Zuid West Europa 2018

Met onze 4×4 camper trekken we in (10 weken tijd) door België – Frankrijk – Spanje en Portugal. In dit verslag staan ruim 1300 foto’s. veel lees en kijkplezier

Verslag 1
Na een lange, prachtige, hete zomer, waarvan we de meeste tijd hebben doorgebracht met de caravan aan de waterkant van de Linge (camping Aan de Linge in Tiel),

gaan we nu weer met ons campertje op pad. Het is de bedoeling om naar Portugal te reizen, maar onderweg willen we natuurlijk ook van alles bekijken. We zijn vandaag (3 september) tegen de middag vertrokken richting Zeeland en omdat we bijna langs het op de Werelderfgoedlijst van Unesco staande Kinderdijk komen, nemen daar de afslag. Helaas is dit dorp niet echt campervriendelijk, overal staan borden verboden te parkeren voor campers, dus de beroemde foto van de negentien molens langs de Alblasserwaard heb ik niet kunnen nemen, pas een eind buiten de plaats vonden we een stopplek.

Vervolgens zijn we naar Zierikzee gereden, gelegen op het eiland Schouwen-Duiveland. We hebben er een uurtje rondgewandeld en onder andere de (onvoltooide) Dikke Toren, de middeleeuwse Zuidhavenpoort en het Havenplein gezien.






Daarna zijn we doorgereden naar Brouwershaven, waar onze vrienden Gerrit en Hermien op camping Den Osse staan. Ze wisten niet dat we kwamen, maar vonden het een leuke verrassing.


We hebben voor twee nachten een plekje, naast hen, pal aan het water geboekt en morgen gaan we de omgeving wel verder verkennen, nu is het eerst tijd voor een wijntje en gezellig bijkletsen !

Natuurlijk worden de hengels ook nog uitgegooid en regelmatig zit er een voorn aan de haak !

Verslag 2

Nadat Wim vanmorgen alweer acht vissen had gevangen (met Hollandse kaas als aas !), zijn we op de fiets gestapt en richting Brouwershaven gereden. Vanaf het smalle fietspad over de dijk heb je een mooi uitzicht op het Grevelingenmeer, het grootste zoutwatermeer van Europa. Overal zie je haventjes vol zeilboten die met mooi weer het ruime sop kiezen, helaas laat de zon zich, net als gisteren, totaal niet zien.



Brouwershaven stelt niet zoveel voor dus rijden we via Den Osse door naar Scharendijke. Inmiddels is het lunchtijd, maar het is duidelijk naseizoen én doordeweeks waardoor de meeste eetgelegenheden gesloten zijn. Bij een leuk Italiaans restaurantje eten we een heerlijke, versgemaakte vissoep, waarna we terugkeren naar de camping.

Vervolgens gaan we met Gerrit en Hermien naar Renesse, het vooral bij de jeugd bekende toeristendorp. De plaats blijkt vooral te bestaan uit eetgelegenheden en we hebben het dan ook snel bekeken.

We rijden nog even naar het vlakbij gelegen strand en gaan dan terug naar onze kampplaats, waar we weer uitgebreid “happy hour” houden.

Later gaan de mannen weer vissen, Gerrit vangt de grootste, Wim de meeste: zijn totale vangst voor vandaag is twintig, een mooie start van onze trip !!

Verslag 3
We hebben gisteren de hele avond buiten kunnen zitten en na een regenachtige nacht was het vanmorgen ook weer droog. Nadat we afscheid hebben genomen van onze vrienden rijden we via de Oosterscheldekering naar Veere, een leuk klein plaatsje aan het Veersemeer met een gezellige haven.









Daarna verlaten we Zuid-Beverland weer en gaan door de Westerscheldetunnel naar Zeeuws-Vlaanderen, het zuidelijkste gedeelte van Zeeland, waar we het natuurgebied het Zwin willen bekijken. Toevallig is hier vandaag de jaarlijkse Zwintriathlon (1 km. zwemmen, 45 km. fietsen en 10 km. hardlopen) met ruim duizend deelnemers, waardoor er overal wegafzettingen zijn en we elke keer weer om moeten draaien en binnenwegen moeten nemen.


Het was de bedoeling om naar België te gaan, maar we zijn in Nieuwvliet-Bad uitgekomen. Een eerdere kampplaats in Retranchement, die we aandeden, had last van ondergelopen plaatsen, vanwege hevige regen en onweersbuien afgelopen nacht !! Op camping Schippers hebben we meteen onze fietsen van de camper gehaald en een mooie route gereden door de duinen richting Breskens.


Nadat we op de terugweg het gehucht Groede hebben aangedaan en een bunker hebben gezien keren we terug naar de camping, inmiddels is het al zes uur.



Omdat we nu weer reizen kookt Wim het eten terwijl ik het verslag maak en ook nu verrast hij me met een heerlijke maaltijd.


Na het eten verhuizen we toch naar binnen, je kunt merken dat we aan de kust zitten !
Verslag 4
Het regende vanmorgen dus het had weinig zin om te gaan wandelen in “het Zwin”, daarom zijn we maar rechtstreeks naar Brugge gereden. Bij aankomst was het droog en dat is het verder de hele dag gebleven. We konden de camper redelijk in de buurt van het centrum parkeren en de maximale vier uur parkeertijd hadden we echt nodig: wat een prachtige stad is Brugge, deze staat met recht op de lijst van Unesco als Werelderfgoed !











We hebben uren, zonder kaart, rondgewandeld en, net als de meeste toeristen, een rondvaart gemaakt door de grachten.






Ook een “Brugse Zot” moest natuurlijk geproefd worden !





Telkens word je verrast door prachtige bouwwerken en mooie waterpartijen, normaal vermijden we steden, maar deze was écht de moeite waard.






Pas na vieren verlaten we Brugge en eindigen aan de Belgische kust bij De Haan op camping ter Duinen. Daar kunnen we nog een tijdje in het zonnetje zitten, nagenietend van een mooie dag !
Verslag 5
We hebben ons vandaag verdiept in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), waarin Nederland neutraal bleef, maar waar België volop in zat.

Nadat we een stuk langs de Belgische kust hebben gereden buigen we af naar Diksmuide waar zich de “Dodengang” bevindt: een netwerk van loopgraven waar het Belgische leger in de WO1 belette dat Duitse troepen de rivier de IJzer zouden oversteken.






Iets verder zuidelijk staat de IJzertoren, een enorm kruis dat met zijn vierentachtig meter hoogte de omgeving domineert. Het is een monument voor de Vlaamse gevallenen tijdens WO1 en tevens een oproep tot vrede.


We bezoeken het tweeëntwintig verdiepingen tellende museum en starten bovenin waar we een prachtig uitzicht hebben over Diksmuide.

Op elke verdieping wordt een verschillend thema van de oorlog belicht en wanneer we weer beneden staan zijn we diep onder de indruk, vooral over de zinloosheid van de oorlog !




We rijden verder richting Ieper, waar de heuvelrug Ypres Salient van 1915-1917 de frontlinie vormde en waar de gruwelijke loopgravenoorlog meer dan 500.000 levens kostte. Het is de bedoeling daar te overnachten en om acht uur naar de Menenpoort te gaan waar de “Last Post” elke avond gespeeld wordt om de doden te herdenken. Helaas zijn zowel de camperplaats als de camping bij de plaats helemaal vol en moeten we uitwijken naar de ruim tien kilometer verderop gelegen camping Ypra in Kemmel. Morgen gaan we terug naar Ieper om de stad en het museum “in Flanders Fields” te bekijken en misschien kunnen we dan wél een overnachtingsplaats regelen !
Verslag 6
De welvarende middeleeuwse lakenstad Ieper is tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest, maar nadien weer in de originele staat herbouwd, het centrum ziet er dan ook prachtig uit.


De Menenpoort, waarin de namen van vijfenvijftig duizend vermiste soldaten staan gebeiteld, is indrukwekkend om te zien: er liggen veel kransen die zijn neergelegd door mensen vooral uit Groot-Brittanië.


Het museum In Flanders Fields aan de Grote Markt is gehuisvest in een soort kerk en heeft een toren: Belfort, die beklommen kan worden.

Nadat we binnen de aangrijpende achtergrondinformatie van de WO1 hebben bekeken, gaan wij de tweehonderdéénendertig treden op de toren in en hebben zo een prachtig uitzicht over Ieper.



Er is dit weekend van alles te doen in de stad, onder andere een marathon en een braderie, waardoor de overnachtingsplekken vol zijn, wij gaan dan ook na de middag verder richting Frankrijk. Onderweg zien we, net als gisteren, weer vele oorlogskerkhoven en -monumenten. We rijden zo’n honderdenvijftig kilometer via binnenwegen, die vaak niet veel breder zijn dan de camper is en arriveren tegen vijven bij de plaats Le Crotoy, gelegen aan de baai van de Somme.



We staan nu (voor zeven euro) op een vrij drukke camperplek vlakbij zee.



Bij een Intermarché hebben we konijn gekocht, iets waar Wim gek op is, dus dat is smullen vanavond !!

Verslag 7
Vanaf het begin van onze reis hebben we de TomTom ingesteld op “kortste route” en ook vandaag rijden we weer door bossen, gehuchten, langs maisvelden en door boerenland, vaak met bijbehorende geuren !



Het betekent wel dat je minder snel vooruit komt en we zijn dan ook, na een week, pas op de hoogte van Parijs. We hebben het deze zondag rustig aan gedaan en zijn slechts honderd kilometer zuidelijk gereden. Onderweg zijn we gestopt in het leuke plaatsje Lyons-la-Forêt, met z’n mooie vakwerkhuizen en 18de-eeuwse overdekte markt, maar het is duidelijk de vrije dag voor de Fransen, overal in de grotere plaatsen zijn opstoppingen en kom je het centrum niet in.









Vlakbij Les Andelys, waar de ruïnes van Château Gaillard op een berg zichtbaar zijn, vinden we een leuke camping: Château de Bouafles met ruime plekken en gelegen aan de Seine.


Inmiddels is het zevenentwintig graden en zijn we blij met de grote boom op onze plek.


We doen een spelletje, drinken een wijntje, eten eend en…….. leven als “God in Frankrijk” !!
Verslag 8
We hebben vandaag twee honderd kilometer afgelegd en hebben weer alle snelwegen ontweken. Het blijft prachtig rijden door de boerendorpjes en landelijke heuvels.




Pas tegen vieren komen we aan bij Macron op camping du Lac des Varennes, gelegen in de Vallée du Loir, niet te verwarren met de rivier de Loire.


We krijgen een mooie plek aan het meer en natuurlijk gooit Wim hier z’n hengels uit. Helaas is het geen Brouwershaven met z’n vijver vol karpers en voorns, zelfs met kaas als aas krijgt hij nog geen stootje !


Toch hebben we hier voor twee nachten geboekt en ik weet zeker dat we ons morgen prima zullen vermaken !


(Natuurlijk moeten we de plaatselijke wijn: Coteaux du Loir ook uitproberen !)
Verslag 9
De camper is vandaag niet van z’n plek geweest, wij waren echter wel actief ! We hebben vanmorgen eerst een wandeling van een uur gemaakt rondom het meer (Lac des Varennes), helaas ziet het water er niet al te schoon uit (blauw-alg !) en nodigt het niet uit om in te gaan zwemmen.


Vervolgens hebben we onze fietsen gepakt om een route (la Vallée de la Dême) van achttien kilometer te maken, volgens het boekje “facile” !

Helaas missen we twee keer een bordje waardoor de afstand bijna verdubbeld wordt, we rijden een stuk over een pad vol keien, wat in Holland niet eens als fietspad erkend zou worden, en ook moeten we er flink aan trekken wat heuvels betreft !



Onderweg zien we weer prachtige oude huizen en kastelen en ook komen we nu langs wijngaarden, waar de volle trossen blauwe druiven nog aanhangen.



Pas tegen half vier zijn we terug op de camping en bij een temperatuur van ruim dertig graden doen we de rest van de dag dan niet veel meer !

Verslag 10

Het gebied rond de rustige rivier Loir heeft behalve landelijke charme, veel fiets- en wandelpaden, ook een ruime hoeveelheid grotwoningen, gehakt uit de zachte kalksteen in die streek. Ze dienden eeuwenlang als een goedkoop en veilig onderkomen, maar worden tegenwoordig gebruikt als garage, wijnopslag of voor de champignonteelt. Wij hebben een paar dorpjes langs de Loir bekeken en zijn begonnen in Troo, waar we via steile treden uitkwamen bij aparte grotten.








Nadat we ook gestopt zijn in Lavardin en Les Roches-l’Eveque rijden we een stukje zuidelijk naar Blois, gelegen aan de Loire. We zitten midden in het kastelengebied en in deze stad staat Château de Blois, ooit de belangrijkste koninklijke residentie.



We komen niet verder dan het bekijken van de buitenkant van het gebouw, wél maken we een rondrit met paard en wagen door de stad.





Daarna gaan we op zoek naar een overnachtingsplaats, iets wat nog niet meevalt, het toeristenseizoen is hier nog volop aan de gang. We komen uit bij Bracieux (Huttopia les Chateaux), slechts acht kilometer verwijderd van kasteel Chambord, dat we morgenvroeg gaan bezichtigen. Het is de hele dag al broeierig warm, inmiddels is het negen uur ’s avonds en nog ruim vijfentwintig graden !

Verslag 11
Het is vandaag ruim tien graden koeler dan gisteren, ideaal weer om kastelen te bekijken ! Château Chambord is het grootste en tevens bekendste kasteel aan de Loire en bussen vol mensen komen dagelijks dit gebouw aan de rivier Cosson, gebouwd door achttien honderd werklieden en drie bouwmeesters en voltooid in 1537, bekijken.


Via een dubbele wenteltrap kun je tot op de terrassen van de derde verdieping komen, vanwaar je een groots uitzicht hebt over de tuinen.


Op de eerste verdieping bevinden zich de gemeubileerde appartementen met onder andere de kamer van Koning Frans 1 (1515-1547),




een etage hoger zijn de voormalige balzalen met de gewelfde plafonds te bewonderen.
De salamander, het teken van Frans 1, is er veelvuldig aanwezig.






Nadat we het kasteel uitgebreid bekeken hebben rijden we een mooie route langs de Loire in westelijke richting. Onderweg komen we langs diverse kastelen maar we rijden door tot de plaats Azay-le-Rideau.
Hier zetten we onze camper neer op camping Municipal Le Sabot aan de Idre en wandelen vervolgens naar Chateau d’Azay-le-Rideau, gebouwd in de Renaissance stijl.



Ook hier zijn prachtig ingerichte vertrekken, wij vinden dit kasteel veel “lieflijker” en minder strak van opzet.



Het kasteel was vroeger een lustslot, dat alleen bij mooi weer werd bewoond en ’s winters verlaten was.





Na een wandeling door de tuin en het dorpje gaan we terug naar de camping, waar we nog een tijdje bij het water zitten.

Daarna verhuizen we naar binnen, want de dag eindigt net zoals deze begonnen is, met miezerige regen !
Verslag 12
We hebben vandaag (vrijdag 14 september) nog een groot deel van de dag doorgebracht in het Loire-dal. Rijdend langs de rivieren passeren we nog enkele prachtige kastelen, waaronder het sprookjesachtige Château d’Ussé met z’n witte torentjes en Forteresse Royale de Chinon.


In mijn Capitool Reisgids had ik een stukje gelezen over een grottendorp in de plaats Rochemenier bij de stad Saumur. In de, toch vrij gedetailleerde, wegenatlas kon ik de plaats niet vinden, maar gelukkig kende de TomTom hem wel. We waren al zo’n twintig kilometer voorbij Saumur, rijdend over smalle binnenwegen, maar nog altijd was er geen enkele aanwijzing voor het dorpje.



Nadat we eerst maar een lunchpauze houden midden op een boerenakker, rijden we verder en komen plots in een prachtig plaatsje met een bord: Rochementier, Village Troglodytique. Al snel vinden we de ingang van het “museum” en krijgen bij de kassa zelfs een Nederlandstalig gidsje mee ! Het blijkt dat er hier ongeveer twee honderd vijftig ondergrondse ruimtes zijn gegraven, verdeeld over veertig boerderijen, waarvan de oudste woning stamt uit de dertiende eeuw. Tot het begin van de twintigste eeuw zijn de grotten bewoond geweest.




We kunnen hiervan een klein gedeelte bekijken en zien onder andere enkele wijnkelders, een slaapkamer, een gemeenschappelijke ruimte, diverse stallen en zelfs een ondergrondse kapel.





Het geheel is erg interessant om te zien en wij zijn verbaasd dat er niet meer bekendheid aan dit “dorp” wordt gegeven.

Pas na half vier verlaten we Rochementier en rijden dan nog ruim honderd kilometer in zuidwestelijke richting. Tegen zessen komen we aan bij de plaats Coulon (camping la Venise Verte), in het Marais Poitevin gebied, waar we voor twee nachten reserveren !
Verslag 13
De Marais Poitevin, gelegen tussen Niort en de zee, is een langzaam drooggelegd moeras met een doolhof aan kanalen, sluizen en dijkjes. Wij hebben vandaag een stukje door dit gebied gefietst: de ene keer waan je je aan de Linge, even later is het of je, met al die bruggetjes, in Giethoorn bent, de Fransen noemen het echter Venise Verte (Groen Venetië).


Het stadje Coulon is het middelpunt van het gebied en van hieruit kun je met een platbodem (la platte) een boottochtje maken.






Nadat we ’s middags, net als de meeste Fransen, uitgebreid geluncht hebben (Wim probeert zelfs slakken !),
is het de bedoeling ook zo’n boottrip te maken, maar het blijkt dat we anderhalf uur moeten wachten voor we mee kunnen. We hebben de hele zomer kunnen kanoën op de Linge, dus hier gaan we niet op wachten ! We fietsen terug naar de camping waar we de rest van de dag luieren en genieten van het prachtige weer !

Verslag 14
We rijden vanmorgen eerst nog een tijdje door het Parc Regional de Marais Poitevin richting de kust. Het was de bedoeling om eerst de oude haven van La Rochelle te bekijken en dan door te gaan naar het eiland Ile de Ré, dat via een drie kilometer lange brug verbonden is met het vasteland. Het oude centrum van La Rochelle is echter niet gesteld op campers en bij de brug naar het eiland staat een file !

Wij veranderen onze plannen en rijden zuidwaarts langs de kust waar het ook druk is vanwege het mooie weer.


Rond lunchtijd arriveren we bij Brouage, een leuk ommuurd plaatsje, dat vroeger dienst deed als fort en uitkeek op de oceaan, maar nu aan alle kanten omringd wordt door land.




In de oude kerk zijn prachtige gebrandschilderde ramen te zien.

De plaats leeft, naast het toerisme, van de mosselkwekerij en aangezien ik gek ben op mosselen ….strijken we neer op een terrasje !

Nadien gaan we, via Saintes, een stukje landinwaarts richting Cognac en willen overnachten bij een wijnboer in Chaniers.


Helaas is de man druk met de productie van wijn en kunnen we nu niet bij hem terecht, wel weet hij een andere plek voor ons en we staan nu in een soort park met uitzicht op een stel schapen !


Verslag 15
We zijn vanmorgen eerst naar de, vlakbij onze overnachtingsplaats gelegen, stad Cognac gereden, waar we een cognac-proeverij wilden doen. Echter, aangekomen in de buitenwijken zag ik daar een wasserette en deze was, na twee weken reizen, ook geen overbodige luxe.
Anderhalf uur later konden we weer verder en zijn het oude stadsgedeelte ingelopen.



Bij het cognacpakhuis Hennessy wilden we een flesje drank kopen, maar deze was iets boven onze begroting !!



Nadat we nog een stop gemaakt hebben bij een Lidl, verlaten we Cognac weer en rijden lange tijd door wijngaarden, waar vooral de witte druiven in rijpe trossen hangen, wachtend om geplukt en verwerkt te worden tot cognac !



(De eerste druiven worden al machinaal geoogst !)

Via een afwisselende route komen we tegen vijven aan bij het stadje Brantôme (camping Brantôme Peyrelevade), in de streek Périgord gelegen aan de rivier de Dronne, waar we een plekje vinden voor onze camper aan het water, onder de bomen. Het is vandaag drieëndertig graden dus een schaduwrijke plaats is zeer welkom !

Verslag 16
We zijn vanmorgen op de fiets naar het pittoreske stadje Brantôme gereden, waar de middeleeuwse abdij met z’n elfde-eeuwse klokkentoren een indrukwekkend decor vormt met de rotsen op de achtergrond.


De rivier de Dronne omringt de plaats, waardoor je regelmatig een brug over moet om ergens te komen.


In de abdij dwalen we rond over stenen trappen, door de kloostergang en ook zijn er een aantal grotwoningen in de klif.

In één ervan is in de zestiende eeuw een enorme Kruisiging uitgehakt.


Nadat we lopend het stadje verder verkend hebben rijden we terug naar de kampplaats waar we de rest van de dag luieren, lezen, een spelletje doen en voor het eerst deze trip de barbecue aansteken !

Verslag 17
We hebben weer een heel leuke, afwisselende dag gehad: als eerste zijn we naar het stadje Bourdeilles gereden waar we het gelijknamige kasteel (eigenlijk zijn het er twee !), gelegen aan de Dronne, bezichtigd hebben.



Er zijn diverse “weelderig gedecoreerde” vertrekken uit de Renaissanceperiode te bekijken.



Vervolgens zijn we richting Montignac gereden (waar we helaas iets langer over deden dan gepland, want er blijken twee plaatsen met dezelfde naam te zijn !) en daar vlakbij bevindt zich La Roque Saint-Christophe, een troglodietenvesting, gelegen aan de rivier de Vézère, waar rond de Middeleeuwen door mensenhanden rotswoningen in een klif zijn gecreëerd, die tot de negentiende eeuw bewoond zijn geweest.



Wij moesten weer denken aan Mesa Verde in Amerika, waar we twee jaar terug geweest zijn.



Nadat we het complex uitgebreid bekeken hebben rijden we door naar de plaats Les Eyzies-de-Tayac waar we de “Grotte du grand Roc” bezichtigen. Weer bevinden we ons in een klif aan de Vézère en verbazen ons over al het moois in dit gebied. Zelden hebben we zulke aparte, grillige formaties gezien in druipsteengrotten !

Ook bij deze kalkstenen bergwand kun je rotswoningen bekijken (je koopt een gecombineerde ticket voor twee bezichtigingen !), echter, hiervoor is het al te laat in de middag ! We mogen onze camper op de parkeerplaats zetten om te overnachten en staan nu pal aan de rivier waar regelmatig een kano voorbij pendelt. Morgenvroeg kunnen we meteen starten met het bezichtigen van de grotwoningen !

Verslag 18
We bevinden ons nog steeds in het gebied van de Dordogne met zijn kalkstenen kliffen en slingerende rivieren. Vanmorgen konden we gelijk starten bij “Abris de Laugerie-Basse”, waar we, na het zien van een 3D-film, de door de natuur uitgeholde grotten kunnen bekijken die al in de prehistorie bewoond werden. (Na het zien van la roque Saint-Christophe viel dit een beetje tegen !).





We rijden naar Sarlat La Caneda, een stad vol smalle steegjes, leuke pleintjes en mooie gebouwen, waar het helaas erg druk is met toeristen.




Het dorpje La Roque-Gageac, gelegen aan de Dordogne, bekoort ons veel meer, waar platte gabarres (rivierboten) als veerboot dienstdoen.
Het is vandaag bijna vijfendertig graden en we besluiten vroeg te stoppen: vrij snel zien we een leuke camping pal aan de rivier (camping Verte Rive) en zetten hier tegen lunchtijd onze camper neer. De Dordogne wordt druk bevaren door kano’s, wat altijd weer leuk is om te zien.

Wij doen het ’s middags kalm aan, met de plantenspuit in de aanslag en veel water en ander vocht binnen handbereik !! Morgen wordt het koeler en gaan we het gebied wel verder bekijken !

Verslag 19
Na de hitte van gisteren is het vandaag een stuk koeler en bewolkt. Na anderhalf uur rijden komen we uit bij de bedevaartsplaats Rocamadour, gelegen op een rotsplateau boven de Alzouvallei.



We parkeren de camper beneden en moeten ruim vierhonderd treden op om uit te komen bij de basiliek, iets wat gister haast niet te doen was geweest ! In de autovrije hoofdstraat zijn natuurlijk souvenirwinkeltjes en restaurants, maar alles ziet er verzorgd uit.








We brengen enkele uren in het stadje door en gaan dan zuidelijk naar de plaats Fumel waar het middeleeuwse Château de Bonaguil boven op een rots staat.



Weer moeten we heel wat treden beklimmen om bij het kasteel, dat eigenlijk meer een ruïne is, te komen.




Vanaf de donjon, de oudste en hoogste toren die voor de verdediging werd gebruikt, zien we ver onder ons de camper staan op een veldje behorend bij het Château.

We besluiten om hem daar vannacht ook te laten staan, je mag in Frankrijk op een parkeerplaats overnachten ! We zijn net terug bij ons huisje wanneer het zachtjes begint te regenen en dat blijft het de rest van de avond doen, een heel verschil met gisteren !

Verslag 20
We hadden vannacht een prima plek op de (gratis) parkeerplaats in Bonaguil: we konden er onze vuilnis kwijt en er was zelfs een schone toilet aanwezig ! Het laatste hebben we niet echt nodig, want we zijn helemaal “zelfvoorzienend”, maar het is wel gemakkelijk. We vertrekken met mist richting Fumel, waar we bij de Intermarché uitgebreid boodschappen doen, tegen de tijd dat we weer buiten zijn is het bijna middag én zonnig ! Een uurtje later stoppen we in Moissac, bij de Abdij van St-Pierre, in de twaalfde eeuw de belangrijkste abdij van Zuidwest-Frankrijk.

Bij de gebeeldhouwde Zuidportaal worden allerlei Bijbelse vertellingen uitgebeeld en ook op de zesenzeventig kapitelen in het Claustrum (zuilengang) staan bloemen, dieren en taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament, elke zuil is verschillend !







Ons volgende doel is Lourdes, maar dat is nog minstens drie uur rijden verwijderd van Moissac en daar zouden we pas na zessen arriveren. Inmiddels is het prachtig weer geworden dus zoek ik een overnachtingsplek halverwege de route.

Tegen half vijf komen we uit bij camping Domaine Lacs de Gascogne in de plaats Seissan. Meteen bij aankomst bevalt het ons hier en, nadat we gezien hebben dat het morgen dertig graden wordt, boeken we voor twee nachten ! De eigenaar van de camping is Hollander én chef-kok dus we willen wel even uitproberen hoe hij de “Foie Gras” bereidt …. het eten is uit de kunst ! Op de kampplaats is een zwembad en een meer om in te vissen en te zwemmen, wij vermaken ons morgen wel !!


Verslag 21We hebben er vandaag echt een luie dag van gemaakt, zelfs de fietsen zijn niet gebruikt, het is gebleven bij een wandelingetje rond het meer en Wim heeft nog een tijdje gevist.
Het is zo’n dertig graden, maar we kunnen heerlijk in de schaduw zitten en ook zijn we het zwembad in geweest.
We staan onder de bomen, dus de satellietschotel werkt niet, wel hebben we hier een prima internetverbinding, iets wat niet overal in Frankrijk goed geregeld is. Via Whatsapp zijn er weer heel wat foto’s en filmpjes van de jongens binnengekomen. Stijn en Ruben zijn inmiddels ruim twee en een half jaar oud, het zijn ondernemende boys, ieder met een eigen karakter. We hebben ze deze zomer veel gezien en begin december gaan we, net als andere jaren, met z’n zevenen een week naar een vakantiepark. Voorlopig moeten we het even doen met foto’s en filmbeelden !

Verslag 22
Vanaf de camping, waar we de afgelopen twee nachten stonden, is het twaalf honderd kilometer rijden, via de snelweg, naar Utrecht, iets wat je in twee dagen kunt doen ! Wij zijn inmiddels drie weken onderweg en hebben zo’n zesentwintig honderd kilometer afgelegd, maar hebben dan ook al ontzettend veel gezien !
Het is vanmorgen heel ander weer dan gisteren: vijftien graden en nat, “lange broeken weer” ! We zijn op weg naar Lourdes, één van de belangrijkste bedevaartsplaatsen in Europa, maar rijden eerst door naar de Grottes de Betharram, daar is het in ieder geval droog, al krijgen we er toch regelmatig een druppel op ons hoofd.

De grotten bestaan uit vijf verdiepingen, in het verleden uitgeslepen door een rivier, en we wandelen heel wat trappen af en smalle gangen door, voor we beneden, tachtig meter lager, bij het huidige water zijn.


Daar varen we een stukje met een bootje en, nadat we weer door spelonken hebben gelopen, rijden we met een treintje de grot weer uit.

Daarna wordt het tijd een kampplek te zoeken in Lourdes, want we moeten wel in de buurt van het “Heiligdom” kunnen overnachten. Via de ACSI-app komen we uit bij camping de la Poste, midden in de stad, waar slechts zestien plekken zijn, maar we kunnen er terecht. In de regen lopen we naar het grote plein waar zich drie basilieken en de beroemde grot (Grotte Massabielle) bevinden.


Hier kreeg de veertien jarige Bernadette Soubirous in 1858 de visioenen van de Maagd Maria en werd ze naar een bron geleid die wonderbaarlijke genezende kracht bezat. Je kunt nu zelf water tappen uit kraantjes en veel mensen beweren dat ze genezen zijn door het heilige water.




Nadat we de omgeving bekeken hebben gaan we terug naar de camper om eerst te eten. Tegen negenen, gelukkig is het inmiddels droog, lopen we weer naar het Heiligdom, want nu begint de processie: duizenden pelgrims lopen met een kaars een route over het plein om uit te komen voor de grote basiliek (eigenlijk zijn het er twee, op elkaar gebouwd !) waar de mis gehouden wordt, ook wordt er gezongen en in diverse talen gesproken. Het is echt bijzonder en indrukwekkend dat er op een kille maandagavond zoveel mensen lopend, of met rolstoel aanwezig, zijn !

Verslag 23
Eindelijk zien we de echte bergen ! Lourdes ligt al in de Pyreneeën, maar zodra we de stad in zuidelijke richting verlaten, doemen de eerste torenhoge bergen op: cultuur maakt plaats voor natuur !


We rijden een paar mooie passen door het Parc National des Pyrénées, onder andere de col d’Aubisque en komen boven de zeventien honderd meter. Onderweg passeren we heel wat wielrenners, die moeizaam ploeterend omhoog fietsen.





We rijden in westelijke richting en langzaamaan worden de bergen weer heuvels. Het weer is opgeknapt (twintig graden) en we zoeken al vrij vroeg naar een kampeerplaats, om zo te profiteren van het najaarszonnetje. Vaak hebben campings veel schaduwplekken maar nu willen we juist een meer open plek, deze vinden we, weer via de ACSI-app (waar veel meer kampeerplaatsen opstaan dan in het boek), in het plaatsje Peyrehorade (camping des Gaves).

In tegenstelling tot gisteren, toen we tussen de Hollanders stonden, zijn we nu de enige buitenlanders op de volle kampplaats, terwijl een plaats hier maar negen euro kost ! Gezien vanaf de landkaart zitten we vandaag noordelijker dan gisteren, zo duurt het nog wel even voor we in Portugal zijn !

Verslag 24
We zaten vannacht nog maar vijftig kilometer van de Spaanse grens af en vanmorgen zijn we door Baskenland via smalle wegen langs boerderijen en leuke dorpjes richting de kust gereden.



Overal zien we de typische witte huizen van de streek. In het dorp Espelette hangen de rode pepers aan de woningen en het gehucht Aïnhoa is prachtig om door te wandelen vanwege de 17de-eeuwse Baskische huizen.



De TomTom wilde ons via onverharde wegen naar Spanje leiden, maar deze waren echt te smal ! Een vriendelijke Fransman, die goed Engels sprak en ook nog een half jaar in Utrecht had gewoond, kwam met een gedetailleerde kaart aanzetten en heeft ons de goede route gewezen. We volgen een prachtige kustweg en zijn, voor we er erg in hebben, in Spanje.







Met ruim dertig graden rijden we dwars door de drukke stad San Sebastián, waar het beeld van Jesus op de Monte Urgull hoog boven alles uitsteekt. Ook zien we de heuvels aan beide zijden van de prachtige baai met in het midden het eiland Isla de Santa Clara.


We staan nu op camping Orio, zo’n twee honderd meter van het strand. Het is nog steeds prachtig weer en we kunnen de hele avond buiten doorbrengen !

Verslag 25
We zijn vandaag langs de Costa Vasca gereden, de ruim honderd vijftig kilometer kustlijn van Baskenland die zeer onregelmatig gevormd is. We zien ruige kliffen, inhammen en dorpjes met mooie stranden.

Je schiet alleen niet erg op: de wegen zijn erg bochtig en in de plaatsjes moet je regelmatig over drempels en mag je niet harder rijden dan dertig kilometer per uur.




Het is weer ruim dertig graden, maar met alle ramen open is het heerlijk rijden, bovendien waait het flink. Pas tegen half zes komen we aan bij Islares (camping Playa Arenillas) en net als gisteren stelt de kampplaats niet veel voor, het sanitair is prima, maar wij missen de mooie plekken zoals in Australië en Noorwegen !
We lopen naar het vlakbij gelegen strandje en zien daar vijf campers staan uit verschillende landen en…. met een prachtig uitzicht.


Hoe wisten ze deze plek te vinden ? Via internet komen we te weten dat je ook in Spanje en Portugal op parkeerplekken mag overnachten en bovendien vindt Wim een app: park4night waar deze plek vermeld wordt. Dus, hopelijk, staan we vanaf morgen, op mooiere overnachtingsplaatsen !
Verslag 26
(De mooie camperplek bij Islares !)

Vanmorgen hebben we het schilderachtige stadje Santillana del Mar bekeken, met z’n middeleeuwse straatjes en prachtige huizen van de plaatselijke adel.




Het romaanse klooster La Colegiata was vroeger een belangrijk pelgrimscentrum en ook nu lopen hier nog pelgrims rond.



Tussen de middag eten we in een leuke tapasbar, waarbij appelcider geserveerd wordt die ze daar heel apart inschenken.


Vervolgens gaan we richting Picos de Europa, een prachtig Nationaal Park met schitterende, puntige bergen.


Nadat we even gestopt zijn bij het leuke plaatsje Potes, parkeren we onze camper iets verderop bij een snelstromend riviertje.


Bij een gezellig restaurantje eten we paella en zo zijn we vandaag echt op de Spaanse toer!

Verslag 27
We hebben vandaag de hele dag doorgebracht in Parque Nacional de los Picos de Europa en hebben nog niet de helft van de wegen in het park gehad ! Als eerste zijn we naar Fuente Dé gereden, waar je met een kabelbaan negen honderd meter omhoog gaat naar een rotsplateau vol kraters.


Daarvandaan heb je een prachtig uitzicht over de toppen en dalen van de Picos. Helaas is er een wachttijd van bijna twee uur (het is weekend ), dus keren we om, we gaan daar niet in de rij staan ! Vanaf Potes rijden we zuidwaarts om vervolgens bij Portilla de La Reina in noordelijke richting het park in te rijden, al die tijd is het prachtig, afwisselend rijden met het nodige bochtenwerk.



Onderweg maken we nog een korte wandeling naar de restanten van een oud huisje, maar verder zitten we veel in de auto.





Bij Posada de Valdeón wordt de weg nog smaller en ook zijn er hoogteverschillen van twintig procent, een uitdaging voor Wim, maar we komen veilig aan in Cain, waarna we dezelfde weg weer terug moeten.






Inmiddels is het vier uur en stoppen we bij een camperplaats in Los Llanos. Vanaf ons plekje hebben we een prachtig uitzicht op de bergen, door zeelieden de Toppen van Europa genoemd, omdat ze vaak de eerste aanblik van hun vaderland vormden.

We kunnen heerlijk buiten van de zon genieten tot deze achter de bergen verdwijnt, daarna wordt het meteen fris en verhuizen we naar binnen, we zitten dan ook op ruim negen honderd meter hoogte !
Verslag 28
Na een koude nacht (zeven graden !) begint de dag met een strakblauwe lucht, we gaan weer op pad om de Picos verder te verkennen. Ook nu bestaat de rit uit veel bochten en prachtige uitzichten.




Bij de plaats Puente Vidosa kan je allerlei klimsporten beoefenen en wij zien ver boven ons enkele actieve bergbeklimmers tegen de rotswand aangeklemd.



In de loop van de morgen wordt het bewolkt en valt er zelfs een spatje regen.



Aangekomen bij Covadonga, waar een grote neoromaanse basiliek staat, komen we in de file te staan en kunnen we onze route naar twee bergmeren niet vervolgen. We besluiten niet veel verder te gaan vandaag en te wachten tot morgen, wanneer alle Spanjaarden weer aan het werk zijn, om het Nationale Park verder te bekijken. In Avin is een leuke camping, met de originele naam: camping Picos de Europa, en daar vinden we een mooi plekje. Wanneer we geïnstalleerd zijn begint zelfs de zon weer te schijnen en genieten we van een heerlijke luie zondagmiddag !
Verslag 29
We zijn vanmorgen (maandag 1 oktober) teruggereden naar de plaats Covandonga met z’n opvallende kerk uit eind negentiende eeuw en ook vandaag lopen er nog heel wat mensen rond (er zijn zelfs vier kerkdiensten !), maar niet in verhouding met gisteren.


We kunnen nu wél de weg vervolgen naar “Los Lagos”, de twee bergmeren op ruim elf honderd meter hoogte. Weer is het veel slingeren over smalle wegen en uitwijken, niet alleen voor auto’s maar ook voor koeien, schapen en geiten.





Na een wandeling naar de meren Ercina en Enol, beiden liggend op een kalkplateau, rijden we dezelfde weg terug.

Vervolgens gaan naar Puente Poncebos vanwaar we met een ondergronds kabelspoor in acht minuten tijd ruim twee kilometer afleggen en vierhonderd meter omhoog gaan, om uit te komen bij Bulnes.
Dit is één van de meest afgelegen dorpen van Spanje en hiervandaan heb je een mooi uitzicht op de Naranjo de Bulnes, met z’n 2519 meter een van de hoogste toppen van de Picos de Europa.







Tegen half zes zijn we terug bij de auto en rijden dan nog een klein stukje naar een grote parkeerplaats, waar we een mooi uitzicht hebben op de bergen en onze camper gratis neer mogen zetten. Er zijn hier geen faciliteiten en ook hebben we geen bereik met de telefoon, zelfs de satellietschotel hoeft niet uit, de bergen zijn gewoon veel te hoog !

Verslag 30
Nadat we de afgelopen dagen zo’n driehonderd vijftig kilometer door en langs de bergen van los Picos hebben gereden, verlaten we het park via de noordkant en rijden naar Ribadesalla, waar we nog een glimp van de zee opvangen.
Daarna zet ik de TomTom op “snelste route” (zonder tolwegen !) om even wat kilometers te gaan maken ! Na nog een stukje langs de kust gaan we zuidwaarts richting León. De eerste uren is het prachtig rijden door de hoge, groene bergen en we komen zelfs op bijna veertien honderd meter hoogte.


Vanaf de plaats La Robla, waar we eindelijk een grote supermarkt vinden om weer verse producten in te slaan, wordt het vrijwel vlak en laten we de bergen achter ons. Het is hier ook geen toeristisch gebied waardoor het moeilijk wordt een camperplaats of camping te vinden. Wel zien we vandaag weer tientallen wandelaars, bepakt en bezakt, de weg naar Santiago de Compostela lopen, blijkbaar gaan er vele wegen naar de grote kathedraal van Santiago.

Eind van de middag stoppen we bij de stad Astorga, waar een camperplaats is bij een (gesloten) arena. De plek stelt niet veel voor, maar toch staan er al diverse campers.
In tegenstelling tot gisteren is het vandaag prachtig weer en zitten we nog een tijd buiten, waar Wim later ook kookt: groene asperges en inktvis, ik word weer verwend door mijn privékok !

Verslag 31
Na een nacht waarbij het kwik daalde naar vijf graden is het ’s morgens tegen tienen toch alweer aangenaam warm. Door bergachtig, dunbevolkt gebied rijden we naar Puebla de Sanabria, een charmant oud dorp met op een heuvel een twaalfde-eeuwse kerk en een kasteel uit de vijftiende-eeuw, waar we wandelend via een steile keienstraat uitkomen.



De burcht is stevig gebouwd met dikke muren en vanaf de torens heb je een mooi uitzicht over de Tera Rivier.





(Wim met Don Quichotte)
Vijftien kilometer verderop ligt, in een prachtig natuurgebied vol eikenbomen, het grootste glaciale meer van Spanje: Lago de Sanabria, waar het nu erg rustig is.

Nadat we hier geluncht hebben rijden we nog een stukje hoger naar het bergdorpje San Martin de Casaneda, met z’n klooster, vanwaar je neerkijkt op het meer.



We moeten een stukje dezelfde weg terug en gaan nu richting de Portugese grens, die we tegen half vier passeren. (Nadat we precies een maand onderweg zijn !)
Meteen kan de klok een uurtje teruggezet worden, dus morgen zijn we vast vroeg wakker !! Iets voorbij de plaats Braganca stoppen we bij de terrassencamping A Cepo Verde, waar we een plekje in de schaduw zoeken, want het is inmiddels zo’n achtentwintig graden en tot laat in de avond kunnen we heerlijk buiten zitten !

Verslag 32
In het noorden van Portugal tegen de Spaanse grens aan liggen twee natuurparken.

Nadat we uren door Parque Natural de Montesinho, een ruig heuvelachtig reservaat, hebben getoerd, stoppen we bij de plaats Chaves, waar we een korte wandeling door het oude centrum maken.





Daarna rijden we via Montalegre het Parque Nacional da Peneda-Gerês in. Onderweg zien we voor het eerst hoe hars afgetapt wordt van dennenbomen.
We hebben vanmiddag pas een stukje van het nationale park gezien: het stuwmeer Paradela dat maar voor de helft gevuld is en enkele boerendorpjes.



Vanwege het prachtige weer en het uur tijdsverschil gaan we al tegen vieren op zoek naar een overnachtingsplaats. Weer wordt “park4night” (net zoiets als “Wikicamps” in Australië) gebruikt en we komen terecht bij een prachtige plek aan een meertje, waar we helemaal alleen staan ………….




Verslag 33

Parque Nacional da Peneda-Gerês werd in 1971 opgericht en beslaat meer dan zevenhonderd km2 woest, indrukwekkend landschap, met door de wind geteisterde pieken, beboste dalen en enkele stuwmeren.



Terwijl we er vandaag uren doorheen hebben gereden zagen we regelmatig granieten espigueiros (graanschuren) op zuilen, met een grafachtige architectuur, geschikt om maïs en graan de juiste vochtigheidsgraad te geven, zonder dat kippen of knaagdieren erbij kunnen komen.





Na de middag buigen we af richting de kust en via Ponte da Barca komen we iets zuidelijk van Viana do Castelo uit.


Bij de plaats Darque moest een mooie camperlocatie zijn aan het water, maar aangezien heel veel mensen het ACSI-boek gebruiken stond het er knap vol, bovendien was het er winderig en stelde de plekken eigenlijk niks voor ! We raadplegen de park4night-App weer, maar dit keer komen we uit, via heel smalle straatjes (waar we slechts vijf centimeter speling hebben aan beide kanten !!) op een plek aan zee, die afgesloten is.



Wel zien we daar een dode orka op het strand liggen.

Gelukkig vinden we vijf kilometer verderop, via dezelfde App., toch een mooie plek, uit de wind, vlakbij zee, waar we wel mogen overnachten, met het geluid van de ruisende golven op de achtergrond !

Verslag 34
Ten oosten van de stad Braga bevindt zich op een boshelling het meest opzienbarende heiligdom van Portugal: Bom Jesus do Monte. Door de ruim honderd meter hoge granieten,barokke trap van de Vijf Zintuigen te beklimmen kom je uit bij de Bom Jesus kerk. Wij nemen de kabelspoorweg (elevador), daterend uit 1882, die hydraulisch aangedreven wordt en waarmee je in drie minuten bij het terras naast de kerk staat.





Daarvandaan dalen we langzaam de trappen af, onderweg de fonteinen en kapellen bekijkend.

Een uurtje later zijn we weer beneden en rijden door naar Citânia de Briteiros, een nederzetting uit de IJzertijd. Hier zijn honderd vijftig fundamenten van huizen opgegraven, die rond het begin van de jaartelling door Romeinen bewoond werden, enkele ervan zijn inmiddels gereconstrueerd. De stenen paden door het “dorp” zijn niet allemaal even gemakkelijk te bewandelen, maar het is indrukwekkend om te zien dat duizenden jaren terug er al ondergrondse reservoirs, riolen en watertoevoersystemen waren.





Bij het bijbehorende museum roep ik de hulp in van het meisje achter de balie: ik moet hoognodig naar een kapper, maar deze zijn moeilijk te vinden en ik spreek geen Portugees ! Zij maakt voor mij een afspraak bij een kapsalon tien kilometer verderop en een uurtje later zijn mijn wilde pieken verwijderd ! Daarna wordt de kampeer-App weer ingeschakeld en nu staan we ergens, helemaal alleen, “in the middle of nowhere” in het noorden van Portugal !!

Verslag 35
We zijn vandaag naar Porto gereden, maar hebben eigenlijk alleen Vila Nova de Gaia bekeken aan de zuidkant van de rivier de Douro, het gedeelte waar de port wordt gemengd en rijpt in houten vaten.

De camper hebben we geparkeerd in de buurt van de nieuwe brug: Infante Dom Henrique en daarvandaan zijn we lopend richting de beroemde twee verdiepingen hoge Ponte de Dom Luis I gegaan.





Het is er gezellig druk en we horen opvallend veel Nederlands praten, blijkbaar is Porto geliefd bij Hollanders !


Nadat we een tijdje over de kade hebben gewandeld waar verschillende “barcos rabelos” in het water liggen, bezoeken we een overdekte Mercados waar je allerlei soorten eten en drinken kunt nuttigen.


Vervolgens nemen we een rondleiding met proeverij in het porthuis Augusto’s, één van de ruim vijftig porthuizen die in Vila Nova de Gaia gevestigd zijn.

Deze is vrij klein en produceert maar vijfendertig duizend flessen port per jaar en levert niet aan supermarkten of restaurants. Je kunt alleen rechtstreeks bij Augusto’s kopen en ook wij gaan met twee flessen port en hernieuwde kennis over het bereidingsproces de deur uit.


Eenmaal terug bij de camper rijden we zo’n vijfendertig kilometer in oostelijke richting om uit te komen bij de plaats Moreira waar we nu pal aan de Douro staan !


Verslag 36
Vandaag (maandag 8 oktober) hebben we de hele dag in de portstreek, het gebied rond de rivier de Douro, gereden, dalend en weer stijgend over slingerende wegen, waarvan ook een stuk van de “rota da Românico”.




Langs de steile rivieroevers zijn duizenden wijngaarden in terrasvorm die zo smal zijn dat er geen tractor langs kan, alle druiven worden dan ook met de hand geplukt.

Overal zie je wijndomeinen (quintas) met eindeloze velden druivenranken, waarvan de meeste al ontdaan zijn van hun druiven. Af en toe zien we nog enkele plukkers en trekkers met een volle lading druiventrossen in hun aanhanger.





Rond vier uur gaan we op zoek naar een overnachtingsplek en weer staan we, zonder andere campers om ons heen, aan de Douro.

Het bevalt ons prima om zo in de vrije natuur te staan, maar er zit wel één nadeel aan: onze koelkast moet steeds op gas, we zijn inmiddels aan onze laatste gasfles bezig en we kunnen nergens onze flessen gevuld krijgen. Gelukkig hebben we ook een grote koelkast (Engel) achter in de cabine van de auto die op accu werkt en we hebben dan ook besloten de koelkast in de camper niet meer te gebruiken, zodat we genoeg gas overhouden om te koken. Zo kunnen we nog ruim twee weken vooruit en in het toeristische zuiden van Portugal zijn hoogstwaarschijnlijk wel adresjes om de flessen te vullen !
Verslag 37

We zijn vanmorgen pas laat vertrokken van ons mooie plekje bij Tua aan de Douro en eerst rijden we nog een tijdje langs wijngaarden en quintas, maar langzamerhand verandert het landschap en wordt het heuvelig, bosachtig gebied.



Onderweg passeren we enkele mooie dorpjes, maar verder is het dunbevolkt.

Wanneer we na de middag, bij een meertje in Terrenho, stoppen voor de lunch hebben we pas tachtig kilometer afgelegd, maar de plek is zo prachtig, dat we hier gewoon blijven staan en pas morgen verder trekken. (Later zien we dat park4night deze plek ook kent !)
We lezen, doen een spelletje en Wim werpt zelfs twee hengels uit !



Dit is het fijne van reizen, je weet ’s morgens nooit waar je ’s avonds terechtkomt !!
Verslag 38
Net als gisteren konden we vanmorgen buiten ontbijten in de warme zonnestralen, maar of dit morgen ook lukt ? Voor de aankomende dagen is er minder mooi weer met regen voorspeld, terwijl het juist in Holland uitzonderlijk warm wordt voor de tijd van het jaar ! We waren vanmorgen nog maar net onderweg toen we alweer een stop maakten bij de ommuurde stad Trancoso.

Na een rondwandeling door de smalle straatjes vol met hortensia’s en over de muren van het stadje, gaan we weer verder.




Niet veel later zien we ineens een bedrijf dat allerlei soorten gasflessen verkoopt: ze vullen niet, maar we konden er wel de blauwe campinggaz fles omruilen. Voor de zekerheid hebben we er nog maar één bijgekocht (de prijzen liggen hier trouwens stukken lager dan in Nederland), dus gelukkig kunnen we voorlopig vooruit ! Rond de middag stoppen we bij een Intermarché waar ze buiten twee grote wasmachines en een droger voor de klanten hebben staan. Anderhalf uur later rijden we er pas weer weg, maar voorlopig heb ik weer alle was schoon en ook voldoende levensmiddelen in de camper liggen.

Ook wordt er nog water getapt onderweg.
Daarna gaan we op weg naar de Serra de Estrela, de hoogste bergketen van het vasteland van Portugal, die toppen heeft van bijna twee duizend meter hoog. Eerst bezoeken we Linhares, een gehucht met steile, erg smalle straatjes die allen uitkomen bij de restanten van een middeleeuws kasteel.






In dit land is het trouwens steeds goed uitkijken in de dorpjes of we er met de camper doorkunnen, de wegen zijn extreem smal met vaak aan beide zijden stenen muren !
Vervolgens rijden we verder omhoog over de steeds kaler wordende bergen vol vreemde granieten bergtoppen en komen tot ruim dertien honderd meter hoogte.

(Cabeca do Velho)

Er is nog goed te zien dat hier vorig jaar grote branden gewoed hebben. We dalen weer af en gaan naar Póvoa de Midöes aan de rio Mondego, waar we via een onverharde weg met laaghangende takken uitkomen aan de oever van een laagstaande rivier.




We blijven tot negen uur buiten zitten met boven ons een heldere lucht vol sterren en nog achttien graden, zou die weersvoorspelling wel kloppen ?
Verslag 39
…..Vanmorgen werden we wakker met het getik van regen op het dak, de weermannetjes hadden het dus toch goed ! In de loop van de morgen wordt het droog, we rijden een bergpas naar Caramulo, een voormalig centrum van sanatoria op ruim zeven honderd meter hoogte, maar nu vooral bekend door het Museu do Caramulo. Er zijn twee heel verschillende musea in één gebouw: de eerste heeft wandtapijten, porselein, schilderijen, maar ook miniatuur auto’s en een uitgebreide verzameling van Star-Wars.


Wij komen echter voor het Museu do Automóvel waar een prachtige collectie oldtimers te zien is.









Nadat we alles goed bekeken hebben willen we verder richting de kust gaan, de TomTom staat nog steeds op “kortste route” en daardoor komen we weer midden in een oud gehucht terecht, met heel smalle steegjes.


Wim moet een stuk achteruit rijden en keren, anders waren we hopeloos vast komen te zitten.
We gaan even over op “snelste route” en komen tegen vieren, na een prachtige tocht door beboste bergen, aan bij Ria de Aveiro, een lagune vlakbij zee waar we flamingo’s zien.


Ook de moliceiro’s, met hun beschilderde steven, liggen in de haventjes. Deze werkschepen halen “molico”, zeewier uit zee voor kunstmest.


(We zijn hemelsbreed nog maar zestig kilometer verwijderd van Porto, waar we vijf dagen terug waren, we zigzaggen een beetje door Portugal !!) We vinden een mooie plek aan de “binnenzee” bij Torreira, waar we nog een tijdje uit de wind genieten van het prachtige uitzicht.


Langzamerhand wordt het vloed én frisser en verhuizen we naar binnen, maar ook dan hebben we nog een schitterend panorama !
Verslag 40
Vanuit ons bed zagen we vanmorgen vroeg de vissersbootjes langs varen, later kwamen ze weer terug, al wisten we eerst niet waarmee !


Het blijkt dat ze, bij laag tij, kokkels verzamelen en deze later aan wal in ijzeren manden stoppen, deze worden dan langdurig heen en weer geschud om het vuil dat tussen de schaaldieren zit te verwijderen.


Heel interessant om te zien allemaal.

Ook zagen we weer heel wat flamingo’s op hun hoge poten, zoekend naar eten in het zeewater.

We rijden nog een stuk langs de Ria de Aveiro om uit te komen bij Säo Jacinto, waar de lagune in zee uitmondt.


Nadat we even bij het strand zijn geweest, waar een harde wind staat, keren we om en gaan dezelfde weg terug. Onderweg zien we bergen wier liggen die over het boerenland wordt uitgespreid als mest.
Later rijden we weer in zuidelijke richting, om rond half twee uit te komen bij het vissersdorp Praia de Mira.

Hier gaan we bij een restaurant uitgebreid vis eten met natuurlijk een schaal kokkels erbij !

Nadien rijden we nog maar zes kilometer en stoppen bij een meertje naast het dorpje Lagoa, waar we onze stoelen neerzetten en tot het donker wordt, buiten zitten !




Verslag 41
We zijn weer een stukje het binnenland ingereden richting de universiteitstad Coimbra en vlakbij het kuuroord Luso bevindt zich Bucaco, een honderd hectare grootte, magische plek op een berg, waar in de zeventiende-eeuw monniken paden aanlegden, kapellen bouwden en bomen plantten. Er zijn watervallen en meertjes en in 1907 is er een extravagant jachtslot gebouwd dat tegenwoordig één van de beste hotels (Bucaco Palace Hotel) van Portugal is.





Wij parkeren onze camper bij het hotel en gaan, gedurende ruim twee uur, lopend het park verkennen.





Lange tijd gaan we bergopwaarts en met negenentwintig graden hebben we beiden een natte rug wanneer we langs de kapellen met levensgrote beelden lopen, die in 1693 gebouwd zijn door de bisschop van Coimbra.








Tegen de tijd dat we het domein weer verlaten wordt het alweer tijd een plekje voor de nacht te zoeken. Deze vinden we vlakbij een camping aan de Rio Mondego met uitzicht op de plaats Penacova. Dit keer kunnen we gebruik maken van een douche en toilet, ook is er drinkwater en zijn er vuilcontainers, een prima plek !



In de loop van de avond verandert het weer en begint het af en toe te regenen en flink te waaien: de orkaan Leslie, die zich al weken aan het ontwikkelen is, komt in de buurt van Lissabon aan land en veroorzaakt daar meters hoge golven en veel regen. Daarna komt hij onze richting op, dus dat kan nog wat worden, maar we staan op een veilige plaats, ….. we wachten het maar af !!
Verslag 42
We hebben een stormachtige nacht achter de rug, regelmatig schudde de camper flink heen en weer door de harde windstoten. De regen viel op zich wel mee al is er wel het nodige gevallen. Vanmorgen zagen we wat de orkaan Leslie hier allemaal heeft aangericht: er drijven stoelen in het water, parasols zijn omgewaaid en er ligt een grote boom dwars over de weg, waardoor onze uitgang helemaal geblokkeerd is.


We zijn dus verplicht nog een dag hier te blijven ! Er is nergens stroom, de Wifi doet het niet en ook internet werkt lange tijd niet, we weten doordoor niet hoe het elders in het land is na de storm. De temperatuur is drastisch gezakt naar vijftien graden en het blijft flink waaien, het wordt dus binnen zitten en een heleboel spelletjes doen !!!

Later vernemen we dat er veel daken van woningen zijn gewaaid en elektriciteitspalen plat liggen, ook zijn er dertig vluchten geannuleerd, maar gelukkig zijn er geen doden te betreuren. Tegen half vijf komen er enkele brandweermannen met motorzagen en een uurtje later is de doorgang weer vrij, morgen kunnen we verder trekken !

Verslag 43
We hebben vandaag zo’n twee honderd kilometer afgelegd, hoofdzakelijk in oostelijke richting. De lange bergrit naar Castelo Branco was een beetje triest, niet alleen vanwege het druilerige weer (vijftien graden !), de naweeën van de orkaan Leslie, en de afgeknapte takken die langs de weg liggen, maar we zien ook weer ontelbare verbrande bomen, het gevolg van grote bosbranden die hier hebben huisgehouden. Het zal lang duren voor de natuur weer hersteld is !

We komen door kleine dorpjes, met smalle straatjes, waar alleen de oudere bevolking nog woont, de jeugd is naar de grotere steden getrokken.



In Castelo Branco stoppen we alleen even bij “Jardim Episcopal”, een beeldentuin behorend bij het voormalige bisschopspaleis.




Daarna rijden we verder door glooiend landschap vol olijvenbomen naar het gehucht Idanha-a-Velha, een historisch, ommuurd dorpje.





Onderweg zien we enkele herten, die snel wegvluchten als ze ons zien !

Inmiddels zijn we weer dicht bij de Spaanse grens, Portugal is nu eenmaal smal en langgerekt en wanneer je veel van het land wilt zien moet je soms een beetje heen en weer rijden ! We stoppen tegen vijven vlakbij de plaats Monsanto en staan nu tussen de granieten rotsen en kurkbomen met uitzicht op een oude kerk met klokkentoren (zonder klok !).





Morgen gaan we de omgeving, hopelijk met beter weer, verder verkennen !
Verslag 44

We hebben de camper op het “vredige” plekje laten staan en zijn lopend, via een prachtig pad, naar het bergdorpje Monsanto gegaan.


Het is een pittige klim, maar het uitzicht is steeds prachtig en ook eenmaal boven blijven we foto’s maken van de aparte omgeving.




In 1938 werd Monsanto tot “meest Portugese dorp van Portugal” verklaard, de plaats vormt één geheel met de granieten heuvel waarop het is gebouwd en verschillende huizen staan echt tussen grote rotsblokken in.


Boven alles uitstekend staat een vervallen kasteel dat in vroeger tijden veel belegeringen en gevechten heeft meegemaakt vanwege zijn strategische positie.








Het is al ruim één uur wanneer we weer langzaam afdalen en in het dorpje een restaurantje vinden, waar we een typische Portugese maaltijd gebruiken.



Het is vandaag weer zonnig en eenmaal terug bij het kapelletje besluiten we hier nog een nacht te blijven, we verplaatsen de camper een stukje zodat we nog een tijdje in de zon kunnen zitten. Wanneer deze echter om half zes achter de rotsen verdwijnt, kunnen we gelijk naar binnen verhuizen, we zitten namelijk wel op ruim vijf honderd meter hoogte !
Verslag 45
Vandaag (woensdag 17 oktober) rijden we zo’n honderdentwintig kilometer zuidelijk door dunbevolkt gebied over smalle wegen met langs de kant de karakteristieke muurtjes en veel kurk- en olijvenbomen,
ook steken we een paar keer een rivier over.

Onderweg stoppen we, zoals haast elke dag, om brood te kopen en zelfs de kleinste supermarkt heeft een mooie verse visafdeling (én grote gedroogde, zoute vis !). Voor vijf euro koop je er vier mooie forellen die ter plekke schoongemaakt worden. We komen nu (tijdelijk) in de regio Alentejo, dat bijna een derde deel van Portugal beslaat. Een stukje noordelijk van Castelo de Vide ligt het langgerekte, grillig gevormde meer Ribeira de Nisa, op de noordelijke punt is een officiële camperplaats waar we minimaal twintig campers zien staan. Wij rijden echter vier kilometer verder en komen uit op een prachtige plek waar, behalve een paar vissers, verder niemand is, lang leve Park4night !!





Wim zit uren te vissen (en vangt er twee !), ik doe een wasje (met water uit het meer) en verder genieten we van de schitterende omgeving, Portugal bevalt ons prima !
Verslag 46
Het begon gisteravond te regenen, nu vind ik dat getik op het dak ’s avonds niet erg, als het overdag maar droog is. Dat was het pas rond elf uur vanmorgen en toen zijn we ook weer op pad gegaan. We willen twee plaatsjes in de buurt bezoeken en beginnen bij Castelo de Vide, gelegen op een helling van de Serra de Sào Mamede en genoemd naar het kasteel uit 1310, dat nu nog slechts een ruïne is, maar vanwaar je een mooi uitzicht hebt over het stadje.




We wandelen door de straatjes binnen de kasteelmuren en dalen daarna af naar de doolhofachtige Judiaria met nog smallere gekasseide steegjes en z’n witte huisjes.


Vervolgens rijden we zo’n tien kilometer verder naar Marvào, een middeleeuws gehucht op achthonderd zestig meter hoogte, met uitzicht op het nabij gelegen Spanje. Het dorpje wordt door een dubbele muur omgeven, waardoor het onneembaar was in tijden van oorlog.



Binnen de muren van het dominerende kasteel bevindt zich een cisterne van tien meter hoog en zesenveertig meter lang die, gevuld met regenwater, genoeg drinkwater opleverde voor zes maanden, ook is er een grote tuin met allerlei fruitbomen.







We bekijken het kasteel uitgebreid en rijden dan weer terug naar hetzelfde stuwmeer, waar we afgelopen nacht gestaan hebben. Omdat de wind gedraaid is zoeken we een andere, maar minstens zo mooie, beschutte plek waar we de rest van de dag vertoeven.


We kunnen zelfs ’s avonds buiten eten, dit keer is de regen geen spelbreker !
Verslag 47
We zijn weer een stuk in westelijke richting gereden en komen in de loop van de middag uit bij de plaats Tomar waar zich het “Convento de Cristo” bevindt.




Dit “klooster van Christus” is in 1162 gesticht door de tempeliers, later de Christusorde genoemd.


In de zestiende-eeuw vonden er grote veranderingen plaats en werden er een stenen kerk en enkele gebouwen, met schitterende versieringen, bijgebouwd.

Het hele complex is erg mooi om te zien, vooral de twaalfde-eeuwse Charola, de bidkapel der tempeliers is prachtig.








Nadat we er anderhalf uur rondgedwaald hebben verlaten we het klooster en rijden naar een heel aparte plek: op een heuvel staat een rij interessante, oude molens en hier parkeren we onze camper voor de nacht. We kijken uit over de plaats Charruada, dat ’s avonds met duizenden lampjes verlicht is.


Nu moeten we alleen uitkijken dat we geen klap van de molen krijgen ….!
Verslag 48
Omdat we dicht bij de bedevaartplaats Fatima zijn willen we de basiliek met zijn enorme plein, dat twee keer zo groot is als het St.-Pietersplein in Rome, wel even bekijken. Maar eenmaal in de stad, vol souvenirwinkeltjes, is het zo gigantisch druk dat we nergens onze camper kwijt kunnen. We verlaten Fatima weer zonder de kerk met z’n esplanade gezien te hebben !

We gaan door naar de Grutas de Mira de Aire, ten zuiden van Porto de Mós, waar we 683 treden naar beneden gaan om zo de enorme spelonk met z’n stalactieten en stalagmieten te bekijken.
De totale lengte van de grot is ruim elf kilometer, waarvan wij slechts zes honderd meter kunnen bewonderen, maar het is zeker de moeite waard.


Daarna is het nog een uurtje rijden naar zee, die we ruim een week geleden, net voor de orkaan Leslie aan land kwam, voor het laatst gezien hebben. Rond vieren zetten we onze camper neer op een prachtige plek met uitzicht op de Atlantische Oceaan iets ten noorden van Nazaré.

We kijken uit op de woeste zee waar enkele surfers proberen op de golven te balanceren, sommigen doen dit op eigen kracht maar we zien ook dat ze getrokken worden door jetski’s, het blijft een machtig mooi gezicht.


Sinds lange tijd zien we de zon in de zee zakken en met het geluid van de op het strand slaande golven gaan we een heerlijke nacht tegemoet !


Verslag 49
De hoge rots, waar we vanaf ons plekje aan zee op uitkijken, behoort bij de plaats Sitio, waar zich, gelegen aan een plein, de zeventiende-eeuwse barokkerk Nossa Senhora da Nazaré bevindt. Blijkbaar is deze erg beroemd, want er stopten vanmorgen acht grote bussen vol gelovigen, die allemaal de kerk in gingen.
Wij hebben meer belangstelling voor de marktkraampjes, waar mannen en vrouwen in heel aparte klederdracht proberen nootjes te verkopen.


Ook heb je vanaf de rots een prachtig uitzicht over het vissersdorp Nazaré.

Wanneer we later, beneden, bij het strand zijn zien we rekken vol gedroogde vis en vissersvrouwen die hun waar te koop aanbieden.



We gaan verder naar Óbidos, een betoverend stadje met mooie witte huizen omringd door een veertiende-eeuwse muur, waar je overheen kunt lopen.





Natuurlijk is er ook weer een kasteel, maar deze doet tegenwoordig dienst als pousada, een hotel met restaurant. Nadat we het plaatsje hebben bekeken én er een heerlijke maaltijd genuttigd hebben, raadplegen we de bekende App. park4night voor een mooie plek om de rest van de dag en nacht door te brengen. We komen uit bij Lagoa de Obidos vlakbij het plaatsje Casais do Pinhal Velho waar we pal aan het water kunnen staan.

Na een wandeling langs het meer werpt Wim z’n hengel uit, maar zijn aas en tuig worden opgegeten door krabbetjes !
Pas wanneer het donker is verhuizen we naar binnen, het wordt vochtig, maar koud is het niet !
Verslag 50

Net als bij Aveiro zijn ook hier vanmorgen de vissers al vroeg bezig in de lagune om kokkels te scheppen, sommigen gaan zelfs kopje onder om de schelpdieren van de grond los te schrapen.


Wanneer we weer op pad gaan richting Baleal rijden weer eerst door de bossen, vervolgens langs luxe villa’s met golfbanen, om uit te komen bij een schiereiland, aan alle kanten omgeven door strand, waar het druk is met surfende jeugd.

In de verte zien we Peniche liggen, maar nadat we een rondje door Beleal hebben gereden, gaan we verder naar Mafra en laten de grote havenstad links liggen.




Nadat we onderweg een korte picknickstop maken bij Porto Novo komen we tegen drieën aan bij het Palácio de Mafra, een enorm barok bouwwerk dat behalve een koninkrijk paleis ook een kerk en een klooster bevat.


De bouw ervan duurde achtendertig jaar en het heeft achthonderd en tachtig kamers en drie honderd monnikcellen ! In de kerk bevinden zich zes orgels en alles is prachtig afgewerkt met contrasterende kleuren marmer.



Het paleis is heel luxe, (zelfs de plafonds zijn beschilderd)

met als meest bijzondere vertrek de schitterende vijfentachtig meter lange bibliotheek met z’n vloer van ingelegd marmer en houten boekenkasten met een verzameling van zo’n veertig duizend, met goud bedrukte, lederen boeken.






Nadat we ruim een uur door de gigantische vertrekken hebben gelopen rijden we richting zee en stoppen bij een klif iets ten zuiden van Ericeira. Hier zetten we de camper neer en plaatsen onze stoelen op de rand van een uitstekende rots. Onder ons zien we wel honderd surfers, die niet groter lijken dan kikkervisjes, wachtend op de perfecte golf !



Na een prachtige zonsondergang gaan we ons huisje weer in,waar we nu al zeven weken mee op pad zijn !
Verslag 51
Vandaag hebben we de, op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staande, stad Sintra bekeken. Heel optimistisch reden we met onze camper omhoog naar het paleis midden in de oude stad, waar de straten steeds smaller werden en alle parkeerplaatsen vol waren !

Met veel moeite hebben het historische centrum weer verlaten en zijn naar de rand van de stad gegaan waar grote parkeerplaatsen zijn. Hiervandaan hebben we de bus genomen, die naar de drie belangrijkste punten van Sintra gaat. We stappen uit bij Castelo dos Mouros, een Moors kasteel, waar je over de vestingwal kunt lopen, ook is er weer een cisterne te bekijken.




Vanaf de kasteelmuren zien we verschillende prachtige gebouwen op de beboste heuvels staan.



We wandelen omhoog naar het vlakbij gelegen spectaculaire Palácio da Pena, waar we het gevoel krijgen dat we bij de Efteling of EuroDisney zijn. Dit paleis, in narcisgeel en aardbeiroze, voltooid in 1885, heeft duidelijk veel kenmerken uit het Oosten.




Er zijn prachtige toegangspoorten, een Arabische zaal, een mooie kapel en … helaas is het erg druk met toeristen, waar wij natuurlijk ook bij horen !







We stappen weer in de bus en rijden naar Palácio Nacional de Sintra, met z’n twee kegelvormige schoorstenen, die overal bovenuit steken.






Ook hier zijn weer prachtig ingerichte vertrekken met mooie plafonds, maar we hebben eigenlijk teveel gezien op één dag. Vier uur nadat we onze camper geparkeerd hebben, stappen we hier weer uit de bus: we hebben heel wat gelopen over muren, op trappen en door paleizen en zijn best wel moe !! Tegen vijven hebben we weer een mooi plekje om te overnachten (bij Azóia), stonden we gisteren op veertig meter boven het water, nu kijken we uit over de oceaan vanaf honderd en tachtig meter hoogte.

Boven zee is het bewolkt en heiig, maar tegen half zeven piept ineens de zon onder de wolken door, waardoor we weer een prachtig schouwspel zien ! Een mooie afsluiting van een indrukwekkende dag, we zullen vanavond wel vroeg op bed liggen !!

Verslag 52
Pas rond de middag vertrekken we van de, bijna, westelijkste punt op het Europese vasteland (dat is Cabo da Roca waar we vlakbij stonden !) en rijden naar Boca do Inferno (“mond van de hel”) waar bij vloed en harde wind het water de kloof in stroomt en een onheilspellend, dreunend geluid maakt en omhoog spuit. Vandaag is het rustig weer én laag tij, dus zijn er geen spectaculaire fonteinen te bekijken, wel blijft de kustlijn mooi om te zien.


Nadat we in Estoril bij de Lidl een volle kar boodschappen hebben gehaald gaan we via een prachtige kustweg (N 6) richting Lissabon.

Vlak ervoor buigen we zuidwaarts af en rijden over de “Ponte 25 de Abril”, een twee kilometer lange stalen constructie, geïnspireerd op de Golden Gate Bridge in San Francisco, naar de zuidoever van de Taag.
Hier staan het immens hoge monument Cristo Rei (de achtentwintig meter hoge Christus staat op een twee en tachtig meter hoog voetstuk ), dat je niet over het hoofd kunt zien.

Voor het eerst deze reis gaan we een stukje over een tolweg, waarvoor we thuis al een kaartje hadden aangeschaft via internet, maar al snel verlaten we deze weer en gaan richting Costa da Caparica, een gebied met veel zandduinen, dat in het zuiden eindigt bij Lagoa do Albufeira, een prachtige lagune omgeven door parasoldennen, waar we tegen half vier aankomen.
In het water bevinden zich drijvende vissershuisjes, heel apart om te zien.


Wim gaat gelijk weer vissen en ik maak een lange strandwandeling richting de zee, regelmatig door het water lopend, om te kijken of er een open verbinding is.


’s Avonds gaat de barbecue aan en zien we de zon, bij een wolkeloze hemel, langzaam onder gaan. Weer hebben we de hele dag stralend weer gehad !


Verslag 53

Iets ten zuiden van Lagoa do Albufeira bevindt zich Cabo Espichel, waar steile rotsen recht in zee verdwijnen.




Behalve een vuurtoren staat er op deze verlaten plaats een zeventiende-eeuwse kerk: Santuário de Nossa Senhora do Cabo met z’n rug naar de zee. Twee lange rijen, niet meer in gebruik zijnde, pelgrimsverblijven aan weerskanten van de kerk vormen een open binnenplaats.

Via Sesimbra rijden we naar Parque Natural da Arrábida, waar beboste heuvels en wijngaarden elkaar afwisselen. Aan de zuidkant kijk je uit over de Baia de Setübal met enkele prachtige witte stranden, waar we helaas met de camper niet kunnen komen.

Bij Praia da Figueirinha lukt dit wel, hier zitten we een tijdje aan zee en zien diverse schepen van en naar de haven van Setúbal varen.
Inmiddels begint het te betrekken en verruilen we de kust voor het binnenland. We rijden zo’n honderd kilometer in oostelijke richting om tegen half vijf uit te komen bij Barragem do Divor, een stuwmeer tussen Arraiolos en Évora.
Voor de tweede keer vandaag werpt Wim z’n hengel uit en vangt enkele voorns.

Ook nu laat de zon zich nog even in al z’n pracht zien voor het donker wordt !

Verslag 54
We zijn vanmorgen naar Évora gereden, maar de, door UNESCO op de Werelderfgoedlijst gezette, stad maakt niet veel indruk op ons. Wanneer we er langs rijden ziet alles er grauw uit, mede veroorzaakt door het sombere weer. Allebei hebben we geen zin om hier rond te gaan struinen, we hebben al zoveel kerken, kloosters en mooie pleinen gezien. Wat we wel dringend nodig hebben is een wasserette en weer vinden we er één behorend bij een Intermarché supermarkt. We kunnen de camper pal naast de machines plaatsen en brengen hier enkele uren door. Hoogstwaarschijnlijk is dit de laatste keer deze reis dat we hier gebruik van hoeven te maken !

Nadien rijden we nog een stukje oostwaarts richting Monsaraz, vlakbij de Spaanse grens, maar het is al vrij laat als we daar aankomen.
We zetten onze camper aan de Barragem de Alqueva en zien hiervandaan het ommuurde plaatsje op de heuvel liggen.



Tot half zeven kunnen we buiten zitten, uitkijkend over het meer, dan komt de lang verwachte regen en gaan we naar binnen, morgen gaan we Monsaraz wel bekijken !
Verslag 55

Na een regenachtige nacht is het vanmorgen grauw en kil, Wim doet zelfs, sinds lange tijd, zijn lange broek aan. Vanaf het hooggelegen Monsaraz kijk je uit over het mooie, grillige stuwmeer Alqueva, dat nu triest aandoet.
We wandelen door de smalle straatjes van het middeleeuwse dorp naar het kasteel, waar op het garnizoensplein nog af en toe stierengevechten plaatsvinden.





Rond Evora en Monsaraz bevinden zich veel megalieten, stammend uit de periode tussen vier en twee duizend jaar v. Christus, in de vorm van dolmen, menhirs en cromlechs. Na even zoeken vinden we de Cromlech van Xerez, een menhir in een vierkant van kleinere stenen dat waarschijnlijk een zonnetempel is geweest en later rijden we naar de vijf en een halve meter hoge Menhir van Outeiro, die doet denken aan een vruchtbaarheidssymbool.

Daarna volgt een lange rit door de Alentejo met z’n kurkbomen en velden met olijfbomen, die helemaal vol hangen met de rijpe ovale vruchtjes.



Inmiddels is het weer zonnig geworden, wel waait er een harde, westelijke wind.
Via Beja en Ourique rijden we zuidelijk naar de Algarve, waar we bij Sáo Marcos da Serra een afslag nemen naar het hooggelegen Monchique. Rondom deze plaats is een heel gebied zwartgeblakerd door bosbranden.
We gaan verder naar Aljezur aan de westkust, maar aangekomen bij de hoge klif uitkijkend op de praia de Arrifana, waaien we bijna om, zo krachtig is de wind.


Hier overnachten heeft geen zin, dus rijden we een klein stukje terug landinwaarts, waar we op een open plek in een bos gaan staan, in de buurt van een woonwijk (Vale da Telha). Maar zelfs met de twee pootjes uitgedraaid schudden we af en toe nog heen in weer in de camper, het lijkt wel wat op de nacht van de orkaan enkele weken geleden !
Verslag 56
Vanmorgen (zondag 28 oktober) konden we, net als in Nederland, de klok een uur terug zetten, waardoor het hier nog steeds een uur vroeger is dan thuis, maar over enkele dagen, wanneer we in Spanje zijn, hebben we weer gelijke tijd ! We rijden nog een keer terug naar de hoge klif bij Arrifana waar het weer vol staat met camperbusjes van surfers. Nog steeds is het windkracht vijf met af en toe uitschieters, waardoor je moeite hebt gewoon te lopen.

Vervolgens gaan we zuidelijk richting Sagres, maar nemen bij Carrapateira nog een keer een afslag richting zee, waar we weer genieten van de prachtige kustlijn.

Dan komen we bij Cabo de Sáo Vicente, de winderige, uiterst zuidwestelijke punt van Europa, die uitsteekt in de Atlantische Oceaan en waarvan men vroeger dacht dat dit het einde van de wereld was ! (Hemelsbreed zijn we twee duizend kilometer van huis !) Hier moet ik uitkijken dat mijn lenzen niet uit m’n ogen waaien, wat een kracht heeft de wind !

We wandelen naar het, vlakbij, op een schiereiland gelegen, fort vanwaar we uitkijken op de kaap en waar we echt moeite hebben rechtop te stappen tegen de wind in.


Omdat we de laatste dagen veel gereden hebben zoeken we al vroeg een overnachtingsplek en vinden die in de begroeide duinen bij Hortas do Tabual. Een prachtige plek, waar we redelijk uit de wind kunnen staan, met uitzicht op zee.



Nadat we hier de omgeving verkend hebben kun je wel stellen dat we, voor vandaag, uitgewaaid zijn !
Verslag 57
We hebben weer een prachtige dag gehad: we zijn begonnen bij Ponta da Piedade, een kaap bij Lagos met schitterende rotsformaties en grotten, waar je met een bootje naartoe kunt varen.




Iets verderop is Praia de Dona Ana waar we ook een tijdje rondgewandeld hebben.

Tussen de middag stoppen we bij het strand: Senhora da Rocha, dat we van bovenaf bekijken tijdens de lunch.

Dan rijden we naar Péra, waar zich het vijftiende internationale zand sculptuur festival bevindt, de “biggest sand sculptures of the world “, dit vanwege het meeste zandgebruik en de langste tijd dat je het kunt bezichtigen (1 maart-10 november).




We lopen hier wel een uur rond, er is zoveel te bewonderen. Wel kun je zien dat de weersinvloeden, na een half jaar, hun werk hebben gedaan.




Vervolgens gaan we naar Albufeira, waar we bij het strand Praia dos Arrifes een mooie overnachtingsplek vinden met uitzicht op de uitgeslepen rotsformaties en aangezien er een leuk restaurantje aan de baai ligt (Sardinha) nuttigen we hier een heerlijke versgevangen vis.





Vanuit onze camper kijken we op de rotsen, je kunt wel stellen dat we vandaag heel wat “sculpturen” hebben gezien !
Verslag 58
Het begon vannacht hard te regenen en te waaien en weer lagen we te schudden in de camper, ik vond het een beetje eng, zo op de rand van de klif, maar Wim verzekerde mij dat er echt niets kon gebeuren. Vandaag is het fris en nog steeds is daar die harde wind, we gaan een stuk oostwaarts naar het plaatsje Quelfes
(N 37.06395 W 7.81260), waar we onze gasflessen laten vullen. Het blijkt dat de laatste, in gebruik zijnde, fles pas half leeg is (zoveel scheelt het wanneer je de koelkast niet gebruikt !), maar we laten ze toch beide vullen: zeven en halve kilo propaan kost maar veertien euro !! Nu weten we zeker dat we voldoende gas bij ons hebben (waarschijnlijk zelfs genoeg voor de volgende trip naar Sicilië, volgend jaar !), ook als het onderweg gaat sneeuwen en we de kachel nodig zouden hebben. Tegen enen gaan we de grens met Spanje over, waardoor het ineens al twee uur is. We rijden de grote havenstad Huelva voorbij en nemen de kustweg richting Matalascanas, waar we vlak voor de plaats de camper neerzetten met uitzicht op zee.




We kunnen nog een tijdje buiten zitten op een beschut plekje, maar tegen vijven wordt het echt te fris en verhuizen we naar binnen.

Voorlopig is het de laatste keer dat we de zon in zee zien zakken !
Verslag 59
Vlakbij Matalascanas ligt de plaats El Rocío, beroemd om zijn jaarlijkse “romeria”, wanneer wel een miljoen bezoekers, vooral pelgrims, uit verre uithoeken van Spanje per versierde ossenwagen naar de Iglesia de Nuestra Senora del Rocio komen. Meer dan zeventig broederschappen komen dan in dit dorp samen om de Virgen del Rocio te vereren.


De straten in het dorp zijn allemaal onverhard en omdat het veel geregend heeft liggen er grote plassen, waar een enkele ruiter te paard langs rijdt.





El Rocio ligt aan de rand van de wetlands van het Parque National de Donana, in de wintermaanden strijken er veel trekvogels neer, waaronder de flamingo’s, die hier volop schaaldieren vinden en in de verte zien we al een groep van deze prachtige vogels.

Via een “binnenweg” rijden we richting Sevilla, maar ook hier zijn delen van de weg onverhard en vol kuilen gevuld met water, voor onze camper echter geen enkel probleem, hij wordt alleen een beetje vies !

Regelmatig rijden we langs sinaasappelboomgaarden, de bekendste vrucht van Spanje.
Het was de bedoeling een plaatsje iets ten noorden van Sevilla te gaan bekijken, maar de TomTom stuurt ons door smalle en doodlopende straatjes, ook is het vandaag koud ( twaalf graden) en regent het, zodat we besluiten door te rijden richting Córdoba. Nadat we midden door de drukke stad Sevilla zijn gereden stoppen we tegen vijven bij een stuwmeer vlakbij Almodóvar del Río, dertig kilometer voor Córdoba. Het plekje is niet bijzonder, maar we moeten toch binnen zitten en na een uur is het toch donker. Voor morgen is er gelukkig beter weer voorspeld !!
Verslag 60
Vanmorgen zien we pas, nu de zon weer schijnt, hoe mooi het stuwmeer is !

Nadat we langs het Moorse kasteel van Almodóvar del Rio zijn gereden gaan we naar Córdoba, waar we de auto op een camperplek, vlakbij het centrum, parkeren.

Deze stad, gelegen aan een scherpe bocht in de Rio Guadalquivir, heeft een heel speciaal gebouw: de Mezquita, waar in een prachtige moskee een kathedraal is gebouwd ! Deze staat sinds 1984 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en in juni 2014 kwam daar de titel: “uitzonderlijke universele waarde” bij.




Het is vandaag 1 november, Allerheiligen, de meeste Spanjaarden hebben een vrije dag, waardoor het dus extra, maar gezellig, druk is in de stad ! Om twee uur kunnen we pas de Grote, twaalf eeuwen oude, Moskee in, waar ruim achthonderd vijftig zuilen het dak dragen.

Het gebouw is regelmatig uitgebreid waardoor er een mengeling van bouwstijlen is ontstaan, pas in de 16de eeuw is de kathedraal in het centrum gebouwd.








We brengen ruim een uur door in het enorme godshuis, dat zonder meer in één rijtje past met de Hagia Sofia en de Sint-Pieter.


Daarna wandelen we door de Judería, de oude Joodse wijk met z’n smalle straatjes.

We strijken neer bij een tapasbar en bekijken zittend de rondwandelende menigte.









Nadat we de Koninklijke stallen bekeken hebben, keren we terug naar onze camper, waar we nog even in de zon kunnen zitten, voor we naar binnen verhuizen, pas morgen trekken we langzaam verder richting Nederland !
Verslag 61
Het is vandaag koud en grijs dus prima weer om een flink eind te rijden. We nemen een lang stuk snelweg (zonder tol !), waarbij we langs de route steeds heuvelig landschap zien met oneindig veel olijvenbomen. We buigen af richting Cazorla en nadat we daar bij een supermarkt onze voorraden hebben aangevuld (er ligt ook weer een heel konijn in de koelkast !) beginnen we aan een bergpas. Eerst moeten we door het dorp met natuurlijk weer smalle straten en daarna komen we op een hoogte van twaalf honderd meter, waar we door de mist niet veel zien.

Als we echter weer afdalen komen we in een prachtig gebied: Parque Natural de Cazorla waar we zelfs enkele herten zien.



We volgen lange tijd de Rio Guadalquivir en tegen vijven stoppen we op een parkeerplaats behorend bij een uitkijkpunt waar je het stuwmeer Embalse del Tranco kunt zien. Meteen herken ik de plek: hier hebben we vier jaar terug ook gestaan toen we, in het voorjaar, terug kwamen van de reis door Marokko. Voor ons was het toen één van de eerste keren dat we “wild kampeerden”, iets wat nu heel gewoon is.


Toen was het stuwmeer veel voller en ook hadden we beter weer, nu kunnen we gelijk naar binnen en gaat voor het eerst deze reis de kachel aan !
Verslag 62
De zon laat zich vanmorgen weer zien, waardoor alles er meteen vriendelijker uitziet.


We rijden nog een stuk langs het stuwmeer en gaan dan via Siles richting Riópar, waar de Sierra de Alcaraz zich bevindt. Een van de mooiste plekjes daar is de bron van de Rio Mundo en wanneer we een, zo goed als volle, parkeerplaats zien met de tekst P Rio Mundo zetten wij onze camper er ook bij.


Er volgt een lange wandeling naar de waterval bij Cueva de Los Chorros en het is dan ook een beetje balen als we na een uur, vlakbij de bron, een drukke parkeerplaats zien, waar we dus ook hadden kunnen parkeren! Gelukkig is het prima weer en is de wandeling mooi (maar vermoeiend !) en de waterval is zeker de moeite waard.






Pas om half drie `(na ruim twee en een half uur lopen !) zijn we terug bij de camper en nadat we daar een tijdje gerust en wat gegeten hebben, vervolgen we onze trip.

Weer volgt een prachtige rit door de bergen waarbij we nog enkele reetjes zien.

Tegen vieren stoppen we bij een open plek bij Alcaraz waar we ons huisje neerzetten. We kunnen nog een tijdje genieten van de zon, al is het vrij fris op bijna duizend meter hoogte.
We kijken uit op een klooster en ook zien we in de verte een grote kudde schapen voorbij trekken.

 

Zodra de zon achter de bergen verdwijnt gaan wij naar binnen, het koelt vannacht af naar slechts twee graden !

Verslag 63
We hebben vanmorgen al ruim honderd kilometer afgelegd wanneer we via Albacete bij het plaatsje Jorquera aankomen.

Hiervandaan begint een prachtige, veertig kilometer lange, route door een kronkelende, diepe kloof, de Hoz de Júcar.


Langs kalksteenformaties, waar nog de restanten van grotwoningen te zien zijn, rijden we door de smalle vallei, in vroeger tijden uitgesleten door de Rio Júcar.




Na zo’n vijftien kilometer komen we bij het dorp Alcalá del Júcar, spectaculair gelegen aan de rand van een rots die de kloof insteekt.


We zijn hier eerder geweest (2014), maar dit keer rijden we verder tot het eind van de route, waar zich een waterkrachtcentrale bevindt.



Het laatste stuk van de rit wordt duidelijk minder bezocht en de weg is hier ook slechter, maar het is er wel erg mooi: af en toe lijkt het of we in West-Amerika zijn !





Nadat we hier middagpauze hebben gehouden (we hadden nog garnalen in de koelkast liggen !) moeten we dezelfde weg terug tot Alcalá del Júcar en daar rijden we via haarspeldbochten de kloof weer uit richting Requena. Daarvandaan gaan we via een bergweg naar Chera waar we weer een prachtig plekje vinden midden in de natuur, omringd door de bergen.




De plaats is niet helemaal vlak, maar overal is een oplossing voor !!


Verslag 64
Vanmorgen tikte de regen zachtjes op het dak van de camper, heerlijk weer om de hele dag binnen te zitten met een goed boek. Helaas heeft de E-reader van Wim gisteravond de strijd opgegeven en is hij voorlopig uitgelezen. Later op de dag vindt hij bij Amazon een gratis App. (Ebook Reader) waarmee hij z’n boek kan downloaden en overzetten op de I-pad, wat een techniek ! We gaan weer op pad en rijden ruim vier uur lang allerlei pasjes, waarvan de wegen soms zo smal zijn dat we blij zijn geen tegenliggers te krijgen !





Natuurlijk schiet je zo niet erg op en we zijn dan ook nog niet veel dichter bij huis gekomen, maar Wim wil toch wel uiterlijk volgende week donderdag (15 november) thuis zijn, om weer te kunnen repeteren bij het Mannenkoor voor de Kerstuitvoeringen.

We eindigen midden in de bergen in de buurt van Onda, morgen zullen we nog de hele dag bergwegen rijden, maar daarna gaat de spurt erin en nemen we snellere wegen. Het blijft de hele dag vochtig, somber weer

(hier laat de zon zich één minuutje zien !)


en bij aankomst op onze overnachtingsplek kunnen we meteen weer binnen gaan zitten,…… gelukkig allebei met een mooi “boek” !!
Verslag 65
We waren vanmorgen, voor ons doen, al vroeg op weg en hebben ongeveer twee honderd kilometer afgelegd, al zijn we hemelsbreed niet veel verder gekomen dan zo’n honderd kilometer in noordelijke richting. De route was weer heel gevarieerd: langs stuwmeren, kloven, kleine dorpjes en flinke bergpassen, tot ruim zeventien honderd meter hoog !


In de verte zagen we sneeuw op de bergen liggen en even later kwam een sneeuwschuiver terug van z’n werkzaamheden.
In de Sierra de Gúdar zijn ze de weg aan het vernieuwen, waardoor we kilometers lang door de modder moesten rijden, de camper wordt van buiten steeds smeriger !
In het ommuurde plaatsje Mirambel houden we lunchpauze en komen terecht in een soort barretje waar we voor dertien euro een drie gangenmenu, bier en koffie krijgen. Het is stevige kost: er wordt veel met varkensvlees, worst, reuzel en knoflook gewerkt, maar het vult goed !


Nadien rijden we nog een stuk verder en zien onderweg nog prachtige rotsformaties.



Tegen half vijf stoppen we bij een stuwmeer, waar we natuurlijk zorgen dat we weer een prima uitzicht hebben vanuit de camper !

Verslag 66
Vandaag (7 november) hebben we een flinke afstand afgelegd: vanaf het stuwmeer van Calanda zijn we via Alcaniz over een mooie weg door de bergen (N 211) richting LLeida gereden.

Daarvandaan wordt het tijdelijk vlak en is het saai rijden, wel is het vrij druk met vrachtverkeer en ook zien we “uitzonderlijk vervoer” !Wanneer we van Manresa naar Vic gaan zien we in de verte de verse sneeuw op de Pyreneeën liggen.Nadat we in de plaats Olot boodschappen hebben gedaan raadplegen we de park4night en komen, na een rit door de bergen, uit bij een kapelletje in de buurt van Castellfollit de la Roca.
(De motor heeft dorst, even olie bijvullen !)

In totaal hebben we drie honderd en vijftig kilometer afgelegd, de langste afstand op één dag, deze reis
Verslag 67

( Zo vies is onze camper !!)
Toen Wim vanmorgen olie bij ging vullen moest er maar liefst vier liter in om de peilstok op niveau te krijgen ! Zo kwam hij erachter dat er vermoedelijk ergens een pakking van de motor olie lekt. Bij het dichtstbijzijnde pompstation hebben we twee grote cans motorolie gekocht, zodat we onderweg bij kunnen vullen wanneer dit nodig is.

Via Figueres rijden we over de N260 naar Portbou, het laatste, noordelijkste Spaanse plaatsje aan de Costa Brava, waar we tegen twaalven de grens met Frankrijk over gaan.

Over een prachtige, slingerende kustweg rijden we noordwaarts langs leuke plaatsjes zoals Cerbére en Banyuls-sur-mer, maar bij het vissersplaatsje Collioure parkeren we onze auto om wat verder rond te kijken.




De plaats is vooral bekend vanwege zijn ansjovis, er zijn hier zelfs drie zouterijen. Je kunt duidelijk zien dat het herfst is, de meeste winkeltjes en terrasjes zijn gesloten, maar binnen in de restaurantjes is het nog wel druk.
Nadat we hier natuurlijk ansjovis hebben geproefd én een halve krab verorberd hebben, wandelen we terug naar de camper en zien bij het water een groep militairen bezig met een training.We rijden nog een uurtje verder en stoppen tegen vieren bij het binnenmeer Étang de Salses-Leucate, gelegen tussen Perpignan en Narbonne. Er staat een stevige wind waardoor het helaas niet aangenaam is om buiten te zitten, wél hebben we een prachtig uitzicht over het water.
We hebben besloten om de TomTom in te stellen op de snelste route (zonder tolwegen !) naar huis en verder geen bergpasjes of bezienswaardigheden meer te nemen. Het weer wordt duidelijk minder en vanwege de lekkende olie rijden we nu liever zo snel mogelijk terug zodat de auto in Nederland gemaakt kan worden !
Verslag 68
Het begon vannacht te regenen en te onweren en ook vanmorgen plenst het gewoon door. Toen het heel even droog was heeft Wim het oliepeil gecheckt en kon weer twee liter olie bijvullen. We beginnen aan te terugreis en gaan van Narbonne, via Béziers, over de A 75 naar Millau. Langzaamaan wordt het droog maar de zon laat de hele dag verstek gaan. Het is mooi rijden: overal zie je bomen in hun herfstkleuren en het landschap is bergachtig.

De rivieren hebben snelstromend, bruin water en ook zien we enkele watervallen zomaar ontstaan door de vele regen. Bij Millau moeten we de snelweg af vanwege de grote tolbrug en bij een uitkijkpunt houden we gelijk middagpauze.


Regelmatig controleert Wim het oliepeil en na zo’n twee honderd kilometer zit er nog steeds voldoende olie in. We gaan verder richting Clermont-Ferrand en tijdens het rijden houden we een gemiddelde snelheid aan van tachtig kilometer om zo de motor niet te veel te verhitten. Wanneer we tegen vijven stoppen op een picknickplaats bij het plaatsje Espalem om hier te overnachten, hebben we ruim drie honderd zestig kilometer afgelegd. En ….. er hoeft slechts één liter motorolie te worden bijgevuld !
Verslag 69
Nadat we vanmorgen in het dorpje Espalem bij de “boulangerie” brood hebben gehaald rijden we de snelweg weer op om de reis naar huis voort te zetten.

’s Morgens is het nog een tijdje droog maar al snel begint het weer te regenen. De rit gaat via Vichy, Moulins, Nevers en Clemecy richting Auxerre en regelmatig verlaten we de snelweg om over een tweebaansweg door kleine dorpjes te rijden. Vanwege de regen ziet alles er helaas maar triest uit.


Onderweg controleert Wim een paar keer het oliepeil en moet zelfs twee en een halve liter olie bijvullen, de auto lijkt steeds meer op z’n baasje !! (Op onze overnachtingsplek gaat er nog een halve liter bij !)

We stoppen tegen vijven bij een prachtige plek aan de rivier Yonne met uitzicht op de plaats Joigny en zijn nu nog precies zes honderd kilometer verwijderd van Dodewaard !

( Laatste ) Verslag 70
Het is vandaag (zondag 11 november) vrij rustig op de wegen, ook zijn alle winkels, behalve de bakkers, gesloten. Wanneer we door dorpjes rijden zien we bloemen bij oorlogsmonumenten en vlaggen uithangen bij het gemeentehuis. Het blijkt dat het deze zondag precies honderd jaar geleden is dat de wapenstilstand een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waarbij bijna negen miljoen soldaten en ruim zes miljoen burgers de dood vonden. In Parijs zijn zeventig wereldleiders bijeen om dit feit te herdenken bij de Arc de Triomphe. Wij passeren deze stad op zo’n tachtig kilometer afstand en rijden via Sens, Epernay en Reims richting Charleroi.



Onderweg komen we langs wijngaarden waar de beroemde champagne van gemaakt wordt en tegen vieren gaan we de grens met België over.

We rijden nog een uurtje door en stoppen tegen schemertijd in de plaats Nivelles (Nijvel) bij een meertje, waar het vrij druk is. We hebben drie honderd vijf en zeventig kilometer afgelegd vandaag en Wim heeft twee keer olie bijgevuld, morgen leggen we de laatste twee honderd vijf en twintig kilometer af. Weer heeft het de meeste tijd geregend en blijft de temperatuur steken op twaalf graden en bij aankomst gaat dan ook meteen de kachel aan. Tijdens deze tien weken durende, prachtige reis hebben we bijna tien duizend kilometer afgelegd en ontzettend veel gezien en beleefd, maar nu wordt het tijd om naar huis te gaan naar familie en vrienden !