Onze reizen: Australië / Tasmanië 2026

Australië / Tasmanië 2026

Verslag 1

Ook dit jaar vliegen we weer naar de andere kant van de wereld, Australië, om daar een mooie trip te maken. Alleen zijn we dit keer pas op 1 februari vertrokken in verband met de 40ste verjaardag van Dennis (23 januari), wat we afgelopen weekend gevierd hebben in Zandvoort (Center Parcs). Ook hebben we door ons late vertrek de winterse neerslag meegemaakt waarin Holland veranderde in een prachtig wit landschap, iets wat lang niet elk jaar gebeurt.

De komende maanden zullen we zeker geen sneeuw zien, maar wel met heel wisselende temperaturen te maken krijgen, we brengen namelijk een groot gedeelte van de trip door op Tasmanië, waar het best fris kan worden. Op het vaste land kunnen de temperaturen echter flink oplopen ! We gaan het allemaal weer beleven, we hebben er zin in !

Zondag heeft Dennis ons afgezet op een druk Schiphol waar we rond half vier vertrokken zijn richting Melbourne, met een korte tussenstop op het luxe vliegveld van Doha (Qatar).

Maandag om half twaalf  ’s nachts (in Australië is het tien uur later dan in Holland) kwamen we aan en zijn vrij snel naar het Ibis-hotel gegaan dat op vijf minuten loopafstand van de luchthaven ligt.

(We konden gewoon met het karretje vol koffers en tassen tot in de hotelkamer lopen !)

Vanmorgen zijn we, na een uitgebreid ontbijt, opgehaald door Schalk en naar de stalling gebracht waar de camper al schoongepoetst klaarstond, ook is hij weer nagekeken bij een garage in de buurt.

We pakken daar de koffers alvast uit en geven alles een plekje om vervolgens water te halen en een heleboel boodschappen te doen. Tegen half drie zijn we weer van alles voorzien en moeten dan nog een afstand van honderd en vijftig kilometer afleggen door de Yarra Valley en de Dandenong Ranges, beiden met veel bochtige, smalle wegen,  om tegen half zes aan te komen bij Poplars campground in de Noojee State Forest.

Onderweg valt het op dat alles heel droog en dor is; het heeft hier al lange tijd niet geregend en omdat er vaak ook nog een harde wind waait zijn er de afgelopen periode veel bosbranden geweest.  

Onze eerste overnachtingsplek is midden in de natuur vlakbij een kabbelend beekje, bij aankomst zoeken we de schaduw op omdat het nog ruim dertig graden is, maar  rond half acht is het alweer zover afgekoeld dat het vest aankan, dat wordt straks gewoon weer onder het dekbed slapen !

Verslag 2

We hadden gisteravond zo een kampvuurtje kunnen maken, maar dit had weinig zin want om negen uur lagen we, door de jetlag, al op bed. Met het mooie geluid van de kookaburra’s waren we zo vertrokken en deze vogels gingen ook snel daarna hun nest in. Vanmorgen werden we weer gewekt door hun lachende geluid, al was het eerst nog vrij fris met elf graden. Tijdens het ontbijt hadden we dan ook nog een vest aan maar in de loop van de dag klom de temperatuur op naar drieëndertig graden. We rijden naar het plaatsje Noojee op slechts tien kilometer afstand van onze overnachtingsplek waar we de  Noojee Trestle Bridge bekijken:

Deze houten brug was vanaf 1919 tot 1954 onderdeel van een tweeënveertig kilometer lange treinverbinding tussen Warragul en Noojee waar met een stoomtrein hout, levend vee en passagiers vervoerd werden.

Later zien we in het gehucht bij een oud station de stoomtrein staan, tevens is er vlakbij een oud waterrad te bekijken..

Vijftien kilometer verderop stoppen we weer om een wandeling te maken naar twee watervallen, waarvan de eerste: Toorongo, duidelijk de meest indrukwekkende is.

Wel merken we, tijdens een steile klim, dat onze conditie flink verminderd is door een verkoudheid waar we beiden mee te maken kregen voor we afreisden naar Australië.

Tussen de middag lunchen we bij de Blue Rock Dam waar het druk is met families die er een verkoelende duik nemen.

Dan wordt het weer tijd om kilometers te maken en tegen vieren komen we aan bij Ninety Mile Beach gelegen tussen de zee en de Gippsland Lakes.

We vinden een leuk (weer gratis) plekje en kunnen hiervandaan de zee duidelijk horen. Natuurlijk lopen we door de duinen naar zee al is het geen water om een duik in te nemen, daar zijn de golven te gevaarlijk voor. Ruim een week geleden liepen we in Zandvoort met een dikke jas en handschoenen aan langs het water, nu kunnen we pootje baden in korte broek en hemdje, wat een verschil !

Verslag 3

Vanmorgen zijn we naar Paynesville behorend bij de Gippsland Lakes gereden, vanwaar je met een kabelpontje in enkele minuten tijd naar Raymond Island kunt varen.

Het eilandje is slechts zeven en een halve vierkante kilometer groot en is vooral bekend vanwege de populatie koala’s die er leven. Er huizen tegenwoordig zo’n twee honderd van deze prachtige buideldieren en we hebben twee uur rondgewandeld over het eiland en er minstens twintig gespot.

De meeste zijn in diepe slaap, wat ze dan ook achttien uur per dag doen, maar we zien ook een “wakkere” vrij laag in een mik van een boom.

We spotten twee echidna’s, een soort grote egel, die met hun smalle snuit druk op zoek zijn naar mieren in de grond.

Ook wandelen we een tijdje langs het water waar talloze schelpen van mosselen liggen.

Eenmaal terug in Paynesville verorberen we daarom bij een restaurantje aan de haven ieder een portie heerlijke mosselen !

Daarna rijden we zo’n twintig kilometer om uit te komen bij “Waddy Point”, een prachtig plekje aan een binnenmeer waar we twee jaar terug ook gestaan hebben.

Hier kunnen we uren genieten van het mooie uitzicht en het zonnige weer.

Tegen de avond gaat de barbecue aan waar heerlijke lamskoteletjes op klaargemaakt worden, waarna er blokken hout op gaan voor een kampvuurtje. We genieten weer volop !!

Verslag 4

(Op de eerste twee overnachtingsplekken was een toilet aanwezig, maar hier niet, dus moeten we zelf een W.C.-tje creëren !)

Tijdens het ontbijt op ons prachtige plekje kwamen er twee dolfijnen rustig voorbij zwemmen en later, terug richting de bewoonde wereld, zagen we de eerste kangoeroe op deze trip voorbij hippen, zich snel verschuilend in het hoge gras toen hij ons hoorde !

We rijden eerst naar Bairnsdale  waar we een kijkje nemen in de St.Mary Church, deze Katholieke kerk is rijkelijk beschilderd van binnen, wat je niet veel ziet in Australië.

In dezelfde plaats stoppen we nog even bij enkele grote bomen die vol zitten met vleerhonden, een soort grote vleermuis, die met z’n hondachtige snuit ook wel vliegende hond wordt genoemd.

Het zijn indrukwekkende dieren die in grote kolonies leven, op de kop hangen en zich vaak in hun eigen vleugels wikkelen als een soort deken voor warmte of bescherming.

We laten het vlakke land weer achter ons en gaan via de Great Alpine Road de bergen in, al komen we vandaag niet zo ver. We stoppen tegen de middag bij Tambo Crossing, een leuk plekje aan de Tambo rivier waar we onze camper neerzetten met uitzicht op het water.

We hebben tijd voor een leesboek en doen ons eerste potje Carcassonne, waar er nog vele van zullen volgen.

Net als afgelopen nacht staan we hier als enigen, al hebben we wel gezelschap van tientallen kaketoes die aardig kunnen krijsen !!

Verslag 5

De dag begint weer fris en een beetje mistig, maar tegen tienen komt de zon tevoorschijn en in de loop van de middag is het “gewoon” weer ruim dertig graden ! We vervolgen de Great Alpine Road  en stoppen al vrij snel om een beschilderde watertank te bekijken, waarbij de schilder duidelijk geïnspireerd was door het boerenleven.

Voor we bij de plaats Omeo aankomen slaan we nog een keer af om King Cassilis Mine te bekijken, een voormalige goudmijn waarvan nog enkele restanten te zien zijn.

Nadat we in Omeo diesel en water getankt hebben krijgen we een heel wisselende route: eerst rijden we door dor, heuvelachtig gebied, maar al snel gaan we de hoogte in en volgen we een onverharde track waarbij we boven de veertien honderd meter uitkomen. Wim moet weer veel bochtjes draaien wat hij altijd heel leuk vindt ! Wanneer we stoppen voor de lunch in het Alpine N.P. is het drie en dertig graden en voelt het erg broeierig.

Tegen drieën zetten we de camper neer bij de kampplaats Buckety Plain, ook behorend bij het Nationale Park, op een hoogte van vijftien honderd en tachtig meter waar het gelukkig niet zo benauwd warm is.

Ik zie een bordje staan met: “Faithfuls Hut 700 meter” en samen wandelen we bergafwaarts  naar de hut, die mooi aan een stroompje ligt.

De weg terug heuvelopwaarts valt echter vrij zwaar, het blijkt dat er in die korte afstand negentig meter hoogteverschil zit ! We hebben vandaag weinig “wildlife” gezien, alleen worden we dit keer geplaagd door heel irritante vliegen die constant om onze oren zoemen ! Voor de vijfde dag op rij staan we op een gratis overnachtingsplek en hier is weer een toilet aanwezig dus we hoeven dit keer geen gaatje te graven !!

Verslag 6

We hebben vanmorgen nog geruime tijd  over de Bogong High Plains Road gereden door het Alpine N.P. waar in de winter volop geskied wordt. Nu zien we vooral wielrenners die  hun conditie testen op de schuine wegen en in de Rocky Valley Dam wordt volop gevist vanuit een bootje op het water. Het is zondag (8 februari), dus voor de meeste mensen een vrije dag.

Tegen elven stoppen we voor een korte wandeling naar de Fainter Falls waar het gehele jaar water naar beneden valt.

Later bij Mount Beauty gaan we nog een keer aan de wandel, namelijk naar de “Gorge Walk”. Via een hangbrug (suspension bridge) komen we in een smalle kloof waar een riviertje doorheen stroomt die we lange tijd volgen.

Op een gegeven moment moet je door het water om bij een grot uit te komen. Wij hadden echter onze wandelschoenen aan en zijn dus niet verder gelopen, maar ook hier was het druk met mensen die, vanwege het warme weer, het water in gingen.

Totaal hebben we zo’n acht kilometer afgelegd over oneffen, glooiend terrein bij een temperatuur van vijfendertig graden !

Nadat we nog even gestopt zijn bij Sullivans Lookout rijden we naar Butch Camp in de buurt van de plaats Bright waar we heerlijk gaan relaxen na de vermoeiende wandelingen.

Ik zoek nog even verkoeling in het ondiepe riviertje, Ovens genaamd, maar verder trekken we ons terug in de schaduw van de luifel.

Tegen de avond komt er een heel donkere lucht opzetten en begint het te regenen en te waaien, waardoor het iets afkoelt !

Na een half uurtje is het weer droog en blijft het nog lang warm, om negen uur is het nog vijfentwintig graden, misschien komt er straks nog een flinke onweersbui !!

Verslag 7

Er kwam gisteravond geen onweersbui en de temperatuur bleef ruim boven de twintig graden steken waardoor het een zwoele nacht werd. Nadat we vanmorgen in de plaats Bright weer voor zes dagen levensmiddelen hebben gehaald en onze gasfles hebben laten vullen, rijden we naar het prachtige Mount Buffalo N.P., wat we vorig jaar voor het eerst bezocht hebben. Het ligt op ruim dertien honderd meter hoogte waardoor het er niet zo benauwd is maar ook hier wordt het toch ruim dertig graden. Voor we naar de kampplaats Lake Catani gaan nemen we een afslag naar Mount Buffalo Chalet waar diverse mooie uitkijkpunten zijn.

(Klimmen is een favoriete bezigheid in het park !)

Nadat we onze camper op de besproken plek neergezet hebben is Wim eerst even druk met een klusje: vanmorgen viel er spontaan bij het openen een buitendeurtje op de grond. De camper is natuurlijk niet zo jong meer en staat het hele jaar buiten waardoor het kunststof vergaan was. Maar Wim heeft het weer gerepareerd !

We maken een wandeling van vier kilometer rond het mooie Catani meer waar verschillende mensen in aan het zwemmen zijn.

We zien enkele holen van wombats, maar deze dieren komen pas tegen de schemering tevoorschijn.

Daarna wordt het natuurlijk weer tijd voor een spelletje Carcassonne (de vierde inmiddels met een stand van 2-2 !). De ranger komt langs om te vertellen dat er morgen een “total fire ban” is vanwege het hete weer. Dit betekent: geen open vuur of barbecue en alert zijn op rook of vuur ! We hebben voor twee nachten geboekt en gaan morgen het park verder verkennen !

Verslag 8

Vanmorgen zijn we helemaal tot aan het eind van de Mount Buffalo Road gereden onderweg regelmatig stoppend. Als eerste bekijken we de Torpedo Rock en daar vlakbij begint de “Old Galleries Track”, een leuke wandeling langs, over en onder allerlei grote  rotsen door.

Ook stoppen we even bij “Leviathan”, een immens grote granieten steen.

Door het hele park heen zijn allerlei wandelingen te maken variërend van één tot wel achttien kilometer. Wij bekijken dit keer veel vanuit de auto maar genieten daarom niet minder, elke keer is het uitzicht weer schitterend.

Op ruim zeventien honderd meter hoogte ligt “the Horn” die we vorig jaar nog beklommen hebben en waar je komt via een bochtige, onverharde weg.

Hier keren we om en nemen voorbij Lake Catani een andere “gravelroad” die uitkomt bij een klein stuwmeertje.

Tegen enen zijn we terug bij de kampplaats en zetten onze camper weer op ons plekje neer. ’s Middags zitten we enkele uren aan het meer, het is prachtig weer, maar niet zo heet dat we willen zwemmen al is het water van prima temperatuur.

We zijn blij dat we nog een keer naar dit mooie park gegaan zijn, het is ons weer prima bevallen !

Verslag 9

Toen we vanmorgen de twintig kilometer lange, bochtige Mount Buffalo Road heuvelafwaarts naar Porepunkah reden kwamen we een tiental wielrenners tegen die de steile weg omhoog gingen, een hele uitdaging en dat zonder accu-ondersteuning ! Vervolgens rijden we geruime tijd weer over de Great Alpine Road richting Wangaratta tot we een afslag nemen naar Glenrowan. In deze plaats wordt de stuikrover Ned Kelly nog altijd als een Robin Hood vereerd en de plaatselijke middenstand vaart er wel bij. We zijn hier inmiddels al vier keer geweest en vooral Dennis was helemaal weg van deze volksheld. We hadden gehoopt er een voorstelling van de legendarische man te kunnen zien, maar deze is helaas alleen in het weekend te bekijken.

In plaats daarvan kopen we een zes-uur durende speelfilm over het leven van Ned Kelly en natuurlijk wordt er weer een foto gemaakt van zijn gigantische evenbeeld.

Omdat ik verwacht had veel langer in Glenrowan te verblijven lopen we voor op schema en besluiten een dag in te lopen. Het is inmiddels gigantisch warm (38 graden) en benauwd geworden  dus dan kunnen we beter in de auto zitten met de airco aan.

We lunchen in de schaduw van een grote boom  in Euroa met uitzicht op een grote magpie.

Wanneer we daarna via Merton naar Alexandra rijden komen we vele kilometers lang door een zwart geblakerd gebied, ruim een maand geleden zijn hier enorme bosbranden geweest. Gelukkig heeft de brandweer kans gezien de meeste huizen te sparen, maar het ziet er allemaal erg triest uit.

Tegen half vier komen we aan bij Cooks Mill campground in het Cathedral Range State Park waar het nog altijd gigantisch warm is en een hete föhnwind over de kampplaats waait.

We hebben de camper echter net staan wanneer  het begint te regenen en binnen twee uur koelt het zo’n vijftien graden af. We staan gelukkig prima met de luifel uit en één zijkant opgebouwd en kijken uit op een open vlakte waar enkele kangoeroes zitten.

Ook zien we weer een kookaburra, enkele zwarte kaketoes en een parkiet die zich niet op de foto laat zetten.

Vanavond koelt het nog verder af naar veertien graden en morgen komt de temperatuur niet boven de twintig graden, rond Melbourne kan de temperatuur elke dag flink fluctueren !!

Verslag 10

Het heeft de hele avond en nacht doorgeregend en vanmorgen was alles klam en koud, maar we konden droog ontbijten onder de luifel met twee vesten aan. Nadat we de natte spullen opgeruimd hebben rijden we naar Maryville waar het net even droog is wanneer we de Steavensons Falls bekijken bij een temperatuur van tien graden, een heel verschil met gisteren ! 

Daarna had ik een heel leuke weg uitgekozen: de Archeron Way, een dertig kilometer lange, onverharde, slingerende weg richting Warburton door het Yarra Range N.P., waardoor de camper er nu iets minder schoon uitziet !

Ook kregen we problemen met de TomTom, die stil bleef staan en geen informatie meer deelde. Hij doet het nu weer, maar we zullen thuis echt een nieuwe aan moeten schaffen !! We maken nog een korte wandeling door de (natte) Rainforest en gaan daarna kilometers maken.

Ruim na tweeën stoppen we bij Gembrook voor de lunch vlakbij één van de stations van “Puffing Billy”, een oude stoomlocomotief die nog altijd door de omgeving rijdt.

Eenmaal richting Mornington Peninsula merken we dat we dichter bij Melbourne komen en rijden  ineens op vijf-baans wegen tot we afzwaaien  richting Hastings. We eindigen bij Point Leo Beach Reserve, een grote kampplaats aan zee, waar volop gesurft wordt.

Hier krijgen we een prachtige plaats in de zon, uit de wind. We hebben voor twee dagen geboekt en morgen gaan we niet van de plek af !

(Wildlife op de kampplaats !)

Tegen zevenen komen er ineens enkele kinderen met hun begeleider naar ons toe met grote bakken met hamburgers, worstjes en rauwkost: ze zijn op schoolkamp en hebben veel te veel vlees klaargemaakt, of wij misschien iets lusten ? Dat kwam mooi uit, nu hoeft Wim niet meer te koken.

Tot acht uur kunnen we profiteren van de warmte van de zon, daarna gaan de vesten weer aan, vannacht zullen we heerlijk slapen met het geluid van de rollende golven op de achtergrond !!

Verslag 11

Voor het eerst deze trip is de camper de hele dag niet van z’n plaats geweest, wél zijn wij lopend de 3,5 km2 grote kampplaats rond geweest en vonden de plek terug waar we zes jaren geleden met Marcel, Marieke en de jongens hebben gestaan. Het waren de eerste twee dagen van de zes weken durende prachtige reis die we toen met z’n zessen gemaakt hebben.

Ook lopen we langs de zee waar het vrij fris is.

Op ons plekje is het echter prima te houden en we relaxen er met onze E-readers en een spelletje.

In de loop van de middag komen er diverse auto’s met caravan aanrijden en ook worden er overal tenten opgebouwd. Het weekend komt eraan dus de Australiërs trekken er op uit. Het is leuk dit van een afstandje te bekijken, hele families zitten bij elkaar en ook de kinderen vermaken zich prima.

Ik hoop wel dat we morgen, op de volgende overnachtingsplaats, een plekje kunnen krijgen, want dan is het nog steeds weekend !

Verslag 12

Vanmorgen zijn we naar Mornington Peninsula N.P. gereden en nadat we bij een “blowhole” het zeewater omhoog zagen spuiten hebben we bij Cape Schanck een prachtige wandeling gemaakt naar Pulpit Rock.

Het was zeker de moeite waard om helemaal door te lopen over de boardwalk, via vele trappen, grote keien en rotsen tot aan de “preekstoel”, wat de vertaling is van pulpit rock !

Op weg naar de vuurtoren zagen we opeens een echidna, deze miereneter was totaal niet schuw en druk bezig met zijn puntige snuit z’n maaltje bij elkaar te zoeken.

Daarna zijn we naar de noordkant van het schiereiland gegaan waar je uitkijkt op Philip Bay, de natuurlijke haven van Melbourne, met z’n ondiepe water vlak langs de kust.

In Rosebud kopen we grote garnalen die we later op een parkeerplek vlakbij zee afpellen en opeten.

Nadat we bij een uitkijkpunt de London Bridge van een afstand gezien hebben rijden we naar Sorrento waar we de grote veerpont nemen naar de andere kant van de Philip Baai en drie kwartier later komen we in Queenscliff weer aan wal.

Dan wordt het tijd om een kampplek te zoeken  en dit wordt een ramp, we stoppen vijf keer bij een camping die vol blijkt te zijn en ook proberen we telefonisch om iets te boeken. Een heel vriendelijke dame van een (volle) camping doet ook nog haar uiterste best iets voor ons te vinden en we waren al bijna uitgekomen bij een hotel om de nacht door te brengen, tot we hoorden dat er afgelegen parkeerplekken aan zee zijn waar je (eigenlijk niet) mag overnachten en daar staan we nu dus.

Er is zelfs een toiletgebouw aanwezig en we staan er helemaal alleen, maar dat maakt ons niet uit. Nu maar hopen dat er geen politie komt die ons wegstuurt, maar er staan nergens borden dat het verboden is hier te overnachten !!

Verslag 13

Tot zeven uur vanmorgen hebben we prima geslapen op het afgelegen parkeerterrein, vanaf die tijd kwamen er diverse auto’s aanrijden met surfers. Het is zondag (15 februari) dus met het prachtige weer willen de fanatiekelingen de zee op, heel logisch. Na het ontbijt rijden we terug naar de historische plaats Queenscliff met z’n oude gebouwen waar we gisteren aankwamen met de pont.

Vervolgens gaan we naar Point Lonsdale, wandelen we over de lange pier en gaan nog even met de voeten de zee in.

Dan rijden we richting Geelong want vanaf deze plaats varen we vanavond naar Tasmanië. We hebben nog enkele uren speling en verblijven in een park met uitzicht op de boot: Spirit of Tasmania.

Tegen half vijf zijn we ingecheckt, hebben de keuring doorstaan (je mag geen fruit, groente, honing en zaden bij je hebben) en wachten tot we aan boord kunnen. De tocht duurt zo’n twaalf uur en we hebben een hut om in te overnachten.

Eenmaal aan boord verkennen we alle dekken en eten dan een maaltijd in het buffetrestaurant om vervolgens een tijdje te luisteren naar live muziek met een wijntje erbij.

Tegen tienen duiken we ons bed in, we moeten morgen heel vroeg op want om zes uur komen we al aan in Devonport op Tasmanië. We zijn inmiddels op open zee en de boot begint al aardig heen en weer te gaan, dat wordt nog wat vannacht !

Verslag 14

We hebben redelijk goed geslapen tijdens de twee honderd veertig kilometer lange overtocht naar Tasmanië, al werden we af en toe wakker wanneer de boot te veel heen en weer ging. Wel was de nacht vrij kort omdat we al om zes uur gewassen en aangekleed gereed moesten zijn. Eenmaal in Devonport zijn we eerst naar een wasserette gereden om onder andere ons beddengoed en diverse handdoeken te wassen en terwijl alles in de droger zat hebben we boodschappen gedaan in een grote supermarkt want alles was op. Tegen negenen is de was droog en opgeruimd en hebbeen we weer een voorraad verse levensmiddelen. We kunnen op pad ! Een uurtje later stoppen we bij Lake Barrington waar we verlaat ontbijten, behalve een kop koffie en een mueslireep hadden we nog niets op.

Nadien bekijken we er de Devil’s Gate Dam, een vier en tachtig meter hoge dam waar elektriciteit opgewekt wordt.

Ik had voor vandaag nog enkele bezienswaardigheden op m’n lijstje staan, maar een uitkijkpunt gaat niet door omdat de weg afgesloten is en een waterval is nergens te vinden ! Nu gaan we nog voldoende watervallen bekijken dus dat is geen ramp ! We gaan gewoon naar onze overnachtingsplek toe bij Lake Lea, want we zijn best wel moe.

Daar aangekomen, via een slechte onverharde weg, blijkt het een open veld te zijn waar al meerdere campers staan en er waait een koude wind die van alle kanten komt.

Gelukkig had Wim een stukje terug al een mooi beschut plaatsje gezien dus daar gaan we heen en hebben daar een heerlijke rustige middag. De zon schijnt volop en is heel krachtig, een heel verschil met Holland waar het gisteren gesneeuwd heeft !

Tegen de avond koelt het snel af, maar we bevinden ons dan ook op negen honderd meter hoogte !

Verslag 15

We werden vanmorgen uitgeslapen wakker en omdat we dichtbij Cradle Mountain N.P. zijn gaan we vandaag een prachtige wandeling maken door dit park. Het is zeker niet voor het eerst dat we hier zijn maar de laatste keer is alweer zeven jaar geleden, toen we samen met Dennis zes weken door Tasmanië rondgetrokken zijn. Nadat we met de shuttlebus afgezet zijn bij Ronny Creek, nemen we: “Crater Lake Circuit”, de mooiste wandeling in het park die twee tot drie uur in beslag neemt.

We starten rustig lopend over een boardwalk en zien in de verte nog een wombat, deze komen veel voor in dit gebied.

Al snel echter wordt het klimmen en gaan we over smalle ongelijke paadjes en vele traptreden omhoog. Hier merken we wel dat we langzaamaan ouder worden ! Het is prima wandelweer al laat de zon zich maar sporadisch zien, wat misschien ook maar goed is want deze heeft meteen heel veel kracht. We zien enkele watervalletjes, lopen door magische bossen maar vooral over open, glooiend terrein.

Eenmaal bij het eerste meer: Crater Lake hebben we al een hoogte overbrugd van twee honderd en zestig meter en daarvandaan wordt het makkelijker lopen en hebben we het hoogste punt (1140 meter) gehad.

Bij de schitterende plek Wombat Pool houden we middagpauze en daarna gaan we via Lake Lilla naar Dove Lake, het bekendste meer in het park.

Hier zijn al heel wat foto’s gemaakt met op de achtergrond de puntige Cradle Mountains.

Vanaf het laatste punt van de busdienst (Dove Lake) gaan we in twintig minuten tijd terug naar de ingang van het park waar onze camper geparkeerd staat. Dan is het nog een half uurtje rijden naar onze overnachtingsplek: Lake Gairdner campsite, al staat er niet veel water in het meer. Ook op Tasmanië is het al lange tijd vrij droog en kunnen ze wel wat regen gebruiken.

Tegen de avond krijgen we toch te maken met diverse regenbuien maar die zorgen er niet voor dat het meer volstroomt !

Verslag 16

Ook vandaag zijn we natuurlijk weer actief geweest: nadat we geruime tijd door het afwisselende glooiende landschap van Tasmanië hebben gereden, waar je niet echt opschiet vanwege de bochtige wegen, komen we tegen half twaalf aan bij Leven Canyon en maken hier een rondwandeling van een uur.

Net als gisteren krijgen we te maken met veel hoogteverschil en moeten we ook bijna duizend treden afdalen, maar waar je naar beneden gaat moet je ook weer omhoog !

Het uitzicht diep in de kloof waar de rivier Leven doorheen stroomt is echter prachtig en de moeite van de wandeling zeker waard.

(Ook hier leven echidna’s !)

Nadat we op weg naar een druipsteengrot nog even gestopt zijn bij Preston Falls houden we middagpauze bij Gunns Plains Cave voor we tegen half drie mee kunnen met een tour door de grotten.

Anderhalf uur lang verblijven we diep onder de grond, bij elf graden en zien prachtige druipsteenformaties.

Er stroomt een riviertje door de grotten en we zien zelfs gloeiwormen die oplichten als alle lampen gedoofd zijn.

Wanneer we om vier uur weer buiten staan hoeven we nog maar tien kilometer te rijden voor we uitkomen bij Donnons Park, waar we onze camper neerzetten voor de nacht.

We kijken uit over het riviertje Leven waar we vanmorgen vanaf grote hoogte op neerkeken, maar nu bevinden we ons op nog geen veertig meter boven zeespiegel !

Verslag 17

(Bij gebrek aan een douche wassen we onze haren boven de wasbak wat prima lukt !)

Tasmanië is ongeveer anderhalf keer zo groot als Nederland maar heeft nog geen zes honderd duizend inwoners, waarvan de meeste in en rondom de hoofdstad Hobart wonen. (Wel zijn er in de zomermaanden natuurlijk heel veel toeristen !) Grote gebieden zijn dus heel dun bevolkt en je ziet dan ook grote stukken land met vee erop behorend bij een enkele boerderij. Ook zijn hele delen van het eiland Nationaal Park of wildernis gebied. Wij willen in vijf weken tijd zoveel mogelijk zien van Tasmanië en gaan elke dag op pad startend in het noord westen van het eiland.

Vanmorgen hebben we eerst een stuk langs de kust gereden richting Burnie en zijn toen landinwaarts naar de prachtige Guide Falls gegaan waar we ook lunchpauze hebben gehouden.

Daarna gaan we toch weer naar de zee om vanaf een hoog uitkijkpunt de mooie rode rotsen van Rocky Cape N.P. te aanschouwen.

Er staat vandaag een harde, koude wind waardoor het niet zinvol is aan de kust te overnachten en we komen tegen vijven uit bij een vrije kampplaats aan de Bartletts Road waarvoor we wel eerst door een ondiep riviertje moeten rijden.

We hebben de grote plek helemaal voor ons alleen en kunnen nog ruim een uur genieten van de warme zonnestralen voor deze achter de bomen verdwijnen.

De barbecue gaat aan en daarna volgt een kampvuur, wat wel lekker is want het koelt vannacht flink af !

Verslag 18

We hebben gisteravond uren bij het verwarmende vuur gezeten met boven ons een heldere hemel met duizenden sterren ! Vanmorgen was het slechts vier graden waardoor het moeilijk was het warme bed uit te komen, maar tegen negenen kreeg de zon kracht en werd het weer aangenaam buiten. We rijden eerst naar de mooie Dip Falls, waar water over basaltstenen naar beneden valt.

Wel moeten we weer ruim twee honderd treden af en later weer op om deze waterval van onderaf te bekijken.

Vlakbij zijn enkele grote eucalyptus bomen te zien waarvan sommige meer dan vier honderd jaar oud zijn.

We gaan weer naar de kust en bij de historische plaats Stanley kijken we op een heel grote rots, Circular Head, die uitsteekt boven de vissersplaats. De Nut, zoals hij meestal genoemd wordt, is honderd en vijftig meter hoog en je kunt met een stoeltjeslift naar boven.

Wij wandelen door de oude straatjes en kopen daarna bij een bekend visrestaurant een dozijn oesters en een crayfish, een gekookte rivierkreeft die we later smakelijk opeten.

Via de Bass Highway, een kronkelende tweebaansweg gaan we naar de westkust en stoppen tegen tweeën bij Marrawah Green Point Campground, een kleine (gratis) kampplaats aan zee waar het al redelijk volstaan.

We vinden er toch een leuke, zonnige plek en hebben er een heerlijke relaxte middag en avond.

We lopen een paar keer naar zee waar de hoge golven tegen de kust slaan.

Ook zien we vandaag de eerste wallabies (een soort kleine kangoeroe), tot nu toe hadden we alleen maar dode exemplaren op en langs de weg zien liggen.

In de loop van de avond wordt het helemaal bewolkt, dit zorgt er wel voor dat het gelukkig niet zo koud wordt vannacht !

Verslag 19

Het was vanmorgen aan zee al vroeg druk met surfers, het is weekend én vloed dus de fanatiekelingen willen gebruik maken van de mooie rollende golven. Nadat we ontbeten hebben in de verwarmende zonnestralen gaan we weer op pad.  We bevinden ons op de meest westelijke punt van Tasmanië en bekijken West Point, Bluff Hill Point en de “Edge of the World”, allemaal prachtige plekken aan zee.

Daarna gaan we in zuidelijke richting door de Arthur-Pieman Conservation Area. We rijden zo’n honderd en vijftig kilometer door onbewoond gebied, over onverharde wegen, vaak vol kuilen, met een zeer wisselend landschap, zeker wat hoogte betreft.

De gemiddelde snelheid ligt zo rond de veertig tot vijfenveertig kilometer per uur.

Onderweg komen we hooguit tien auto’s tegen dus je kunt wel spreken van een afgelegen gebied. Helaas heeft hier enkele jaren terug een flinke bosbrand gewoed waarvan je nu nog de gevolgen ziet.

Tegen half vier stoppen we bij een onofficiële kampplaats aan de Heazlewood River, een stukje voor de plaats Waratah, waar we weer helemaal alleen staan.

Het is nog steeds prachtig weer met een strakblauwe lucht en een prima temperatuur, ook is er weinig wind. Tot half acht kunnen we genieten van de zon, dan verdwijnt deze achter de bomen en kan het vest weer aan !

Verslag 20

We zijn nog een dag blijven staan aan de rivier, niet omdat het plekje zo bijzonder is, maar er werd voor de hele dag regen voorspeld dus dan heeft het weinig zin verder te trekken. En inderdaad, er zijn heel wat buien overgetrokken vandaag, het water liep zelfs onder de luifel door. Wim heeft wat geultjes gegraven zodat het water een andere richting koos op weg naar de lager gelegen rivier.

Gelukkig blijft het peil daarvan zo’n beetje op dezelfde hoogte, we hoeven dus niet bang te zijn voor overstromingen. We vermaken ons met een spelletje Carcassonne en hebben allebei een mooi boek.

Helaas is de temperatuur een stuk gezakt naar veertien graden en zitten we met lange broek en twee vesten aan buiten. Morgen blijft het gelukkig droog en gaan we verder met onze reis door het afwisselende Tasmanië !

Verslag 21

Gelukkig was het vanmorgen droog al voelt alles binnen en buiten vochtig aan na een hele dag regen. Ook is het maar acht graden en zitten we weer met lange broek en twee vesten aan te ontbijten. Wel hebben we een blauwe lucht en komt de zon weer tevoorschijn. Nadat we alles zo goed mogelijk hebben droog gemaakt rijden we vijftien kilometer om uit te komen bij de parkeerplaats van de Philosopher Falls. Hier maken we een wandeling van ruim een uur door  een mystiek bos vol mos op de bomen.

Nadat we weer ruim twee honderd traptreden afgedaald zijn komen we uit bij de waterval die door de regen aardig wat water laat vallen.

Eenmaal terug bij de camper gaan we naar Waratah, een oud mijnstadje, waar we onze vuilnis kwijt kunnen, water en diesel tanken en nog even naar de mooie waterval lopen midden in het dorp.

Vervolgens rijden we richting Rosebery maar bij Tullah nemen we de afslag naar Lake Mackintosh waar we weer een prachtige, gratis overnachtingsplek vinden. (Tot nu toe hebben we bijna elke keer weer, voor ons, nieuwe plekjes gevonden om te overnachten !)

De zon schijnt volop, de korte broek gaat aan en de vesten kunnen uit. Tot zeven uur genieten we van de prachtige, zonnige plek aan het water.

Maar zoals elke dag, zodra de zon weg is, koelt het snel af en moeten we ons weer warm aankleden. ’s Avonds valt de wind bijna weg waardoor we een verwarmend kampvuur kunnen maken, met boven ons een prachtige heldere sterrenhemel !

Verslag 22

Vanaf ons prachtige plekje aan Lake Mackintosh gaan we, nadat we over de smalle dam gereden zijn,  richting Queenstown en komen onderweg langs Lake Plimsoll.

Tasmanië kent talloze meren die er vaak helemaal verlaten bijliggen. Bij Queenstown, een mijncentrum gebouwd rond de Mount Lyell Copper Mine, kun je aan het landschap nog altijd de gevolgen zien van de jarenlange mijnbouw.

Nadat we er onze voorraden aangevuld hebben maken we, zo’n tien kilometer buiten de plaats, een mooie wandeling door het bos naar “the Confluence”, een plek waar het bruine mijnwater van de Queens River en het “schone” water van de King River bij elkaar komen.

Vervolgens rijden we naar Lake Burbury, een langgerekt, grillig gevormd meer waar we bij de Darwin Dam boat ramp een leuk plekje vinden met een prachtig uitzicht op het water en de omringende bergen.

We gaan barbecueën en daarna legt Wim ons laatste hout in de bak voor een verwarmend vuur. We moeten op zoek naar nieuw brandhout, maar wat buiten ligt is allemaal nat en in Queenstown was niets te koop !

’s Avonds krijgen we onverwacht bezoek van enkele wallabies en …. een spotted-tailed  quoll, normaal een heel schuw diertje dat je niet gauw ziet !!

Verslag 23

Vannacht heeft het geregend dus we waren blij dat we gisteren de camper een stukje verzet hadden want vanmorgen was het op de oude plek een blubberpoel.

Wim zag vanmorgen een stapel hout liggen op een plek waar kampeerders net vertrokken waren, dus nu hebben we toch weer brandhout.

Het moet nog wel even gekloofd worden, maar na een half uurtje werken hebben we een aardige voorraad bruikbaar hout en kunnen we voorlopig vooruit.

We rijden terug naar Queenstown, want de weg loopt verderop dood. Daarvandaan kunnen we de Lyell Highway nemen in westelijke richting naar Strahan, maar daar zijn we al drie keer geweest (we zijn nu voor de vierde keer op “Tassie”, zoals het eiland vaak genoemd wordt !) Je kunt er een mooie bootcruise maken door de Gordon River of een prachtige treinreis door de King River Gorge, maar beide hebben we al twee keer gedaan. Wij nemen dus de Lyell Highway in oostelijke richting en komen al snel uit bij de Iron Blow Lookout. de eerste open kopermijn bij Queenstown (1892-1922).

Zo’n vijftien kilometer verderop maken we een wandeling naar de Nelson Falls die horen bij het Franklin-Gordon Wild Rivers N.P., een ruim vier duizend km2 groot gebied met diverse snelstromende rivieren.

Ook de Franklin River Nat. Trail, die we daarna lopen, hoort hierbij. Tegen half vier komen we aan bij Lake King William waar we onze camper bij het meer zetten. We zitten op ruim zeven honderd meter hoogte en er waait een frisse wind, maar in de zon is het lekker warm.

De ranger komt langs en vertelt ons dat er absoluut geen kampvuur gemaakt mag worden, we zullen vanavond dus wel vroeg op bed liggen, want het koelt af naar zes graden !

Verslag 24

Zodra de zon gisteren verdwenen was werd het ijzig koud, na het eten zijn we dan ook naar binnen verhuisd, maar ook daar kwam de temperatuur niet meer boven de elf graden. We hebben nog een spelletje Triominos gedaan maar lagen al vroeg in bed en gelukkig hebben we een prima dekbed !

Vanmorgen was het miezerig, fris  weer, maar de vooruitzichten zijn wel goed.

We gaan eerst naar Lake St.Clair, het diepste zoetwatermeer van Australië, hiervandaan begint de veelgeroemde Overland Track: een wandelroute naar het tachtig kilometer noordelijker gelegen Cradle Mountain waar je zo’n zes dagen over doet. Ook nu zien we weer een aantal grote, gevulde rugzakken klaarstaan van wandelaars die de tocht aandurven.

(In het informatiecentrum stond een opgezette Tasmaanse duivel)

Iets verderop, bij Derwent Bridge, gaan we nog een keer naar “the Wall”: in een groot gebouw staan honderd houten panelen (van Huon Pine) die door een zeer kundige, artistieke man bewerkt zijn met allerlei afbeeldingen van mensen en dieren.

De eerste keer dat we er waren (2017) was het natuurlijk het meest indrukwekkend, maar ook voor een derde keer blijft het heel interessant om te zien hoe Greg Duncan hout tot leven brengt !

(Ook de handschoen en de pet zijn van hout !)

(Hier sta ik in het geografische midden van Tasmanië)

We blijven de tweebaans Lyell Highway volgen in zuidoostelijke richting en na de middag stoppen we bij Lawrenny Distillery waar we een kleine whiskyproeverij doen.

Daarna gaan we richting Mount Field N.P. maar daar aangekomen blijken de twee kampplaatsen helemaal vol te zijn. We komen uiteindelijk terecht op een open plek in een bos bij de plaats Maydena aan de Tyenna River, aangewezen door een vriendelijke mevrouw die we onderweg tegenkwamen.

We staan er weer helemaal alleen en kunnen er nog geruime tijd in de zon zitten, we doen er zelfs een potje Carcassonne, wat alweer even geleden is.

Ook kunnen we nu een kampvuurtje maken, iets wat op de kampplaats bij Mount Field verboden was !

Verslag 25

Toen we gisteravond bij het kampvuur zaten kwam er opeens een nieuwsgierige possum vanachter een grote boom tevoorschijn !

Vanmorgen was het weer slechts zeven graden toen we opstonden en omdat we zoveel bomen om ons heen hadden duurde het wel even voor de zon tevoorschijn kwam, maar daarna werd het prima weer. Omdat we al een stuk voorbij Mount Field N.P. zijn rijden we eerst verder over de honderd kilometer lange Gordon River Road, met aan het eind de indrukwekkende Gordon Dam, behorend bij het Southwest N.P.

Onderweg stoppen we regelmatig bij een mooi uitkijkpunt want links van ons bevindt zich het uitgestrekte Lake Pedder en rechts Lake Gordon.

Zo’n vijftien kilometer voor het eind van de weg is een kampplaats Teds Beach waar we even gaan kijken. Het is er vrij druk en er staat duidelijk aangegeven dat kampvuur maken verboden is.

Eenmaal aangekomen bij de Gordon Dam gaan we de twee honderd treden naar beneden en lopen tot het einde van de dam, het is echt een knap staaltje vakwerk !

Dan wordt het tijd om te kijken waar we kunnen overnachten want we gaan pas morgen terug om Mount Field te bekijken. We komen weer uit bij een prachtig plekje aan het water van Lake Pedder waar we al eerder gestaan hebben, langs een onverharde, weinig gebruikte weg naar de Serpentine Dam. Het is een zonnige plek en we doen zelfs de luifel uit voor wat schaduw.

Om half zes verdwijnt de zon helaas achter de bergen en gaan zoals gewoonlijk de lange broek en de vesten weer aan, maar  …. we mogen hier in ieder geval een vuurtje stoken !!

Verslag 26

We hebben vanmorgen de honderd en veertig meter hoge Gordon Dam achter ons gelaten en zijn door de “World Heritage Area” teruggereden naar de bewoonde wereld.

In Maydena zien we enkele Railtrack Riders, een soort fiets op vier wielen waarmee ze over oude treinrails rijden.

Pas na de middag komen we aan bij Mount Field N.P. en maken daar een wandeling van anderhalf uur.

We zien de Russel Falls van beneden- en bovenaf, de Horseshoe Falls en lopen langs gigantisch hoge bomen de “Tall Trees Track”.

Vervolgens rijden we een zestien kilometer lange weg omhoog naar Lake Dobson en bevinden ons dan op ruim duizend meter hoogte.

We moeten dezelfde weg weer terug en rijden dan nog zo’n vijfentwintig kilometer tot we tegen half zes uitkomen bij een soort openbaar park langs de weg, waar je mag overnachten.

We kijken uit op een speelplaats en enkele oude bomen, ook zijn er toiletten aanwezig, meer hebben we niet nodig. Gelukkig koelt het vanavond niet erg af, want een vuurtje zullen we hier maar niet maken op het droge gras !

Verslag 27

Via de plaats New Norfork zijn we naar Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, gereden.

Zoals bekend houden wij niet van steden bekijken maar we wilden het toch nog een keer proberen: binnen een uur hadden we het wel gezien, de stad heeft geen charme en zelfs “Battery Point”, het oude gedeelte, kon ons niet bekoren.

Gelukkig vonden we een prima sushi-bar en hebben we daar een uurtje gezeten, hadden we toch de twee-uur parkeerticket niet voor niets gekocht.

Toch hebben we de stad helemaal gezien, maar dan vanaf een hoogte van twaalf honderd zeventig meter ! We hebben de vijf en twintig kilometer lange weg naar de top van Mount Wellngton genomen en van daaraf heb je een prachtig uitzicht over Hobart en omgeving.

Het was wel knap fris op die hoogte en ook waaide het flink.

Eenmaal weer beneden zijn we naar  Berriedale gereden, een voorstad van Hobart, waar een heel apart museum staat: MONA. Morgen wordt er minder mooi weer en regen voorspeld dus dan willen we daar tijd doorbrengen, we zijn er al even naartoe geweest en hebben de entreekaartjes al gekocht.

We staan nu op een simpele overnachtingsplaats Phil’s Place, vijf kilometer van MONA verwijderd, dus we zijn er morgen zo !

Verslag 28

Het slechte weer dat voor de hele dag voorspeld was viel eigenlijk wel mee: vannacht en vanmorgen vroeg heeft het geregend maar tegen negenen was het droog. Overdag scheen zelfs af en toe de zon en werd het zo’n drieëntwintig graden. Pas tegen vijven, nu we weer op een andere kampplek staan begint het af en toe weer te regenen en ook is het een stuk afgekoeld naar vijftien graden !

Maar we zijn vandaag dus naar MONA geweest, dit staat voor Museum of Old and New Art. Het gebouw ligt grotendeels onder de grond en heeft drie verdiepingen, waar je via heel aparte gangen ineens op de vreemdste plekken staat.

Het is een museum wat moeilijk te omschrijven valt, je ziet moderne kunst, beelden uit de oudheid, de meest bizarre schilderijen, maar ook aparte machinerieën.

We lopen door op elkaar gestapelde containers en even later over een soort dicht balkon waar tot aan heuphoogte zwarte olie tegen de rand  drijft.

Je moet het gewoon een keer gezien hebben en het is er dan ook behoorlijk druk.

Wij hebben er zo’n drie uur doorgebracht maar je kunt je er ook een hele dag vermaken. Buiten is entertainment, er zijn restaurants en je kunt een wijnproeverij doen.

Wij brengen echter nog geruime tijd door in een supermarkt en rijden daarna via Hobart, waar het erg druk is met verkeer, naar “the Lea Scout Camp” bij Kingston.

Rond half zes bellen we met Marcel, want die is vandaag weer een jaartje ouder geworden, en na zo’n drie kwartier zijn we weer helemaal op de hoogte van alle wel en wee. Natuurlijk houden we ook de nieuws-berichten goed in de gaten, want na de aanval op Iran door Amerika en Israel is het in het Midden-Oosten erg onstabiel. Gelukkig duurt het nog een kleine zeven weken voor we, via Doha, terug vliegen naar huis !

Verslag 29

Voor de komende dagen staat Bruny Island in de planning en via een leuke route rijden we richting Kettering waar we met de pont overvaren naar het eiland. Maar eerst stoppen we nog even in Kingston bij een soort Blowhole, er spuit geen water uit, maar de grot is mooi om te zien en toevallig is er net een schoolklas aan het “survivallen”.

Iets over enen varen we over en een kwartiertje later zijn we al bij Roberts Point, de enige plek op het eiland waar de veerboot aanlegt.

Bij een prachtige baai stoppen we voor de lunch en rijden daarna naar “the Neck”,  een smalle strook land die het eiland in tweeën deelt.

We klimmen er naar de Truganini Lookout vanwaar het uitzicht werkelijk schitterend is.

Vannacht verblijven we op een officiële camping: Captain Cook Holiday Park aan de Adventure Bay en wel om twee redenen, er moet nodig gewassen worden en hier zijn wasmachines én drogers, bovendien is het hiervandaan maar twee kilometer rijden naar de startplaats van “Bruny Island Cruises”, met deze company  gaan we morgenvroeg de zee op. We zijn er nog even langsgereden voor wat informatie en hebben daarna een prachtige plek op de camping gekregen met uitzicht op de Captain Cook Creek.

Tegen half zeven is alle was schoon en droog en hebben we weer een fris bed, ondertussen hebben we heerlijk in de zon gezeten.

(Ook vanavond zorgt Wim weer voor een heerlijke maaltijd !)

Op de achtergrond horen we het geluid van de  golven die op het strand van de Adventure baai rollen, een heerlijk geluid om straks bij in slaap te vallen !

Verslag 30

We konden het vanmorgen rustig aan doen, want we hoefden ons pas om half elf te melden bij de organisatie “Pennicott Wilderness Journeys” waarmee we op cruise gaan.

Het is vandaag prachtig, zonnig weer, zo rond de twintig graden, maar omdat het op open zee altijd veel frisser is hebben we de lange broek, diverse lagen kleding en dichte schoenen aan. Ook krijgen we nog een lange, dikke poncho mee tegen de kou en het opspattende zeewater. We gaan namelijk drie uur lang met een snelle speedboot langs de ruige, spectaculaire zuidoost kust van South Bruny N.P. en varen zelfs een stukje op de wilde Zuidelijke Oceaan.

Onderweg stopt de boot regelmatig om aparte grotten of kliffen te laten zien.

We varen zelfs tussen twee hoge rotsen (the Monument) door en langs een klif waar water uitspuit.

(Een albatros !)

Maar we zien ook genoeg “wildlife”, een grote groep dolfijnen zwemt om de boot heen en springt regelmatig uit het water.

Eenmaal op het uiterste puntje van de trip komen we bij enkele eilandjes, the Friars, waar honderden Australische zeehonden (fur seals) leven, behalve dat ze prachtig zijn om te zien kun je ze ook goed ruiken !

Op de terugweg, de totale trip was zestig kilometer, varen we lange tijd in een hoog tempo waardoor we flink afkoelen en blij zijn met de poncho. Al met al vonden we het een prachtige cruise en Wim is, mede door het nemen van een reistablet, totaal niet zeeziek geweest.

Nadat we aan wal eerst middagpauze houden rijden we daarna naar het uiterste zuidwesten van het eiland, waarbij we nog een verkeerde afslag nemen en een track rijden vol gaten en harde rotsen.

We staan nu op Jetty Beach Campground vlakbij de prachtige Great Taylors Bay, waar de krabbetjes bij eb over het strand lopen.

Vandaag zijn onze kleinzoons Stijn en Ruben jarig en inmiddels al weer tien jaar oud, wat vliegt de tijd. Vanwege het tijdsverschil bellen we niet, maar hebben we een videoboodschap ingesproken en aan beide een leuke E-kaart gestuurd, hun verjaardag hebben we al gevierd voor we naar Australië vertrokken.

Wanneer we klaar zijn met dit verslag, wat wel even zal duren want we hebben zoveel foto’s gemaakt, gaat het kampvuur aan, dat hebben we de laatste dagen wel gemist !!

Verslag 31

We hebben gisteravond nog lange tijd heerlijk bij het kampvuur gezeten, nagenietend van de mooie dag,

en  af en toe kregen we gezelschap van een wallaby of een brutale possum.

Was het gisteravond windstil, vanmorgen waaide het meteen flink en dat is het de hele dag blijven doen, ….wat zijn wij blij dat we niet vandaag op de speedboot zitten ! Vanaf onze kampplaats Jetty Beach zijn we nog even naar Cape Bruny gereden waar een honderd en twintig jaar oude vuurtoren staat. 

Hiervandaan kun je  in de verte de Friars zien, de drie eilandjes waar de zeehondenkolonie leeft.

We rijden weer helemaal terug naar Roberts Point in het noorden van het eiland en kunnen meteen mee met de veerpont van half twee. Ook hier merk je, tijdens de korte overtocht, dat er flink wat wind staat.  Na nog een half uurtje rijden stoppen we bij Gordon Foreshore Recreation Reserve waar je, voor een donatie van vijf dollar, mag overnachten.

Ook hier is het zoeken naar een plekje uit de wind, we staan nu aan d’Entrecasteaux Channel en kijken uit op Bruny Island, waar we acht en veertig uur hebben doorgebracht !

Verslag 32

Zoals elke dag trekken we ook vandaag weer verder en via de prachtige, afwisselende Channel Highway rijden we richting Huonville waarna we afbuigen naar Geeveston.

Onderweg zien we veel appelbomen en regelmatig wordt er appelsap of cider te koop aangeboden aan de kant van de weg. Bij Geeveston nemen we de afslag naar Hartz Mountains N.P.  en op zo’n negen honderd meter hoogte bekijken we de Arve Falls.

Na de lunch lopen we naar het prachtige Lake Osborne en hebben zo toch weer ruim een uur gewandeld.

Daarna had ik een leuke rit binnendoor bedacht naar onze volgende overnachtingsplek en de TomTom staat op “kortste route” waardoor we op heel smalle, slechte wegen terecht kwamen en acht kilometer lang zelfs een “track” reden waarbij Wim de 4WD in Low Gear moest zetten. Maar we hebben het gered, Wim is een prima chauffeur en de camper doet het nog prima !

Tegen vijven komen aan bij Esperance River Camp Ground waar al diverse kampeerders staan. Het is nu vrijdag en het blijkt dat iedereen een lang weekend vrij heeft, een soort Laborday, maar hier heet dit “eight hours day” ! Toch vinden we weer een leuk plekje aan de rivier, al zal het de aankomende dagen misschien wat moeilijk worden om een overnachtingsplaats te vinden. 

Het koelt vannacht af naar twaalf graden dus het kampvuur gaat aan, we hebben voldoende hout daarom zitten we al rond achten bij de verwarmende vlammen !!

Verslag 33

Het is vandaag bewolkt en fris, de temperatuur komt niet boven de vijftien graden uit, zelfs in Holland is het op het moment warmer waar het de laatste week wel lente lijkt. Wij hebben het een uurtje lang zelfs maar negen graden gehad  toen we de druipsteengrot Newdegate, behorend bij Hasting Caves, bezocht hebben.

We hebben weer heel wat stalactieten en stalagmieten gezien en het was zeker de moeite van het bekijken waard.

Je kunt er vlakbij ook op zoek naar de platypus tijdens een rondwandeling langs een ondiepe kreek,, maar helaas hebben we het vogelbekdier niet gespot.

We rijden door naar het uiterste zuiden van Tasmanië, (“het einde van de wereld” ) zover je met de auto kunt komen, waar bij Adams Point een monument van een grote walvis staat. Het herdenkt de geschiedenis van de walvisvaart langs de kust in de negentiende eeuw.

Er zijn diverse kampplaatsen bij de Recherche Bay met mooie strandjes, maar met dit mindere weer ziet alles er maar triest uit. Toch staat alles vol vanwege het lange weekend.

Ook wij zoeken een plekje want we gaan pas morgen weer terug in noordelijke richting. We vinden een plaats bij Catamaran Campground waar je ook je boot te water kunt laten. We doen de luifel uit met de zijkanten eraan om een beetje beschut te kunnen zitten.

We hebben weer eens tijd voor een spelletje en de E-reader en gelukkig mogen we hier een kampvuur maken, die hebben we nu echt nodig !

Verslag 34

Het is vanmorgen maar tien graden wanneer we buiten aan het ontbijt zitten, maar langzaamaan komt er wat blauw door de bewolking heen en in de loop van de morgen klaart het steeds meer op. We gaan weer in noordelijke richting via een mooie route langs Southport, Geeveston en Huonville waar het af en toe lijkt op de Tasmaanse Betuwe met z’n vele appelbomen.

Tegen de middag zijn we in Hobart, precies een week terug waren we hier ook, nu gaan we de hoge brug over de Derwent River op om aan de andere kant te stoppen bij een mooi uitkijkpunt: Rosny Hill Lookout.

Nadat we hier middagpauze gehouden hebben rijden we enkele kilometers verder naar een voormalig vestingwerk uit de 19de-eeuw: Kangaroo Bluff Historic Site en ook hier heb je weer een prachtig uitzicht over Hobart.

Nadat we zo’n twintig kilometer verderop nog een keer gestopt zijn bij Goats Bluff South Arm Lookout is het nog maar een klein stukje rijden naar onze overnachtingsplaats: South Arm RSL bij een Community Club gebouw met ernaast een militaire gedenkplaats. 

In het clubgebouw kunnen we gebruik maken van de toilet en douche en op het ruime parkeerterrein mogen we overnachten. Inmiddels schijnt de zon volop en kunnen we nog bijna drie uur van z’n warmte genieten voor deze achter de bomen verdwijnt !

Verslag 35

We zijn vanmorgen eerst naar Anaconda gereden, een grote zaak die allerlei campingspullen verkoopt en gelukkig in de buurt zat. Onze gasfles was weer bijna leeg én we hebben nieuwe stoelen nodig. De huidige zijn minstens zes jaar oud en tijdens deze trip heeft Wim ze al een paar keer gerepareerd, maar gisteren viel er spontaan een dwarsbalk af dus binnen een paar dagen zou hij er doorheen krakken. We zijn goed geslaagd met hetzelfde type stoel en kunnen hiermee weer jaren vooruit ! Nadat we ook uitgebreid boodschappen hebben gedaan  rijden we richting het schiereiland Tasman en stoppen als eerste bij de “Tessellated Pavement”. Hier lijkt het net of iemand allemaal plavuizen netjes heeft neergelegd, maar het is door de eeuwen heen ontstaan door erosie van zoutkristallen tussen de rotsen.

Net voorbij Eaglehawk Neck eten we de netgekochte garnalen op en gaan daarna naar de Tasman Blowhole, een prachtige natuurlijke formatie waar bij vloed met harde wind het zeewater omhoog spuit.

Ook de iets verderop gelegen Tasman Arch en Devils Kitchen zijn  prachtig om te zien.

Vervolgens rijden we zo’n twintig kilometer om uit te komen bij weer een schitterende lookout: Waterfall Bay, ook al is er nu geen waterval te zien, de hoge kliffen zijn spectaculair.

Dan wordt het tijd om naar een kampplaats te rijden en de bedoeling was Mill Creek bij de mooie Fortescue Bay, maar deze blijkt helemaal volgeboekt te zijn, ook al zien wij nog veel lege plaatsen.

Het komt erop neer dat we nog veertig kilometer moeten rijden naar de andere kant van het schiereiland om uit te komen bij Lime Bay Campground, waar je niet hoeft te reserveren. Hier staan we nu op een prachtige plek met uitzicht op zee en rondom hippen de kangoeroetjes !

Verslag 36

We zijn nog een dag en nacht op Lime Bay Campground gebleven, het is schitterend weer en de kampplaats bevalt ons prima. Gisteravond kwamen er enkele possums en een wallaby bij ons en zowel vanmorgen als tegen de avond zijn de kangoeroetjes actief.

We hebben tijd voor enkele klusjes: de nieuwe stoelen passen niet goed achterin de bak, dit hadden we al gezien toen we ze kochten. De armleuningen zijn aan het eind iets breder dan bij de oude stoelen, maar nadat Wim er een stukje afgezaagd heeft passen ze perfect in onze “schuur”. Ook moet er weer hout gekloofd worden want we hadden gisteren twee zakken vol stammetjes gekocht en die zijn te groot voor de vuurbak. Tegen de middag zijn alle klusjes geklaard en maken we een wandeling langs het strand en de mooie kust.

De rest van de dag zijn we lui, doen een potje Carcassonne en verdiepen ons in een mooi boek. Vandaag even geen kilometers afleggen in de auto maar genieten van het mooie weer en de omgeving.

Er mag op het moment geen kampvuur gemaakt worden (total fire ban) vanwege het droge weer maar het koelt gelukkig niet zo erg af en we zitten tot bedtijd buiten !

Verslag 37

Het was gisteravond weer druk met “wildlife” rondom de camper, op een gegeven moment zaten er zelfs vier possums bij elkaar, dit hadden we nog nooit gezien.

Vanmorgen werden we wakker met regen en dat heeft het een groot deel van de dag gedaan, we hebben dan ook lange tijd in de auto gezeten en een flinke afstand afgelegd. Wel zijn we vlakbij onze overnachtingsplaats nog even gestopt bij “Coal Mines Historic Site” waar in de 19de eeuw gedetineerden onder slechte omstandigheden moesten werken in kolenmijnen.

Er zijn nog enkele restanten van cellen te zien waar de gevangenen ’s nachts verbleven.

Een andere en veel bekendere plek op het schiereiland is “Port Arthur”, waar zo’n twaalf duizend gevangenen hun straf hebben uitgezeten. Wij zijn hier echter al drie keer geweest en hebben het deze keer overgeslagen.

Tegen half twee komen we aan bij Boomer Creek Vineyard in Little Swanport, hier proeven we enkele Tasmaanse wijntjes met daarbij allerlei hapjes.

We brengen er zo’n anderhalf uur door en rijden dan nog slechts enkele kilometers naar Mayfield Bay Campsite, weer een mooie plek aan zee waar het al vrij druk is met andere kampeerders. We wandelen nog even naar de “Three Arch Bridge” (1845), gebouwd door gevangenen, net als veel andere bruggen en gebouwen op Tasmanië.

Ook vanavond tikt de regen weer op de luifel, maar als het goed is wordt het morgen weer droog !

Verslag 38

We bevinden ons inmiddels al diverse dagen aan de oostkust van Tasmanië met z’n ruige inhammen en grillige schiereilanden en vandaag (donderdag 11 maart) gaan we naar Freycinet Peninsula waarvan een groot gedeelte Nationaal Park is. Voordien klimmen we bij Apslawn in de uitkijktoren van Devil’s Corner en kijken dan uit over de Moulting Lagoon, waarna we verder rijden richting Coles Bay.

Het bekendste van het Nationale Park is Wineglass Bay, in ongeveer een uur kun je naar een hoog uitkijkpunt klauteren vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de baai. Het is een pittige trip en we hebben hem inmiddels drie maal gedaan, maar dit keer houden we het bij enkele andere, kortere wandelingen (we worden een dagje ouder !). We starten bij de Honeymoon Bay, echt een idyllisch plekje.

Vervolgens lopen we bij Sleepy Bay geruime tijd langs de mooie kust om uit te komen bij een strandje.

Ook de wandeling naar de vuurtoren bij Cape Tourville is de moeite waard.

Inmiddels is het ruim na drieën en wordt het tijd voor een kampplek en die vinden we bij River and Rocks Campground aan de Swan Rivier. Zoals gewoonlijk staat er weer een harde, koude wind en moeten we de camper zo draaien dat we toch buiten kunnen zitten.

(Onze luxe toilet op de kampplaats !)

Helaas hangen er, sinds we aan de oostkust zitten, overal bij de kampplaatsen bordjes dat er geen kampvuur gemaakt mag worden vanwege de droogte, net nu we een grote voorraad hout hebben en de warmte ervan goed kunnen gebruiken !!

Verslag 39

Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de olieprijzen wereldwijd hard gestegen, ook hier merken we dit. Australië heeft zelf ook olie in de grond maar moet het merendeel importeren Twee weken terug betaalden we zo’n één dollar tachtig voor een liter diesel, gisteren moesten we er twee dollar vijftig voor afrekenen en vanmorgen hadden sommige tankstations er alweer tien cent bovenop gezet.. Omgerekend in euro’s valt de prijs nog mee: één euro vijftig voor een liter diesel  !

Vanmorgen zijn we eerst naar “Friendly Beaches Campground” gereden, de kampplaats was echter helemaal vol en ook stond je er pal in de wind.

We hebben er nog even over het rotsige strand gewandeld en zijn toen doorgaan naar de toeristische plaats Bicheno, waar tussen het prachtige, gekleurde gesteente een “blowhole” is.

Bij vloed spuit er water omhoog wat we diverse keren zagen gebeuren.

We rijden niet ver vandaag maar stoppen tegen de middag bij Little Beach, een kleine kampplaats aan zee, waar slechts plek is voor vijf campers. Nadat we de omgeving verkend hebben zoeken we een plekje in de zon en kan het vest weer uit.

Tegen vijven wint de koude wind het van de aangename temperatuur en trekken we ons terug onder de luifel met zijschot.

En ook vanavond zitten we, net als gisteren, al vroeg in de camper omdat het buiten te fris (9 graden) wordt

Verslag 40

We hebben vandaag heel wat rotsen gezien: we bevinden ons nu in het noordoosten van Tasmanië en nadat we tussen de middag is het vissersplaatsje St. Helens geluncht hebben gaan we de “Bay of Fires” bekijken.

In dit gebied liggen aan de kust heel veel granieten rotsen en stenen met een oranje kleur.

In het leuke plaatsje Binalong Bay kun je er al heel wat bewonderen en ook bij Skeleton Bay Reserve en Grants Point kom je via korte wandelingen steeds uit bij de gekleurde rotsen.

Ook zien we een heel grote rots  balanceren op een andere.

Tegen drieën rijden we naar Dora  Point Camping Area, een eenvoudige kampplaats in de natuur, waar we een mooi plekje vinden uit de wind, in de zon.

Helaas is er nog steeds een “total fire ban” waardoor we ons ’s avonds niet kunnen warmen aan het vuur en zo ook niet van onze voorraad hout afkomen  !

Verslag 41

We hebben vandaag nog lange tijd doorgebracht bij the Bay of Fires. De naam is trouwens niet ontstaan vanwege de oranje rotsen maar door de vuurtjes die Aboriginals in vroeger tijden daar op het strand maakten. (In 1773 gegeven door kapitein Tobias Furneaux) De stranden zijn prachtig wit, het water helder blauw en dan die gekleurde rotsen erbij, geen wonder dat het een zeer geliefde plek is op Tasmanië.

Er zijn diverse kampplaatsen met uitzicht op zee, maar helaas zijn deze allemaal bezet (net als de vorige keren dat we hier waren !).

Pas na tweeën verlaten we de prachtige kust en gaan het binnenland in waar we weer via bochtige, hellende wegen door bosgebied rijden. We maken een mooie wandeling naar de Halls Falls, een prachtige dubbele waterval met diverse waterpoeltjes.

Daarna wordt het weer tijd  om een overnachtingsplek op te zoeken, we komen uit bij een open plek in het bos: Lottah Recreation Ground, waar verder niemand staat.

We kunnen nog even van de zon genieten maar deze verdwijnt al snel achter de hoge bomen. We zitten op vier honderd en dertig meter hoogte waardoor het snel afkoelt, het is windstil….we wagen het erop om vanavond een kampvuur te maken !

Verslag 42

Gisteravond hebben we uren bij het kampvuur gezeten, hier waren geen bordjes met: “open vuur verboden”, die zie je alleen bij de Nationale Parken en Conservation Aria.

Vannacht en vanmorgen hoorden we géén geluid van de rollende golven op het strand, waarmee we de afgelopen weken veel in slaap vielen, alleen maar van tjilpende vogels.

Na een kwartiertje rijden starten we vanmorgen met een wandeling door de sprookjesachtige rainforest bij Weldborough.

Vervolgens rijden we naar Derby, een gehucht dat nu vooral bekend is vanwege z’n mountainbike routes rond het plaatsje, maar eind 19de  en begin 20ste eeuw werd hier volop tin uit de grond gehaald (120 ton per maand). Wij lopen door een oude tunnel (en ook de fietsroute gaat hier doorheen) waar deze grondstof werd gewonnen, al is het uitkijken dat je je hoofd niet stoot en heb je wel een zaklamp nodig.

Nadien gaan we in noordelijke richting naar Waterhouse C.A. waar we tegen tweeën een plekje vinden bij Mathers Campground met uitzicht op zee.

Helaas begint het bij aankomst te regenen en dat doet het de rest van de dag, ook koelt het af naar vijftien graden, wat een verschil met gisteren toen we volop zon hadden bij drie en twintig graden.

Vanavond slapen we weer in met het geluid van de rollende golven op de achtergrond, maar dit keer overheerst het getik van de regen op het dak !

Verslag 43

De camper is vandaag niet van z’n plek af geweest. We werden vanmorgen wakker met zonnig weer en dat is de hele dag zo gebleven.

We hebben uren op het strand doorgebracht en op de warmste tijd van de dag een spelletje gedaan onder de luifel.

Met eb is het zeewater ineens tientallen meters verder weg vanwege het langzaam aflopende zand en kunnen we hele einden lopen langs de vele rotsen. 

Het was een heerlijke, relaxte dag !

Verslag 44

Vanmorgen hebben we de noordkust verlaten en zijn, via grotendeels onverharde wegen, eerst naar Scotsdale gereden om nieuwe levensmiddelen te halen (we waren overal doorheen !) en vervolgens zijn we verder landinwaarts gegaan naar Ben Lomond N.P. waar we pas tegen vieren aankomen.

Hier bevindt zich de hoogste berg van Noord Tasmanië met heel aparte rotsen.

Via de “Jacobs Ladder”, een smalle onverharde weg vol S-bochten, komen we uit op 1440 meter hoogte vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de omliggende bergen en het dal.

Helemaal op de top is een klein ski resort want in de winter wordt hier volop geskied.

(Zelfs hier leven kangoeroetjes !)

Nadat we een stukje teruggereden zijn stoppen we bij Ben Lomond Campground, gelegen op ruim duizend meter hoogte, waar nog één plekje vrij is op de kleine kampplaats. Gelukkig staat hier geen bord: open vuur verboden, want een kampvuurtje hebben we vanavond zeker nodig !!

Verslag 45

Gisteravond hebben we het tot tien uur uitgehouden bij het kampvuur, toen was het afgekoeld naar tien graden en werd het ons toch te fris. We werden weer vergezeld door kangoeroetjes en een possum, maar deze waren vrij schuw.

Ook vanmorgen was het lange tijd koud en hadden we moeite met opstaan, maar langzaamaan kwam de zon tevoorschijn. We rijden de berg weer af en gaan naar Launceston waar we de Cataract Gorge bekijken. We maken een mooie wandeling langs beide zijden van de kloof waarbij we over een pad lopen dat al in 1890 werd aangelegd, ook gaan we over de King Bridge.

Er is zelfs nog een tolhuisje waar mensen moesten betalen om langs de kloof te mogen lopen.

Een schoolklas is druk met abseilen en je kunt met een cruiseboot over de rivier.

Ondertussen is de temperatuur flink opgelopen en hebben we het écht niet koud meer.

Na de middag rijden we weer helemaal naar het noorden om uit te komen bij Narawntapu N.P. waar we een leuk plekje vinden bij Bakers Point met uitzicht op de baai van Port Sorell.

Ook hier hippen weer wallabies en pademelons rond, maar deze zijn totaal niet bang voor mensen !

Verslag 46

(Toen we gisteren gingen tanken moesten we 2,76 dollar afrekenen per liter diesel. Dit was nog één van de goedkoopste pompen, de meeste tankstations berekenden al 2,82 en bij Shell moest je zelfs 2,89 betalen voor één litertje van deze brandstof ! Sinds de oorlog in het Midden-Oosten is er ruim een dollar bovenop gekomen, waar gaat dit heen …!)

Het is vandaag (20 maart) de laatste volle dag en nacht dat we op Tasmanië zijn, morgen tegen de avond varen we over naar het vaste land van Australië. We zijn niet meer verhuisd, de kampplaats bevalt prima en we bevinden ons op slechts een uurtje rijden van Devonport, vanwaar de boot vertrekt. We hebben langs het strand gewandeld en hadden mooi tijd voor wat klusjes.

Er is hier een watertappunt dus ik kon een handwasje doen, ook is het internetbereik redelijk zodat we diverse mails konden versturen en het laatste nieuws hebben gelezen.

Het is zo’n twintig graden met zon en ’s middags hebben we met onze E-readers aan het strand gezeten.

Natuurlijk kon een spelletje Carcassonne ook niet ontbreken terwijl ondertussen de wallabies om ons heen hipten.

Tasmanië is ons weer heel goed bevallen, het is zo’n afwisselend land met z’n prachtige natuur en de vele Nationale Parken. Ook met het weer hebben we geboft al vinden we de avonden wel veel te koud ! (We hebben geen kachel in de camper en mochten lang niet overal een kampvuurtje maken !) We hebben veel “wildlife” gezien al hebben we helaas de Tasmaanse duivel niet gespot.

Morgen rijden we tegen de middag naar Devonport zodat we nog bij een wasserette en de supermarkt langs kunnen gaan en rond vieren kunnen we inchecken. We komen zondag ’s morgens vroeg aan en hebben dan nog vier weken om rond te trekken door de staat Victoria waarna we weer eindigen in Melbourne. Hopelijk is tegen het eind van onze reis de oorlog in het Midden-Oosten voorbij !!

Verslag 47

De overtocht is rustig verlopen, we hadden prima weer met weinig wind. We konden nog geruime tijd buiten verblijven tot de “Spirit of Tasmania” op open water kwam en de zon ondertussen achter de horizon verdween.

Binnen speelde een gitarist “golden oldies” en tot tien uur hebben we het uitgehouden, toen zijn we naar onze kajuit gegaan en hebben tot half zes geslapen.

Een uurtje later reden we in Geelong al van de boot af en was het nog pikkedonker en ook erg mistig. We hebben een uurtje in de mist gereden en langzaamaan werd het iets lichter, maar het was niet fijn rijden. Toen zijn we gestopt bij Cressy, hier heb ik nog een beschilderde watertoren op de foto gezet, maar zoals te zien is was de mist nog niet opgelost.

Zoals haast overal in Australië is er in het plaatsje een picknickplaats met toilet en watertappunt en hier hebben we een uurtje doorgebracht en lekker ontbeten. Ondertussen kwam de zon tevoorschijn en zijn we daarna via Lake Bolac naar de Grampians N.P. gereden waar we rond enen aankomen bij Jimmy Creek, voor ons een bekende kampplaats. Inmiddels hadden we wel twee honderd en vijftig kilometer afgelegd !

Ineens is het weer dertig graden, dat zijn we niet meer gewend.

Wim is nog een tijdje aan het klussen geweest: gisteren bij de controle in Devonport kwam een (te) oude gasfles tevoorschijn (een reserve fles die we nooit gebruikten) die niet meer mee mocht op de overtocht. Zodoende was er ineens veel meer ruimte in een buitenkastje waar alle (spuit)bussen en olielampen staan. Na een grondige schoonmaakbeurt en enkele veranderingen heeft Wim nu een ruime plek voor al zijn spulletjes !

Lange tijd zitten we in hemdje en korte broek buiten, pas tegen zevenen gaat de lange broek aan, maar het is lang niet zo koud als de afgelopen weken. Ook hier zijn weer kangoeroes al zijn ze wel een maatje groter dan op Tasmanië !

Verslag 48

De Grampians, ook bekend onder de Aboriginal naam Geriwerd,  is een zeer geliefd park. Eigenlijk is het een groep opeengehoopte zandstenen bergruggen die tot boven de negen honderd meter oprijzen. Er is voor ieder wat wils: watervallen, meren, rotswanden en heel veel wandelpaden. We zijn er nu al diverse keren geweest maar ook nu weer vervelen we ons geen moment. Vanmorgen zijn we eerst naar Halls Gap gereden, de enige plaats die echt in het Nationale Park ligt, waar diverse winkeltjes zijn en ook een tankstation is. Gisteren kwamen we twee keer langs een pomp waar geen diesel meer te krijgen was, maar gelukkig zit de auto nu weer vol, al moesten we nu zelfs drie dollar per liter afrekenen. Nadat we er ons afval gedumpt hebben gaan we naar het vijf kilometer verderop gelegen Wonderland, hier parkeren we de camper en maken een prachtige wandeling naar de Pinnacle via de Grand Canyon en Silent Street.

De totale afstand is zo’n vijf kilometer, maar door het hoogteverschil van twee honderd en tachtig meter is de trip best pittig.

Over de hele wandeling hebben we dan ook twee en een half uur gedaan, regelmatig stoppend om te genieten van het mooie uitzicht en om even uit te rusten.

In de loop van de jaren hebben we deze wandeling al diverse keren gemaakt, maar hij blijft prachtig en gevarieerd.

Nadien gaan we naar Smiths Mill Campground waar het, net als bij Jimmy Creek, vrij rustig is.

Over twee weken, wanneer de Paasvakantie begint, wordt het hier gigantisch druk en dan zullen de kangoeroetjes, die hier nu rustig gras eten, zich wel terugtrekken in de bossen !

Verslag 49

Ook vanmorgen hebben we weer ruim vijf kilometer gewandeld, alleen waren we nu binnen anderhalf uur terug bij de camper. De route was dan ook vrij vlak en voor ons doen weinig interessant, alleen het eindpunt, de Fish Falls, waren heel mooi.

Normaal kun je hiervandaan doorlopen naar de spectaculaire MacKenzie Falls, het meest bekende punt van het park, maar deze is voor een half jaar afgesloten vanwege werkzaamheden. Ook vanaf de normale route naar deze waterval, met heel veel trappen, kan je er nu niet komen.

(De eerste emoes die we zien deze reis !)

We waren net in Halls Gap om de mails te checken (op de laatste twee kampplaatsen hadden we totaal geen internetverbinding !) toen het begon te regenen en dit heeft het lange tijd gedaan. We zijn maar naar Plantation Campground gereden en hebben daar in de stromende regen alles opgebouwd (de luifel en twee zijkanten). Pas tegen drieën wordt het droger, wel is het helaas een heel stuk frisser en we begonnen net weer te wennen aan die dertig graden !  We zijn in ieder geval blij dat we gisteren met zon de prachtige wandeling naar de Pinnacle hebben gemaakt !

Verslag 50

We zijn vandaag heel actief geweest en hebben diverse wandelingen gemaakt. Eerst zijn we teruggereden naar Halls Gap waar brutale kaketoes de dienst uitmaken en zelfs bij mensen op tafel gaan zitten om voedsel weg te pikken.

Nadat we ons afval weer in een grote prullenbak hebben gedeponeerd en de watertank bijgevuld hebben, lopen we naar de rand van het plaatsje om de “Venus Baths” rondwandeling te maken.

Het blijkt een leuke trip te zijn langs rotsen, waar we zelfs nog een rockkangoeroe zien, en kleine waterpoeltjes waar kinderen zich prima vermaken.

Weer terug in noordelijke richting rijdend komen we langs Heatherlie Quarry, een oude steengroeve waar eind 19de eeuw ruim honderd man werkte. Hier werden grote zandstenen blokken van ruim vier ton uit de rotsen gehakt die vervolgens met een trein weggevoerd werden naar onder andere Melbourne, om huizen van te bouwen.

We zijn hier al diverse keren geweest maar het blijft een interessante plek en dit keer is het er minder warm en krijgen we zelfs een buitje regen over ons heen.

Bij de parkeerplaats van de Beehive Falls houden we lunchpauze om vervolgens naar de waterval te lopen. Al snel komen we erachter dat deze “droog staat” en keren om, want we willen nog een andere trip maken in Grampians N.P..

Bij de parkplaats van “Hollow Peak” starten we onze laatste wandeling naar enkele grotten, die we al vaker bekeken hebben, alleen nemen we de verkeerde afslag en lopen naar een veel zwaardere trip waar we over allerlei rotsen moeten klimmen.

Wanneer de route te zwaar wordt keren we om en nemen een andere zijweg, maar dit keer komen we uit bij een steile klimwand !

Uiteindelijk vinden we de goede route die eindigt bij Gulgurn Manja Shelter, waar je nog handafdrukken kunt zien van Aboriginalkinderen.

Eenmaal terug bij de camper blijkt dat we vandaag twaalf kilometer hebben afgelegd.

Daarna is het nog een uurtje rijden naar onze volgende overnachtingsplaats Horseshoe Bend in Little Desert N.P. waar we pas rond half zes aankomen.

Nadat we even rustig hebben gezeten moeten we weer aan de slag: er moet natuurlijk een verslag gemaakt worden van onze belevenissen en Wim maakt weer een heerlijke maaltijd klaar !

Verslag 51

Gisteren zijn we niet verhuisd maar gewoon nog een etmaal bij Little Desert N.P. blijven staan. Na de prachtige, maar drukke dagen in het Grampians N.P. waren we wel toe aan een rustig dagje. Ook wisten we dat het heel ander weer zou worden: het was ineens ruim tien graden kouder en regelmatig viel er een bui met daarbij flinke windstoten. We stonden daar prima uit de wind en met de twee zijstukken opgebouwd bleven we droog.

Wél koelde het snel af en zaten we voor het avondeten al bij het kampvuur en de nacht was met vijf graden knap koud.

Vanmorgen zijn we eerst teruggereden naar Dimboola voor de gebruikelijke dingen: boodschappen halen, vuilnis wegbrengen en water bijvullen, ook zijn er enkele schilderingen op muren en silo’s te bekijken.

Vervolgens gaan we naar het Wimmera Mallee Pioneer Museum, een klein openlucht museum met enkele oude huisjes en veel landbouwwerktuigen, waarvan de meeste in zeer slechte staat zijn.

Het is al ruim na tweeën als we daar weer vertrekken en gaan op zoek naar een plek om te overnachten aan de Wimmera rivier, waar we vannacht ook aan stonden. Er staat nog steeds een harde wind dus het is zoeken naar een beschutte plek die we vinden vlakbij Lake Hindmarsh.

Net als afgelopen nacht staan we weer helemaal alleen. Wim pakt, voor het eerst deze reis, z’n hengel, maar na een uurtje komt hij weer terug, hij zat daar pal in de wind en heeft geen stootje gehad.

Veel belangrijker vindt hij het om hout te sprokkelen zodat we vanavond weer warm bij een vuurtje kunnen  zitten !

Verslag 52

Voor de reis naar Australië en Tasmanië had ik thuis natuurlijk al een hele planning gemaakt, maar ik houd altijd enkele dagen reserve voor onvoorziene omstandigheden of voor een plekje waar we langer willen blijven staan. Dat hadden we dus met deze leuke kampplaats aan de Wimmera rivier: gisteren was het half bewolkt, de wind was gaan liggen, het werd zo’n twee en twintig graden en er was niemand om ons heen. Het werd een heerlijke relaxte dag, een beetje vissen, lezen, luieren …

We hebben zelfs de hele dag geen mens gezien, alleen tegen de avond kwam er een grote kangoeroe aangehopt die ons verbaasd aankeek en daarna wegsprong, duidelijk geen mensen gewend.

Het enige wat we minder leuk vinden zijn de vele vliegen die de laatste dagen steeds om ons heen zoemen en in de oren, ogen en neus kruipen, daar hadden we op Tasmanië totaal geen last van !

(Sinds lange tijd was er geen toilet in de buurt dus hebben we die zelf maar gecreëerd !)

’s Avonds hebben we weer uren bij de vuurbak gezeten met hout dat allemaal in de buurt gesprokkeld was.  Boven ons was een heldere lucht met duizenden sterren !

Vanmorgen was het meteen onbewolkt en konden we in T-shirt en korte broek ontbijten, nog een dag blijven is geen optie,  het wordt hier nu veel te heet. We rijden eerst naar het vlakbij gelegen Lake Hindmarsh, maar dit meer staat helemaal droog, er groeit zelfs gras op de bodem. 

Dan volgt een lange saaie rit door vlak landschap met aan beide zijden grote oppervlakten met landbouwgrond waar graan op verbouwd wordt. Regelmatig zien we hoge graansilo’s, soms beschilderd, verbonden door een spoorbaan die met treinen dit graan naar andere plaatsen in Australië brengt.

(Rainbow Lake, zelfs op zondag is er niemand aan het zwemmen.)

Af en toe rijden we door een dorpje en bij Yurunga vullen we onze dieseltank voor 3,39 dollar per liter !!

Onderweg komen we haast geen auto’s tegen en toeristisch is het hier al helemaal niet. We zijn dan ook verbaasd wanneer we tegen tweeën aankomen we bij het plaatsje Hopetoun en daar aan Lake Lascelles  allemaal caravans en campers zien staan, het lijkt wel of we op camping de Maasterp zijn aan de Gouden Ham, waar we bijna twintig jaar gestaan hebben met onze caravan.

Er zijn toiletten en douches en  voor slechts drie euro per persoon heb je een mooi plaatsje aan het meer. Er wordt gewaterskied en gevist, wat een verschil met de plek waar we afgelopen twee nachten stonden, helemaal alleen !

Verslag 53

Vanmorgen (maandag 30 maart) zijn we naar een, voor ons, nieuw Nationaal Park gereden genaamd Big Desert Wyperfeld. Onderweg stoppen we in het gehucht Patchewollock  waar we een paar mooie grote vogels (Mallee Fowl) en weer een beschilderde silo bekijken.

Eenmaal in het park zien we dat er een tijdje terug een grote brand geweest is en wanneer we tegen de middag aankomen bij de kampplaats Snowdrift is alles afgezet en zijn ze daar druk bezig dode en verbrande takken van bomen te zagen. Alles moet klaar zijn voor het drukke Paasweekend !

Eén van de rangers vertelt ons dat we er wel mogen overnachten maar dat ze nog enkele uren bezig zijn met zagen. De kampplaats ziet er mooi uit, tegen een duin aan gelegen, maar er is weinig schaduw, het stikt er van de vliegen en we hebben geen zin in drie uur herrie dus rijden we helemaal terug naar Patchewollock.

Voor die tijd stoppen we bij een hoge duin waar ik, met moeite, omhoog klauter.

Later blijkt dat je er vanaf de andere kant zo op kunt lopen !

Ook vandaag is het prachtig weer (28 graden) dus gaan we op zoek naar een schaduwrijke plek en die vinden we bij Lake Walpeup.

Een meer kun je het niet echt noemen, het is eigenlijk een vijver met een fontein erin, maar we kunnen er heerlijk onder de bomen staan en het uitzicht is mooi.

Helaas zitten ook hier veel vervelende vliegen dus doen we, voor het eerst deze reis, onze vliegennetjes op, al is het wel een beetje onhandig met eten en drinken. Gelukkig verdwijnen deze diertjes zodra het donker wordt !

Verslag 54

Het was vandaag extreem heet voor de tijd van het jaar, twee en dertig graden. Het was dus zaak om een schaduwrijk plekje te vinden om de dag en nacht door te komen. Toch wilden we niet aan het vijvertje blijven staan en zijn verder noordelijk gereden. In het plaatsje Walpeup was een silo mooi beschilderd met een beeltenis van de Eerste Wereldoorlog.

Via Ouyen gaan we naar Hattah-Kulkyne N.P. waar je bij Lake Hattah in de schaduw moet kunnen kamperen. Het viel niet mee om een plekje te vinden en het meer bevat niet veel water, maar we staan in de schaduw én in de wind.

Toch zijn de irritante vliegen de hele tijd aanwezig en gebruiken we onze netjes weer.

Er vliegen veel kaketoes en galahs rond die flink kunnen krijsen. We doen enkele potjes Triominos omdat er teveel wind staat voor Carcassonne, de kaartjes zouden wegwaaien.

Tegen half acht wordt het donker en verdwijnen de vliegjes maar daarvoor in de plaats komen helaas andere vervelende insecten, wél kunnen we tot bedtijd in hemdje en korte broek buiten zitten, om elf uur is het nog ruim twintig graden !

Verslag 55

We zijn vanmorgen nog zeventig kilometer in noordelijke richting gereden naar Mildura, maar iets ervoor nemen we de afslag naar de plaats Red Cliffs  waar een mooi uitkijkpunt is. Voor het eerst deze trip zien we de rivier de Murray waar aardig wat water in staat.

Ook is de omgeving ineens totaal anders: we rijden langs ontelbare wijngaarden, zien veel appelbomen en alles is heel groen. Er staan overal prachtige, luxe huizen, de wijnboeren doen het blijkbaar goed. Bij Mildura gaan we de Murray over en bevinden ons dan ineens in New South Wales, want de rivier is de grens tussen de twee staten. (Tot nu toe zijn we steeds in de staat Victoria geweest.) Vlakbij, in Buronga, staat het Mildura Holden Motor Museum, hier staan tientallen auto’s uitgestald van Australisch fabricaat, de oudste dateert van 1948.

In 1962 hebben ze inmiddels één miljoen Holdens gemaakt, bij een productie van zes honderd stuks per dag. 

Nadien gaan we terug naar de Murray waar schoonmakers de laatste hand leggen aan verschillende (huur)woonboten die klaarliggen voor het drukke Paasweekend.

We rijden weer naar de “Victoria-kant” en bekijken daar de Mildura Homestead om vervolgens een plekje te zoeken aan de rivier, die we de komende dagen steeds een eindje verder zullen afzakken !

Verslag 56

Vanmorgen zijn we teruggereden naar Mildura, een middengrote stad in het binnenland met talloze winkels en veel bedrijven. Het bevindt zich op zo’n vijf honderd en vijftig kilometer van Melbourne en drie honderd en vijftig kilometer van Adelaide maar is vooral belangrijk omdat het aan de rivier de Murray ligt. Met z’n ruim twee en een half duizend kilometer lengte is de Murray de langste rivier van Australië en voorziet hele regio’s van water. Bij Coles hebben we voor vijf dagen boodschappen ingeslagen, morgen (Goede Vrijdag) zijn alle winkels gesloten en daarna volgt de Pasen met z’n drukke, lange weekend. Ook hebben we weer enkele zakken hout gekocht zodat we de komende avonden een kampvuur kunnen maken, net als gisteravond. Vervolgens zijn we weer op zoek gegaan naar een leuk plekje aan de Murray waar we enkele dagen willen blijven staan tot de drukte weer enigszins over is. Dit is ons gelukt: we staan in een bocht (King Dick) aan de rivier waar allerlei vaartuigen voorbij komen, Wim kan er vissen en we kunnen de hele dag in de schaduw zitten, wat wel lekker is bij dertig graden.

Er is hier genoeg te zien en te doen, dus we zullen ons de komende dagen niet vervelen en heel belangrijk: hier zijn geen vliegen !

Verslag 57

Het is inmiddels Tweede Paasdag en we staan nog steeds op dezelfde plaats aan de Murray, iets wat ons normaal nooit gebeurt. Het plekje ligt zo mooi in een bocht vanwaar we alle activiteiten op het water goed kunnen bekijken.

De rivier werd vroeger gebruikt voor de handel, maar tegenwoordig is het alleen voor recreatieve doelen geschikt. Zaterdag en zondag was er een belangrijke race: Mildura 100 Boat Race 2026 waar vijftig speedboten met grote snelheid over het water en door de vele bochten scheerden. Ze moesten honderd kilometer afleggen met halverwege een keerpunt en er werden snelheden van over de honderd en vijftig kilometer gehaald, waarbij ze heel veel kabaal maakten. Tijdens de race mocht er natuurlijk verder niemand op het water dus zodra het spektakel afgelopen was kwamen de woonboten, jetski’s en waterskiërs weer tevoorschijn.

We hebben alle dagen prachtig weer gehad, soms met wat meer wind, waardoor we één zijkant opgezet hebben, maar vandaag is het weer ruim dertig graden en broeierig weer en is er een extra zonneluifel opgebouwd. 

We hebben gewandeld, gelezen, spelletjes gedaan en Wim heeft eindelijk een grote karper gevangen.

Iedere avond zaten we bij het kampvuur, al hebben we het vanavond eigenlijk niet nodig. Inmiddels begint de rust weer terug te keren aan de rivier, het lange weekend is voorbij en morgen moeten de meeste mensen weer aan het werk. Ook wij trekken morgen verder, maar we hebben hier een heerlijke tijd gehad !! 

Verslag 58

(Van zaterdag op zondag is hier de wintertijd ingegaan en omdat vorige week in Holland de zomertijd is begonnen hebben we nu nog acht uur tijdsverschil !)

We hebben nog bijna twee weken te gaan voor we naar huis vliegen dus langzaamaan gaan we richting Melbourne. We maken een uitstapje naar de staat New South Wales over de brug bij Mildura en via de Stuart Highway rijden we zo’n honderd vijftig kilometer naar Yanga N.P., vlakbij Balranald, waar we begin van de middag aankomen.

Hier gaan we eerst naar de “woolshed”, een oude schapenfarm uit de 19de eeuw waar toendertijd dagelijks honderden schapen werden geschoren.

Naast de grote schuur staan nog de oude barrakken waar de schaapscheerders in gehuisvest waren, …. er is niet veel meer van over !

Er zijn ook kampplaatsen in het Nationale Park en wij vinden een plekje bij Sven Bend gelegen aan de Murrumbidgee River, waarover vroeger op schepen de schapenwol werd vervoerd.

Het heeft hier veel weg van de Murray met z’n slingerende rivier en vele gumbomen, alleen komen er hier nu geen vaartuigen meer  langs.

Tegen zevenen is het alweer pikkedonker en na het eten gaat het kampvuur aan met hout van dooie takken die Wim weer bij elkaar gesprokkeld heeft !

Verslag 59

Vanmorgen hebben we Yanga N.P. weer verlaten en komen, na ruim een uur rijden, aan bij Swan Hill. Deze plaats aan de Murray ligt weer in de staat Victoria en heeft een brug zodat je de rivier over kunt. Het is weer tijd om een wasserette te bezoeken en ook had ik gisteren al een afspraak gemaakt bij een kapper. Tegen tweeën is alle was weer schoon en is mijn haar een beetje korter, tijd voor de lunch met uitzicht op … de Murray !

(Er zitten honderden krijsende kaketoes in de boom !)

Ook de oude “paddlesteamer” wordt nog even op de foto gezet, waarna we op zoek gaan naar een overnachtingsplek aan … de Murray !

We staan weer helemaal alleen bij Peters Rest (Pental Island) en tegen de avond komen de boer en zijn vrouw van het aangrenzende land langs voor een praatje, altijd gezellig ! Deze oude gumtree zal binnenkort wel in de rivier verdwijnen, zoals dit regelmatig gebeurt.

Er wordt dan ook altijd op gewezen dat je niet moet kamperen onder een “gumtree”, er kan zo maar een tak afbreken. Wel zijn deze takken uitermate geschikt voor een kampvuur, Wim is dan ook weer druk aan het verzamelen  !

Verslag 60

Het was eigenlijk niet de bedoeling, maar we staan nog op dezelfde plek, dus aan de Murray. Toen we vanmorgen nog op bed lagen regende en onweerde het en bij het bekijken van de weersvoorspellingen zagen we dat het begin van de middag zou gaan regenen tot ’s avonds laat. We staan hier prima en verhuizen met regen vinden we nooit leuk. De grond is hier echter van klei dus we zagen al voor ons dat we, net als een dag op Tasmanië, rondom in de plassen zouden staan. Wim heeft de camper iets gedraaid, vervolgens rondom  regengootjes gegraven en ook hebben we de zijkanten opgebouwd….. we zijn helemaal voorbereid !

 De eerste uren is het nog prima weer en kunnen we in het zonnetje zitten, helaas zijn de vliegen vandaag erg vervelend ! 

(Wim had nu mooi de tijd voor werkzaamheden op de laptop.)

Af en toe valt er een buitje en trekken we ons terug onder de luifel. ’s Middags krijgen we te maken met windstoten waardoor we onder het zand zitten, maar veel regen komt er niet. Wel hebben we tegen de avond een prachtige zonsondergang met heel apart schijnsel, het lijkt wel het “zuiderlicht”!

Verslag 61

De weersberichten van gisteren klopten totaal niet, er zou zóveel regen vallen, maar ook gisteravond bleef het droog. Wim heeft dus al die geultjes voor niets gegraven, maar als hij dat niet had gedaan en het was wél gaan regenen, dan hadden we overal rond de camper in de glibberige klei gezeten en gelopen. Vanmorgen heeft hij alle gootjes weer dichtgemaakt en hebben we de luifel en zijkanten (die nu gelukkig ook schoon gebleven zijn) weer afgebroken. Wat helaas wel klopte bij de weersvoorspelling: het is een stuk koeler geworden. Gisteren was het nog rond de acht en twintig graden, vandaag komt de temperatuur niet boven de twintig en de komende dagen wordt het nog frisser, ook staat er een harde, koude wind, het lijkt wel Tasmanië, maar het is hier natuurlijk inmiddels al herfst ! Gelukkig zijn de vliegen nu ook verdwenen.

Vanmorgen zijn we naar de plaats Lake Boga gereden, hier bevindt zich het Flying Boat Museum vlakbij het ronde meer Lake Boga.

In de Tweede Wereldoorlog zijn hier veel watervliegtuigen, die deelnamen aan de oorlog, gerepareerd onder andere de Catalina, maar ook diverse Hollandse.

In totaal zijn er vier honderd zestien “Flying Boats” weer vliegklaar gemaakt en er waren bijna duizend mannen en vrouwen gestationeerd in Lake Boga.

In het museum is de Catalina te bekijken, we zien een interessante film en ook is er nog een bunker te bezichtigen.

In Kerang stoppen we om water, (nog altijd dure) diesel, gas en onze levensmiddelen aan te vullen, waarna we verder rijden naar de plaats Koondrook, gelegen aan de Murray.

Nadat we hier rondgewandeld hebben gaan we naar Barham waar een beschilderde watertoren staat die je kon beklimmen (er staat nu een hek omheen).

Daarna rijden we nog ruim een uur richting Echuca maar iets ervoor buigen we af naar “Betha Bend 1664” waar we onze laatste nacht aan de Murray doorbrengen. Wanneer we het laatste stuk over een onverharde, slechte weg rijden richting onze overnachtingsplek zien we overal plassen water staan, het heeft hier duidelijk flink geregend….. de weersvoorspelling klopte dus wel, alleen is het water honderd vijftig kilometer verderop gevallen !!

Verslag 62

Ook al zijn we al diverse keren in Echuca geweest, zelfs vorig jaar nog,  toch gaan we er vandaag weer naartoe. We vinden het nog steeds de mooiste plaats aan de Murray.

We wandelen naar de oude , hoge, houten steiger en zien dat het water extreem laag staat, sommige boten liggen gewoon op het droge.

Het is gezellig druk bij de oude rivierhaven, er varen enkele raderboten vol dagjesmensen die volop genieten van het spektakel op het water.

De paardenkoetsier heeft het druk en de restaurantjes doen goede zaken.

Na zo’n twee uur vertrekken we toch weer, waarschijnlijk waren we hier nu voor de laatste keer ! We rijden door naar Tongala, een klein plaatsje waar overal muurschilderingen te zien zijn.

Tegen tweeën eindigen we bij Numurkah Community Lions Park gelegen aan de “Broken Creek”, waar we weer gratis mogen overnachten. Het is wisselend bewolkt, zolang de zon schijnt is het heerlijk weer, maar ook nu is de koude wind spelbreker, zeker wanneer de zon achter de wolken verdwijnt. Weer bouwen we de luifel met zijkanten op zodat we beschut kunnen zitten en ook gaan de lange broek en het vest aan.

Gelukkig is het hier ook toegestaan om een kampvuur te maken, die hebben we nu echt nodig !

Verslag 63

Gisteren zijn we gewoon nog een dagje blijven staan in Numurkah: het was zwaar bewolkt, fris en er stond nog steeds een harde koude wind. We stonden er prima en hadden alles bij de hand: een toiletgebouw, drinkwater, prullenbakken en het uitzicht was prima. Wim heeft alvast de auto gewassen en in de was gezet, ik ben binnen in de camper aan het poetsen geweest.

Ook konden we ons ’s avonds warmen aan een vuurtje van gesprokkeld hout. (De zak met het hout dat we een tijdje terug gekocht en gekloofd hebben zit nog steeds vol !)

Vanmorgen kregen we bericht van Rob, onze zwager, dat er een jaarlijks festival in Corryong is: “the Man from Snowy River Bush Festival” en het blijkt dat dit deze week plaats vindt van 16 tot 19 april. (De 20ste vliegen we naar huis !) We hebben hier al vaker van gehoord maar nooit de gelegenheid gehad er heen te gaan. We gooien onze plannen om en rijden alvast die richting op. Onderweg stoppen we bij Katamatite waar weer een silo heel mooi beschilderd is en in een parkje vlakbij staan enkele aparte sculptures.

Nadat we bij Lake Mulwala de dooie bomen in het water gefotografeerd hebben rijden we nu verder in oostelijke richting naar Wodonga in plaats van zuidelijk naar Wangaratta.

Tegen drieën komen we aan bij Lake Hume ( Ludlows Reserve ), waar we twee keer eerder gestaan hebben, toen met erg warm weer, nu hebben we de lange broek en een vest aan. Het uitzicht is echter hetzelfde al lijkt het wel of er nog minder water in het meer staat.

We kunnen nog even in de zon zitten maar moeten ons daarna terugtrekken onder de luifel met zijstukken.

Op internet hebben we al van alles opgezocht over het festival maar morgen rijden we eerst nog ruim honderd kilometer naar Corryong en gaan dan daar kijken waar we kunnen kamperen en hoe het zit met tickets en optredens, online is dit lastig te regelen !

Verslag 64

Na een heldere avond vol sterren, waardoor het vannacht knap fris was, werden we vanmorgen wakker in een kleine, mistige wereld, je kon het meer niet eens zien. En terwijl de zon langzaam tevoorschijn kwam zijn wij op pad gegaan om de laatste honderd kilometer af te leggen naar Corryong. Na weken over vlak, droog terrein te hebben gereden is het een verademing om weer eens heuvels en groene weiden te zien, al rijden we ook door gebieden waar brand heeft gewoed.

Wanneer we tegen de middag aankomen in Corryong gaan we eerst naar een infocenter om meer te weten te komen over het festival.

Een uurtje later zijn we in het bezit van armbandjes waarmee we overal het terrein op kunnen én hebben we een kampeerplek voor de komende vijf nachten. Eigenlijk was alles volgeboekt, maar door de hoge dieselprijzen zijn er annuleringen van mensen uit Queensland en konden wij de plaats overnemen.

(Ook in Corryong zijn weer diverse muurschilderingen te bekijken !)

Er staan al heel wat caravans en campers op diverse terreinen, maar wij hebben geluk dat er nog net één ruime plek vrij is aan de buitenrand van “Clancy’s overflow” waar we uitzicht hebben over de heuvels en in het verwarmende zonnetje kunnen zitten.

Ook is het toegestaan om een kampvuur te maken wat ook hard nodig is, want het koelt hier ’s avonds weer flink af. We verkennen de omgeving en weten al dat we de komende dagen veel zullen wandelen om alles te kunnen bekijken. 

Om zes uur is het al helemaal donker en zijn er rondom ons al diverse vuurtjes. Overmorgen begint het festival pas echt, maar morgen zal het hier wel helemaal volstromen, we gaan het allemaal meemaken ! 

Verslag 65

Het weer was hetzelfde als de nacht ervoor: ’s avonds een heldere lucht vol sterren waardoor het erg afkoelde en vanmorgen eerst weer dichte mist. Maar wanneer de zon er eenmaal doorkomt heeft deze nog best wel kracht en kan de korte broek weer aan.

Tegen de middag lopen we naar het centrum van Corryong  waar we nog wat boodschappen moeten halen. Gisteren was al het brood op en ook was er weinig keus in vlees. Gelukkig is alles weer aangevuld (het is voor de enige supermarkt in het dorp moeilijk inschatten hoeveel er verkocht gaat worden tijdens het drukke festival !) en kunnen we nu alle levensmiddelen vinden die we nodig hebben, als het goed is was dit de laatste keer dit jaar dat we in Australië boodschappen doen. Omdat we ook nog een klein museum willen bekijken laten we onze spulletjes achter in de supermarkt en wandelen verder naar het “Man from Snowy River Museum” verderop in de straat waar we binnen een uurtje wel uitgekeken zijn.

Met de vrij zware boodschappentas wandelen we daarna de twee kilometer terug naar onze camper waar we de rest van de dag genieten van het mooie weer.

Ondertussen blijven er maar campers en caravans binnenrijden, het terrein staat aardig vol… het festival kan beginnen !

Verslag 66

We hebben drie heel leuke, afwisselende, aparte dagen gehad op het “the Man of Snowy River Bush Festival”. Er was van alles te zien en te doen maar het was voornamelijk gericht op de “farmers” van Australië: boeren met landbouw of veeteelt die veel te paard doen. 

Er waren veel kraampjes en zelfs hele trucks met kleding, cowboyhoeden, riemen, zwepen en zadels.

Ook waren er voldoende eettentjes en foodtrucks op het terrein.

Maar het ging natuurlijk vooral om allerlei acties met paarden en runderen met een wedstrijd effect. We zagen hoe speciaal getrainde honden zorgen dat het vee bij elkaar blijft.

We hebben diverse rodeo’s gezien waar cowboys van over de hele wereld proberen zolang mogelijk op een steigerend paard te blijven zitten, hevig heen en weer schuddend in het zadel.

Ook heel interessant was het om te zien dat, nog jonge, deelnemers op hun paard een moeilijk parcours afleggen met een tweede paard aan een touw meenemend, en zo was er nog veel meer te zien.

Het is overal gigantisch druk met publiek van alle leeftijden, haast allemaal met een hoed op en in “cowboy of cowgirl kleding”. Maar er is natuurlijk ook muziek en we horen enkele goede zangers waaronder Pete Denahy.  Waar ze hier ook graag naar luisteren is “bush poetry”(poëzie over het leven in afgelegen gebieden), iets wat ons minder interesseert.

Hier  kan je zien hoe paarden nieuwe hoefijzers krijgen.

(Eergisteren kregen we ineens een onweersbui wat mooie plaatjes opleverde !)

Er is overal een gezellig sfeertje en we hebben totaal geen ongeregeldheden meegemaakt. Elke dag lopen we drie keer naar het terrein, een kilometertje hiervandaan. ’s Morgens is het eerst nog fris maar in de loop van de dag is het toch weer twintig graden met volop zon. Maar zodra deze verdwenen is wordt het echt koud, vooral de laatste twee dagen koelt het flink af en hebben we zelfs nachtvorst. Nu missen we een kacheltje in de camper. Omdat er hier geen hout te sprokkelen valt gaat het hard met onze voorraad, gelukkig komt er iedere dag een wagen langs met grote zakken stammetjes die nog gekloofd moeten worden dus daar hebben we er twee van gekocht.

Vanmorgen was er een optocht in Corryong met voornamelijk oldtimers, ook hier was weer een hele menigte op afgekomen.

We zijn inmiddels (acht uur ’s avonds) weer bij de camper, we hebben genoeg gezien en de muziek, die tot twaalf uur vannacht doorgaat, is hiervandaan ook goed te horen. Voor ons was het vandaag de laatste dag, morgen gaan we weer richting Melbourne !

Laatste Verslag 67

Gisteren (zondag 19 april) zijn we pas na de lunch vertrokken uit Corryong en hebben ruim twee honderd kilometer afgelegd.

Rond vieren komen we aan bij Benalla waar we nog een keer een wasserette bezoeken om de handdoeken en het beddengoed te wassen. Een uurtje later staan we weer buiten en rijden door naar Reef Hills State Park voor onze laatste overnachting. Net voor donker komen we aan op een open plek in het bos waar helaas een groot gedeelte van is afgebrand.

Toch mogen we er een kampvuur maken, wat de reden is dat we er gaan staan. Wim kookt (voorlopig ook voor het laatst) weer een heerlijke, uitgebreide maaltijd, waarna we uren bij het verwarmende vuur zitten. (We hadden nog voldoende hout over uit Corryong).

Vanmorgen werd het dan tijd om koffers te gaan pakken, er is een picknicktafel (die is niet verbrand) waarop we alles uit kunnen stallen en in kunnen pakken en anderhalf uur later is alles gereed.

We leggen de laatste honderd tachtig kilometer af naar de plek waar we onze camper stallen (Clarkefield) vanwaar we netjes weggebracht worden naar de luchthaven. Hier zitten we nu te wachten tot we, via Doha, naar Schilphol vliegen. We hebben deze reis 7.500 kilometer afgelegd en dit keer totaal geen problemen gehad met de camper waar al bijna 400.000 op de teller staat.  Onderweg zagen we dat de dieselprijs nu zo rond de 3,00 dollar ligt, de overheid springt hier bij door de brandstofbelasting met de helft te verlagen. We hebben weer een prachtige tijd gehad in zowel Tasmanië als in de staat Victoria, wel hadden we minder warm weer dan we gewend zijn, maar dat is logisch wanneer je in het zuiden verblijft. Het wordt tijd om naar huis te gaan met de oorlog in het Midden-Oosten en een onvoorspelbare Trump zijn we toch liever weer veilig thuis in Holland en natuurlijk willen we graag onze kinderen, kleinkinderen en vrienden weer zien !

Terug naar boven