hoogste punt honderd achtentwintig meter hoog is.

Hier loopt een wandelpad met flinke hoogteverschillen en vanwaar je af en toe een mooi uitzicht hebt op een klif, voornamelijk gevormd uit kalkhoudende schelpen van zeventig miljoen jaar oud. Ooit werd er uit deze rotsen kalk gewonnen, maar nu is het beschermd gebied.

Ruim een uur later zijn we terug bij de camper, voor vandaag hebben we genoeg gezien en voldoende beweging gehad, dus blijven we op de bosrijke parkeerplek staan om te overnachten ! 

Verslag 3

Vlakbij onze overnachtingsplek bevindt zich het Liselund Slot, een piepklein paleis dat ooit behoorde tot de Koninklijke Deense familie.

Er ligt een mooi park omheen en nadat wij hier een rondje gewandeld hebben rijden we weer verder via een brug naar een volgend eiland van Denemarken. Dit Scandinavische land heeft namelijk meer dan vierhonderd en tachtig eilanden waarvan er zo’n honderd bewoond zijn.

Op het eiland Seeland, waar ook de hoofdstad Kopenhagen ligt, is ook een stukje kustlijn met kalkstenen kliffen: Stevns Klint. Bij Store Heddinge zijn we een vuurtoren ingeklommen (vijfennegentig treden !) en zagen daar dat we nog iets noordelijker moesten zijn om de witte  rotsen te zien.

We kwamen uit bij Mandehoved, een mooi (Unesco) natuurgebied waar we veel vogelaars zagen én de kliffen.

Richting Koge staat in Vallo een mooi slot met een gracht eromheen uit de Renaissancetijd,

nadat we deze van buiten bezichtigd hebben gaan we op zoek naar een camperplek en vinden deze tussen Kobe en Kopenhagen bij het Mosede Fort, een verdedigingswerk uit de Eerste Wereldoorlog.

Net nadat we het fort bekeken hebben begint het te spetteren en nu zitten we gezellig in de camper met het getik van de regen op het dak !

Verslag 4

De temperatuur ligt vandaag rond de dertien graden en er staat een harde wind, ook valt er af en toe een flinke bui regen, maar dit weerhoudt ons er niet van om dingen te ondernemen. We rijden eerst naar Frederikssund waar een vikingdorp moet zijn. Helaas stelt het nu niet veel voor en is het vooral interessant wanneer er festiviteiten zijn in de zomer.

We gaan door naar Hillerod, hier staat een prachtig kasteel aan een meer: het Frederiksborg Slot, waar we met een bootje naartoe varen.

Het kasteel is nu een museum en heeft zo’n tachtig kamers die luxueus zijn ingericht en allemaal prachtige versierde plafond hebben.

Er is ook een inpandige kerk (Slotskirken) waar in het verleden (1671-1840) Deense vorsten gekroond werden. Vandaag zingt er een gemengd koor begeleid door een orkest wat werkelijk schitterend klinkt.

Pas ruim na vieren verlaten we het kasteel en wandelen terug naar de camper.

Zo’n vijftien kilometer verderop vinden we (weer) een gratis camperplek bij Fredensborg (wat lijken die namen toch op elkaar !) en ook hier bevindt zich een kasteel dat we morgen gaan bekijken !

Verslag 5

We konden vanmorgen zo vanuit onze camper via het “schapenpaadje” naar het kasteel wandelen, één van de belangrijkste residenties van het Deense koningshuis waar vaak belangrijke gasten vanuit de hele wereld komen.

Ik heb nog een verouderde reisgids waarin stond dat Fredensborg Slot elke dag te bezoeken is, maar in de huidige tijd moet je van te voren boeken en is het kasteel alleen in juli en augustus voor publiek open. We hebben dus door de prachtige tuinen gewandeld waar zeventig sculpturen van vissers en boeren te zien zijn en wanneer we tegen elven terug zijn bij de camper hebben we al vier en een halve kilometer afgelegd.

We rijden naar Gilleleje, de noordelijkste stad van Seeland en één van de oudste Deense vissersplaatsen, waar nog volop vis verhandeld wordt. 

Via Hornbaek, met z’n mooie stranden, gaan we naar Helsingor waar we om kwart over één overvaren naar de Zweedse plaats Helsingborg.

Weer zien we een kasteel: Kronborg Slot, dat aan de haven staat en goed te zien is vanaf de boot.

Net als bij de overtocht van Duitsland  naar Denemarken worden we totaal niet gecontroleerd op paspoort of goederen ! Eenmaal in Zweden rijden we naar het schiereiland Kullen met z’n leuke vissersdorpjes en kleine haventjes. Na een korte stop bij het plaatsje Arild zetten we even later, tegen drieën, ons huisje neer bij de haven van Svanshalls, waar we daarna uren in het zonnetje zitten.

Het is vandaag prachtig weer dus daar willen we wel volop van genieten !

Wanneer Wim met een gieter bezig is water bij te vullen in de camper loop ik naar een dichtbij gelegen natuurreservaat “Stenbrott”, een prachtig stukje natuur.

Pas tegen half acht verhuizen we naar binnen waar Wim weer een heerlijke maaltijd klaarmaakt en we vanuit ons raam zo op de baai “Kälderviken” uitkijken !

Verslag 6

Nadat we vanmorgen nog geruime tijd op ons mooie plekje aan het water gebleven zijn rijden we via de plaats Laholm naar Simlängsdalen waar je de Danska Fall kunt bekijken.

We maken hier een prachtige wandeling van een uur door mooie bossen, langs de snelstromende Assman rivier en natuurlijk naar de waterval die bruin kleurt door de vele regen die er gevallen is.

We hebben onze TomTom ingesteld op “snelwegen vermijden” en rijden de hele tijd over slingerende, smalle wegen langs akkervelden, dan weer door dichte bossen of langs een meer, maar altijd is het dunbevolkt gebied. Voorbij Falkenberg stoppen we nog even bij het haventje van Glommen en rijden dan door naar een camperplek in Ledsgard, waar we zelfs gebruik kunnen maken van een douche !

Tot bijna acht uur zitten we buiten in het zonnetje waarna we naar binnen verhuizen en ’s avonds natuurlijk weer een spelletje Carcassonne doen !

Verslag 7

We hebben vandaag veel regen gehad, iets wat de laatste tijd in Nederland ook veelvuldig voorkomt, net als de vrij lage temperaturen ! Nadat we enkele uren gereden hebben passeren we rond de middag Göteborg en na een flinke onweersbui met hagel gaan we, in het iets noordelijker gelegen Kungälv, toch nog wat bezichtigen, namelijk Bohus Fästning, de ruïne van een fort oorspronkelijk uit 1308. 

Er is heel wat gevochten rond dit kasteel door de Denen, Noren en Zweden, maar het is nooit veroverd en sinds 1658 in Zweedse handen.

Nadien rijden we nog een half uurtje en vinden een prachtig plekje aan de zuidkant van het meer Anten, waar we nog eventjes buiten zitten tot het weer begint te regenen. Maar ook vanuit de camper hebben we een heel mooi uitzicht op het meer !

Verslag 8

Helaas staat er vanmorgen weer een harde, koude wind en is het slechts tien graden. Als de temperatuur tien graden hoger was geweest waren we nog wel een dagje op dit idyllische plekje gebleven, dit heeft nu weinig zin. Even later begint het zelfs te regenen en dit doet het een groot deel van de dag. Gelukkig hebben we daar geen last van wanneer we aan het eind van de morgen in Trollhattan het SAAB museum bezoeken. Hier staan zo’n honderd en twintig auto’s opgesteld, de oudste dateert uit 1947.

We zien nog meer moois vandaag: aan de westkant van het grote Vänern-meer ligt een waterrijk gebied waar het Dalslandkanaal doorheen loopt en met een hoogteverschil van vijfenveertig meter zijn er negentien sluizen in dit kanaal aangelegd. Bij de plaats Häverud wordt een kloof met een negen meter hoge waterval overbrugd door vier sluizen en een lang stalen aquaduct (dat met 33.000 klinknagels aan elkaar zit !) gevolgd door nog een sluis, een vernuftig stukje vakwerk ontworpen door Nils Ericsson in 1860.

We hebben hier ruim een uur staan kijken hoe enkele kanoërs door de sluizen steeds een stuk hoger kwamen om uiteindelijk via het aquaduct hun weg te vervolgen, al die tijd hadden we gelukkig droog weer.

Iets voorbij Bengtsfors stoppen we tegen half vijf op een kleine parkeerplaats met uitzicht op een weide en hier brengen we de nacht door. We hebben nog even de stoelen buiten gezet, maar dit was helaas van korte duur, weer was de regen spelbreker ! 

Verslag 9

We zijn vanmorgen eerst naar het openluchtmuseum(pje) Gammelgärden in Bengtsfors gegaan, helaas kan je alleen op afspraak de huisjes van binnen bekijken dus blijft het voor ons bij de buitenkant van de gebouwen.

Onze volgende stop is rond de middag bij Borgvik waar een oude gieterij (operationeel van 1600-1925) te zien is, een belangrijk monument uit een voorbij industrieel tijdperk !

We leggen weer heel wat kilometers af in noordelijke richting, steeds door heuvelachtig gebied, langs vele meren, leuke huisjes en dichte bossen. Overal staan lupinen in het wild  en met het zonnetje erbij is het prachtig rijden.

Geruime tijd volgen we het langgerekte Fryken-meer en rond vieren stoppen we aan de noordelijke punt bij Oleby waar we onze camper aan de waterkant neerzetten.

Dit keer zitten we ruim twee uur buiten, Wim doet zelfs z’n korte broek aan en weer is het ons gelukt een mooie, gratis overnachtingsplek te vinden waar we helemaal alleen staan !

Verslag 10

De laatste nachten wordt het niet meer donker, de zon gaat wel onder maar hij blijft vlakbij de horizon waardoor het slechts schemerachtig wordt. Over enkele dagen, wanneer we nog noordelijker zijn, blijft het gewoon dag en nacht licht !

We rijden vanmorgen ruim honderd en vijftig kilometer voor we bij de plaats Mora zijn, maar voor die tijd hebben we al boodschappen gedaan (bij de Lidl), water bijgevuld, de tank vol diesel gegooid en wat gegeten.

Acht kilometer ten zuidenoosten van Mora ligt het plaatsje Nusnäs en hier wordt het nationale symbool van Zweden, het Dala-paard gemaakt. Het houten paard, oorspronkelijk een 19de-eeuws stuk speelgoed, wordt gesneden en kleurrijk beschilderd.

Wij bekijken de werkplaats en de vele paardjes, die in diverse maten voor veel geld verkocht worden, maar hoeven dit niet thuis op de schoorsteenmantel te hebben staan ! 

Dichtbij ligt een oude traditionele kerkboot uit de elfde eeuw, deze werd gebruikt voor uitstapjes naar de kerk of voor roeiwedstrijden en er konden tachtig mensen in zitten.

Via kleine dorpjes gaan we verder richting Sveg, maar stoppen bij Helvetsfjallet, waar we terechtkomen na een vijftien kilometer lange rit over onverharde weg en een wandeling door het bos, maar de waterval is schitterend. We zien weer heel wat natuurgeweld  in de vorm van woest water naar beneden vallen.

Nadien rijden we nog een half uurtje en eindigen tegen vijven bij een prachtige, afgelegen plek langs een meer (Dalarnas Län) vlakbij Noppikoski.

Wim gooit er nog even z’n hengel uit, maar komt al snel terug omdat het frisser wordt en maakt vervolgens een kampvuurtje waar we lange tijd bij zitten, pas tegen achten verhuizen we naar binnen !

Verslag 11

Net als gisteren hebben we vandaag de gehele tijd over de E45 gereden, een goede tweebaansweg die van noord naar zuid door Zweden loopt. Hij brengt je door dorpjes, langs bosgebied en de vele meren die het land rijk is. Er rijden opvallend veel campers en auto’s met caravan over de weg in beide richtingen, Zweden is blijkbaar een favoriet vakantieland. We hebben vandaag ruim twee honderd vijf en zeventig kilometer afgelegd en zijn alleen gestopt bij Älvros om de mooie kerk met apart staande klokkentoren te bekijken.

Wim wilde graag op tijd stoppen om de voetbalwedstrijd Nederland – Polen te zien, de eerste in de reeks van de  Europese Kampioenschappen. We staan nu op het schiereiland Frösön (weer met uitzicht op een meer), vlakbij Östersund en zitten ondertussen op dezelfde hoogte als Trondheim.

In de pauze van de wedstrijd hebben we contact met onze kinderen in Holland, het is Vaderdag vandaag, en ook zij kijken naar het voetbal, zelfs helemaal in het oranje gekleed !

Het wordt uiteindelijk 2 – 1 voor Nederland. We hebben vandaag prachtig weer, al valt er af en toe een buitje, maar we kunnen weer lange tijd buiten zitten, zelfs in korte broek !

Verslag 12

Nadat we vanmorgen buiten ontbeten hebben (voor het eerst deze reis) verlaten we het schiereiland Frösön en rijden terug naar Östersund waar we een kijkje nemen bij Jamtli, een soort openlucht museum waar je vrij kunt rondwandelen.

Na een uurtje hebben we alles wel bekeken en rijden, weer over de E45, naar Strömsund. Hiervandaan begint de “Wilderness Road” (Vildmarksvagen in het Zweeds), een weg die alleen in de zomer helemaal geopend is en drie honderd zeventig kilometer lang is. In 2017, toen we met Dennis naar de Noordkaap gereden zijn, hebben we deze route ook genomen en vonden hem zo indrukwekkend dat we de rit nog een keer gaan maken.

We stoppen al vrij snel voor de lunch, natuurlijk aan een meertje en tegen half vier zetten we onze camper op een schitterend plekje bij Gubbhögens natuurcamping, precies op dezelfde plaats als zeven jaar geleden !

Wim maakt een kampvuurtje en tot zeven uur zitten we buiten te genieten van het uitzicht en herinneringen op te halen !!

Verslag 13

De afgelopen twee nachten hebben we, behalve de gewone ramen, ook de dakluiken geblindeerd, anders valt het niet mee om in slaap te vallen met het heldere licht ! Ook hebben we de laatste dagen te maken met vervelende muggen, maar gelukkig is er een flinke voorraad insectenspray aanwezig in de camper !

Vanmorgen zijn we verder gegaan met de Wilderness Road en komen, na een rit van vijfentwintig kilometer over een onverharde weg (waar een camper voor ons niet harder dan vijfendertig  kilometer per uur durfde te rijden !) uit bij de prachtige, wilde Hällingsfället.

Nadat we deze waterval van alle kanten bekeken hebben rijden we door richting Stora Bläsjon, waar we helaas te maken krijgen met een flinke plensbui van ruim een  uur. Gelukkig klaart het weer op en gaan we verder naar het voormalige Samidorp Ankarede met z’n mooie witte kerkje en aparte onderkomens.

Dan rijden we bergopwaarts naar het Stekenjokk plateau, gelegen op  876 meter hoogte en zien rondom ons nog resten van sneeuw.  Inmiddels bevinden we ons in Lapland.

Tegen vijven eindigen we bij Fatmomakke waar ook een oud Samidorp te zien is. Wij zetten echter onze camper op een prachtige plek neer en hebben voor vandaag genoeg bekeken. We genieten nog een tijdje van de zon en drinken een heerlijke wijn (gekregen van Roel en Janna voor mijn verjaardag) om te proosten op onze trouwdag, het is vandaag vierenveertig jaar geleden dat we elkaar ons jawoord gaven !!

Tot zeven uur zitten we buiten, dan begint het weer te regenen en dat blijft het de hele avond doen. Ook vanavond zorgen we weer dat alles geblindeerd is, maar pas ná ons dagelijkse potje Carcassonne, wat we zonder verlichting kunnen spelen !

Verslag 14

Toen we vanmorgen wakker werden tikte de regen nog steeds op het dak, zelfs nog iets harder dan gisteren, we zijn dan ook niet vroeg opgestaan. Buiten ziet alles er grauw uit en de temperatuur blijft steken bij tien graden. Op de kampplaats zijn totaal geen voorzieningen en er is een heel slechte internetverbinding dus vertrekken we en leggen het laatste stuk af van de Vildmarksvägen naar Vilhelmina. Tijdens deze ruim honderd kilometer lange rit stoppen we alleen bij de prachtige Trappstegsforsen, al zijn er nog meer mooie stroomversnellingen en watervallen te zien onderweg, maar met regen is alles natuurlijk veel minder mooi !

Tegen de middag arriveren we bij Kölgardens Stugby & Camping in Lövliden, waar het al aardig vol staat met campers. Na twee weken wordt het tijd voor de was en op de camping zijn wasmachines en drogers, ook gebruiken we natuurlijk de douches.

We vermaken ons binnen met een spelletje en hebben hier zelfs Wifi ! Tegen de avond komt de zon nog even tevoorschijn maar er staat een harde, koude wind, helaas geen weer om buiten te zitten !

Verslag 15

Ook vandaag hebben we nog te maken met onstabiel weer: er valt regelmatig een bui en het wordt niet warmer dan twaalf graden, maar de vooruitzichten zijn beter ! We gaan weer verder over de E45 en rijden via Storuman naar Arvidsjaur.

Vlak voor die plaats zien we ineens drie rendieren de weg over steken en even later grazen er enkele aan de kant van de weg.

In Arvidsjaur, gelegen in Centraal-Lapland, bekijken we Lappstaden, een voormalig Sami-kerkdorp waar nog tachtig hutten staan uit de achttiende eeuw.

We hebben inmiddels ruim twee honderd vijftig kilometer afgelegd en zetten de camper neer aan het Arvidsjaursjön om hier te overnachten. Weer hebben we een prachtig uitzicht vanuit ons huisje, helaas is buiten zitten nog geen optie !

Verslag 16

We werden vanmorgen wakker met een zonnetje en deze heeft vandaag flink z’n best gedaan, het werd zelfs even achttien graden.

We rijden in oostelijke richting naar de Storforsen, het machtigste, ongetemde stuk water van Europa in de Piteälven-rivier waar het twee en tachtig meter daalt over een afstand van vijf kilometer met hoeveelheden van achthonderd kubieke meter per seconde.

We wandelen een stuk langs dit natuurgeweld over een houten pad, net als vele anderen.

De meeste Zweden hebben vandaag vrij, het is 21 juni, Midzomer, de dag dat de zon het langst aan de hemel staat en de nacht het kortst is (zonnewende). Overal wordt gebarbecued en zijn families bij elkaar, sommige vrouwen hebben een traditionele bloemenkrans in hun haar.

Vanwege het mooie weer besluiten we vroeg te stoppen en rond de middag zetten we onze camper aan dezelfde snelstromende rivier enkele kilometers stroomopwaarts.

We zitten lange tijd buiten, al moeten we af en toe even binnen schuilen voor een regenbui, ook maakt Wim weer een kampvuurtje.

Natuurlijk moeten we wel op tijd eten en het verslag klaar hebben, want om negen uur begint de voetbalwedstrijd Nederland tegen Frankrijk en die willen we wel zien !

Verslag 17

Na een ontbijt buiten in de zon verlaten we ons mooie plekje aan de snelstromende rivier en rijden richting Jokkmokk.

Iets voor die plaats passeren we de poolcirkel en vanaf hier gaat de zon de komende tijd niet meer onder. We stoppen er even bij een parkeerplaats waar een groot (beklad en beplakt !) bord staan met “Polcirkeln” erop, maar verder zijn er geen aanwijzigen dat we over de “magische grens” zijn gegaan.

In Jokkmokk bekijken we het Ajtte Suenskt fjäll-och Samemuseum, hier wordt alles over de Sami en de Zweedse pioniers vertoond.

Wanneer we aan een meertje zitten te lunchen komen er ineens twee rendieren aanlopen, ze zijn totaal niet schuw.

Eenmaal weer op weg naar de volgende plaats: Gällivare loopt er zelfs een hele kudde rendieren op de weg, recht op ons af, prachtig om te zien.

Ook hebben we de eerste eland gespot, deze stond aan de kant in de berm en rende snel weg.

Zo’n twintig kilometer voorbij Gällivare stoppen we, slechts enkele meters van de hoofdweg vandaan, en staan weer op een prachtig plekje aan een meer (Moskojärvi).

Wim heeft er een tijdje gevist en zeven vissen gevangen, voorns en baars.

Aan de waterkant koelt het snel af en ook vinden de muggen ons erg lekker, dus verhuizen we naar binnen en kijken vandaar uit over het mooie meer !

Verslag 18

Gisteravond heb ik om elf en twaalf uur vanaf dezelfde plek een foto gemaakt: de zon gaat naar het oosten maar blijft op gelijke hoogte boven de horizon !

We hebben vandaag niet ver gereden, we komen al aardig in de buurt van de Lofoten en daar is het de komende dagen slecht weer, dus doen we het even rustig aan. We gaan naar de plaats Jukkasjärvi, zeventien kilometer ten oosten van Kiruna waar sinds 1990 elk jaar van december tot april een Icehotel wordt gebouwd van ijsblokken uit de dichtbij gelegen Torne River.

Kunstenaars van over de hele wereld komen hier aparte ijssculpturen bouwen in “hotelkamers” waar je in kunt overnachten onder een rendiervacht, wél met dikke kleding aan want het blijft er min vijf graden ! Ook nu zijn die kamers nog helemaal origineel te zien en met een warme jas aan hebben we dit Icehotel bekeken, een hele belevenis !

Je kunt er een drankje nemen in een glas van ijs al moet je die, zonder handschoenen,  niet te lang vasthouden. 

Nadien rijden we nog even naar de oudste kapel van Lapland (1607) in dezelfde plaats, maar er is net een kerkdienst aan de gang dus we hebben alleen de buitenkant gezien.

We zetten onze camper neer in een bos vlakbij een riviertje waar Wim nog een tijdje gaat vissen.

Helaas is het, na de zonnige start vanmorgen, bewolkt al is het nog wel achttien graden en droog. Ook blijft het natuurlijk weer de hele nacht gewoon helemaal licht en moeten we alle ramen weer verduisteren om goed te kunnen slapen !

Verslag 19

Er was nog een tweede reden waarom we gisteren niet ver zijn gereden: we wilden in de buurt van Kiruna blijven, een redelijk grote stad met diverse autogarages ! De laatste dagen maakt onze camper namelijk een raar bonkerig geluid wanneer we een bocht om gaan of over ongelijk terrein rijden en dat zint ons natuurlijk niet.

Wim had al een vermoeden dat het te maken had met de schokbrekers en dit blijkt inderdaad het geval, één van de twee lekt olie.

We zijn vanmorgen bij diverse garagebedrijven langs geweest, helaas is het nu vakantietijd (bedrijven zijn zo maar acht weken dicht !) en natuurlijk heeft niemand tijd ! Toch vinden we weer een kleine garage waarvan de eigenaar een stukje met de camper rijdt en daarna de moeite neemt om op internet te zoeken naar de schokbrekers behorende bij de Opel Campo, maar deze zijn helaas niet meer te leveren in Zweden.

Gelukkig hebben wij in Holland Erik de Bont (en zijn vrouw Esther), eigenaars van een autobedrijf die hart hebben voor hun vak (en hun klanten !) en ons al vaker uit de problemen hebben geholpen: Erik heeft meteen twee schokbrekers besteld, deze komen morgenvroeg bij hem binnen waarna ze met een spoedverzending naar Zweden komen op het adres van Bilhälsan, het garagebedrijf in Kiruna, waarvan de eigenaar bereid is de schokbrekers te vervangen. Helaas duurt het wel vier dagen voor deze helemaal in het noorden van Zweden zijn, dus heel misschien hebben we geluk en kunnen ze vrijdag nog gemonteerd worden, anders zal het maandag worden en dan zijn we een hele week verder !

In Kiruna hebben we voor meerdere dagen boodschappen gedaan en zijn daarna teruggereden naar onze laatste overnachtingsplaats, zo’n twaalf kilometer verwijderd van de garage. Deze (gratis) plek is echt niet verkeerd: we kijken uit op het water  waar Wim ook in kan vissen, hebben de hele dag zon, dichtbij is een toilet en kunnen daar onze vuilnis kwijt én er zijn allerlei wandelwegen in de omgeving. Dus aankomende week wordt een heel relaxte met veel lezen, vissen, wandelen en spelletjes doen !!

Verslag 20

Het is inmiddels vrijdagavond 28 juni en we staan ondertussen al vijf dagen op dezelfde plek, twaalf kilometer verwijderd van Kiruna, wachtend op de nieuwe schokbrekers. Vanmorgen hebben we contact gehad met het vervoersbedrijf DPD en het blijkt dat het pakket inmiddels via Denemarken gisteravond laat in Zweden is aangekomen. Dit depot bevindt zich in de buurt van Göteborg en ligt hier dertien honderd kilometer vandaan dus pas volgende week kunnen we de schokbrekers in Kiruna verwachten. Wij hebben nu écht “vakantie”: we lezen, doen een spelletje, wandelen een stukje en houden lange “happy hours”.

We boffen met het weer en kunnen de hele dag buiten verblijven, al gaat daar morgen verandering in komen en wordt er regen verwacht. We zullen binnenkort wel naar de stad moeten om wat levensmiddelen te kopen en we hebben  maar een tank van zeventig liter water , waar we al zeven dagen mee doen ! Hiermee moeten we ons wassen (ook onze haren), afwassen, koffie maken én we gebruiken het als drinkwater, ook ieder zo’n twee liter per dag. Omdat ik nu zeeën van tijd heb en het de laatste dagen zo’n prachtig weer is, vandaag zelfs zesentwintig graden, heb ik met helder water uit de rivier, de was gedaan en deze is nu zo droog.

We zijn het niet gewend om zo lang op één plaats te staan, toch vermaken we ons wel, maar hopelijk kunnen we volgende week onze reis weer voortzetten !!

Verslag 21

De onderdelen zijn nog steeds niet bij de garage aangekomen en inmiddels is het dinsdagavond 2 juli ! We kunnen het pakket volgen via een app.: vrijdagavond waren de schokbrekers in Lulea, drie honderd kilometer verwijderd van Kiruna, maar in het weekend wordt er niet gereden en ook is de garage gesloten, dus onze hoop was dat maandag in de loop van de morgen het pakket wel aan zou komen.

Gistermorgen zijn we naar het autobedrijf Bilhälsan gegaan, maar de eigenaar had helaas nog niets ontvangen. We hebben daar onze watervoorraad aangevuld, waar we dus ruim elf dagen mee gedaan hebben (!!) en zijn vervolgens naar een supermarkt gereden want ook onze levensmiddelen waren helemaal op !  Daarna zat er niets anders op dan terug te rijden naar Jukkasjärvi waar we weer op dezelfde prachtige plek aan het water zijn gaan staan, ook nu boffen we met het weer en kunnen lange tijd buiten zitten.

Gistermiddag hebben we gebeld met de bezorgdienst, hier heet het Post Nord, en deze wist te vertellen dat het pakket aangekomen was in Kiruna en dat we voor zes uur en anders de volgende morgen een mail zouden krijgen met de keus: ophalen of laten bezorgen. De mail kwam pas vanmorgen na achten binnen, wij hebben meteen de eigenaar van Bilhälsan gebeld, maar helaas, zijn telefoon werkt niet goed en na tien pogingen hebben we de mail aan hem doorgestuurd en zijn een tijdje later naar hem toe gereden. Daar wachtte ons een gefrustreerde garage-eigenaar: het blijkt dat het depot van Post Nord alleen ’s morgens van acht tot negen bereikbaar is, dus hij was net te laat, en nu wordt het pakket pas morgen bij hem aangeleverd, hoe laat is nog niet bekend !!! Ook wij raken ondertussen aardig gefrustreerd, we wachten nu al negen dagen op de schokbrekers !

Omdat we nu toch in Kiruna zijn en het regenachtig weer is, besluiten we een drie uur durende toer te boeken naar de LKAB ijzerertsmijn in deze plaats. Het blijkt een geliefd uitstapje te zijn, want de rondleidingen van elf en één uur zijn helemaal volgeboekt, wél kunnen we mee om drie uur. Met een volle bus gaan we naar de grootste ondergrondse ijzererts mijn ter wereld en rijden zelfs geruime tijd door brede tunnels tot op een diepte van ruim vijf honderd meter.

In totaal is er een gangenstelsel van vijf honderd kilometer onder de grond !

Hier krijgen we uitgebreide uitleg over het hele delvingsproces en ook hoe goed ze bezig zijn met “vergroening”, het CO2 centraal maken en de automatisering, zelfs de treinen zijn onbemand en elektrisch.

Inmiddels wordt er gedolven op een diepte van 1365 meter. De mijn ligt onder de stad en door de vele jaren van delving, al honderd en dertig jaar lang, begint een gedeelte van Kiruna langzaam te verzakken. Hele stadswijken worden afgebroken of huizen in z’n geheel verplaatst, allemaal in goed overleg met de bevolking en met een ruime vergoeding, de meeste mensen in Kiruna leven immers van en werken voor de mijnbouw !

Het werd een heel interessante middag en wanneer we pas na zessen terug zijn bij de camper blijven we gewoon staan op de grote parkeerplaats in het nieuwe centrum van de stad, waar meerdere campers staan. Meteen gaat de I-pad aan, want Nederland moet voetballen tegen Roemenië in de achtste finales en deze wedstrijd winnen ze glansrijk met 3 – 0.  We staan hier maar enkele honderden meters af van het autobedrijf dus hopelijk krijgen we morgenvroeg een telefoontje dat de schokbrekers eindelijk op de plaats van bestemming zijn !!

Verslag 22

We zijn eindelijk weer onderweg al duurde het tot vier uur voor we bij de garage wegreden. Pas aan het eind van de morgen kregen we bericht via de app. van Postnord dat het pakket tussen tien en twee geleverd zou worden, dus we hebben snel wat gegeten en zijn toen naar de garage gereden. We kwamen gelijk met de eigenaar aan, die net terug was van middagpauze. Meteen toen we daar waren  kregen we bericht (van Postnord) dat het pakket bezorgd was, maar niemand had iets gezien, ook de medewerkers niet die gewoon aan het werk waren. Dus moesten we weer bellen met het hoofdkantoor, waar je wel honderd wachtenden voor je hebt (!) en die adviseerden ons naar het depot te rijden in Kiruna, dat pas om twee uur open gaat. Daar hebben we een beetje stennis gemaakt en gevraagd of ze de bezorger wilden bellen en deze bevestigde dat ze het pakket wel had afgeleverd, waarna ze op vakantie is gegaan !  Vanaf het depot bellen we met de garagehouder  en deze gaat opnieuw zoeken ! Het komt er op neer dat de schokbrekers in een klein doosje zaten en dat de bezorgster deze  áchter de brievenbus in de struiken gedeponeerd heeft.

Tegen drieën konden ze dan eindelijk de nieuwe schokbrekers inbouwen wat met een uurtje klaar was, iets waar we negen dagen op hebben moeten wachten ! 

Daarna hebben we nog zo’n zeventig kilometer afgelegd richting Narvik en staan nu op een parkeerplek met uitzicht op de besneeuwde bergen, ………we are on the road again !!

Verslag 23

We worden wakker met zonnig weer en dat blijft het haast de gehele dag, de temperatuur komt zelfs in de buurt van de twintig graden ! Al vrij snel rijden we vanmorgen het Nationale Park van Abisko in waar je allerlei wandelingen kunt maken. Het bekendst is de Albisko canyon, waar grote waterstromen vanaf de bergen door een smalle kloof vallen en  zo een snelstromende rivier vormen.

We volgen deze geruime tijd en lopen daarna naar een nagemaakt sami-dorp waar je kunt zien hoe deze mensen vroeger leefden tezamen met hun rendieren.

Tegen enen gaan we de grens over naar Noorwegen, we hadden een controle verwacht op alcoholische waren, maar er is niemand te zien en je rijdt zo verder over de E 10.

Wel verandert het landschap: de bergen worden hoger, er ligt sneeuw langs de weg en er zijn massieve granieten heuvels te midden van waterpartijen, anders dan de meren in Zweden.

We rijden richting de Lofoten en een stukje voor de brug naar het eiland Hinnoya stoppen we en zetten de camper aan het water  van Steinslandsstraumen neer.

Lange tijd genieten we van de zon en Wim probeert nog een vis te vangen, wat helaas niet lukt.

Tegen achten verhuizen we naar binnen, de wind is fris en buiten koken is geen optie. Het uitzicht is hiervandaan ook prachtig, we zijn echt blij dat we weer verder Scandinavië kunnen gaan ontdekken !!

(Het scharnier van een kastdeurtje was afgebroken, gelukkig kon mijn handige man dit zelf repareren !)

Verslag 24

Vanmorgen zijn we de duizend en zeven meter lange “Tjeldsundbrua”, de brug die we gisteren al van een afstand bekeken hebben, opgereden waarvan de torens zesenzeventig meter boven de waterspiegel reiken en er al staat vanaf 1967.

We hebben nu het vaste land van Noorwegen verlaten en gaan de Vesterälen en de Lofoten verkennen en starten op het grootste drukst bevolkte eiland Hinnoya. Via Harstad, waar we er helaas niet aan ontkomen om even over tolwegen te rijden, bekijken we het eiland  rijdend over smalle wegen waar we zelfs een prachtig bruin rendier spotten.

Bij Revnes gaan we met een veerpont de Gullesfjorden over naar Flesnes en vervolgens richting Sortland.

Al die tijd lijkt het wel of we in één groot Nationaal Park rijden: de natuur is hier zo mooi ! Overal zijn hoge bergen, inhammen met water en eilandjes. Helaas is er veel bewolking anders was het nog mooier geweest.

Eenmaal in Sortland bevinden we ons op het eiland Langoya waar we nu nog verblijven. We staan op een prachtige plek aan de Vesterälsveien aan het einde van de Eidsfjorden, bij schiereilandje Rekoya waar we natuurlijk ook nog even heenlopen. Bij eb blijft er hier niet veel water meer over en komt het zeewier boven.

In de loop van de middag komt de zon meer tevoorschijn en weer kunnen we lange tijd buiten doorbrengen, ook dit keer hebben we een prachtige overnachtingsplek gevonden !

Verslag 25

Het weer is helemaal omgeslagen: was het gisteren nog twintig graden, vandaag (6 juli) blijft de temperatuur steken bij dertien graden en ook regent het de hele dag. Toch gaan we weer op pad, vorige week hebben we genoeg tijd op één plek doorgebracht, ook is ons brood op en moeten we even langs een supermarkt. Die vinden we in Malnes en daarvandaan rijden we door naar het vissersplaatsje Nykväg, gelegen aan het open water van de Atlantische Oceaan.

Onderweg passeren we een steengroeve waar volop gewerkt wordt.

We gaan nog iets verder naar het gehucht Hovden, het lijkt wel naar het eind van de wereld.

Hier zien we allemaal lege rekken waar normaal kabeljauw aan gedroogd wordt.

We keren om en stoppen tegen enen op een mooi plekje, weer aan de Vesterälsveien (820) met uitzicht op de Ännfjorden, nog steeds op het eiland Langoya.

We vermaken ons met lezen en een spelletje Carcassonne en vanavond om negen uur zitten we samen voor onze I-pad om de kwart finale EK voetbal te zien van Nederland tegen Turkije !!

Verslag 26

(Nederland heeft gisteravond met 2 – 1 gewonnen van Turkije en zit nu in de halve finale !)

Pas rond tienen vanmorgen stopte het eindelijk met regenen en nog lange tijd hingen er mistwolken tussen de bergen van het vele vocht.

We gaan het eiland Langoya verder verkennen en rijden via Myre naar het gehucht Sto vanwaar walvissafari’s worden georganiseerd, om vervolgens over een slechte, onverharde weg naar het oude vissersdorp Nyksund te gaan.

Hier zien we voor het eerst gedroogde kabeljauw hangen, iets wat op de Lofoten veel voorkomt.

Ineens komt de zon tevoorschijn waardoor alles veel mooier lijkt.

Via een prachtige route langs de Eidsfjorden gaan we op zoek naar een plek om te overnachten en deze vinden we vlakbij het plaatsje Vik op een oneffen stuk drassig terrein waar allemaal schapen rondlopen en natuurlijk met uitzicht op het water.

De korte broek gaat aan en we zitten tot ruim half negen buiten, ook  het avondeten nuttigen we in de zon, dat hadden we vanmorgen écht niet verwacht !!   

Verslag 27

We hebben vandaag niet ver gereden, wel zijn we aan het “eiland-hoppen” geweest: Langoya hebben we nu achter ons gelaten en via een hoge brug kwamen we op het kleine eiland Hadseloya waar we vanaf de vissersplaats Melbu met de veerboot naar Fiskebol, gelegen op Austvägoya, overgevaren zijn.

Helaas was de pont van half één net vertrokken en moesten we tot twee uur wachten voor de volgende vertrok.

Na een klein half uur kwamen we dan eindelijk op de “officiële” Lofoten aan en hebben de Vesterälen verlaten. Helaas is het de hele dag al slecht weer met slechts twaalf graden, dus we stoppen al vrij vroeg. We willen zo wie zo niet te laat op een plekje staan: het is hier erg druk met camperaars die allemaal ergens willen overnachten, maar gelukkig vinden we elke dag weer een leuke plaats met uitzicht op een fjord !

Verslag 28

‘Het is nog steeds koud, guur weer maar het is in ieder geval de meeste tijd droog. Voor de komende dagen wordt er gelukkig beter weer voorspeld met wat zon ! We rijden weer over diverse afgelegen weggetjes op de Lofoten en af en toe bevinden we ons even op de E 10, de drukke hoofdweg die vanaf het vaste land tot het uiterste puntje in het westen, de plaats Ä, loopt.

Tijdens de lunch gooit Wim z’n hengel nog even uit, ik bekijk het wel van uit de camper !

In Borg bezoeken we het Lofotr Vikingmuseet waar een nagebouwde woonstede van een Vikinghoofdman uit de periode 500 – 900 te bekijken is en binnen oude ambachten worden gedemonstreerd.

Ook ontbreken replica’s van Vikingschepen natuurlijk niet.

Tegen half vijf hebben we weer een leuk plekje, dit keer aan een meertje (Holddalsvatnet) in de buurt van het Vikingmuseum, maar wél ver genoeg weg van de drukke E 10 !!

Verslag 29

We hebben een prachtige dag gehad: we zijn begonnen met een ritje naar Unnstad waar we komen na enkele prachtige vergezichten en twee smalle tunnels waar je elkaar nauwelijks kunt passeren.

Het blijkt een typisch surfplaatsje te zijn waar fanatiekelingen zich uitleven op hun plank op de golven van de Atlantische Oceaan en dat bij twaalf graden !

Natuurlijk moeten we dezelfde weg weer terug, zoals we de laatste dagen al zo vaak hebben gedaan, maar je komt zo wel op de leukste plekjes.

Het vissersplaatsje Ballstad, dat we daarna bezoeken, valt een beetje tegen, maar Nusfjord is echt een juweeltje.

Je kunt hier overnachten in een “rorbu”, roodgeverfde vissershuisjes die we al meerdere keren gezien hebben onderweg.

We bekijken hier een film over de kabeljauwvangst die verwerkt wordt tot stokvis (vis die aan een stok hangt). Het blijkt dat deze gedroogd wordt tussen januari en april, vandaar dat we alleen maar lege rekken zien, de weinige gedroogde kabeljauw die we zien hangen is voor de toeristen !

Nadat we er wat gegeten hebben rijden we door naar het einde van de eilandengroep bij het dorpje Ä.

(Een vrachtauto vol met gedroogde vissenkoppen !)

Helaas is het gigantisch druk onderweg, bij het bekendste plaatsje van de Lofoten: Reine is het file rijden en heb ik alleen vanuit de auto foto’s kunnen maken.

We boffen vandaag met het weer, in de loop van de dag komt de zon steeds meer tevoorschijn en krijgen we een stralend blauwe lucht, nu zien we de Lofoten zoals je ze altijd op de foto’s ziet !

Vanwege de drukte valt het niet mee om een leuk overnachtingsplekje te vinden, het is al na vijven voor we de camper vlakbij een brug neerzetten bij Ramberg aan de Noorse zee, weer met een prachtig uitzicht.

Wim kan hier eindelijk goed vissen en vangt vijf kabeljauws.

Tot bijna negen uur zitten we buiten, dan verhuizen we natuurlijk naar binnen om de halve finale van het voetbal te kijken: Nederland tegen Engeland……maar  helaas, ze kunnen naar huis: Engeland maakt in de negentigste minuut het winnende doelpunt (2 – 1) !

(Wij kwamen als eerste aan op dit mooie plekje aan, inmiddels staan we met z’n achten !!)

(Maar wij hebben het mooiste uitzicht vanuit onze camper, deze foto is gemaakt om twaalf uur ’s nachts !)

Verslag 30

Afgelopen nacht rond enen werd het ineens druk bij onze camper: de zon was weer tevoorschijn gekomen van achter de wolken en iedereen wilde dit vereeuwigen. Hij bleef een stukje boven de horizon hangen en schoof langzaam in oostelijke richting, prachtig om te zien.

De meeste toeristen die de Lofoten bezoeken leggen deze in één richting af: van Narvik naar Moskenes of andersom. Vanaf Moskenes kun je met de veerboot in vier uur tijd naar Bodo varen, dit alles scheelt je veel tijd en brandstof. Wij gaan, net als zeven jaar geleden toen we hier met Dennis waren, weer helemaal terug naar Narvik al nemen we natuurlijk wel een andere route als op de heenweg.

Vanmorgen was er van het prachtige weer van gisteren niets meer over, we hebben weer te maken met bewolking en nattigheid. Omdat ik nodig naar de kapper moet rijden we naar Leknes, één van de grotere plaatsen op de Lofoten, waar zich wel acht kapsalons bevinden. We zijn ze allemaal afgeweest maar iedereen is druk en voor de aankomende weken helemaal volgeboekt, helaas. (Wim heeft al voorgesteld mij te knippen….lijkt me geen goed idee !!!) We hadden meer geluk met het vinden van een garage: één van de dimlichten van de camper was uitgevallen (in Scandinavië moet je overdag ook met het licht aan rijden !) en Wim had niet de goede reservelamp bij zich, maar dit was binnen vijf minuten gefikst door een monteur bij een benzinestation.

Nadien rijden we een mooie route langs de zuidkant via Stamsund, Valberg en Malnes.

Wanneer we de richting van Henningsvaer op gaan krijgen we weer te maken met gigantische drukte op de weg en overal staan campers geparkeerd op smalle stroken land om te overnachten. We bekijken Henningsvaer op de “Chinese wijze” en rijden een ronde met de camera in de hand, waarna we weer snel wegrijden, we vonden de plaats niet eens bijzonder !

Dan wordt het weer zoeken naar een plekje voor de nacht al maakt het nou niet zoveel uit, buiten zitten is nu toch niet lekker. We komen weer uit op het eiland Gimsoya waar we enkele dagen terug ook al gereden hebben, voor nu is het prima, morgen zien we wel verder, hopelijk met beter weer !!

Verslag 31

Vanaf onze overnachtingsplek gaan we terug naar de E 10 om vervolgens in de richting van Svolvaer te rijden, de grootste plaats van de Lofoten. Wanneer we in het winkelcentrum lopen voor wat boodschappen komen we langs een kapper die zowaar enkele uren later tijd heeft om mij te kortwieken. Om die tijd te overbruggen bezoeken we “Magic Ice”, een gebouw waar bij min acht graden allerlei ijssculpturen, het gehele jaar door, te bekijken zijn, ook krijgen we een drankje in een glas van ijs.

Wij vonden het IJshotel in Zweden indrukwekkender, maar dit was  ook leuk om te zien ! We hebben nog tijd over en nuttigen buiten, met uitzicht op de haven, heerlijke garnalen.

Nadat mijn haar in model geknipt is door een Oekraïense vrouw die in Noorwegen een nieuw bestaan probeert op te bouwen, rijden we nog een stukje over de E 10 en stoppen tegen half vier op een mooie plek bij de Sloverfjorden waar Wim weer z’n hengel uitwerpt. Dit keer vangt hij een kabeljauw van flinke omvang die in de koelkast beland om later opgegeten te worden.

We zitten een paar uur buiten maar het kwik komt niet boven de twaalf graden, ook laat de zon zich niet zien, dus verhuizen we toch maar weer naar binnen. Ook in Holland is het weer niet zo best, lezen we, veel regen met zelfs overstromingen in Limburg en lage temperaturen, het weer is duidelijk van slag !!

Verslag 32

We moesten vanmorgen nog zo’n veertig kilometer rijden voor we aankwamen bij een voor ons heel bijzondere plek: zeven jaar terug hebben Wim en Dennis hier in één dag tijd honderd drie en zeventig vissen gevangen !! Natuurlijk wilden we hier weer naartoe en gelukkig was het plekje vrij en staan we weer vlakbij Digermulen aan de Noorse Zee met uitzicht op het eilandje Brakoya en zo’n beetje in het midden van de Lofoten. Het is aan een doodlopende weg en er komt maar heel weinig verkeer langs.

Bij aankomst laat de zon zich eerst voorzichtig zien maar komt steeds meer te voorschijn wat resulteert in een strakblauwe lucht en een prachtig panorama.

De korte broek kan aan en de zon heeft behoorlijke kracht ook al is het “slechts” zeventien graden.

Het is echt genieten hier met rondom ons bergen waar nog restanten van sneeuw op liggen en vóór ons volop water waar regelmatig een boot voorbij komt varen.

Zelfs de bekende Hurtigruten, een Noors cruiseschip, zien we vandaag voor het eerst al is het op grote afstand.

Wim gaat natuurlijk regelmatig vissen en vangt er totaal drie en twintig, waarvan enkele flink aan de maat.

’s Avonds gaat de barbecue aan gevolgd door een kampvuur en tot bedtijd zitten we buiten,  morgen blijven we gewoon nog een dagje hier staan !

Verslag 33

Het blijft lang fris vanmorgen, pas tegen half twaalf, de tijd dat we gisteren aankwamen, komt de zon boven de bergen uit en wordt het gelijk warm.

Wel waait er een koude wind over het water, Wim heeft vandaag dan ook niet zo lang gevist en slechts vier vissen gevangen.

Behalve vis zwemt er nog meer in zee: Wim zag twee dolfijntjes voorbij komen en ook zitten er heel grote kwallen in het water met tentakels van enkele meters lang !

Bij de camper is het wel prima toeven dus luieren we met een boek en doen een spelletje.

Tegen de avond heeft Wim twee van de vele gevangen vissen gerookt en deze smaakten prima.

Om tien uur verdwijnt de zon weer achter de bergen en koelt het snel af dus verhuizen we weer naar binnen!

Verslag 34

Vanaf ons prachtige plekje rijden we vanmorgen eerst naar het vlakbij gelegen Digermulen om ons afval te lozen en water bij te vullen.

Vervolgens gaan we in noordelijke richting om weer op de E 10 uit te komen.

Deze volgen we zo’n honderd en vijftig kilometer richting Narvik, maar stoppen voor die tijd bij Liland dichtbij de plaats Evenes. Het is namelijk schitterend weer, twee en twintig graden met volop zon, dus daar willen we wel van genieten. We staan nu op een hoge uitstekende punt met aan drie kanten water van de Ofotfjorden. 

Er zijn hier restanten van bunkers en er staat een apart monument.

Wim gaat natuurlijk een tijdje vissen en ’s avonds gaat de barbecue aan gevolgd door een kampvuurtje.

Het is onze laatste dag op de Lofoten, morgen gaan we weer naar het vaste land van Noorwegen !

Verslag 35

We hebben vandaag een flinke afstand afgelegd, ruim twee honderd dertig kilometer, grotendeels over de mooie E 6 die voornamelijk langs water van diverse fjorden gaat. Hard rijden is er niet bij want je hebt constant met bochtige wegen te maken.

Wim vindt onderweg een klavertje vier, zou deze echt geluk brengen ?

Diverse keren gaan we over een hoge brug en bij Skarberget stopt de weg en moeten we met een veerboot naar Bognes, we hadden geluk: de pont lag klaar om te vertrekken en we konden nog net, met de vijfentwintig minuten durende tocht, mee 

Weer kronkelt de weg verder met grote hoogteverschillen, langs hoge bergmassieven en kleine meren.

Tegen vieren stoppen we bij zo’n meertje (Ajdejavrre) in de buurt van het plaatsje Horndal en zetten onze stoelen buiten om te relaxen.

Wim gooit z’n hengel nog wel even uit maar vangt helaas niks. In tegenstelling tot de plek van gisteren, waar regelmatig mensen de bunkers bekeken of gingen vissen, is er hier verder niemand en gaan we een zeer rustige nacht tegemoet !

Verslag 36

We hebben een heel aparte dag gehad: na een rustige start met ontbijt in de zon rijden we eerst over smalle, afgelegen wegen tot we weer bij de E 6 uitkomen.

Regelmatig gaan we door een tunnel of over een hoge brug.

Bij Fauske  gaan we richting Bodo maar bij de plaats Loding buigen we af naar de Kystriksveien, de prachtige kustroute (17) van honderden kilometers lang die eindigt in de buurt van Trondheim.

Al vrij snel stoppen we bij Saltstraumen één van de krachtigste getijdenstromen ter wereld waar het water met een snelheid van ruim tien meter per seconde door een drie kilometer lange, honderd vijftig meter brede zee-engte wordt geperst, elke zes uur verandert het van richting.

Wij hebben het geluk dat het water net op z’n snelst is en zien verschillende speedboten met toeristen over het water scheren.

Nadat we weer een tijdje onderweg zijn willen we toch op zoek naar een mooi plekje, het is schitterend weer, zesentwintig graden, daar willen we wel van genieten. Het valt echter niet mee om iets te vinden en we komen uit bij een Fjordcamp (Kjellingstraumen), een kampplaats met één wasmachine en één droger.

Het is alweer weken geleden dat ik gewassen heb dus dit werd hoog tijd ! Natuurlijk ben ik niet de enige met een grote zak vol vuile was en het duurt tot middernacht voor alles weer schoon en droog is.

Maar het blijkt een heel aparte camping te zijn met een gastheer die iedereen uitnodigt om te komen eten ! Rond zeven uur zitten we met een tiental gasten, voornamelijk Duitsers, aan heerlijke versgevangen vis (door de Duitsers !) klaargemaakt op een kampvuur, met salade, pasta en rijst !

Ali, de kampeigenaar, loopt rond in een smoking en is vandaag jarig, maar blijkbaar zorgt hij élke avond voor een vismaaltijd voor zijn gasten.

Wij zitten uren te kletsen met een groep Duitsers (kan ik die taal weer eens ophalen !) en gaan pas tegen elven terug naar de camper, daarna moeten we nog anderhalf uur wachten voor ik al mijn was weer droog terug heb !

Verslag 37

Het is vandaag (donderdag 18 juli) zo’n tien graden kouder dan gisteren, ook is het helaas helemaal bewolkt en volgt er later zelfs regen. Nadat we goed gebruik hebben gemaakt van alle faciliteiten van de leuke kampplaats, onder andere weer eens heerlijk gedoucht, rijden we verder over de mooie kustweg no. 17.

Regelmatig gaan we door een lange tunnel maar ook moeten we twee keer met een veerpont mee omdat er geen andere mogelijkheid is. Rond het middaguur staan we in een lange rij te wachten op de boot bij Foroya om ons in een kwartiertje naar Ägskardet  te brengen, eenmaal aan boord gaan we niet eens de auto uit, zo kort is de overtocht.

Twintig kilometer verderop wordt het een ander verhaal: bij Jektvika staat een gigantische rij campers, auto’s met caravan, bussen en gewone auto’s allemaal te wachten op de overtocht naar Kilboghamn, een trip van ruim een uur. De zes lange rijen asfalt waarop de auto’s kunnen wachten tot ze mee kunnen met de pont staan helemaal vol en ook op de weg ernaartoe staat een lange file..

We zijn er rond half twee en zien drie keer over een volle veerboot vertrekken voor wij eindelijk om kwart over zes mee kunnen !  We zien verschillende mensen die gisteren ook op de camping stonden, waarmee we een praatje maken, iedereen baalt natuurlijk dat het zolang duurt. We pakken maar een kop koffie en hebben onze E-reader, zo komen we de tijd wel door.

Eenmaal overgevaren rijden we nog geen tien kilometer voor we een plekje hebben om te overnachten, we staan weer aan het water maar hebben nu geen mooi uitzicht door de dichte bewolking. Het is tijd om te eten en met het getik van de regen op het dak doen we straks nog gezellig een spelletje !

Verslag 38

De camper is gisteren niet van z’n plek geweest: Wim had last van buikgriep en heeft de hele dag óf op het toilet gezeten óf op bed gelegen. Nu was het de hele dag grauw weer dus rijden was niet zo mooi geweest, maar ziek zijn is nooit leuk. Wat wél leuk was: ’s avonds kwamen er opeens drie prachtige rendieren langs lopen, voor ik de camper uit was met mijn fototoestel waren ze natuurlijk al een eindje weg, maar ik heb ze mooi op de plaat staan !

Vandaag voelt Wim zich gelukkig iets beter en wil weer gaan rijden, al heeft hij nog niets gegeten, alleen gedronken.

We vervolgen de prachtige, afwisselende kustweg en moeten drie keer met een veerpont overvaren.

De eerste keer komen we net na twaalven aan bij Nesna, de boot ligt er om naar Levang te varen, maar op de borden staat dat de eerste afvaart pas na half drie is.

We pakken onze stoelen en gaan aan de haven zitten, het is prachtig weer. Ineens komt er beweging in de rij wachtende campers en kunnen we voor half twee al overvaren, dat was dus snel de stoelen opruimen !

De tweede trip is van Tjotta naar Forvik en tot onze verbazing kunnen we zo de pont oprijden en is deze maar voor een klein gedeelte gevuld. Deze keer zitten we bijna een uur op het achterdek van de boot en varen we tussen diverse eilandjes door, echt schitterend.

Omdat het maar zestien kilometer rijden is naar de derde veerboot besluiten we deze vandaag ook nog te nemen, helaas staat er bij Anddalsvägen wél een file en kunnen we niet in één keer mee.

Pas tegen zevenen komen we aan bij Horn, na een korte overvaart van achttien minuten waarbij we de auto niet eens uitgeweest zijn. Dan wordt het zoeken naar een plekje voor de nacht, deze vinden we net voor de plaats Berg, natuurlijk aan het water. Al met al hebben we vandaag ruim twee honderd kilometer gereden en nog anderhalf uur gevaren. Wim heeft inmiddels enkele rijstwafels op en meerdere koppen thee en natuurlijk allerlei medicijnen, hopelijk voelt hij zich morgen weer een stuk beter !

Verslag 39

We zijn nog steeds bezig met de Kystriksveien, de mooie kustroute die loopt van Bodo naar Steinkjer en zes honderd vijftig kilometer lang is. Vanmorgen moesten we nog één keer open water over van Vennesund naar Holm maar de pont van tien over elf zat helemaal vol dus moesten we een uurtje wachten. Weer hebben we de tijd buiten doorgebracht want het is prachtig weer met zevenentwintig graden.

Ook op de veerboot konden we op het dek verblijven al stond er wel een windkracht vijf en waaiden we haast weg.

Toen we op de Lofoten en Vesterälen waren moesten we steeds gelijk betalen wanneer we met een pont over gingen, meestal ongerekend zo’n acht euro. Nu we over de kustroute gaan wordt de auto steeds gescand en kunnen we zo doorrijden, we zullen dus straks thuis wel de rekening krijgen, net als van de stukjes tolweg die we gereden hebben.

Evenals de afgelopen dagen is de route weer heel afwisselend al worden de bergen op het laatst minder hoog.

We staan nu aan het eind van de Lyngenfjorden bij de plaats Sjoäsen en zijn nog vijftig kilometer verwijderd van Steinkjer waar we morgen dus zeker langs zullen komen. We hebben de laatste weken, sinds we in Noorwegen zijn, totaal geen last meer van muggen, iets wat je zo snel vergeet wanneer ze er niet meer zijn, hopelijk blijft dit zo !

Verslag 40

Toen we gisteren op onze overnachtingsplaats aankwamen was het eb, er zaten diverse meters grasveld en een bodem vol keien tussen onze camper en het water van de fjord. Natuurlijk hebben we gekeken hoe hoog het water bij vloed kon komen, maar we bleven dan nog altijd enkele meters van de waterrand af.  Vannacht om één uur was het hoogtij en deze bleek twintig centimeter hoger dan de dag ervoor, we hoorden het water zachtjes klotsen en het kwam slechts enkele centimeters van de wielen van de camper vandaan ! Ook al was het zeewater nog hoger gekomen, we stonden er veilig, maar het was wel een vreemd idee dat we bijna in het water stonden, het blijft een fascinerend iets: eb en vloed ! De dag begon vanmorgen zonnig met ruim twintig graden maar in de loop van de dag werd het bewolkt, later gevolgd door regen. We hebben ’s middags de lange broek en dichte schoenen maar weer aangedaan want het kwik zakte naar vijftien graden. Iets ten zuiden van Trondheim bevindt zich het Trondelag Folkemuseum Sverresborg waar zo’n zestig gebouwen uit de omgeving, maar dan uit de 18de en 19de eeuw te zien zijn.

We lopen daar met regenjas aan rond en kunnen diverse huizen van binnen bekijken.

Na anderhalf uur zijn we doorweekt, ook is Wim nog niet helemaal hersteld en snel moe, dus verlaten we het Openluchtmuseum en rijden nog een uurtje tot we stoppen bij een onverharde plek iets ten noorden van Soknedal aan de snelstromende  rivier de Sokna.

We zien het water vanuit de camper en kunnen het goed horen stromen, maar hebben hier geen last van eb en vloed. Nu maar hopen dat door de vele regen de rivier niet buiten z’n oevers treedt !!

Verslag 41

Na een dag en nacht met veel regen is het water naast onze camper veranderd in een snelstromende, kolkende rivier en zo zien we er vandaag wel meer.

Nog steeds is het druilerig weer en slechts twaalf graden. We rijden via Oppdal richting Sunndalsera en komen door het prachtige Sunndal met aan beide kanten hoge bergen waar allemaal watervallen te zien zijn, helaas sommigen verscholen in de laaghangende bewolking.

Ook de huizen zien er hier heel mooi uit en zouden zeker niet misstaan in het openluchtmuseum waar we gisteren waren, maar door de constante regen lukt het niet ze vanuit de rijdende auto op de foto te zetten.

Tegen vieren stoppen we, na honderd zeventig kilometer rijden, bij de plaats Eidsväg en kijken vanuit de camper op twee fjorden: Eresfjord en Langfjord en ook hier zijn weer watervallen.

Na al die mooie dagen is het wel weer wennen dat we steeds binnen moeten huizen, maar dat gaat vast wel weer veranderen !

Verslag 42

We zijn vanmorgen via een prachtige route langs de Eresfjord naar de Mardalsfossen gereden, de waterval met de grootste ononderbroken valhoogte (297 meter) in Noord-Europa.

De wandeling ernaartoe is zo’n twee en een halve kilometer en op de heenweg gaat de weg aardig omhoog, voor Wim een hele uitdaging want hij is een heleboel conditie kwijtgeraakt tijdens de buikgriep.

Maar zoals altijd geeft hij niet op en komen we samen aan bij de prachtige waterval die, deze tijd van het jaar, op z’n volst is.

Pas tegen tweeën zijn we terug bij de camper en gaan dan via een mooie bergpas met hoogteverschillen van 10 procent richting Ändalsnes.

Inmiddels komt de zon langzaam tevoorschijn en tegen de tijd dat we aankomen bij Isfjorden, de plek waar we willen overnachten, schijnt deze volop en kunnen we in korte broek en hemdje buiten zitten.

Weer kijken we uit op een fjord (Romsdalsfjord) al staan we dit keer met meerdere camperaars langs het water. Wim kookt buiten en pas tegen half tien verhuizen we naar binnen, dat hadden we gisteren niet kunnen bedenken !

Verslag 43

We zijn de dag gestart met ontbijt in de zon terwijl we uitkeken op de bergen en water van de fjord, om vervolgens ruim honderd kilometer te rijden naar Alesund, gelegen op een soort schiereiland.

Het centrum van deze stad is in 1904 verwoest door een grote brand en daarna, in drie jaar tijd, weer herbouwd in art-nouveaustijl waardoor het een heel uniek karakter heeft.

We hebben hier een uurtje rondgewandeld en zijn daarna  naar een volgend punt gereden (weer honderd kilometer verderop) waar ik graag heen wilde: het eiland Runde.

Op de kliffen van dit kleine eiland nestelen een miljoen zeevogels waaronder zo’n honderd duizend papegaaiduikers en deze mooie vogels heb ik nog nooit in het echt gezien ! We zijn niet de enigen die deze dieren willen spotten, want op de enige camping op het eiland (én de plek waarvandaan je naar de klif kunt lopen) staat het vol met campers, ook vele uit Holland.

De papegaaiduikers komen pas tegen schemertijd aan land (overdag vliegen ze boven zee) dus tegen achten gaan we op weg, een wandeling van zo’n veertig minuten omhoog om uit te komen bij de klif.

Het blijkt een behoorlijk zware klim te zijn, de trip van gisteren naar de waterval was een “makkie” hierbij vergeleken. Maar eenmaal boven wordt onze inspanning ruimschoots beloond, we zien honderden papegaaiduikers, echt koddige vogels om te zien.

Inmiddels is er van het mooie weer niets meer over en is het zacht gaan regenen wat niemand er echter van weerhoudt om lange tijd naar de dieren te kijken en deze natuurlijk volop te fotograferen, vaak met heel grote camera’s.

Daarna volgt nog een lange weg terug naar beneden wat echt een aanslag op de knieën is, morgen zullen we wel flink spierpijn hebben ! Pas na tienen zijn we terug, in totaal hebben we vandaag ruim tien kilometer gelopen, …….we kunnen het nog !!

Verslag 44

Toen we gisteren vanaf de receptie op de camping naar onze plek wilden rijden startte de auto niet, de accu was helemaal leeg. Het bleek dat de V-snaar van de dynamo slipte waardoor de accu niet genoeg opgeladen werd. Met de “jumpstarter”, die we altijd bij ons hebben, kregen we de auto weer op gang en ook vanmorgen hebben we deze weer gebruikt. De campingeigenaar gaf ons het adres van een garagebedrijf in de buurt maar bij aankomst bleek deze met vakantie, net als diverse andere autobedrijven die we vanmorgen aangedaan hebben. Tegen de middag komen we uit bij een caravandealer in de plaats Volda en daar is een monteur aanwezig die de V-snaar weer strak monteert.

We besluiten niet verder te reizen na de afgelopen  “vermoeiende dagen” en vinden een prachtige plek aan de Orstafjorden. We staan op een soort pier en terwijl Wim de pootjes nog aan het uitdraaien was kwam er al een andere camper aan die hier ook had willen staan, we waren dus net op tijd.

We kunnen geruime tijd buiten verblijven, wel valt er geregeld een bui en is het rond de zestien graden.

We hebben weer tijd voor onze E-reader en natuurlijk een potje Carcassonne, ook kijken we ’s avonds naar de openingsceremonie van de Olympische Spelen.

Wanneer we daarna nog een spelletje doen moet de lamp weer aan, net als de afgelopen dagen. We zijn inmiddels zover zuidwaarts dat de zon weer helemaal ondergaat, al is dit slechts voor enkele uren en blinderen we nog altijd de dakluiken !

Verslag 45

Nadat we vanmorgen in Volda bij een supermarkt onze voorraden hebben aangevuld rijden we via diverse tunnels naar Hellesylt en nemen hier de veerboot naar Geiranger.

We hebben geluk: de pont ligt klaar voor vertrek, er is genoeg plaats en binnen vijf minuten varen we al.

Deze cruise van ruim een uur brengt je door de bekende vijftien kilometer lange Geirangerfjord (Een UNESCO World Heritage plaats) met z’n hoge bergen en vele watervallen, waarvan de “zeven zusters” en Friaren, aan de overzijde van de fjord, de bekendste zijn.

Het is echt genieten aan boord van het schip en we boffen met het droge weer, er was namelijk regen voorspeld. 

De boottrip eindigt bij Geiranger, een erg toeristische plaats, maar dat kan ook niet anders want elke dag komen hier grote cruiseschepen aan met duizenden mensen.

Ook nu ligt er een gigantisch schip voor anker: Mein Schiff 7, pas dit jaar in de vaart met een lengte van drie honderd zestien meter en zesendertig meter breed. Er zijn zestien dekken waarvan er tien zijn voor de circa zevenentwintig honderd passagiers die verzorgd worden door duizend medewerkers. De bouwkosten van dit schip: vijf honderd miljoen euro, allemaal te vinden op internet !

Eenmaal van boord willen we hier eigenlijk nog wel even blijven, we hebben al drie keer op dezelfde camping gestaan (Geirangerfjorden Feriesenter) maar toen we daar vandaag langs voeren zag deze er vol uit. Toch rijden we er heen en weer hebben we geluk: er is net een camper vertrokken die pal aan het water stond, dus daar staan wij nu !

We hebben meteen voor twee nachten geboekt, dit is écht de enige plek in Noorwegen waar we nu voor de vierde keer staan ! We kunnen nog een tijdje buiten zitten en de vele boten die passeren bekijken en tegen half zeven vaart “Mein Schiff 7” voorbij, want de cruiseschepen blijven ’s nachts nooit in de haven liggen !

Morgen hebben we de hele dag de tijd om “bootjes te kijken” !!

Verslag 46

Ook vandaag ligt er weer een mooi cruiseschip in de Geirangerfjord, dit keer van Italiaanse makelij en een stukje kleiner dan het schip dat hier gisteren lag. Er kunnen “slechts” zes honderd negentig passagiers aan boord verblijven en met ruim vier honderd bemanningsleden worden deze dus prima verzorgd.

Er is weer genoeg te zien op het water en regelmatig wordt de verrekijker tevoorschijn gehaald.

’s Middags komt de Hurtigruten ook nog langs, maar deze boot, tegenwoordig elektrisch aangedreven (Hybrid Powered), vaart na een uurtje weer weg.

Wim pakt z’n hengel weer eens maar verspeeld alleen twee blinkertjes, gevangen wordt er niet, net als bij vele anderen.

Het is vandaag bewolkt en met een koude wind en slechts zestien graden voelt het waterkoud aan. Toch hebben we de meeste tijd buiten bij de camper doorgebracht in de prachtige natuurlijke omgeving omringd door hoge bergen !

Verslag 47

Terwijl we vanmorgen buiten zaten te ontbijten kwam er weer zo’n joekel aanvaren, dit cruiseschip (Costa Diadema) is al tien jaar in gebruik en kan vier en een half duizend passagiers vervoeren verspreid over negen deks.

Wanneer we later vanaf een hoog punt op de plaats Geiranger en de fjord kijken lijkt het schip veel minder imposant.

We volgen de prachtige Geirangervegen met z’n vele haarspeldbochten tot aan Grotli en nemen vandaar de pas Gamle Strynefjellsvegen, een weg die niet geschikt is voor caravans en grote combinaties.

Inmiddels zien we her en der sneeuw liggen, al zagen we zeven jaar geleden, toen we hier voor het laatst waren veel meer besneeuwde bergen en dreven er toen nog ijsschotsen in het water.

We bevinden ons op zo’n duizend meter hoogte en de temperatuur is gezakt naar tien graden. Het is prachtig rijden en we zien overal watervallen en snelstromende beekjes.

Vanaf Videseter dalen we langzaam af richting Stryn, maar voor die tijd stoppen wij bij het kleine plaatsje Hjelle, gelegen aan het Strynevatnet, een langgerekt meer omgeven door hoge bergen.

De zon is namelijk steeds meer tevoorschijn gekomen en met het afdalen steeg de temperatuur al snel naar ruim twintig graden, daar willen we wel van profiteren.

We staan nu op een schitterende plek pal aan het meer met uitzicht op de restanten van enkele gletsjers en we kunnen  buiten zitten tot de zon om kwart over negen  achter de bergen verdwijnt, waarna het meteen flink afkoelt !

Verslag 48

Vandaag bevinden we ons de hele dag vlakbij of ín Jostedalsbreen National Park, de grootste gletsjer op het Europese vasteland.

Via Stryn en Loen zijn we eerst langs Lovatnet gereden, een groot meer met ijskoud water dat van de gletsjer afkomt. De drukke weg erlangs, eindigend bij de Kjenndalsbreen, wordt steeds smaller en de grote campers en bussen moeten echt gebruik maken van de uitsparingen in het wegdek om elkaar te kunnen passeren.

Na zo’n twintig kilometer eindigt de weg en kun je alleen nog een stukje wandelen, maar de gletsjer blijft op grote afstand, wel zien we veel prachtige watervallen.

We moeten dezelfde weg terug en rijden daarna naar Olden waar een groot cruiseschip aan de kade ligt en het zwart ziet van de passagiers die even “de benen strekken” ! 

Weer nemen we een afslag naar een uitloper van de Jostedalsbreen, dit keer de bekende Briksdalsbreen waar het nog veel drukker is met vooral bussen en andere touringcars.

Vanaf de volle parkeerplaats aan het eind van de weg is het nog een flink stuk lopen voor de gletsjer überhaupt te zien is, dus besluiten we om te keren en een plekje voor de nacht te gaan zoeken.  We staan nu op een picknickplaats aan de Oldevatnet en kijken uit op de prachtige Briksdalsbreen gletsjer, die vanaf hier veel beter te zien is !! 

Verslag 49

Ook vandaag bevinden we ons steeds in de buurt van Jostedalsbreen National Park, niet verwonderlijk want het park heeft een grootte van ruim dertien honderd vierkante kilometer, waarvan zo’n acht honderd km2  bestaat uit gletsjerijs.

Via Olden, Byrkjelo en Skei en door vele lange tunnels, sommige meer dan acht kilometer, komen we uit bij Boyabreen, weer een uitloper van de Jostedalsbreen.  Hier is nog wat ijs op ooghoogte maar beduidend minder dan zeven jaar gelegen, toen we hier ook waren.

Iets verderop staat het Norsk Bremuseum (Noors gletsjermuseum), waar een prachtige natuurfilm te zien is (die we twee keer bekijken) op een groot panoramascherm waardoor je je bovenop een gletsjer waant. Ook is er van alles betreffende de klimaatsverandering te zien.

Nadien rijden we richting Gaupne, want hiervandaan kun je ook naar het Nationale Park maar dan vanaf een andere kant, echter voor die tijd stoppen we bij een rustige weg aan de Lustrafjord om te overnachten.

Het is inmiddels vier uur en je moet niet te laat op zoek gaan naar een plekje want het is nu hoogseizoen en er zijn heel veel mensen onderweg ! Toch lukt het ons weer een prachtige, gratis plaats te vinden met uitzicht op het water en de bergen !!

Verslag 50

Vanaf onze overnachtingsplaats bij Gaupne is het ongeveer veertig kilometer rijden voor we bij de laatste uitloper van de Jostedalsbreen komen die we willen bekijken: de Nigardsbreen.

We rijden de gehele tijd langs een snelstromende rivier met ijskoud gletsjerwater en gigantische hoge bergen steken de lucht in..

Bij aankomst blijkt dat we niet de enigen zijn die de gletsjer willen zien, de parkeerplaats staat helemaal vol, zelfs met bussen. Veel toeristen hebben ijzers voor onder de schoenen en een pikhouweel bij zich om, vergezeld van een gids,  het ijs op te gaan, maar eerst moet er een flink eind gewandeld worden voor je er bent. Wij starten met een boottochtje waardoor we minder ver hoeven te lopen al blijkt dat het toch nog twee en een halve kilometer is voor we echt bij de ijsmassa zijn.

De wandeling gaat over rotsblokken, trappetjes en een brug maar is prachtig om te doen, ook blijkt onze conditie nog redelijk goed.

Het eindpunt is prachtig, je ziet grotten, grote spleten en het blauw van het ijs.

Pas tegen half twee zijn we terug bij de camper en gaan dan dezelfde weg terug naar Gaupne en dan door naar Sogndal, waar we bij een supermarkt volop inslaan want alles is op !

Inmiddels is het ruim na vieren en prachtig zonnig weer, tijd om weer een plekje te zoeken en niet veel later staan we aan de Norafjord met uitzicht op Sogndal. We kunnen heerlijk in de zon zitten, net zoals we de dag gestart zijn,  en ’s avonds gaat de barbecue aan, …..weer was het een prachtige dag !

Verslag 51

Het is vandaag (vrijdag 2 augustus) prachtig weer, al hadden wij de pech dat de zon lang achter de bergen bleef zodat we binnen ontbeten hebben. We gaan richting de stad Bergen maar dat is nog ruim twee honderd en twintig kilometer verwijderd van Sogndalsfjora, waar we nu zijn en je kunt hier in Noorwegen niet snel van A naar B met al die slingerende, smalle wegen.

Nadat we even gestopt zijn bij de Kvinnefossen gaan we met de veerboot de Sognefjord over van Hella naar Vängsness om vervolgens een stop te maken bij Vik.

Hier staat de oude staafkerk van Hopperstad die al gebouwd is in 1130.

Een “stavkirke” is helemaal van hout gemaakt al kan deze wel op een stenen fundering staan. Van de duizend staafkerken die er gebouwd zijn tussen 1130 en 1350 zijn er nu nog achtentwintig over en deze vormen de unieke Noorse bijdrage aan het culturele werelderfgoed.

Nadien volgen we een prachtige bergpas naar Voss en komen op ruim negen honderd meter hoogte waar we de sneeuw nog kunnen aanraken al is er niet veel meer van over.

We weten natuurlijk al dat we vandaag niet in Bergen aankomen en normaal gesproken zoek ik dan in de App. “park4night” een plaats op om te overnachten, maar helaas heeft deze site nu kuren dus moeten we zelf op zoek naar een mooi plekje. Dit valt nog niet mee, zeker omdat we richting een grote stad gaan, maar toch is het gelukt: tegen vijven vinden we een kleine plek aan de Samnangerfjord iets noordelijk van het plaatsje Haga.

Het lijkt hier net of we op een balkon zitten boven het water.

We kunnen nog lange tijd van de zon genieten en Wim kookt weer buiten, morgen rijden we de laatste vijfenveertig kilometer naar Bergen !

Verslag 52

Het is de hele dag bewolkt, maar koud is het niet dus kunnen we buiten ontbijten op ons “balkon” ! Vervolgens rijden we richting Bergen waar we pas rond de middag een plekje hebben gevonden voor de camper bij de terminal van cruiseschepen. We wandelen naar de bekende handelshaven Bryggen met z’n  oude houten huizen die vroeger dienst deden als pakhuizen voor vis en visproducten.

Je kunt er nu over de koppen lopen, zo druk is het er met toeristen, net als wij !

Nadat we wat gegeten hebben op de vismarkt (Fisketorget) begint de lucht helemaal te betrekken (Bergen staat bekend als de Noorse stad met de meeste regen !) en heeft het weinig zin meer om met de kabelspoorbaan (Floyfjellet) omhoog te gaan voor een mooi uitzicht over de stad.

Binnen twee uur zijn we terug bij de camper en rijden een heel stuk over dezelfde route  als dat we gekomen zijn, maar het was leuk om Bergen na vele jaren weer eens te zien.

We vervolgen onze weg via Nordheimsund richting Brimnes, maar stoppen voor die tijd bij een prachtige parkeerplaats (Steinstoberget Rasteplass) aan de Hardangerfjorden waar we natuurlijk weer met zicht op het water gaan staan.

Wim gaat nog een tijdje vissen en we zitten tot achten buiten, de zon heeft zicht vandaag weliswaar niet laten zien, maar toch was het prima weer !

Verslag 53

We werden vanmorgen vroeg wakker van het harde gekletter van regen op het dak en toen we tegen elven wegreden van onze overnachtingsplek regende het nog steeds. De ruitenwissers hebben de gehele tijd dat we langs de Hardangerfjord rijden volop aangestaan tot we uit een twaalf kilometer lange tunnel komen, waar zelfs een verlichte rotonde aanwezig is, en het opeens droog is (en blijft !).

Via een lange brug komen we in Brimnes en vervolgens in Eidfjord waar een cruiseschip voor anker ligt.

We rijden nog een stuk over sterk oplopende kronkelende wegen en tunnels vol bochten voor we uitkomen bij de Vöringsfossen, een indrukwekkende waterval die honderd twee en tachtig meter naar beneden stort.

Tegenwoordig kun je via een metalen brug over de waterval lopen en is deze van alle kanten goed te bekijken.

Nadat we er vlakbij geluncht hebben rijden we naar het Norsk Natursenter in Hardanger waar we (weer) een prachtige panoramafilm zien, dit keer over de natuur van de Hardangervidda.

Ook zijn er diverse opgezette dieren en veel informatie over het veranderende klimaat.

Nadien rijden we nog een stukje maar stoppen al vrij vroeg op een oude weg langs een tunnel met uitzicht op de Eidfjord. Ook kijken we op een mooie, kleine waterval en hóren deze bovendien erg goed.

Dat wordt vannacht lekker slapen met weer het geluid van vallend water, al is het dit keer niet van de regen !

Verslag 54

De hele dag hebben we over de toeristische weg nr. 13 gereden die de ene keer gewoon tweebaans is, maar even later zo smal dat je elkaar niet kunt passeren.

Ook kan je binnen een uur langs een fjord rijden, tientallen watervallen, waaronder de prachtige Lätefoss, zien en even later op negen honderd meter hoogte zitten en uitkijken op een bergmeer met restanten van sneeuw aan de kant.

Noorwegen blijft een schitterend land met een heel afwisselend landschap.

We gaan via Brimnes en Odda naar Sand en hebben vandaag twee honderd en tien kilometer afgelegd.

We staan nu vlak voor Nesvik waar we morgen met de veerpont over gaan naar Hjelmeland en dan door naar Stavanger. We hebben nog een week de tijd om naar Sellingen te rijden, waar we de reünie hebben met onze gezellige kampeervrienden en als er geen gekke dingen gebeuren moet dit zeker lukken !

Verslag 55

Na een boottrip, een stuk rijden, een tolweg en enkele lange tunnels komen we tegen de middag aan bij Stavanger, de op twee na grootste plaats van Noorwegen. We kunnen de camper in het centrum aan de kade parkeren en wandelen hiervandaan eerst naar de Valbergtärnet, de brandwachttoren uit 1852.

Hier omheen zijn enkele “fleurige” winkelstraten, maar wij komen natuurlijk vooral voor het oude gedeelte van de stad: Gamle Stavanger met z’n witte, houten huisjes en smalle keienstraatjes.

Er is vanzelfsprekend van alles te bekijken in Stavanger, maar wij zijn na anderhalf uur weer vertrokken en rijden langzaamaan richting Kristiansand, al verlaten we bij Helleland de drukke E 39 en gaan over op de rustigere Sirdalsveien.

We komen weer langs mooie hoge bergen, snelstromende rivieren en bergmeertjes. Tegen half vijf stoppen we bij zo’n meer: Bjornestadvatnet en parkeren daar onze camper voor onze laatste nacht in Noorwegen. Morgen moeten we nog ruim honderd vijftig kilometer rijden naar Kristiansand en varen daarvandaan om half vijf in ruim drie uur tijd naar Hirtshals in Denemarken, het land waar we precies twee maanden geleden onze trip begonnen.

En ook de laatste overnachtingsplek in Noorwegen is weer prachtig !!

Verslag 56

De laatste dag in Noorwegen hebben we helaas slecht weer met veel regen, jammer, want de route op zich is erg mooi en afwisselend, maar dit komt nu niet tot z’n recht. We hebben ruim de tijd voor we met de boot overvaren en stoppen onderweg voor de lunch.

Wanneer we tegen kwart over twee  in Kristiansand aankomen staat er al een flinke rij te wachten voor de overtocht, wel is het dan eindelijk droog weer en komt zelfs de zon nog even tevoorschijn.

Twee uur later rijden we de veerboot van Color Line op en gaan al snel het schip verkennen. Er zijn enkele winkeltjes, vooral de taxfree afdeling is weer erg in trek, en ook is er voldoende mogelijkheid om de inwendige mens te versterken. Wij kiezen voor een all-in buffet dat werkelijk voortreffelijk is en waar we de gehele vaartijd kunnen verblijven.

Tegen kwart voor acht komen we aan in Denemarken (Hirtshals) en rijden dan nog slechts vijf kilometer naar een parkeerplek in een bos waar al enkele campers staan. Ook hier is het helaas weer regenachtig, maar voor morgen is er beter weer voorspeld !

Verslag 57

En dan opeens zijn de bergen weg en rijden we door glooiend landschap met enkele boerderijen, veel landbouwgrond en wat veeteelt, …..het is weer even wennen ! We gaan richting de oostkust van Noord-Jutland en stoppen bij het stadje Saeby dat net zijn vijf honderd jarig bestaan viert.

Het oude centrum kent verschillende vakwerkhuizen en ook is er een museum gevestigd in een 17de-eeuws huis wat we bekijken.

Nadat we geluncht hebben met uitzicht op het water rijden we naar het Voergärd Slot, vlakbij de plaats Flauenskjold, een mooi renaissance kasteel, waar we helaas net te laat zijn om de rondleiding van drie uur mee te maken en daarom alleen de buitenkant van het stijlvolle gebouw kunnen bekijken.

Het is zonnig weer dus besluiten we een plaats voor de nacht te zoeken en komen uit bij een mooi plekje aan het ondiepe Kattegat in de buurt van Norre Sorä waar we enkele uren genieten van de zon.

Tegen zevenen verhuizen we naar binnen, maar Wim heeft de camper natuurlijk weer zo neergezet dat we  van binnen uit een prachtig uitzicht hebben over het water !

Verslag 58

Vannacht begon het te regenen en niet zo’n klein beetje, ook ging de wind aanwakkeren en werd uiteindelijk een windkracht zes, we lagen gewoon te schudden in ons bed. Vanmorgen was het voor het eerst niet zo handig dat onze koelkast (een prima “Engel”, net zoals we in Australië hebben) vóór in de cabine staat, ik was al nat voordat ik daar alle ontbijtspullen uitgehaald had, zelfs met regencape aan.

Wanneer het heel even droog is ruimen we snel alles op en draait Wim de pootjes in, het heeft weinig zin hier te blijven staan. We rijden bijna twee honderd kilometer om tegen tweeën uit te komen bij de plaats Ebeltoft, waar een prachtig 19de-eeuws zeilschip: Fregatten Jylland in de haven ligt.

Je kunt dit schip van alle kanten binnen en buiten bekijken en is met z’n ruim honderd meter lengte een imposant fregat.

Het heeft meer dan veertig kanonnen aan boord en in vroeger tijden bestond de bemanning uit vier honderd dertig personen.

Gelukkig is het net droog geworden en we nemen ruim de tijd om de Jylland te bewonderen.

Nadien lopen we nog even de ruim zevenhonderd jaar oude binnenstad in waar het kleinste raadshuis van Denemarken staat en ook hier bevinden zich weer veel vakwerkhuizen.

Slechts vier kilometer van de stad, aan de oostkant van het schiereiland zetten we onze camper pal aan zee bij Boeslum, waar het inmiddels lekker zonnig weer is en we nog lange tijd buiten kunnen zitten, dit hadden we vanmorgen echt niet kunnen bedenken !

Verslag 59

Vandaag hebben we twee honderd vijfentwintig kilometer afgelegd, hoofdzakelijk zuidelijk, al zijn we later afgeweken in oostelijke richting naar het eiland Funen. Op dit één na grootste eiland van Denemarken staat zo’n beetje in het midden het Egeskov Slot, een schitterend kasteel uit de 16de-eeuw en één van de bekendste bezienswaardigheden van het land.

Behalve het bekijken van dit prachtige slot kun je rondwandelen door enkele mooi aangelegde tuinen, zijn er voor kinderen allerlei activiteiten en speelterreinen, maar staan er ook  diverse gebouwen met oude voertuigen wat Wim natuurlijk heel interessant vindt.

Er staat zelfs een voorloper van de huidige campers !

We brengen er dan ook enkele uren door en staan verbaasd over het grote aantal oldtimers, brandweerauto’s, motoren en andere curiosa.

Tegen half vijf verlaten we het drukke park en rijden nog een half uurtje om uit te komen bij het zuiden van het eiland tussen de plaatsen Svendborg en Faaborg pal aan het water van de “kleine Belt”, waar diverse surfers actief zijn. Nog steeds waait het flink en staan de witte koppen op de golven.

Later verzetten we onze camper zodat we wat meer beschut staan, we hebben geen behoefte om weer een nacht te schudden in ons bed vanwege stormachtige wind !  

Verslag 60

Als meisje van een jaar of tien heb ik, samen met mijn ouders en zusjes, enkele zomervakanties doorgebracht op een camping bij Faaborg op het eiland Funen, dus vanmorgen zijn we naar dit dorp gereden om te kijken of er nog herinneringen boven komen uit die tijd. Toevallig rijden we langs Faaborg Miniby, het dorp nabootst in miniatuur, op een schaal van één op tien, maar dan uit het jaar 1890.

De honderd twintig  huisjes zijn er pas in 2009 door vele vrijwilligers neergezet, dus ik kan dit niet in mijn kinderjaren gezien hebben.

Wandelend door de vele smalle kasseien straatjes van Faaborg zien we dat het een schilderachtig dorp is met veel vakwerkhuizen, maar herkenning blijft uit.

Later rijden we nog naar een camping in de buurt, maar het is vijfenvijftig jaar geleden, dus kampplaatsen zijn helemaal veranderd in al die jaren, toch vond ik het leuk hier weer even terug te zijn.

We gaan naar Bojden waar we met een veerboot in vijftig minuten tijd overvaren naar Fynshav op het eilandje Als, al moeten we wel twee uur wachten op de pont en kunnen we pas om drie uur mee.

Eenmaal daar rijden we nog een klein stukje richting Nordborg waar we weer een plekje vinden in een bos en tevens aan het water van de Kleine Belt.

Helaas staat er nog steeds een harde, koude wind waardoor we rond zes uur al in de camper zitten, wel met mooi uitzicht op de zee. Voor de komende dagen is er heet, benauwd weer voorspeld ruim boven de dertig graden en zullen we misschien met weemoed terugdenken aan het koele weer wat we nu hebben !!

Verslag 61

Via een lange brug verlaten we het eilandje Als en komen op Zuid-Jutland waar we rond de middag het plaatsje Tonder bekijken. We wandelen door de hoofdstraat en zien diverse oude gebouwen met fraaie voordeuren en aparte puntgevels.

Het is het laatste wat we bezichtigen van Scandinavië want even later gaan we de grens met Duitsland over. We moeten nog zo’n vier honderd en vijftig kilometer afleggen voor we in Sellingen zijn en we besluiten om de kortste route te nemen via Glückstadt in plaats van allemaal snelwegen, die ook nog eens honderd kilometer meer op de teller aangeven. Helaas krijgen we bij Glückstadt, waar we de rivier de Elbe over moeten, te maken met een lange file en duurt het twee uur voor we eindelijk met de veerpont meekunnen.

Inmiddels is de temperatuur aardig opgelopen en is het knap warm in de auto, we doen zelfs de airco aan.

Pas tegen half acht zijn we in Wischhafen en moeten dan nog steeds een paar honderd kilometer afleggen voor we bij Roel en Janna zijn, dus rijden we  nog een stukje door. We staan nu bij het gehucht Neubachenbruch met uitzicht op een weiland (wel wat anders dan we gewend zijn !) en konden nog heel even genieten van de laatste zonnestralen, waarna we toch weer in de camper belanden, want het koelt snel af. 

Vanavond doen we voor het laatst deze trip ons favoriete spel Carcassonne en hebben dan in totaal één en zeventig potjes gespeeld, helaas staat Wim tien punten voor en kan ik hem dus duidelijk niet meer verslaan !!

Laatste verslag 62

We hebben onze prachtige reis door Scandinavië afgesloten met een heel gezellige reünie in Sellingen, al hebben we deze laatste dagen wel heel wisselend weer gehad.

Dinsdag was het met vierendertig graden erg broeierig warm en net nadat we buiten heerlijke pizza’s hadden gegeten barstte het onweer los met de bijhorende verkoelende regen.

Woensdag kregen we tijdens een fietstocht een flinke plensbui over ons heen en het bleef maar doorregenen zodat we ’s middags  mooi de tijd hadden om de film van onze groepsreis vorig jaar door de Balkan (gemaakt door Wim) te bekijken.

Ook ’s avonds, terwijl we genoten (van de generale repetitie) van een leuke misdaad komedie  in het openluchttheater, bleef het niet droog en zaten we met de paraplu op in regenkleding naar de voorstelling te kijken.

Gelukkig is het vandaag de hele dag droog gebleven, zowel tijdens de fietstocht (waar we net als gisteren bijna veertig kilometer afgelegd hebben), als met de barbecue, en konden we tot laat in de avond buiten zitten, zelfs het kampvuur ging aan.

We hebben ondertussen alweer plannen gemaakt voor de volgende groepsreis en willen dan richting Bretagne afreizen, mits iedereen volgend jaar nog in goede gezondheid verkeert. Morgenvroeg vertrekt ieder weer naar huis en zit onze reis van ruim tien weken erop. We hebben deze trip tien duizend kilometer afgelegd en bijna altijd op mooie, gratis plekjes overnacht. We weten nu al dat we zeker weer terugkeren naar het prachtige, veelzijdige Scandinavië !!   

Australie 2024 met Dennis van Adelaide naar Cairns

Verslag 1

Ook dit jaar brengen we de Hollandse wintermaanden door in het warme Australië, deze keer reizen we van Adelaide naar Cairns, samen met Dennis voor wie het de laatste trip naar Down Under wordt. Tijdens onze reizen afgelopen jaar speelde steeds de gezondheidstoestand van mijn ouders een belangrijke rol, maar helaas is mijn vader, nog geen vier maanden na mijn moeder (overleden 25 juli 2023) inmiddels ook gestorven op 18 november. Ze hebben de mooie leeftijd van 92 en 93 jaar bereikt en er resten ons niets dan prachtige herinneringen aan hen.

Gistermorgen (zaterdag 13 januari) heeft Marcel ons weggebracht naar Schiphol, we moesten al vroeg op want het toestel van Singapore Airlines vertrok om 10.25 uur en je moet nu eenmaal altijd al uren van te voren aanwezig zijn. Maar alles verliep heel vlotjes en om elf uur zaten we al aan een (plastic) glas champagne met wat nootjes erbij, een mooi begin van de reis.

De eerste vliegtrip van ruim twaalf uur verliep rustig en rond zes uur plaatselijke tijd (elf uur ’s avonds in Holland) zijn we geland in Singapore waar het, met dertig graden, vochtig warm is. Thuis had Wim al een (dag)kamer geregeld in het Crowne Plaza hotel dat grenst aan Changi Airport en hiervandaan kijken we uit op het zwembad en de luchthaven.

We duiken al vrij snel  het bed in (al is die van Dennis wel een beetje te kort !) en presteren het om tien uur aaneengesloten te slapen.

Rond half één ’s nachts beginnen we, na een vertraging van een uur, uitgerust aan het laatste stuk van de vliegtrip en komen rond negen uur ’s morgens aan in Adelaide (Weer zit er een tijdsverschil in van twee en een half uur, het is hier nu negen en een half uur later dan in Nederland !).  Een uurtje later zitten onze koffers in een taxi die ons naar U-store-it in Londsdale brengt waar onze camper en auto negen maanden gestald stonden. Ze hebben een beurt gehad dus we hopen zonder problemen drie maanden rond te trekken door Australië. Natuurlijk moet er de eerste dag van alles geregeld worden: een telefoonkaart, heel veel levensmiddelen en ook de jerrycans moeten weer met water gevuld worden. Tegen half vijf komen we aan bij onze eerste overnachtingsplek: Pink Gum Campground in het Onkaparinga River N.P. (zo’n vijfenveertig kilometer van Adelaide) waar we van te voren al een plek geboekt hadden.

Nu wordt het tijd om de koffers uit te pakken en alles weer op orde te brengen in onze “huisjes”.

En terwijl wij bij vierendertig graden de eerste kangoeroes rond zien hippen blijkt het in Nederland te sneeuwen !

Tegen negenen slaat, zoals iedere keer de eerste dag,  ineens de vermoeidheid toe en we liggen dan ook heel vroeg op bed !!

Verslag 2

Na een onrustige nacht zijn we vanmorgen al vroeg wakker, toch zoeken we tijdens het ontbijt de schaduw op want de zon is meteen heel krachtig.

Wanneer we de kampplaats weer verlaten rijden we lange tijd door de mooie wijnsteek McLaren Vale, waar veel lekkere wijnen vandaan komen.

We nemen een afslag naar de kust en komen uit bij een prachtig strand waar we alle drie het koele zeewater ingaan en er vervolgens geruime tijd verblijven tot dat er een frisse wind opkomt.

Op weg naar onze volgende overnachtingsplaats zien we een bord met: “Nan Hai Pu Tuo Temple of Australia” en natuurlijk zijn we benieuwd wat dit inhoudt. Bij aankomst zien we een gigantische Boeddha en de fundamenten van een groot tempelcomplex dat eigenlijk al in 2011 klaar had moeten zijn, of het ooit zo ver komt zal nog blijken !

Via een prachtige heuvelachtige weg rijden we verder zuidwaarts naar Deep Creek N.P. en ondertussen begint het koeler te worden en zien we wolken en flarden mist voorbij trekken.

Eenmaal aangekomen bij Trig Campground zetten we meteen de zijkanten van de luifel op en kunnen we al snel een vest aantrekken en later zelfs de lange broek, wat een verschil met vanmorgen ! 

We doen ons eerste potje Carcassonne wat ik grandioos win !!

Twee keer over zien we een vos voorbij lopen, waardoor de  kangoeroes  op veilige afstand blijven en zich nu niet vertonen !

Verslag 3

Het heeft vannacht geregend en vanmorgen staat er een harde, koude zuidelijke wind. Het is slechts dertien graden, dat wordt dus de lange broek en enkele laagjes bovenkleding over elkaar aan ! In het Deep Creek N.P. waar we overnacht hebben, zijn diverse wandelroutes uitgezet en wij lopen vandaag de “Waterfall Hike”, een prachtige wandeling van drie en een halve kilometer over oneffen paden  met veel hoogteverschil en met als hoofddoel een schitterende waterval.

Tijdens het wandelen kunnen de vesten weer uit, want de zon komt gelukkig weer tevoorschijn.

Na twee uur zijn we terug bij de auto’s en gaan dan nog even naar het Talisker Conservation Park waar restanten te zien zijn van een oude mijn.

Dan wordt het tijd om naar Cape Jervis te rijden, want om drie uur varen we met een boot van Sealink naar Kangaroo Island en hier willen we acht dagen rond gaan trekken. We zijn er voor het laatst geweest in 2020 met Marcel, Marieke en de jongens, maar toen konden we maar een gedeelte van het eiland bekijken, omdat er een grote brand had gewoed.

Tijdens de ruim een uur durende overtocht gaat de boot bij windkracht vijf aardig heen en weer, maar gelukkig worden de beide mannen niet zeeziek !

Onze eerste overnachtingsplaats op het eiland:is Chapman River Campground (nr.6), een favoriete plek waar we al meerdere keren gestaan hebben en bij aankomst voelt het meteen weer heel vertrouwd.

We kunnen nog tot half acht van de zon genieten en daarna koelt het weer snel af. Morgen wordt het een relaxte dag, want we hebben dit prachtige plekje voor twee dagen geboekt !

Verslag 4

Zoals gezegd zijn de auto’s vandaag niet van de plek gekomen en hebben we het rustig aan gedaan, al heeft Wim wel regelmatig z’n vishengel uitgeworpen en in totaal dertig exemplaren gevangen !

Ook hebben we een wandeling langs de Chapman rivier gemaakt richting zee, waar we over een totaal verlaten strand liepen.

Vanaf een uitkijkpunt zie je de rivier die bij extreem veel regen uitmondt in zee, maar nu te weinig water bevat en er voor zorgt dat je door kunt lopen over het strand naar de andere kant van de Chapman River.

Het weer is helaas nog niet wat we gewend zijn in Australië, de wind is vrij koud en ook laat de zon zich niet veel zien, maar er is beter weer op komst.

Kangaroo Island is honderd vijfenvijftig kilometer lang en vijfenvijftig kilometer breed en meer dan één derde van het eiland is Nationaal Park, de komende dagen gaan we het gebied uitgebreid bekijken, voor Dennis is alles nieuw !!

Verslag 5

We hebben een leuke, gevarieerde dag gehad vandaag. We zijn eerst naar de oostelijkste punt van het eiland gereden waar de oudste vuurtoren van Australië staat: Cape Willoughby Lighthouse, gebouwd in 1852 en die toen al vier duizend dollar kostte, wat een gigantisch bedrag was !

De golven beuken er tegen de ruige kust en een grote groep ibissen nestelt zich in het hoge gras.

Onze volgende stop is bij Baudin Beach waar we grillige rotsen zien bij een beschutte baai.

Ook het kleine plaatsje Sapphiretown ligt heel mooi genesteld tussen de Pelican Lagoon en de Eastern Cove en hier liggen dan ook veel boten aangemeerd.

Al vrij snel komen we daarna bij de prachtige Pennington Bay en hier rollen de hoge golven uit op het strand en spatten uiteen tegen de aparte rotsen.

Dan zijn Dennis en ik even heel actief en klimmen de vijf honderd treden op naar het mooie uitkijkpunt Prospect Hill, Wim is hier (samen met mij) al een paar keer geweest en blijft beneden wachten.

In het plaatsje American River kopen we een dozijn oesters die daar gekweekt worden en zien er enkele pelikanen.

Na nog een stop bij Red Banks rijden we naar de enige bierbrouwerij op het eiland vlakbij Kingscote waar we een bierproeverij houden en tevens een heerlijke pizza eten.

Op weg naar onze volgende overnachtingsplaats: Discovery Lagoon campground komen we nog langs een mooi zoutmeer, wat ons doet denken aan de sneeuw die nu in Holland volop aanwezig is !

Op de kampplaats doen we (ik voornamelijk !) ons tegoed aan de heerlijke oesters met een lekker wijntje erbij en tot laat in de avond zitten we buiten in de korte broek nagenietend van de mooie dag ! 

Verslag 6

We zijn vanmorgen (zaterdag 20 januari) eerst naar Kingscote gereden, het enige dorp op het eiland waar meerdere winkels zijn en hier hebben we onze voorraden zo aangevuld dat we voldoende levensmiddelen hebben voor de resterende dagen op Kangaroo Island.

(“Silo-art” in Kingscote)

Natuurlijk ligt de plaats aan het water en onder de lange pier, waar veel vanaf gevist wordt,  rust een zeehond in de schaduw, al is hij haast niet te zien.

Ook zijn er weer veel pelikanen aanwezig.

We rijden richting de “Bay of Shoals”, een prachtige beschutte baai, waar we bij de gelijknamige wijngaard een proeverij doen van vier verschillende soorten wijn, afkomstig van het eiland.

Nadien eten we, in een nabij gelegen park, de net gekochte garnalen al moeten deze nog wel even gepeld worden. 

We vervolgen onze trip via Emu bay, waar we een stuk over het harde strand rijden, om uiteindelijk door te gaan naar Stokes Bay, om daar te overnachten.

Wanneer we er tegen half vier aankomen kunnen we gelukkig nog een redelijk plekje vinden op de vrij volle kampplaats.

Deze ligt dan ook bij het mooiste strand van het eiland waar je via een heel aparte route, langs allemaal rotsen, pas kunt komen, het wordt dan ook de “hidden beach” genoemd.

We presteren het om met twee parasols, een strandtas en een stoel door de smalle doorgang te komen, waarna we enige uren op het strand en in het koele zeewater doorbrengen.

Dan begint het weer te waaien en keren we terug naar onze onderkomens waar het ook ineens heel winderig is. We plaatsen de zijkanten in een hoekvorm aan de luifel om zo redelijk beschut te kunnen zitten en te genieten van de uitgebreide maaltijd die Wim heeft bereid. …….ik denk dat we een stormachtige nacht tegemoet gaan ! 

Verslag 7

We hebben onze eerste koala gespot deze reis, Dennis zag hem vanmorgen in de boom boven onze kampplaats, natuurlijk was hij vast in slaap, al deed hij even z’n kop omhoog toen Wim de camper startte.

Even later zien we een zwarte slang rustig over de weg glijden, ook deze wordt vastgelegd op camera.

Vandaag bekijken we de noordkant van het eiland en stoppen als eerste bij King George beach, waar heel aparte oranje rotsen te zien zijn.

Bij Snelling beach rijden we het strand op, al is deze nu helemaal stil en verlaten.

Dan gaan we naar Western River Cove beach waar je langs de rivier naar zee kunt lopen.

Al vrij vroeg rijden we door naar, de noordwestelijk gelegen, Harveys Return campsite, behorend bij Ravine des Casoars Wilderness Protection Area. De weg ernaartoe is vrij slecht en lijkt het meest op een wasbord.

In tegenstelling tot gisteren is deze kampplaats zo goed als verlaten, waarschijnlijk omdat deze heel afgelegen ligt en de weg zo hobbelig is !

We maken er een relaxte middag van met een boek en een potje Carcassonne, maar er is ook tijd voor wat klusjes.

Tegen vieren lopen we een stukje van een “hike” naar zee, maar halverwege moet je ineens steil naar beneden over rotsen klimmend, daar hebben we nu geen zin in.

We genieten nog een tijdje van de zon tot deze ondergaat en het vest weer aankan, want de avonden blijven nog steeds aan de frisse kant !

Verslag 8

Acht kilometer vanaf onze overnachtingsplaats (Harveys Return) bevindt zich Cape Borda lighthouse, een vuurtoren die rond 1928 bevoorraad werd met paard en wagen vanaf Harveys Return.

Tegenwoordig is de vuurtoren niet meer bemand, de enige bewoners die wij zien zijn twee kangoeroes die op zoek zijn naar water !

De weg naar de vuurtoren is, net als het laatste stuk naar de kampplaats, gigantisch slecht en tijdens het rijden horen Wim en ik gelijktijdig ineens een vreemd gerammel. Meteen moeten we weer terugdenken  aan twee jaar terug toen de vering brak bij Karijini N.P. met als gevolg dat we bijna een week op een camping hebben gestaan voor alles gerepareerd was ! Gelukkig blijkt het nu minder ernstig en is het de bull-bar waarvan één van de steunen gebroken is, terwijl deze net vorige week opnieuw gelast waren bij de garage.

We rijden zuidwaarts naar de bekendste toeristische plekken van Kangaroo Island: Remarkable Rocks en Admirals Arch. In 2020 is er een gigantische brand geweest op het eiland en is de westkust grotendeels verbrand, gelukkig is het weer aardig hersteld, al zie je nog wel restanten van deze catastrofe.

Er staat vandaag weer een harde wind en we worden haast weggeblazen bij de prachtige, grillige rotsen maar het blijft mooi om te zien.

Bij Admirals Arch zijn ze helaas met reconstructiewerkzaamheden bezig en is het uitzicht minder mooi dan normaal, wel zien we diverse zeehonden op de rotsen rusten.

We rijden naar Western K.I. caravan park, tegenwoordig behorend bij de “discovery parks” keten, om onze huisjes neer te zetten. Bij de receptie zie ik een bekend gezicht, deze vrouw (Margaret) heb ik twee jaar geleden in Broome gezien, ook bij een discovery park, waar we zes dagen gestaan hebben omdat de airco van Dennis’ auto kapot was. (Ja, die trip hebben we heel wat reparaties gehad aan onze auto’s !!)  Margaret, met Nederlandse roots,  herkend ons ook en haar man (Chris) weet zelfs nog dat we onze camper altijd ergens stallen en dan weer naar Holland vliegen ! Wanneer Wim vraagt of ze iemand weten om de bull-bar te repareren biedt Chris spontaan aan om dat te doen, en een half uurtje later is deze weer gelast, zonder dat hij er een cent voor wil hebben.

Omdat we de afgelopen twee jaar blijkbaar zes keer overnacht hebben bij een discovery park, krijgen we een gratis tweede overnachting, dus morgen staan we hier ook.

Nu we toch op een “echte” camping staan draai ik maar een wasje en ook kunnen we weer douchen, iets wat niet mogelijk is in de meeste Nationale Parken. De plek waar we nu staan is echt niet verkeerd: er zit weer een koala vlakbij in een boom, de galah’s vliegen rond en de wallabies hippen om de camper.

Morgen is een speciale dag want dan viert Dennis voor de derde keer z’n verjaardag in Australië !

Terwijl we bezig zijn met het verslag horen we ineens geritsel, het blijkt een brutale possum te zijn die bij Dennis de tent in wilde sluipen en even later de auto inklom !

Verslag 9

Net op de dag dat Dennis verjaart naar achtendertig hebben we te maken met extreem heet weer, het is vandaag rond de veertig graden. We gaan dan ook al vroeg op pad en zijn rond tienen bij Seal Bay Conservation Center waar de op twee na grootste zeeleeuwen kolonie van Australië huist. Ze komen hier het hele jaar door , vaak na een driedaagse jacht op vis, om uit te rusten in de beschutte baai. Ook hun jongen worden hier geboren en doen er hun eerste zwempogingen.

We zien tientallen zeeleeuwen lui op het strand liggen en jonkies dollen in zee, een prachtig gezicht.

Nadat we alles uitgebreid bekeken hebben rijden we terug richting de kampplaats om onderweg te stoppen bij Kelly Hill Caves, waar we een uurtje moeten wachten voor de volgende rondleiding begint.

Maar het is het wachten waard: de druipsteengrotten hebben heel aparte stalactieten, er wordt met een lichtshow een mooi verhaal verteld én het is er zo’n achttien graden, heerlijk verkoelend dus !

Nadien rijden we nog even naar het vlakbij gelegen Hanson Bay waar Wim en Dennis het koude water trotseren, ik kom niet verder dan tot mijn knieën in het zeewater.

Dan wordt het tijd om naar de camping te gaan waar we eerst schaduw creëren voor we aan de taart en champagne beginnen en natuurlijk mag een spelletje Carcassonne niet ontbreken, iets wat we alle drie graag doen.

Ook heeft Wim een privédouche gemaakt zodat we regelmatig even af kunnen koelen.

Tegen vijven bellen Marcel, Marieke en de jongens om Dennis te feliciteren en ook komen er veel app-jes en mails binnen met felicitaties. Vanwege het hete weer eten we pas laat: heerlijke steaks met frietjes en groenten en langzaamaan keert de temperatuur terug naar normaal.

Ook komt het “wildlife” weer tevoorschijn, al zit Dennis niet te wachten op nog een possum in z’n auto !!  

Verslag 10

Dennis heeft afgelopen nacht bezoek gehad, helaas voor hem niet van een leuke jongedame, maar weer van een brutale possum, die urenlang in de afdekhoes van de tent gelegen heeft. Vanmorgen vonden we er een tiental keuteltjes van het dier !  (Er stonden nog diverse nieuwe app-jes en mailtjes met felicitaties op de telefoon toen we vanmorgen wakker werden, allemaal hartelijk dank daarvoor !) Nadat onze gasfles gevuld is en we getankt hebben verlaten we de kampplaats en rijden in oostelijke richting, we stoppen bij Vivonne Bay, een prachtige baai waar we in 2020 nog gekampeerd hebben met Marcel, Marieke en de kids.

We rijden door naar Little Sahara, hier leven Dennis en ik ons uit door op de hoge, witte duinen te klimmen en er vervolgens weer af te rennen.

Daarna gaan we naar het laatste stukje van het eiland dat we nog niet gezien hebben: d’Estrees Bay waar we, met uitzicht op zee, lunchen. 

Tegen half drie arriveren we op Seafront Holiday Park in Penneshaw, onze laatste overnachtingsplek op Kangaroo Island. Hiervandaan is het vijf minuten rijden naar de boot waarmee we morgen overvaren naar het vaste land van Australië.

We maken nog een wandeling over de “Scupture Trail”, waarna het weer tijd is voor een spelletje.

We hebben een heerlijke tijd gehad op het eiland en enorm geboft met het weer !

(Vakantie is wel vermoeiend !!)

Verslag 11

Het was vanmorgen een drukte van jewelste bij de bootterminal, er lag namelijk een groot cruiseschip van Princess Cruises in zee voor anker en urenlang werden gasten vanaf het schip met pendelbootjes naar de wal gebracht om vervolgens met een bus een rondrit over het eiland te maken.

Wij zijn met de ferry van half elf overgevaren en een uurtje later arriveren we bij Cape Jervis vanwaar we verder rijden naar Victor Harbour.

Helaas begint het bij aankomst te regenen en dit gaat door tot zeven uur ’s avonds. We brengen dan ook enkele uren door in een overdekt winkelcentrum om onze voorraden aan te vullen en gelijk wat te eten.

Via Goolwa rijden we vervolgens naar Frank Potts Reserve bij Langhorne Creek, een wijngebied, om te overnachten.

Bij aankomst weet ik meteen: hier zijn we eerder geweest en na het even opgezocht te hebben blijkt het, op de dag af, precies twaalf jaar geleden te zijn dat we hier ook overnacht hebben nadat we op Kangaroo Island rondgetoerd hadden. We moeten echt zoeken naar een plekje zonder plassen, alles is drassig en zelf blijven we natuurlijk ook niet droog wanneer we alles opbouwen.

Maar we kunnen (en moeten wel, want in de camper is geen ruimte !) onder de luifel weer een spelletje doen en het eten bereiden. Wel liggen we waarschijnlijk vroeg op bed, want alles is vochtig en kil !!

Verslag 12

Het is gelukkig weer opgeklaard al staat er een harde, koude, zuidelijke wind en is het rond de eenentwintig graden. We rijden langs Lake Alexandrina en gaan bij Wellington met de pont de rivier de Murray over, die weer aardig hoog staat.

Na Meningie gaan we verder in zuidelijke richting en komen bij Coorong National Park, waar een reeks prachtige lagunen gescheiden wordt van de oceaan door een honderd vijfenveertig kilometer lange duinstrook. We passeren diverse zoutmeren waarvan sommige roze aandoen  en stoppen bij Jacks Point waar je uitkijkt op een eiland waar pelikanen broeden, helaas te ver weg om goed te kunnen zien.

Wel zien we tientallen pelikanen boven ons rondcirkelen.

Nadat we de onverharde “loop road” vol kuilen hebben gereden nemen we even later weer een afslag  naar “42 mile crossing camp” waar we een beschutte plek vinden om te overnachten.

Het is vandaag “Australian Day”, een vrije dag voor de meeste mensen en het is dan ook vrij druk op de kampplaats met jongeren, die nu een extra lang weekend hebben !

(Zouden hier wombats leven ?)

In de loop van de middag lopen we naar de kust, een wandeling van anderhalve kilometer waarbij we over de duinen heen moeten klauteren en eindigen bij een ruwe zee met witte koppen op de golven.

Het zand is erg mul, toch wagen enkele auto’s zich op het strand, al is het alleen maar voor de “fun”!.

Nadat we teruggewandeld zijn blijkt dat we vandaag toch tien duizend stappen hebben gezet, dan hebben we wel een wijntje verdiend !!

Verslag 13

De route die we vandaag gereden hebben is haast hetzelfde als die we vorig jaar met Cas en Anja afgelegd hebben. We rijden nog een stuk door de Coorong, zien vervolgens “the Granites”, enkele granieten stenen die in zee liggen en in Kingston staat nog altijd de grote kreeft waarmee je op de foto kunt !

Daarna rijden we naar Robe en zien daar voor het eerst de Obelisk die al in 1855 gebouwd is en dienst doet als een soort vuurtoren.

De klif waarop hij staat brokkelt langzaam af en je kunt er niet meer direct bijkomen, maar de omgeving is erg mooi.

Ik zie er, sinds lange tijd, een echidna, een soort grote egel met een spitse snuit die gek is op mieren.

Daarna gaan we op zoek naar een overnachtingsplek, wat vanwege de harde, koude wind niet meevalt. We passeren zelfs de plek waar we met Cas en Anja overnacht hebben (Nora Creina roadstop), waar je haast weggeblazen wordt en ook Lake George is geen optie.

We eindigen bij Southend Tourist Park Bush Camp, een beschutte plek achter de duinen waar nog net een plekje voor ons vrij is. We lopen nog even naar zee, maar deze ziet er nu niet aantrekkelijk uit.

De lange broeken en dikke vesten gaan weer aan, maar ook met minder weer vermaken we ons prima !

Verslag 14

We hebben een leuke, afwisselende dag gehad: om tien uur waren we al in het Canunda National Park bij Southend waar we langs de “Rainbow Rocks” van Cape Buffon liepen, prachtige grillige rotsen die uit zee omhoog steken.

Daarna rijden we naar de plaats Millicent en brengen daar bijna twee uur door in het National Trust museum waar het vol staat met oude koetsen, machinerieën en andere historische attributen. 

Bij het Blue Lake in Mount Gambier houden we middagpauze,

waarna we de vlakbij gelegen gigantische Umpherston sinkhole bekijken, oorspronkelijk een grot waarvan het plafond is ingestort en waar nu een prachtige tuin in ligt, ook wel “the Sunken Garden” genoemd.

Tegen drieën gaan we de grens over van South Australia naar Victoria en moeten de klok een half uur vooruit zetten (het tijdsverschil met Holland is nu tien uur !). We nemen nog een keer een afslag naar de kust om bij Cape Bridgewater de “Petrified Forrest” te bekijken: de rotsen lijken op versteende bomen, ontstaan door erosie.

Ook slaan de golven hier wild tegen de kust.

Tegen half zes arriveren we bij Sawpit Campground, een gratis overnachtingsplek in het bos waar al diverse kampeerders staan, allen met een kampvuurtje aan.

Dat is het mooie van de staat Victoria, in tegenstelling tot de staat South-Australia waar het tot eind april verboden is open vuur te maken , mag je hier gewoon een vuurtje stoken, dus ook wij zitten vanavond rond het kampvuur !!

Verslag 15

We waren vanmorgen nog maar net vertrokken van de kampplaats toen we een koala op de weg zagen zitten. Hij wandelde rustig richting een boom en klom erin, ons steeds in de gaten houdend, prachtig om te zien !

We rijden vandaag slechts vijftig kilometer naar Mount Eccles N.P., tegenwoordig Budj Bim geheten. Hier bevindt zich een kratermeer en overal zie je lava liggen. We bekijken een “lava doorgang” Natural Bridge genoemd en een lavagrot waar het donker en vochtig is.

Je kunt rondom het meer lopen maar wij houden het nu alleen bij het uitkijkpunt over het water en zien daar, op korte afstand, een slapende koala in een boom zitten.

(Oeps, hier ging het bijna mis, Wim had deze grote kei niet gezien !)

Je kunt kamperen in het park en omdat we gisteren een vol programma hadden en pas laat bij de kampplaats aankwamen besluiten we het vandaag rustig aan te doen en zetten al vroeg onze onderkomens op een open plek in het bos neer. We hebben nu tijd voor wat klusjes: onze stoelen beginnen door te zakken en Wim is, samen met mij, enkele uren bezig om touw te spannen onder de zitting, waarna ze weer prima dienst doen.

Natuurlijk komt Carcassonne weer tevoorschijn en ook hebben we alle drie een mooi boek waarvan we, in de zon zittend met een wijntje, genieten. Na een uitgebreide maaltijd gaat vanavond het kampvuur weer aan ………… what a life, but somebody has to live it !!

Verslag 16

Terwijl we gisteravond bij het kampvuur zaten hoorden we wat ritselen en even later kwam er een possum tevoorschijn die geruime tijd in de buurt van ons kamp bleef.

Ook zagen we een kangoeroe, hoorden we het gegrom van een koala en enkele kookaburra’s waren druk bezig te communiceren met lachende klanken. Zo horen we het graag, al die dierengeluiden in de natuur ! Vanmorgen zijn we eerst naar Byaduk gereden waar vier grotten te bekijken zijn die inmiddels meer op sinkholes lijken !

Je moet uitkijken waar je loopt en er niet invallen want je komt er moeilijk weer uit, mocht je nog niets gebroken hebben !

Bij de plaats Hamilton vullen we onze brandstof en voorraad weer aan en daarna gaan we verder in noordelijke richting,

onze bestemming vandaag is Rocklands Reservoir, een plek waar we nog nooit geweest zijn. We rijden geruime tijd over slingerende zandpaden in bosachtig gebied tot we ineens een grillig meer zien met bomen erin.

Er is helemaal niemand in de buurt en we zetten onze auto’s vlakbij het water en bouwen meteen de luifel met extra zonnescherm op, want het is inmiddels dertig graden geworden. Dennis zoekt verkoeling in het water en ook ik ga nog even “pootje baden”.

Net als bij onze vorige overnachtingsplek ligt er overal hout bij vuurplaatsen, Dennis heeft deze verzameld en later in stukken gekloofd, voorlopig hebben we hout genoeg !

Begin van de avond is Wim nog een tijdje bezig met de bull-bar die nu aan de andere kant los getrild is.

Tot ruim negen uur blijft het licht, wel koelt het snel af en hebben we het kampvuur echt weer nodig !

Verslag 17

Het was vanmorgen ruim vijftien kilometer rijden vanaf onze kampplaats (Henry’s Camp) voor we weer op een doorgaande weg uitkwamen, al die tijd zien we geen mens.

Wél zagen we een tiental kangoeroes, twee herten en enkele emoes die bij een grote kudde schapen staan, helaas liepen ze snel weg toen we langzaam langsreden.

Ook heeft Wim een jonge kangoeroe geholpen die met z’n poot vast zat in het prikkeldraad, zijn moeder hipte zenuwachtig om haar jong heen, maar verdween toen we stopten om het dier te redden.

Bij Cherrypool zijn we even gestopt om ons afval te lozen, waarna we doorrijden naar de noordkant van  Grampians N.P., een geliefd park met bergen, kliffen, grotten en rotswanden dat al vier honderd miljoen jaar geleden ontstaan is door bewegingen van de aardkorst. Ook zijn er diverse watervallen te bekijken, wij starten rond de middag met een wandeling naar de Beehive Falls, waar helaas maar heel weinig water valt.

Daarna rijden we naar onze eerste overnachtingsplek in het park: Troopers Creek Campground, een kleine kampplaats met uitzicht op een hoge rotswand.

De temperatuur is weer aardig opgelopen dus blijven we in de schaduw. Tegen de avond gaat, voor het eerst deze reis, de barbecue aan.

Na afloop gaat er hout in de bak en warmen we ons weer bij het vuur, want de avonden en nachten blijven koel !!

Verslag 18

Vandaag (donderdag 1 februari) hebben we weer een stuk van Grampians National Park bekeken.

We beginnen bij Heatherlie Quarry, een plek waar vanaf 1860 soms wel honderd mannen werkzaam waren om op primitieve wijze freestone (een soort zandsteen) uit de rotsen van Mount Difficult te bikken.

Deze blokken werden gebruikt voor belangrijke gebouwen in onder andere Melbourne.

Tot 1930 werd hier regelmatig gewerkt en in 1941 is alles opgeheven, het werd te duur en geld was nodig voor de Tweede Wereldoorlog.

Onze volgende stop is bij Splitters Falls, een voor ons onbekende waterval,waar we naartoe lopen. Net als gisteren valt er hier weinig water, maar de wandeling ernaartoe is erg mooi.

Ook de “Grand Canyon” pakken we nog even mee met z’n prachtige rotspartijen.

In Halls Gap, de enige plaats in het park, houden we middagpauze te midden van een stel grote kaketoes waarvan er één nog een grote flats achterlaat op Wims rug !

Er staat nog een wandeling op het programma: vanaf Reids Lookout kun je naar the Balconies lopen, een prachtig punt op zevenhonderd zestig meter hoogte.

Dan wordt het tijd (we hebben inmiddels ruim elf duizend vijfhonderd stappen afgelegd !) om naar onze kampplaats: Smiths Mill te gaan, waar we rond vieren aankomen.

We hebben weer een leuk plekje midden in de natuur en de eerste kangoeroes hippen er alweer rond.

Het bevalt ons hier altijd prima, the Grampians is één van onze favoriete National Parks !!

Verslag 19

Gisteravond hebben we weer uren rond het vuur gezeten met boven ons een heldere sterrenhemel !

Vanmorgen zijn we gestart bij de Mackenzie Falls, het bekendste punt van het park en slechts een kilometer verwijderd van onze overnachtingsplek.

We zijn hier al diverse keren geweest maar dit keer lopen we voor het eerst door naar de Fish Falls die anderhalve kilometer verderop te zien is. De wandeling is prima te doen bij een temperatuur van rond de twintig graden en de waterval is werkelijk schitterend.

Het is vrij rustig in het Nationale Park en onderweg komen we dan ook niemand tegen, bij de “falls” kunnen we uitgebreid foto’s maken zonder anderen erop en genieten van het prachtige panorama.

Wél moeten we daarna het hele stuk terug lopen en de twee honderd zestig treden omhoog voor we bij de auto’s zijn, inmiddels met een natte rug !

We rijden een stuk over onverharde weg naar een volgende waterval: Burrong Falls.

Helaas komen we er na een korte, maar veel klauterende, wandeling achter dat hier haast geen water valt.

Via veel slingerwegen komen we rond twee uur uit bij Lake Bellfield waar Dennis, na de lunch, geruime tijd doorbrengt in het water.

Pas rond vieren komen we aan bij onze laatste kampplaats in the Grampians: Jimmy Creek waar weer “werk aan de winkel” is ! De zolen van de wandelschoenen laten los dus die moeten geplakt worden en ook willen de mannen gekortwiekt worden !

Daarna is er nog ruim voldoende tijd voor een spelletje en natuurlijk gaat na het eten het kampvuur weer aan !! 

Verslag 20

We zagen gisteravond een possum in de boom zitten wat inhoudt dat we alle vuilnis en vuile vaat op moeten ruimen anders is het de volgende morgen een puinhoop !

Vanmorgen hebben we the Grampians weer verlaten en zijn naar de zuidkust gereden.

Onderweg stoppen we bij Ti Tree Lake Reserve Mortlake waar we het laatste verslag verzenden en de mails ophalen, in het Nationale Park is de verbinding nu eenmaal heel slecht.

We komen uit bij Peterborough waar “the Great Ocean Road”, één van de mooiste autoroutes ter wereld, voor ons begint. Wij hebben deze weg al verschillende keren gereden maar willen dat Dennis hem ook te zien krijgt. Vandaag bekijken we twee punten: Bay of Islands en Bay of Martyrs, waarvan de eerste duidelijk het mooiste is.

In Peterborough gaan we naar het Great Ocean Tourist Park, ik heb namelijk aardig wat vuile was en op een camping zijn wasmachines én douches, ook wel weer lekker om gebruik van te maken !

Omdat we “special member” zijn krijgen we weer 10 procent korting én een gratis zak ijs (Margaret op Kangaroo Island zei ons dat we daar echt om moesten vragen, iedere keer wanneer we bij een G-Day park aankomen !) We blijven kruidenier en “op de kleintjes letten” ! Ik ben dus wel enkele uren bezig met de was en Dennis geeft z’n auto een poetsbeurt, verder hebben we weer eens tijd voor een mooi boek.

Morgen gaan we een groot gedeelte van de prachtige kustweg bekijken !

Verslag 21

Het was vandaag het ideale weer om de hoogtepunten van the Great Ocean Road te bekijken: blauwe lucht, een verkoelende wind met wilde golven die tegen de rotsen slaan. We beginnen bij “the Grotto”, tot nu toe onze favoriet en het is er dan ook vrij druk.

Ook bij de London Bridge staan veel auto’s op de parkeerplaats, het is immers zondag wat extra kijkers trekt.

Wanneer we daarna een onverharde, voor ons  niet bekende, weg inslaan komen we uit bij een prachtig punt: Sparkes Gully, waar verder niemand te bekennen is. We kunnen een eind lopen over een uitstulping en zien dan van alle kanten prachtige rotsen, kloven en grotten.

Daarna volgen nog Bakers Oven, Mutton Bird Island, Razorback, Loch Ard Gorge en de bekende Twelve Apostles, waar zelfs bussen vol mensen op afkomen.

Rond enen hebben we alle aparte kliffen gezien en rijden we vervolgens door boslandschap tot we een afslag nemen naar Aire River West in het Great Otway N.P. waar we de komende twee dagen verblijven.

We zijn hier al drie keer eerder geweest omdat er koala’s huizen en ook dit maal worden we niet teleurgesteld, er zitten twee koala’s op slechts enkele meters van onze kampplaats.

Ze zijn zelfs wakker en rennen op een gegeven moment achter elkaar aan, schitterend om te zien ! 

Morgen wordt het een stuk minder warm, maar we zullen ons hier zeker niet vervelen !

Verslag 22

Vannacht draaide de wind waardoor de luifel en tent flink klapperden en ook valt er af en toe een bui. Gelukkig is het vanmorgen weer droog, maar wel een stuk koeler, ideaal weer om naar de zee te wandelen.

Het is ruim een half uur lopen langs de Aire rivier voor we op het strand uitkomen waar de golven weer hoog oprijzen.

Aan het begin van de middag zijn we terug, natuurlijk gaan we even kijken bij de koala’s die beiden diep in slaap zijn.

De middag verloopt rustig met een spelletje en de E-reader, al moeten we soms de schaduw opzoeken en regent het even later weer korte tijd! We zijn weer helemaal uitgerust om morgen verder  te gaan over de Great Ocean Road !

Verslag 23

Vandaag bekijken we het tweede gedeelte van the Great Ocean Road en al snel stoppen we bij “Maits Rest Forest” waar we een wandeling maken in de “Cool Temperate Rainforest” en fris is het er inderdaad.

We lopen onder hoge varens en eeuwen oude bomen en smalle beekjes slingeren door het bos.

Wanneer we verder rijden zien we ineens achter de heuvels de blauwe zee weer en net voor Apollo Bay bij Marengo Beach  stoppen we om, met behulp van de verrekijker, zeehonden te spotten die daar op een eiland leven.

Er zijn weer veel toeristen op de weg en bij de plaatsen Apollo Bay en Lorne is het gigantisch druk en rijden we snel verder. Ze veroorzaken nog wel een gevaarlijke situatie door midden op de weg stil te gaan staan wanneer ze een koala zien, hoog in een boom ! Nu komt het stuk weg dat slingerend vlak langs de oceaan loopt, eigenlijk moet je de route van oost naar west rijden, maar dit keer gaan we in oostelijke richting !

Bij Aireys Inlet stoppen we nog een keer voor een korte wandeling naar zee met uitzicht op Split Point Lighthouse, waarna we landinwaarts gaan.

Via onverharde, soms slechte, wegen komen we rond vieren aan bij Tanners Road Bend Campground en waarschijnlijk omdat deze plek gratis is, is het er al aardig druk wanneer we arriveren. Natuurlijk vinden we toch weer een leuk plekje en kunnen zelfs nog een tijd in de zon zitten.

’s Avonds gaat de barbecue aan en vervolgens hebben we de warmte van het vuur weer nodig, want elke avond zakt de temperatuur naar ongeveer dertien graden !

Verslag 24

Vandaag (woensdag 7 februari) zijn we richting Melbourne gereden, want morgen gaan we voor vijf dagen naar mijn zus en zwager in Palm Cove en vliegen we naar Cairns. We hebben de TomTom steeds op “kortste route” staan en komen hierdoor vanmorgen door allerlei bewoonde gebieden met het ene huis nog luxer dan het andere. Er wordt volop gebouwd, alleen staan de huizen, meestal slechts één verdieping hoog, erg dicht op elkaar, terwijl er zoveel ruimte is in Australië ! Om toch nog iets van de natuur te zien gaan we naar Organ Pipes N.P. waar aparte rotsen te zien zijn met behalve de rechte “orgelpijpen” ook de “Rosette Rock” en de “Tessellated Pavement”, waar basaltrotsen een vreemde bodem vormen.

We overnachten bij Treetops Camp, waar we vaker gestaan hebben als laatste plek voor we naar huis vlogen, en beginnen vast aan de voorbereidingen voor de vliegreis.

We nemen namelijk alleen handbagage mee dus is het nog even kijken wat wel en niet meekan. In Palm Cove is het rond de twee en dertig graden en erg vochtig dus we hebben alleen luchtige kleding nodig, dat scheelt in het gewicht ! Hiér kan vanavond de lange broek en het dikke vest aan, want het koelt af naar tien graden en we mogen helaas geen kampvuur maken !

Verslag 25

Omdat we pas om half vijf naar Cairns vlogen hebben we eerst uren doorgebracht in een prachtig park Woodsland, dat vlakbij de luchthaven van Melbourne ligt.

We konden er in de schaduw zitten maar hebben ook een wandeling gemaakt naar een oude “homestead”. Overal zagen we kangoeroes, voornamelijk luierend in de schaduw van een boom.

Om kwart voor drie zijn we met de auto’s naar een parkeerplek, behorend bij de luchthaven, gereden waar ze de komende vijf dagen blijven staan. Dit gaf nog wat problemen: we hadden alles thuis al gereserveerd maar kregen een “update” en konden daardoor heel dichtbij het vliegveld parkeren, dit bleek echter een overdekte stalling waar onze camper te hoog voor is. Daar stonden we dan voor de poort en konden geen kant op. Gelukkig waren ze daar heel behulpzaam en heeft iemand ons er omheen geloodst en naar de oorspronkelijke parkeerplaats gebracht  en waren we nog ruim voor de vertrektijd in de luchthaven.

Tegen zevenen kwamen we aan in Cairns, waar het weer een uur vroeger is als in Melbourne, maar al wel bijna donker was. Daar werden we met een busje naar een autoverhuurbedrijf gebracht waar een mooie rode Kia Haval voor ons klaarstond, waarmee we naar Clary en Rob gereden zijn. Zij hebben sinds anderhalf jaar een nieuw huis wat we nog niet gezien hadden, dus het was even zoeken in Palm Cove. Het weerzien was allerhartelijkst en hun huis is prachtig en heel groot.

We hebben tot laat in de avond buiten in de patio gezeten onder een ventilator, want het blijft lang warm. De temperatuur is hier te vergelijken met Curaçao: overdag rond de twee en dertig en ’s nachts zo’n vijf en twintig graden.

Morgen maak ik wel foto’s van het huis en de omgeving !

Verslag 26

Het huis van Clary en Rob staat vlakbij de zee en vanmorgen zijn we daar via de mangroves naartoe gelopen. Enkele weken terug is er een cycloon met heel veel regen geweest, die grote delen van het strand heeft weggespoeld wat nog altijd goed te zien is.

We rijden naar Cairns om alvast de stalling voor onze camper te regelen en ook hebben we een bedrijf gevonden dat straks de Nissan, waar Dennis in rijdt, wil kopen aan het eind van onze reis. De reden dat we nu ook in Cairns zijn is dat Clary en Rob, wanneer wij hier eindigen, al een maand in Amerika zijn en we ze dus anders niet zouden zien. We lopen nog even langs de lagoon en bekijken daarna de omgeving van Palm Cove, waar volop gebouwd wordt.

Na de lunch gaan we het zwembad van Clary en Rob  in, al begint het helaas te regenen, maar nat word je toch wel.

De rest van de dag brengen we gezellig kletsend door met een hapje en een drankje gevolgd door een maaltijd met mosselen……..en weer wordt het ongemerkt laat voor we naar bed gaan !

Verslag 27

Vanmorgen zijn we met z’n drieën via een slingerende weg door het tropische regenwoud naar the Barron Gorge N.P. gereden, waar we een wandeling naar de Barron Falls hebben gemaakt.

Het water valt met klaar geweld naar beneden, prachtig om te zien. De weg omhoog was af en toe slechts één-baans vanwege schade en afgebrokkelde weggedeelten en ook het treintje, Kuranda Scenic Railway, dat van Cairns zevenendertig kilometer aflegt naar Kuranda, rijdt op het moment niet.

Wél zien we in de verte de cabines van de Skyrail door het regenwoud langs komen.

We rijden verder naar Kuranda, ook behorend bij de National Heritage List en bezoeken de “Kuranda Original Rainforest Markets”, waar naast allerlei Aboriginal artikelen ook sieraden van opaal en veel producten van leer verkocht worden. Het is er gezellig druk en heel kleurrijk.

We zitten net weer in de auto wanneer het begint te regenen en wanneer we later in Palm Cove aankomen blijkt het door flink geplensd te hebben, wij hadden dus echt geluk ! Vanavond hebben we een barbecue met enkele vrienden van Rob en Clary, dat wordt vast weer heel gezellig !

Verslag 28

We hebben vandaag met z’n vijven een “rondje” Atherton Tablelands gedaan, een gebied dat zo’n duizend meter boven zeespiegel ligt. Eerst rijden we weer, net als gisteren, richting Kuranda en dan via Mareeba naar Tolga waar we een korte stop maken bij een oorlogsmonument waar in de Tweede Wereldoorlog een groot hospitaal stond om gewonde militairen te verzorgen.

Helaas stelt het niet zo veel voor en rijden we door naar Herberton Historic Village, waar ik enkele oude gebouwen op de foto zet.

Bij Millaa Millaa Falls stopt net een  prachtige motor waar ik ook even op mag zitten en nadat we de prachtige waterval bekeken hebben gaan we verder naar de vijfhonderd jaar oude  Curtain Tree bij Yungaburra, overigens een leuk oud plaatsje. 

Om drie uur hebben we afgesproken met Joe Valla, een vriend van Clary en Rob die een prachtig huis heeft aan Lake Tinaroo en gek is op oude auto’s. Na een heel gezellig uurtje rijden we weer langzaam richting Palm Cove via de Gillies Highway, een vijftig kilometer lange slingerweg dwars door het regenwoud die ons weer terugbrengt op zeeniveau.

Thuis koelt Dennis nog even af in het zwembad en maken we er een rustige avond van. Weer is het de hele dag droog geweest  met een temperatuur van ruim dertig graden !

Verslag 29

Vandaag (maandag 12 februari) is het alweer de laatste volle dag dat we bij Clary en Rob zijn en gezamenlijk rijden we dit keer in noordelijke richting langs de kust. Viel er in Palm Cove in vier dagen tijd zo’n twee meter regen, hier ging het er nog veel heftiger aan toe: zowel de wegen als vele huizen stonden helemaal onder water, vooral door het vele water wat van de bergen kwam. Bij Ellis Beach stoppen we even bij het Oceanfront Holiday Park waar we over twee maanden de laatste twee dagen doorbrengen. Veel palmbomen hebben de harde wind, het hoge water en de vele regen niet overleefd en liggen nog op het strand dat overigens ook voor een groot deel weg is.

We gaan verder via de Captain Cook Highway en stoppen regelmatig om de gevolgen van de cycloon te bekijken.

Bij Mossman Gorge, onderdeel van het Daintree N.P., maken we, na een korte busrit, een wandeling door de rainforest en langs de met kristalhelder water stromende rivier.

Overal liggen grote granieten keien in het water en menigeen neemt hier even een verkoelende duik. Het is er ontzettend heet en vochtig (normaal voor een regenwoud !) en we zijn allemaal nat bezweet, bij Wim beslaat zelfs zijn bril, maar de wandeling is zeker de moeite waard.

Na nog een stop bij Wonga Beach rijden we door naar Daintree Village, het noordelijkste punt waar je, op dit moment, kunt komen.

Het was de bedoeling hier een hapje te eten maar alles is er gesloten dus rijden we alvast terug richting Palm Cove en hebben een late lunch in Port Douglas, met uitzicht op het water van het Great Barrier Reef.

Natuurlijk gaan we ook nog naar het prachtige uitkijkpunt: Flagstaff Hill Lookout waar je zicht hebt op de Four Mile Beach. Helaas is hier ook veel schade en van het strand is niet veel over.

Tegen vijven zijn we weer thuis en na een verfrissende douche gaan we uit eten bij een restaurant waar we lopend heen kunnen, weer blijft het de hele avond vochtig warm……dat wordt nog wennen morgenavond wanneer we weer in Melbourne zijn !! 

Verslag 30

Na de gezellige dagen bij Clary en Rob verliep de terugtocht toch iets anders dan gepland: rond negenen hebben we afscheid van ze genomen en zijn richting Cairns gereden om de auto in te leveren, waarna we met een busje naar de luchthaven werden gebracht waar we ruim op tijd aankwamen.

Iets voor twaalven zijn we opgestegen voor een vlucht van drie uurtjes en, met het uur tijdsverschil, zouden we zo kwart over vier aankomen in Melbourne, waarna we eerst uitgebreid boodschappen zouden doen en dan richting Mornington Peninsula wilden rijden. Een half uur voor de landing kwam de captain met de mededeling dat er een vreemde lucht hing boven Melbourne en dat hij tijdelijk af zou wijken om de situatie af te wachten.

Na een uurtje rondcirkelen kwam de volgende mededeling: de luchthaven van Melbourne is voorlopig afgesloten vanwege hevige onweersbuien, hagel en harde windstoten, er werden zo’n zes honderd vliegtuigen omgeleid naar andere luchthavens en onze bestemming wordt Adelaide.

Daar kwamen we zo rond half zes aan en we moesten in het vliegtuig blijven terwijl deze volgetankt werd. Het duurde allemaal toch wat langer dus kwam de mededeling dat er een nieuwe crew zou komen en wij allemaal van boord moesten met alle handbagage. We hadden alleen pas ontbijt op dus nu konden we in ieder geval wat eten op de luchthaven.

Na een uurtje mochten we weer aan boord en rond negenen landden we eindelijk in Melbourne. Nadat de bus ons naar onze voertuigen op “lang parkeren” heeft gebracht dient het volgende probleem zich aan: de slagboom wil niet open want de tijd is ruim overschreden, we moeten ieder 72,00 dollar betalen om eruit te kunnen wat we natuurlijk niet doen, maar na tien minuten onderhandelen bij zo’n “kastje” en het blokkeren van twee slagbomen, mogen we toch de luchthaven verlaten. Nu moeten we nog een overnachtingplek vinden: de campings zijn allang gesloten en de dichtstbijzijnde “vrije kampplek” is nog vijfendertig kilometer rijden, natuurlijk in het donker. Omdat ze overal met de wegen bezig zijn, vooral in de avonduren, en er veel omleidingen zijn komen we eindelijk pas na elven aan bij Williamstown, een voorstadje van Melbourne, waar op de parkeerplaats vlak aan zee al een tiental busjes en  auto’s met daktent staan. We duiken gelijk ons bed in maar omdat er nog steeds een flinke wind waait gaat de camper aardig heen en weer en liggen we te schudden onder ons dekbed, wat een dag ………welterusten !!

Verslag 31

We hebben toch nog redelijk geslapen en worden uitgerust wakker, wel is het zo’n twintig graden koeler (vandaag is het slechts achttien graden !) dan dat het gisteren in Melbourne was, vandaar die hevige onweersbuien met hagel !

Nadat we nog even naar zee gewandeld zijn vertrekken we uit het leuke plaatsje Williamstown. Weer moeten we dwars door het centrum van Melbourne voor we af kunnen zakken naar het schiereiland Mornington, waar we eerst bij een Coles langsgaan om alsnog onze voorraden aan te vullen, want dat was gister natuurlijk niet meer gelukt.

Rond enen stoppen we voor lunch bij het kustplaatsje Dromana waar kilometers lang allemaal gekleurde strandhuisjes staan aan de beschutte Philip baai.

Daarna rijden we helemaal naar de punt van het schiereiland en komen uit bij Point Nepean N.P., hier nemen we de shuttlebus die je naar de bunkers, tunnels en forten brengt waarvan sommige al stammen uit 1882.

Helaas begint alles steeds verder de eroderen waardoor gebouwen niet langer toegankelijk zijn, zoals het mooie Engine House.

Er is nog een ander gedeelte in het Nationale Park wat erg interessant is: the Quarantine Station gelegen in een afgelegen vallei in het noorden. Hier werden immigranten opgevangen die per boot aankwamen in Port Philip. Vaak hadden ze ziektes bij zich dus werden ze eerst gedesinfecteerd,  hun kleding gereinigd of verbrand,  waarna ze in quarantaine gingen of voor herstel naar een hospitaal.

Vanaf 1852 is het hele complex een eeuw in gebruik geweest voor de vele immigranten, vervolgens deed het dienst van 1952 tot 1998 als school voor militairen. Veel gebouwen zijn nog in takt en de ovens waarin de kleding verbrand werd zijn nog steeds te bekijken.

Nadat we alles gezien hebben rijden we naar de zuidkant van het schiereiland en komen rond half zes aan bij Point Leo Beach Reserve, waar we een heel mooi plaatsje krijgen met uitzicht op zee. 

De wind is grotendeels gaan liggen dus slapen we vanavond in met het geluid van  de zachtjes rollende golven op het strand !

(“Wildlife” op de kampplaats !)

Verslag 32

Nadat we vanmorgen nog geruime tijd van ons mooie plekje hebben genoten rijden we naar Arthurs Seat, een hoog punt op het schiereiland waar je met een kabelbaan naartoe kunt, iets wat we vorige keer (2020) met Marcel, Marieke en de jongens hebben gedaan.

We hebben echter een flinke rit voor de boeg dus verlaten we de peninsula en gaan richting Lake Eildon. Tot nu toe hadden we nog niets gemerkt van de schade die de storm van twee dagen terug heeft aangericht, maar nu zien we overal afgeknapte bomen, kapotte elektriciteitskabels en veel takken op de weg over een heel groot gebied.

De route is prachtig en heel gevarieerd: door de Danderong en Yarra Ranges en over de slingerende Maroondah highway.

Tegen vieren komen we aan bij Big River Camp, een ruime kampplaats aan een zijrivier van Lake Eildon. We hebben inmiddels zo’n twee honderd vijftig kilometer afgelegd over veelal smalle, bochtige wegen, genoeg voor vandaag en tijd voor een spelletje ! Vanavond maken we ons tiende kampvuur, want ook hier zijn de avonden koel !

Verslag 33

Lake Eildon N.P. is een grillig gevormd meer in de “Central Highlands” van Victoria ruim honderd kilometer ten noordoosten van Melbourne. Het water wordt vooral gebruikt voor recreatieve doeleinden en er zijn ontzettend veel kampplaatsen rond het meer.

We moesten vanmorgen nog vijfenzestig kilometer rijden voor we op ons huidige plekje aankwamen gelegen aan de “delatite arm reserve”, een soort schiereiland binnenin het meer. We hebben een prachtig plaatsje aan het water (Taylors) en kunnen zowel in de zon als in de schaduw zitten, wat wel fijn is bij zo’n dertig graden !

Dennis is al regelmatig het meer in geweest dat prima van temperatuur is en heeft het water ook gebruikt om z’n auto van al het stof te ontdoen.

Prachtige parkieten vliegen rond en er lag op diverse plekken achtergelaten hout voor een kampvuur, wat Dennis weer gekloofd heeft.

Het bevalt ons hier zo goed dat we besloten hebben morgen ook te blijven staan, we hebben de laatste dagen flinke afstanden afgelegd dus een dagje rust is zeer welkom !

Verslag 34

Vrijdagavond kwamen er verschillende auto’s met aanhanger het kampterrein oprijden, Australiërs gaan graag in het weekend kamperen, maar de meesten reden weer verder want je gaat nooit dicht bij elkaar staan. Bovendien zijn er bij Lake Eildon zoveel plekken aan het water waar je vrij kunt gaan staan. We hebben er een luie dag van gemaakt, lekker aan het kabbelende water van het meer.

Af en toe kwam er een bootje of een jetski voorbij en ’s avonds haalde een man, in overleg, z’n jetski vlak bij ons uit het water. Dennis ging regelmatig afkoelen in het meer en natuurlijk hadden we tijd voor een spelletje en ’s avonds een kampvuur.

We gaan vandaag, weer helemaal uitgerust, verder en stoppen eerst bij Mansfield om ons afval van drie dagen te lozen en tevens onze jerrycans met water aan te vullen.

Tegen de middag komen we aan bij Cheshunt in het Alpine N.P. waar we een wandeling maken naar de Paradise Falls. een prachtige waterval, met helaas weinig water,  die langs een halfronde overhangende muur naar beneden valt.

Het lijkt net een douche waar je onder kunt staan en verschillende families zoeken dan ook verkoeling in de poeltjes waar het water neerkomt.

We rijden verder naar Edi Cutting Camping Ground waar we rond tweeën aankomen. Hier vinden we een mooie plek aan de King River waar Dennis en ik verkoeling zoeken in het heldere, stromende water. 

Zelfs om half zeven, na een potje Carcassonne plonzen we er nog een keer in want de temperatuur is nog steeds boven de dertig graden. Er moet ook nog even “gewerkt worden”, want we hadden weer een flink stuk hout gevonden dat nog gekloofd moest en zoveel hout opleverde dat het niet eens in de zak past… …..en zo zitten we al vroeg bij het kampvuur en voor de vierde dag op rij op een gratis plekje, zoals er zoveel zijn in Australië !

Verslag 35

Dennis wilde nog een keer de plek zien waar Ned Kelly, een heel beroemde struikrover uit de 19de-eeuw die een soort Robin Hood was, gearresteerd werd door de politie. Dus rijden we naar Glenrowan waar een groot ijzeren standbeeld van de “held” staat en allerlei winkeltjes met souvenirs te koop zijn.

Natuurlijk bezoeken we het Ned Kelly museum waar een replica van zijn ouderlijk huis te zien is en ook vele foto’s en enkele originele wapens uit die tijd.

Nadien gaan we naar de stad Wangaratta om weer levensmiddelen te halen voor de komende week, waarna we doorrijden naar de Murray River, met ruim vijf en twintig honderd kilometer de langste rivier van Australië. Ook stroomt deze door drie verschillende staten: New South Wales, Victoria en South Australia waar hij eindigt in de oceaan.

We hebben al heel wat keren gekampeerd aan deze rivier op verschillende plaatsen en ook nu willen we er enkele dagen doorbrengen. We vinden een mooi plekje aan het water (Stantons Bend in de buurt van Corowa) en natuurlijk gaan we er ook in voor verkoeling, want weer stijgt de temperatuur vandaag ruim boven de dertig graden !

Verslag 36

Het bleef gisteravond zolang warm dat we er geen behoefte aan hadden om een kampvuur te maken. Toch hebben we goed geslapen onder een laken, met alle ramen open en alleen de hordeur dicht ! Aan de Murray mag je gratis kamperen maar er zijn totaal geen voorzieningen: je moet je afval meenemen, er is geen drinkwater en ook geen toilet, dus moeten we, voor het eerst deze reis, een gat graven om onze behoefte in te doen ! We zijn natuurlijk niet de enigen die hier staan, op gepaste afstand zijn er meerdere kampeerders en onze buren verblijven hier zelfs een maand, zij hebben dan ook een eigen douche en toilet meegebracht. Vanmorgen zagen we onze buurman met z’n bootje aan komen varen met twee grote vissen aan boord, het zijn Murray Cod’s, een goed eetbare vis die veel voorkomt in de rivier.

Bij navraag blijkt dat hij elke dag gaat vissen en dat ze iedere dag gefileerde Murray Cod eten !

(Ze stonden erop dat ik met zo’n grote vis op de foto ging !)

Wat ook typisch iets voor de Murray is zijn de vele krijsende kaketoes die hier rondvliegen, soms zelfs oorverdovend.

Vorig jaar stond de rivier vele meters hoger waardoor huizen onder water kwamen te staan, ook slibt er dan veel grond weg en kunnen bomen zomaar in het water vallen. Dennis en ik zijn vandaag weer enkele keren het water in geweest, wel met sandalen aan want de grond is heel modderig en je weet nooit wat voor takken er onder de oppervlakte liggen.

(Ook wij hebben een douche bij ons !)

Vanavond gaat toch het vuur weer aan, al is het maar voor de gezelligheid !

Verslag 37

We zaten gisteravond nog geen uur bij het kampvuur toen het begon te onweren gevolgd door regen. Even was het wel lekker om nat te worden, maar we zijn toch maar de camper ingegaan en lagen zodoende al vroeg op bed. Vanmorgen hebben we alles ingepakt om weer naar een ander plekje aan de Murray te rijden. Onderweg stoppen we in het dorpje Rutherglen waar we weer afval lozen en water bijtanken. Dit alles is mogelijk bij een herdenkingsplaats van de Eerste en Tweede Wereldoorlog waar ook toiletten en een speelplaats aanwezig zijn, iets wat je in bijna iedere plaats in Australië kunt vinden.

Het valt niet mee een leuke plek aan de rivier te vinden, zo wie zo is de weg ernaartoe al een hele uitdaging met grote kuilen en groeven in de onverharde weg, maar we willen natuurlijk wel pal aan het water staan en er makkelijk in kunnen komen om af te koelen.

We hadden eindelijk een leuk plekje gevonden: Police Paddocks en alles opgebouwd, toen we erachter kwamen dat er wel veel stroming in het water zit. Dennis is er natuurlijk wel in geweest (slechts één keer), maar ik durf het niet aan, we gebruiken de plantenspuit en douche maar voor verkoeling.

’s Avonds gaat de barbecue aan en vervolgens gaat de “fik erin” !

Morgen trekken we verder en gaan we weer wat actiever worden, voor zover mogelijk bij de huidige temperaturen van ruim boven de dertig graden !

Verslag 38

Het is tot nu toe de heetste dag deze reis (het kwik komt boven de zesendertig graden !), toch zijn we heel actief geweest. We rijden eerst naar Bandiana waar een militair museum is, deze is echter gevestigd op een militaire basis en dus moeten we ons eerst legitimeren voor we het terrein op mogen.

Het museum is veel groter dan verwacht: er zijn honderden kostuums te bewonderen, maar ook veel legervoertuigen, wapens, foto’s en filmmateriaal.

Zo komen we er ook achter dat de vrouwen in Australië al heel wat jaren actief zijn in het leger, eerst voornamelijk als verpleegster, later ook als militair.

We brengen er uren door, helaas is er geen airco in het gebouw en is het er broeierig warm. Na de lunch gaan we naar de slechts tien kilometer verderop gelegen “Bonegilla Migrant Experience”, hier werden migranten gehuisvest die na de Tweede Wereldoorlog uit Europa naar Australië kwamen in de hoop hier een nieuw leven op te bouwen. 

Alleen “Block 19 Bonegilla” is nog over van de vierentwintig blokken met barakken die er ooit waren en deze is tegenwoordig een “National Heritage Place”.

Tegen drieën zijn we alle drie oververhit na het rondwandelen over het terrein en rijden we nog slechts enkele kilometers naar Ludlow Reserve, een gratis kampplaats aan Lake Hume, waar we al vrij snel het water ingaan voor verkoeling.

We vinden een prachtige plek aan het meer, waar al tientallen andere kampeerders staan, maar ons uitzicht is schitterend !

Wim is nog een tijdje bezig mijn oude sandalen te repareren, waarmee ik het water inga, de zolen hangen helemaal los wat niet prettig is met zwemmen !

Van Clary krijgen we een app-je dat er een “total fire ban” is in Victoria (de staat waar wij nu zijn), wat inhoudt dat er geen kampvuur of barbecue aan mag, vanwege de hitte met kans op bosbranden. (Maar goed dat we gisteren ons bbq-vlees al opgemaakt hebben !) Ook blijkt het elke dag te regenen in Palm Cove, wat hebben wij dan geboft toen we daar waren en slechts af en toe een buitje kregen  !!

Verslag 39

Vannacht om twaalf uur was het nog steeds dertig graden dus hebben we onze verkoelende dekens maar over ons heen gelegd. Deze speciale dunne doeken nemen water op waardoor je huid lekker koel aanvoelt en zo konden we toch in slaap komen. Tegen vieren begon het ineens te onweren en te regenen maar vanmorgen liep de temperatuur meteen weer flink op. We rijden vandaag een heel afwisselende route en zien allerlei dieren onderweg. Eerst volgen we nog een tijdje het grillige Lake Hume waar enkele pelikanen en een groep ibissen bij het water zitten.

Dan gaan we zuidwaarts over een onverharde weg die normaal waarschijnlijk alleen door de locals gebruikt wordt.

We passeren diverse boerderijen met veeteelt, maar zien ook een kangoeroe, een emoe en een slang, waar Wim per ongeluk overheen rijdt, oeps !

In het kleine, oude  plaatsje Mitta Mitta bekijken we enkele huisjes en gaan vandaar slingerend door het Alpine N.P. waar we ons op het hoogste punt dertien honderd tachtig meter boven zeespiegel bevinden.

Natuurlijk is de temperatuur inmiddels flink gezakt en wanneer we rond half drie aankomen bij Big River Camp, nog steeds op acht honderd meter hoogte, kunnen we al snel warmere kleding aantrekken.

We staan aan de Mitta Mitta rivier, maar nu gebruiken we deze niet om af te koelen maar het heldere water is prima voor een wasje. 

Sinds lange tijd worden de zijkanten van de luifel weer vastgemaakt en al vroeg zitten we bij het kampvuur om warm te blijven, inmiddels met lange broek en vest aan ! Wat een verschil met gisteren, in vierentwintig uur scheelt het wel vijfentwintig graden !!

(Weer vinden we achtergelaten hout dat alleen nog even gekloofd moet worden !)

Verslag 40

Het koelde vannacht af naar elf graden dus nu hadden we ons dekbed weer hard nodig. Vanmorgen worden we wakker met een strakblauwe lucht en kunnen we in het zonnetje ontbijten, het lijkt wel op het Hollandse voorjaar. We gaan de resterende veertig kilometer verder over de Omeo Highway: een smalle tweebaansweg door het Alpine N.P. vol met scherpe bochten en langs een snelstromende rivier. Het is weekend  en er is blijkbaar een toertocht van snelle auto’s aan de gang in tegenovergestelde richting waardoor Wim en Dennis extra goed op moeten letten, want af en toe scheuren de Porsches ons voorbij.

Ook tientallen scooters en motoren vinden het bochtenwerk hier erg interessant !

In het leuke plaatsje Omeo zijn ze bezig met een mountain bike project wat extra onder de aandacht gebracht wordt door tientallen opgeleukte fietsen.

We rijden nog zo’n vijfentwintig kilometer verder naar de Victoria Falls, blijkbaar een vrij onbekende waterval waar je via een smalle, bochtige onverharde weg naartoe kunt rijden, maar de rit is toch echt de moeite waard.

Er is een prachtige picknickplek in de buurt en nadat we daar geluncht hebben rijden we, weer via Omeo, zuidelijk over de Great Alpine Road tot we tegen vieren stoppen bij een gratis overnachtingsplek aan de Tambo River, nog zo’n veertig kilometer verwijderd van de kust. 

We staan hier weer helemaal alleen, hebben de beschikking over een toilet en kijken uit over de rivier, alleen viel het niet mee om de auto’s waterpas te krijgen, want het loopt hier nogal schuin af ! Tot ruim zeven uur genieten we van de warmte van de zon, daarna gaan de lange broek en het vest weer aan en natuurlijk straks ook weer het kampvuur !!

Verslag 41

Via de plaatsen Brutchen en Bairnsdale rijden we naar het, aan alle kanten door water omgeven, Paynesville waar we onze auto’s parkeren. Met de pont varen we binnen enkele minuten naar Raymond Island, een eiland van slechts zes bij twee kilometer, waar behalve zo’n vijf honderd inwoners ook twee honderd koala’s leven.

We wandelen er een uurtje rond steeds omhoog kijkend op zoek naar zo’n “knuffelbeertje” in de boom en zien er uiteindelijk zes, één zelfs met een jong op haar rug, maar we spotten ook nog andere dieren.

Het is zondag (25 februari) en zodoende is het druk op het water met zeilboten, jetski’s en motorboten.

Nadat we er geluncht hebben rijden we naar een prachtige afgelegen plek (Waddy Point) behorend bij de “Gippsland Lakes” zo’n twintig kilometer van Paynesville, waar we pal aan het water staan met helemaal niemand in de buurt.

Dennis gaat natuurlijk weer enkele keren het water in, maar is ook actief met het klein maken van gevonden hout.

Regelmatig komen er zwarte zwanen voorbij zwemmen of vliegen en ook enkele motorbootjes varen langs op weg naar de haven.

Tegen de avond begint het harder te waaien en draaien we de camper een slag, ook gebruiken we onze zijluifels weer en zo kunnen we prima uit de wind zitten en zelfs een kampvuur maken.

Maar het mooist is het heerlijke geluid van de golven die zachtjes op de kant slaan op slechts enkele meters afstand !

Verslag 42

We hadden een vreemd dagje vandaag: de start was prima met het prachtige uitzicht op het meer waar weer tientallen zwarte zwanen verbleven. Na het ontbijt zijn we naar Bairnsdale gereden, een grote plaats met veel voorzieningen, waar we een laundry (wasserette) opzoeken, want we hebben niet veel schoon goed meer ! Tijdens het wachten ben ik nog langs enkele kapsalons gelopen in de hoop dat ze tijd hadden om mij te  knippen, maar helaas, voorlopig houd ik m’n “wilde haren” ! Wanneer na ruim een uur alle was weer schoon en droog is en we weg willen rijden krijgt Wim ineens problemen met de auto: het koppelingspedaal komt niet ver genoeg omhoog waardoor de koppelingsplaten gaan slippen en stinken, gelukkig blijft het bij één keer, wél heb ik al enkele keren eerder een soort rubberlucht geroken, dus we worden ongerust en willen toch even bij een garage langs. Nadat we eerst nog boodschappen voor de komende vijf dagen hebben gedaan rijden we naar een Toyota-garage, maar natuurlijk hebben ze geen tijd. We krijgen enkele adressen van mecaniciens die misschien minder druk zijn, maar helaas, iedereen zit de eerste weken volgeboekt. Bij een vierde garage, een knaap die net voor zichzelf begonnen is, hebben we geluk, hij rijdt een stukje met de auto, controleert diverse punten en er blijkt lucht te zitten in het oliecircuit van de koppelingscilinder welke hij doorblaast, gelukkig is er geen sprake van een lekkage. Nadat hij nog wat advies heeft gegeven wenst hij ons een fijne vakantie en wil dan absoluut geen geld hebben voor zijn werkzaamheden !! Dan dient een volgend probleem zich aan: onze telefoon heeft geen internetverbinding meer en die hebben we toch echt voor diverse dingen nodig. Wim kijkt allerlei programma’s na, maar na een half uur besluiten we toch maar te gaan rijden, we zijn nog steeds in Bairnsdale. We zijn nog maar net de stad uit of we zijn weer on-line, blijkbaar stonden we op een verkeerd punt of had Telstra problemen.

Er stond nog van alles op het programma voor vandaag,

(dit is in het Nyerimilang Heritage Park)

onder andere een stop bij de vissersplaats Lakes Entrance en nadat we daar de smalle open verbinding van de “Gippsland Lakes” met de zee hebben bekeken rijden we toch nog, via Orbost en Marlo,  naar onze volgende overnachtingsplek: Banksia Bluff in het Cape Conran Coastal Park, waar we pas tegen de avond aankomen.

We vinden een plek vanwaar we niet alleen uitkijken op de oceaan, maar deze ook duidelijk kunnen horen, wat een kracht hebben de golven ! Omdat we veel later dan gepland aangekomen zijn en nog niets van de omgeving hebben gezien blijven we hier gewoon een extra dag staan  !

Verslag 43

Banksia Bluff Campground is een vrij grote kampplaats met honderd vijfendertig plekken verspreid over een groot gebied langs de kust van Cape Conran. Er is genoeg schaduw en je staat niet te dicht op elkaar, een prima plek om te relaxen.

Er lopen enkele goanna’s rond die aardig aan de maat zijn.

Het is vandaag rond de vijfentwintig graden met een strakblauwe lucht, wel komt er een frisse wind uit zee. Wanneer we een lange strandwandeling maken kijken we uit op “Straat Bass”, de zee tussen Tasmanië en het vaste land van Australië.

Natuurlijk hebben we weer tijd voor een spelletje en zitten we uren met de E-reader in de hand, ieder met een spannend boek.

In de loop van de dag draait de wind en morgen komt deze uit het noorden en wordt het ineens twee en dertig graden, dan zullen we met weemoed terugdenken aan de verfrissende wind die we nu hebben !

(Dennis kookt vandaag en bereidt een Griekse maaltijd !)

Verslag 44

We hebben vandaag (woensdag 28 februari) twee honderd twintig kilometer afgelegd en zijn inmiddels in het zuidoosten aangekomen, ook bevinden we ons nu in de staat New South Wales. Natuurlijk hebben we weer diverse stops gemaakt onderweg: als eerste hebben we een korte wandeling gemaakt door de rainforest bij Bemm river, waar we eigenlijk over een hangbrug zouden lopen, maar deze was te gevaarlijk geworden, dus moesten we terug.

Bij de Genoa Falls, behorend bij het Croajingolong N.P., viel helaas weinig water al was de omgeving schitterend.

De derde stop was bij Eden Boyd waar we naar het Davidson Whaling Station zijn gelopen, een beschutte baai (Twofold Bay) waar in het verleden orka’s ervoor zorgden dat walvissen hier naartoe zwommen, waarna ze door de Davidson familie gedood en vervolgens in stukken verwerkt werden vanwege de olie.

Ook de Boyd Tower staat op het programma, omgeven door rode rotsen, als  uitkijkpunt over de baai.

Bij de rustige Quarantine Baai houden we lunchpauze en wanneer we daarna op weg zijn naar een uitkijkpunt in de plaats Eden komen we langs een kapsalon waar ze direct tijd hebben om mij te knippen !

We gaan nog even langs de haven en rijden dan naar het Broadwater State Forest waar we  willen overnachten midden in het bos.

We zijn de eersten die hier tegen vijven arriveren, maar in de loop van de avond komen er diverse andere auto’s aanrijden die ook een plekje zoeken voor de nacht, geen probleem er is hier plek genoeg !

Verslag 45

We hebben vanmorgen eerst nog wat punten van het Ben Boyd N.P. bekeken en starten met een wandeling naar de Pinnacles, welke totaal niet te vergelijken zijn met de prachtige Pinnacles bij Cervantes in West-Australië.

Het volgende punt waar we naartoe lopen is Haycock Point en dit is zeker de moeite waard om heen te wandelen.

De streek hier is bekend vanwege zijn oesterteelt en nadat we bij Broadwater een dozijn van deze  schaaldieren hebben gekocht rijden we naar Pambula beach waar we lunchpauze houden.

Helaas is het vandaag grotendeels bewolkt en lokt het nu niet om te gaan zwemmen in de mooie baai, dus rijden we via Merimbula en Tahtra door naar onze overnachtingsplek:  Picnic Point in het Mimosa Rocks N.P.  die we al voor twee dagen van te voren gereserveerd hebben.

Wanneer we daar tegen drieën aankomen zien we een vrijwel identieke camper als de onze staan waarvan Walter en Yvonne de eigenaars zijn ! Acht jaar geleden kregen we een mail van hen: ze wilden naar Australië en daar een camper kopen en of wij ze wat informatie konden geven…. Na diverse mails over en weer hebben we ze uitgenodigd bij ons op de camping, toen nog de Gouden Ham en heel wat tips gegeven waarvan ze er diverse hebben gebruikt. Nu acht jaar later zijn we voor het eerst tegelijkertijd in Down Under dus hadden we afgesproken elkaar bij Picnic Point te ontmoeten.

Het wordt een heel gezellige middag en avond vol anekdotes en ervaringen………….. en morgen hebben we nog een hele dag samen om bij te praten en tips uit te wisselen !

Verslag 46

We hebben gisteravond nog uren met z’n vijven bij het kampvuur gezeten, voor we het wisten was het half één, dat gebeurt ons niet vaak in Australië !

Na een gezamenlijke ochtendkoffie gaan we ieder onze eigen gang: de mannen worden weer eens gekortwiekt, we maken een wandeling langs zee en natuurlijk gaat Dennis het water in.

Walter en Yvonne hebben een drone waarmee ze de kampplaats van bovenaf kunnen filmen en fotograferen, leuk om een keer mee te maken !

Natuurlijk houden we ook weer samen “happy hour” en nog steeds hebben we gespreksstof in overvloed ! 

Ook vanavond zitten we bij elkaar rond het vuur met waarschijnlijk weer het gezelschap van de brutale possum die gisteravond zelfs  op onze camper en luifel zat en bij Wim op schoot wilde springen !

Het werd weer een heel gezellige avond, maar helaas liet de possum zich nu niet zien !

Morgenvroeg gaan we ieder weer een verschillende richting op: Yvonne en Walter reizen over enkele dagen naar Tasmanië en wij trekken verder naar het noorden !

Verslag 47

We kijken terug op een leuke tijd samen met Walter en Yvonne en met de belofte dat we elkaar in Nederland weer opzoeken, nemen we vanmorgen afscheid.

Een uurtje later verlaten wij ook de kampplaats Picnic Point en gaan via een onverharde binnenweg richting Bega, de plaats waar de meeste Australische kaas vandaan komt. We bezoeken daar eerst diverse winkels voor we tegen enen naar Bega Cheese Heritage Centre gaan waar je natuurlijk kaas kunt proeven en kopen, maar waar ook een leuk klein museum gevestigd is.

Nadat we er buiten geluncht hebben (heerlijke garnalen !) rijden we naar de plaats Cooma, zo’n honderd en twintig kilometer landinwaarts.

Het eerste stuk weg is het flink stijgen tot we op een hoogte van duizend meter boven zeespiegel uitkomen, waarna het vrij vlak blijft, we bevinden ons nu op de “Great Dividing Range”. Weer volgt er een prachtige onverharde, slingerende weg (dit komt omdat onze TomTom op “kortste route” staat !) tot we tegen vijven uitkomen bij Lake Eucumbene, gelegen op elf honderd en tachtig meter hoogte !

Hier nemen we een plek op het Rainbow Pines Tourist Caravan Park, met uitzicht op het meer. We genieten nog een tijdje van de zon met een wijntje en een stukje Bega-kaas en face timen met Holland, want Marcel is vandaag jarig en natuurlijk willen we hem wel persoonlijk feliciteren.

Sinds lange tijd kunnen we weer gebruik maken van een echte douche en het gebouw is zelfs verwarmd, want het koelt hier snel af: vannacht zakt te temperatuur naar acht graden, een heel verschil met afgelopen nacht toen het kwik bleef steken bij twintig graden !!

Verslag 48

Na een koude nacht konden we vanmorgen toch weer ontbijten onder een strakblauwe hemel mét zon.

De eerste uren rijden we over de Snowy Mountains Highway en stoppen op veertien honderd meter hoogte bij Kiandra, een verlaten goudstadje uit 1860, waar slechts het rechtsgebouw overeind is blijven staan terwijl er in de hoogtij dagen tien duizend mensen leefden.

Vlakbij de plaats ligt een meertje: Three Mile Dam, waar we eigenlijk afgelopen nacht zouden staan, dus wilden we hier toch nog even gaan kijken. We zijn blij dat we gisteren niet doorgereden zijn want we zouden pas rond zevenen aangekomen zijn en het was moeilijk te vinden. 

We gaan door naar de Yarrangobilly Caves, gelegen in het Kosciuszko National Park en wandelen daar naar de South Glory Cave waar je gewoon zelf doorheen mag lopen.

Na nog een korte stop bij Talbingo zetten we onze “huisjes” rond drieën neer aan het Blowering Reservoir bij Yachting Point, ook behorend bij het Kosciuszko N.P..

Inmiddels zijn we afgedaald naar zo’n vier honderd meter boven zeespiegel en is de temperatuur weer tegen de dertig graden.

We relaxen de rest van de middag in de schaduw, al is Dennis nog wel actief met het kloven van (alweer) gevonden hout en loopt hij daarna  het hele eind naar het meer, dat  vrij warm is en niet echt voor verkoeling zorgt.

Tegen de avond gaat de barbecue aan en volgt er later een kampvuur, maar we bellen ook weer met Holland, want morgen worden Stijn en Ruben acht jaar en dit vieren ze vandaag (zondag 3 maart) al, maandag moeten ze natuurlijk gewoon weer naar school !

Verslag 49

Nadat we bij Tumut onze brandstof weer aangevuld hebben rijden we door naar Gundagai, deze plaats heeft al heel wat keren te maken gehad met heel hoog water, zelfs de oude treinrails waren erop aangepast.

We bekijken het oude station (1886) en stoppen even later nog een keer bij een roadhouse om met een “Big Koala” op de foto te gaan.

We rijden een stukje snelweg om vervolgens weer heuvel op heuvel af te gaan over binnenwegen, wanneer de camper ineens inhoudt en geen kracht meer heeft, ook begint er een controlelampje te branden We zetten de auto aan de kant van de weg om het na tien minuten nog eens te proberen, het gaat een tijdje goed maar dan komen we weer haast een heuvel niet op. Dit zelfde euvel hebben we twee jaar terug ook gehad, we hebben toen een half uurtje stil gestaan, de accu losgekoppeld, waarna het probleem verholpen was. Dit proberen we nu ook, we houden gewoon lunchpauze en vervolgens hebben we, weer op weg, totaal geen last meer gehad !!

In Harden staat een oude silo die helemaal beschilderd is, iets wat blijkbaar een nieuwe trend is in Australië.

Via de plaats Young rijden we naar Weddin Mountains N.P., een afgelegen park waar we helemaal niemand tegen komen.

We bekijken er eerst “Seaton’s Farm Historic Site” waar een boerengezin zo’n tachtig jaar geleden woonde.

Het is ruim dertig graden dus vervolgens gaan we naar de kampplaats: Ben Halls Camp waar we, naast enkele kangoeroe families, de enige kampeerders zijn. In de schaduw doen we ons favoriete spel Carcassonne en dit keer volgt er na de maaltijd geen kampvuur, want dat is hier niet toegestaan.

Het blijft lang warm en omdat er geen kunstlicht in de buurt is hebben we boven ons een prachtige, heldere sterrenhemel waar we in hemdje en korte broek uren naar zitten te kijken !

Verslag 50

Vanmorgen, na het ontbijt, hebben we eerst een wandeling gemaakt vanaf de kampplaats naar Ben Halls Cave, een open grot waar in het verleden vrijbuiters, zoals Ben Hall, schuilden.

Na een half uurtje zijn we terug, pakken alles in en rijden naar Glenfell waar weer enkele silo’s prachtig beschilderd zijn, ook is hier weer een oud treinstation te bekijken.

Vlakbij de plaats Forbes staat een “Big Goanna”, helemaal van metaal gemaakt, een waar kunstwerk !

In dezelfde plaats staat ook het McFeeters Motor Museum waar zo’n zestig auto’s uitgestald staan, grotendeels in privébezit !  Natuurlijk hebben we deze ook uitgebreid bekeken.

Nadat we in Parkes geluncht hebben moeten we nog zo’n honderd en vijftig kilometer rijden voor we tegen half vijf, via Peak Hill en Dubbo aankomen bij Redbank Reserve, een kampplek aan de Macquarie River dichtbij Rawsonville, waar we weer helemaal alleen staan !

We hebben gelukkig totaal geen problemen meer gehad met de auto ! Ook vandaag liep de temperatuur weer op tot ruim boven de dertig graden en vanavond koelt het niet verder af dan twee en twintig graden, maar we klagen niet, we kunnen weer heerlijk tot bedtijd buiten zitten zonder vest of lange broek met boven ons duizenden schitterende sterren !

Verslag 51

We hebben een hete dag achter de rug: vanmorgen konden we al gelijk in de schaduw ontbijten en de temperatuur liep snel op naar boven de dertig graden. Via Gilgandra rijden we naar Tooraweenah, waar enkele huisjes staan van een eeuw geleden, ook kijken we hier al op de aparte bergen van Warrumbungle N.P..

Rond half één zijn we bij het informatiecentrum van het Nationale Park waar we een kampplaats boeken en vragen naar diverse wandelroutes in het park.

Nadat we een korte wandeling door de Burbie Canyon hebben gemaakt zoeken we onze overnachtingsplek bij Camp Blackman op.

Gelukkig staat er een aardig windje maar met vijfendertig graden doe je het toch rustig aan. Op de kampplaats zijn zelfs douches dus nemen we alle drie een koude douche, al zijn we alweer verhit voor we terug zijn bij de camper ! We kijken uit op diverse bergtoppen met namen als “Breadknife”, “Bluf Mountain” en “Split Rock” waar je naartoe kunt lopen maar dat is met dit hete weer geen optie.

We vermaken ons wel met Carcassonne en een mooi boek en pas tegen achten ’s avonds eten we een simpele maaltijd van kip met wortelen, eigenlijk hebben we alleen maar dorst !!

Verslag 52

Vanaf Whitegum Lookout heb je een prachtig uitzicht over de vallei en de toppen van het vulkanische Nationale Park Warrumbungle, dat een waar paradijs is voor echte hikers, wij zijn meer van de kortere wandelingen en houden het bij het uitkijkpunt.

(Ook hier kennen ze eiken-processie-rupsen !)

Via Coonabarabran en Narrabri rijden we honderd en vijftig kilometer naar het volgende Nationale Park: Mount Kaputar waar we via een slingerweg uitkomen op veertien honderd meter hoogte.

Weer kijken we uit over vreemd gevormde bergen die zo’n twintig miljoen jaar geleden ontstaan zijn door een vulkanische uitbarsting, maar nu kamperen we dus een stuk hoger waardoor het iets aangenamer is van temperatuur.

Net als gisteren zijn er op de kampplaats (Dawsons Springs) warme douches aanwezig die we zeker weer gaan gebruiken. Natuurlijk hoppen er weer kangoeroes rond maar ook zien we enkele geiten rondlopen, dat hebben we nog niet eerder meegemaakt !

Verslag 53

We zijn vanmorgen eerst nog iets hoger gegaan naar vijftien honderd en tien meter en bevinden ons dan op de top van Mount Kaputar, hier hebben we drie honderd zestig graden uitzicht over New South Wales.

Daarna moeten we eerst weer twintig kilometer terug over smalle, slingerende wegen waarbij we niet verder komen dan de tweede versnelling en dan nog regelmatig moeten bijremmen !

Voorbij Narrabri nemen we weer een prachtige toeristische route richting Bingara en stoppen halverwege bij Sawn Rocks waar de “organ pipes” prachtig te zien zijn.

Er volgt nog een stop bij een “Ancient Geological Glacial Area”, een soort brede kloof die miljoenen jaren terug al gevormd is met grote rotsblokken waar nu een bescheiden riviertje door stroomt.

Het is inmiddels weer twee en dertig graden met volop zon, dus lang houden we het niet uit op dit open veld.

Tegen vieren komen we aan bij onze gratis overnachtingsplek aan de  Gwydir River (Sunnyside Riverside Camps), vlakbij Bingara. We vinden een plekje in de schaduw en natuurlijk gaat Dennis het water in.

We hebben weer ander “wildlife”, er lopen twee stieren rond maar gelukkig zijn ze niet agressief !!

Verslag 54

We hadden voor vandaag eigenlijk een rustdag op het programma staan, maar we vinden de plek waar we staan niet mooi genoeg dus rijden we een stuk langs de Gwydir River, over nogal slechte wegen, op zoek naar een betere plaats, maar helaas zijn de weinige leuke plekjes al bezet, het is natuurlijk ook weekend !

We rijden door naar Lake Copeton, een stuwmeer (op z’n diepste punt honderd meter !)  dat er voor zorgt dat de Gwydir rivier het hele jaar door voldoende water heeft zodat het land van de boeren niet verdroogt.

Aan het grillig gevormde meer liggen twee overnachtingsplekken: Northern Foreshores Copeton Dam, een camping waar je via Inverell naartoe moet rijden en die bij aankomst volgeboekt blijkt te zijn én na nog vijftig kilometer verder rijden de gratis plek: Copeton Dam Eastern Foreshore. Hier vinden we een prachtig plekje pal aan het meer met niemand om ons heen !!

We zien de stuwwand hiervandaan liggen, hemelsbreed op nog geen negen kilometer afstand, maar moesten wel tachtig kilometer rijden om hier te komen ! Behalve om in te zwemmen gebruiken we het water om wat kleding te wassen en ook worden beide auto’s van al het stof en vuil ontdaan.

Voor het eerst deze reis zien we een zonsondergang al is het niet onbewolkt vandaag !

Ook kunnen en mógen we weer eens een kampvuur maken en hout hebben we nog ruim voldoende !!

Verslag 55

De streek waar we ons nu bevinden staat bekend om zijn vele saffieren die hier in de bodem zitten. Het was de bedoeling dat wij ook weer een dagje naar deze glinsterende stenen zouden gaan zoeken, maar bij het informatiecentrum in Inverell kregen we te horen dat je tegenwoordig je eigen uitrusting moet hebben om aan het werk te gaan. In het verleden hebben we het drie keer gedaan: een dag lang zand met grind scheppen, zand zeven, onder dompelen in water en daarna zoeken naar kleine glinsteringen, misschien wel waardevolle saffieren, de laatste keer was zes jaar terug, samen met Dennis. Twee keer zijn we naar Billabong Blue geweest, waar we heel leuke herinneringen aan hebben en hier laten we het dan ook bij !

We bekijken”Inverell Pioneer Village”, een openluchtmuseum uit eind negentiende eeuw, maar we hebben mooiere gezien.

Daarna brengen we ook nog ruim een uur door in het National Transport Museum, waar meer dan tweehonderd en vijftig oude auto’s te bewonderen zijn, naast vele motoren en oude fietsen.

Tegen tweeën  komen we aan bij Joseph Wills Park, een gratis overnachtingsplek bij de plaats Elsmore en niet alleen met toilet en vuilcontainers, maar ook in een prachtige omgeving ! We kunnen de camper in de schaduw kwijt en hebben zelfs gras onder onze voeten, het is ons weer gelukt een leuk plekje te vinden !!

Verslag 56

(Dennis dacht gisteravond wildlife te zien, het bleek een poes te zijn !)

Vanmorgen, op weg naar Glen Innes, begon de auto weer in te houden, net als enkele weken terug. We moesten wel stoppen en na zo’n tien minuten konden we weer verder rijden. In Glen Innes zijn we naar een garage gegaan, maar zij konden de auto niet doormeten, er was geen historie, omdat Wim  de accu weer ontkoppeld had om het controlelampje uit te laten gaan. We bekijken de Australian Standing Stones, in 1992 als monument opgericht voor alle Keltische kolonisten die hier als sinds 1852 aanwezig zijn.

We zijn zo’n vijfenveertig kilometer verder richting Grafton wanneer de auto weer kuren vertoont, we besluiten om te keren en naar dezelfde garage terug te gaan. Nu kunnen ze wél zien wat er aan de hand is: in de motor blijft af en toe een asje hangen door wat vuil dat eraan zit. Herstellen duurt een hele dag en natuurlijk zit de garage de hele week volgeboekt, maar het is niet schadelijk om door te rijden.

We gaan dus gewoon verder met de reis en hopelijk doet het probleem zich niet te vaak voor, dan laten we het herstellen aan het eind van de trip ! (Wim werd vanmorgen rond tienen ook nog staande gehouden door de politie: het bleek alcoholcontrole en natuurlijk konden we, na de proef, gewoon doorrijden !!)

We gaan naar Gibraltar Range N.P. met rotsen van wel twaalf honderd meter hoog, waar we naar de prachtige Boundary Falls wandelen.

Na nog een mooi uitkijkpunt rijden we door naar het naastgelegen Washpool N.P. met op ruim acht honderd meter hoogte Bellbird Campground waar we onze auto’s neerzetten in het bosachtige gebied.

(Het viel niet mee om waterpas te staan !!)

We hebben hier beschikking over een toilet en een overdekte ruimte met barbecue.

Ook mag hier weer vuur gestookt worden, er ligt zelfs hout klaar om te gebruiken, iets wat we nu zeker nog hebben, want het koelt hier snel af !!

(Deze possum was wel erg brutaal en dook zo de vuilniszak in !)

Verslag 57

Voor we vanmorgen weer afgezakt zijn naar normale hoogte via de slingerende, mooie Gwydir Highway, wordt er eerst nog even wat hout gekloofd, zodat we aanmaakhoutjes hebben voor ons volgende kampvuur. 

In Grafton kopen we weer voor vijf dagen levensmiddelen en rijden daarna door een heel aparte straat: Fig Tree Avenue, waar ook werkelijk gigantische bomen staan.

Dan gaan we richting de kust naar Yuraygir N.P. waar diverse kampplaatsen bij horen. Het was de bedoeling op Boorkoom Campground te gaan staan, maar deze kleine kampplaats is helemaal volgeboekt, dus wijken we uit naar Illaroo, waar we vaker gestaan hebben.

Ook hier zijn nog maar enkele plekken vrij en deze kijken niet uit op zee. Wél kunnen we de branding goed horen en is onze plaats echt niet verkeerd met voldoende schaduw.

We maken een strandwandeling maar helaas is het zeewater niet al te schoon, dit komt door de vele regen van de afgelopen tijd waardoor vervuild water  van boerenbedrijven afgevoerd wordt naar zee. Dennis besluit dan ook om niet te gaan zwemmen en neemt wel een koude douche.

Afgelopen nacht stonden we in de koele “rainforest” en was alles vochtig, nu krijgen we de klamme zeelucht over ons heen en ziet alles een klein beetje mistig, maar we mogen hier kampvuur maken waardoor de lucht weer droger aanvoelt !

Morgen rijden we vijftien kilometer terug naar Boorkoom Campground, want dan zijn er wél twee plaatsen vrij met uitzicht op zee en die hebben we al gereserveerd !!

Verslag 58

De dag begint bewolkt met zelfs een spatje regen, dat zijn we niet gewend. Rond tienen breken we op en nog voor elven hebben we alles al weer opgebouwd bij de volgende overnachtingsplek: Boorkoom Campground.

Het is vloed en de zee beukt tegen de hoge rotsen aan, er is geen strand te zien. Er loopt een pad hoog langs de zee en we wandelen een uurtje afwisselend door bos en dan weer met uitzicht op de zwarte rotsen tot we bij een mooi strandje komen.

We keren om, het is inmiddels weer rond de dertig graden en met die vochtige warmte hebben we alle drie een natte rug !

Bij eb wandelen we nog een stuk langs zee over de rotsen en van enkele locals horen we dat het water sinds een week erg troebel is.

Dennis gaat toch de zee in al loopt het strand maar langzaam af, dus zwemmen lukt niet echt.

Tegen de avond wordt het fris met wind uit zee, we zetten de zijstukken weer op en kunnen zo beschut zittend eten en later weer een kampvuurtje maken !

Verslag 59

We hebben weer een warme dag gehad met ruim dertig graden, om half negen moesten we zelfs al in de schaduw ontbijten, in de zon was het niet uit te houden. We trekken weer verder en stoppen onderweg bij de plaats Maclean waar bij een begraafplaats, hoe sinister is dat, enkele bomen staan vol grote vleermuizen, honderden bij elkaar.

Daarna zijn we lange tijd onderweg naar onze volgende kampplaats: Black Rocks in het Bundjalung N.P.. Er is blijkbaar een nieuwe snelweg aangelegd die onze TomTom niet kent waardoor hij steeds de weg kwijt is en zelfs “Maps Me” stuurt ons  naar een doodlopende weg zodat we weer helemaal terug moeten. Maar tegen tweeën komen we, na een zestien kilometer lange onverharde weg  vol kuilen, aan bij Black Rocks al vallen de plaatsen ons erg tegen na wat we allemaal al gehad hebben. We kunnen wel in de schaduw zitten, maar veel uitzicht hebben we niet.

Na de lunch wandelen we naar Jerusalem Creek, een prachtige rivier behorend bij het park, waar we allemaal het water ingaan, maar echt verkoelend is het helaas niet.

Nadat we ons afgedoucht hebben bij de camper relaxen we met een spelletje en de E-reader en pas tegen de avond l